
Uiteindelijk zou ik niet anders meer willen, maar het is wel
wennen geweest; een bedrijf runnen vanuit een huis waar ook een
jong gezin woont.
Toen ik mijn vrouw ontmoette deed ik mijn co-schap gynaecologie
en was zij net aan haar specialisatie tot gynaecoloog begonnen.
Vanaf de eerste overdracht was ik getroffen door haar ogen
(blauw, indringend en onderzoekend), heur haar (blond en
krullend) en haar geest (scherp, net zo onderzoekend als haar
ogen en 'quirky'). Ik had inmiddels de verleidingen van talloze
'straight-leg bend-overs', uitgevoerd door
tientallen plegen weten te weerstaan, maar dit was absoluut de
vrouw waarvoor ik de
halve wereld had afgezocht. Wanneer ik haar zie dan hoor ik
Jimmy Buffet in mijn hoofd zingen "I have been around the world,
looking for that woman-girl, who knows love will endure."
Toen eind 2006 onze zoon Toon werd
geboren, moesten er keuzes worden gemaakt. We
wilden absoluut niet dat Toon ons alleen in de weekends zou zien,
dus was het voor ons duidelijk dat we niet allebei buitenshuis
zouden kunnen werken. Want als je beiden om zeven uur 's ochtends
het huis uitgaat en om zeven uur 's avonds terugkomt wordt je
kind in feite opgevoed door je oppas.
Door het gelazer met
de BIG ben ik na het halen van mijn Amerikaanse MD-diploma
nog steeds niet toegelaten als arts, dus de keuze
'kostwinnerschap' was snel gemaakt; mijn vrouw had -letterlijk-
de beste papieren, dus zij zou haar opleiding af gaan maken en ik
zou vanuit huis mijn bedrijf opstarten. Voor Toon regelden we
drie maal per week een oppasmoeder van 10 tot 17, verder éénmaal
in de week naar opa & oma, en op vrijdag heeft A. haar
'moederdag'.

En het is heerlijk; Toon wordt elke ochtend bij
mij op schoot wakker terwijl we de Teletubbies kijken en hij een
boterhammetje eet. Daarna aankleden, even door het huis ravotten
en om 10 uur breng ik hem naar Dorien. Dan begint mijn werkdag
die in theorie tot 17 uur zou duren. Inmiddels weet ik dat 16h30
het hoogst haalbare is, omdat vanaf dan de terugkomst voorbereid
moet gaan worden; hapje klaar in de magnetron, slaapzakje naar
beneden, luier en doekjes klaar.
Wanneer ik hem dan om een uurtje of vijf ophaal lopen we op de
terugweg bij de boer-buren altijd langs de koetjes, de stiertjes
en de kalfjes. Vroeger was dat het hoogtepunt, maar nu slechts
een voorprogramma tot twee afzonderlijke hoogtepunten. Eerst
wordt namelijk de tractor beklommen -helemaal zelf- en daarna
gaat hij een koekje halen bij de buurvrouw. En pas dan kunnen we
naar huis om te eten... Na het eten nog even spelen, als het even
kan in de zandbak, en dan breng ik hem om zeven uur naar bed.
Elke avond een wisselend ritueel van vier of vijf elementen uit
een repertoir van tien mogelijkheden en bijna elke avond weer
gezellig.
Pas
sinds een maand of twee, nu A. voor de afronding
van haar opleiding weer een jaartje academisch zit, heeft ze
regelmatig de kans om rond zeven uur thuis te zijn en het
avondritueel mee, of af te maken. Zij geniet er zicthbaar van, en
ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat ik het allemaal zou
moeten missen. Voor hetzelfde geld was het anders gelopen, was
mijn BIG wel rond geweest en was ik ook in opleiding geweest;
dikke kans dat ik het was geweest die 's avonds nog net een
kwartiertje quality-time mee had kunnen pikken... Ik moet er
eigenlijk niet aan denken.
Maar het opbouwen van een bedrijf in de 'uurtjes tussen-door' is
lastiger geweest dan ik dacht. Omdat mijn bedrijf voornamelijk
een internet-bedrijf is, kwam er een hele hoop programmerwerk bij
kijken; HTML, PHP, MySQL,
CSS, XML...
Dingen waarvoor ik mij echt moet kunnen concentreren en
afsluiten. Horten en stoten. Dagen oefenenen en prutsen om
plotseling een doorbraak te hebben.
Programmeren is, in tegenstelling tot wat het lijkt, een
ontzettend creatief proces en creatieve processen laten zich
moeilijk sturen.
Laat staan indelen in dagelijkse blokken van zes
uur tussen tien en half vijf.
Daar werd ik soms bijna wanhopig van, het weten
dat ik écht aan een klus moest gaan beginnen die met een beetje
pech 12 uur zou kunnen gaan duren. Zodat dat er halverwege hoe
dan ook een moment zou komen dat alles afgebroken moest worden.
En, nog veel erger, de volgende dag moest ik me eerst weer
inleven in het project zoals dat de vorige dag, met losse
eindjes, half opgeloste problemen en vage ideeën was blijven
liggen. Dagen heb ik gezeten, achter dat buro, verlamd en niet
wetend waar te beginnen omdat er niets meer was dat niet minimaal
drie maal onderbroken zou moeten worden.
Uiteindelijk ben ik, zes weken geleden, gered door Jerry
Seinfeld én door de (10+2)*5 methode en is het nu wel
zo'n beetje af. Klaar voor gebruik. Helemaal af is het nooit en
ik moet zo nog een belangrijke schakel gaan overzetten, maar er
staat iets wat mensen van mij mogen zien.
Van
de week voor een grote klant een compleet SMS-systeem afgeleverd
voor allerhande apotheek diensten, mét een gelikte en
gedetailleerde handleiding erbij. Yes! Iets over de deadline
weliswaar, maar ze vinden het 'TOPPIE!!' Twee uitroeptekens én
hoofdletters, dus ze zijn echt tevreden, denk ik dan. Het klopt,
het veegt en het zuigt en ik ben trots.
Mijn eerste consumentendienst is ook zo goed als toonbaar, is
getest en werkt als een zonnetje. Apetrots.
Vandaag is Toon bij Opa en Oma, maar morgen, dan ga ik hem om
vijf uur weer ophalen bij de oppas, en dan weet ik dat er twee
vermoeiende maar heerlijke uren op het programma staan. Dan denk
ik zeker even aan alle andere werkende vaders, die zich
klaarmaken om een file in te duiken, of een
late vergadering, en die dit allemaal moeten
missen. Die letterlijk niet weten wat ze missen.
Dan
betekenen alle frustraties van het thuiswerken niets meer. Dit is
geweldig. Zelf iets kunnen opbouwen én ook je zoon zien
opgroeien. Campert had gelijk; het leven ís
verukkeluk.
P.S. Ook het nieuwe logo is sinds twee nachten af! Bruikbaar in
allerlei variaties...
PPS Ik mag ook weer bloggen, geloof ik!
Zeventachtig dagen onafgebroken geluk: TransPac 99
profiel, filmpje, transpac, san diego, guam, apra harbour, sapphire, pagan, island
5 juni 1999 09:17 Trossen los!
Dit is dan het filmpje waar ik het vrijdag over had, inmiddels heb ik de iTunes
beveiliging weten te omzeilen, dus is de muziek gewoon
hoorbaar.
Deze reis heeft mij voor altijd een ander mens gemaakt en wat ik
daar geleerd heb, hoop ik nooit te vergeten.
Wie hoor je:
Jimmy Buffet, a Pirate Looks at Forty.
Wat zie je:
(Gekopieerd uit: Toch nog even
wachten)
Het
begint dus in de haven in Guam en het uitzwaaien
door een familie dolfijnen. Dan een stukje schietlessen; we
kwamen nu eenmaal door piraten-gebied en mijn
zeilmaat was nu eenmaal een ex-navy-seal. Dus ik moest er ook aan
geloven en vond al dat vuurwapengeweld eigenlijk
veel leuker dan ik verwacht had, stiekem. En het lukte me
trouwens ook aardig; die gele die in beeld komt, heeft het niet
overleefd...
Al heel snel de eerste en enige tussenstop, het eiland Pagan. Ooit bewoond door enthousiaste kolonisten,
maar als gevolg van een hele actieve vulkaan, inmiddels een
verlaten, officieel onbewoond eiland. Het Robinson
Crusoe-gevoel... Toen we Pagan achter ons lieten, hadden we
nog ruim 8000 mijl en 80 dagen
te gaan. Zonder tussenstops.
Daarna een stukje leven aan boord: zeilen, lezen, vissen, koken,
douchen (koud), wassen... Een ritme wat we volhielden tot we net
twee weken voor het einddoel waren; plotseling zaten we een week
gevangen in een hoge
druk-gebied; prachtig weer, maar geen zuchtje
wind.
Wel een hele hoop Portugese Oorlogsschepen gezien, dat wel. Mooie
plaatjes, dat ook, maar om zo dicht bij de haven zo klem te
liggen is zó frustrerend. Was ook de inspiratie voor een
photoshop-probeersel, dat ik dus ook terugvond...
Na tien weken alleen af en toe een tanker aan de
horizon gezien te hebben, was het onvoorstelbaar om
plotseling een andere zeilboot tegen te komen. De Zamboni bleek
onderweg van Vancouver naar Hawaii en wilden graag wat boeken
ruilen. Na een uurtje bijpraten gingen beiden schepen weer verder
op hun route, en was de Zamboni even snel verdwenen als ze
opdook.
Hierna ging het hard, na een week waren de eerste
FM-stations weer te ontvangen en na nog een week
hadden we, voor het eerst in drie maanden, weer vaste grond onder
de voeten.
In mijn profiel heb ik mij tot nu toe verscholen achter de uitleg
van mijn alias, in plaats van iets over mezelf te vertellen. Maar
kan je zo hard dingen over de geweldige Bruggen van de Blogspace
roepen als je niet eens durft te vertellen wat je gedaan hebt,
wat je gevormd heeft en wie je bent? Nee.
Maar mijn bio is dus de bio van een "nep-dokter" en dat is niet
iets om trots op te wezen.
Gelukkig is het nog niet af. Nog lang niet.
Ik woon sinds drie jaar samen, in Rotterdam met de vrouw van mijn
dromen. Wij gaan dus samen oud worden. Ik werk in een andere
stad, in een dagopvang project voor zo’n 20 Dubbele
Diagnose patiënten. Met een beetje geluk hoop ik per 1 januari
2007 eindelijk aan de opleiding tot psychiater te gaan beginnen.
Helaas is er geen opleiding neuropsychiatrie, maar voorlopig mag
ik allang blij zijn als ik uberhaupt in opleiding kom.
Het bedrijfsleven was het niet voor mij. Na enkele jaren als
internet-consultant gewerkt te hebben realiseerde ik mij tijdens
een tropische vakantie dat ik, toen ik klein was altijd al duiker
had willen worden als ik groot zou zijn. En dokter. Vroeger, in
de tijd van twee netten per antenne, waren de avonturen van
Jacques Cousteau voor mij het hoogtepunt van de
zondagmiddag.
Maar dat was ik tijdens het volwassen worden helemaal
vergeten.
Je eerste studie is geen echte studie maar meer een verlengde
leerplicht, die je via stages, stufi-leningen en
studentenkredieten, eerste banen en uiteindelijk hypotheken
onherroeplijk naar een strak gepland en stressvol bestaan leidt,
met daarin hooguit tijd voor een week per jaar in warm en
tropisch oord. Inclusief vliegdagen...
Ik besloot naar Sint Maarten te vertrekken om daar te gaan zien
hoe ik met duiken een tijdje mijn geld zou kunnen verdienen.
Daarna belde ik mijn ouders om ze te vertellen dat ik misschien
wel over zo’n stap aan het nadenken was. Twee maanden later
stapte ik in Nice aan boord van de Swan fan
Makkum, een zeilschip dat toevallig naar de Antillen
overgevaren moest worden om daar uiteindelijk toeristencharters
te gaan doen. Tien dagen later, net voorbij Tenerife, viel het
signaal van mijn mobieltje definitief weg. Ik was vrij om te gaan
leven hoe ik dat ooit had gehoopt te gaan doen... Liever
spijt van dingen die ik gedaan had, dan van dingen die ik niet
gedaan had.
Zes weken lang acht uur op, vier uur af. ’s Nachts zag ik
de sterrenhemel zoals ik die nog nooit had gezien (en die ik in
de stad nog elke nach mis). Overdag alleen maar blauw, in alle
mogelijke tinten en gradaties. En golven. In een tuig aan een
lijn met twaalf knopen door vier meter hoge golven worden
gesleept. Met verkrampte armen van de hoogtevrees uiteindelijk
wel weer levend uit het tweede kraaiennest komen. Beretrots. Voor
het eerste van de zeven meter boven het water uitstekende
kluiverboom gedoken.
Herboren kwam ik aan op Sint Maarten om mijn bestaan als illegaal
vreemdeling binnen het Nederlands Koninkrijk te beginnen.
Gedurende vier jaar reisde ik als duikinstructeur en 'boatnigger' door het Caraibische gebied en
later rond het eiland Guam in de Pacific.
Op Saba was ik, via vrijwilligerswerk bij de
Hyperbare Tank geïnteresseerd geraakt in geneeskunde en dan
met name in de neurologie. Maar omdat mijn middelbare school in
het teken stond van het motto "5.5 is voldoende, nu tijd voor
leukere zaken" had ik weinig illusies over mijn kansen bij de
loting Geneeskunde. Hier was toen Maaike in het nieuws, het
meisje met slechts elven en twaalven op haar diploma dat toch
drie maal werd uitgeloot en dus alsnog naar België moest
uitwijken. Ze zagen me aankomen. En zeven jaar studeren? De
eerste vier waren al helemaal niet interessant geweest. Qua
studie tenminste.
In Guam veranderde er een hoop. Ik kon er alleen werken als ik er
ook studeerde. En ik wilde er werken omdat er een danseres en
fotomodel verliefd was geworden op mij! Samenwonen met een
model... Ik!!! Dus dat werd een semester Marine Biologie aan de
Universiteit van
Guam. Bij de gevreesde maar eigenlijk doodgoeie professor
Anne Rawlings leerde ik voor het eerst dat studeren ook
waanzinnig boeiend en interessant kan zijn. Het semester was
voorbij voor ik het wist en de danseres bleek een borderline
patiënte die wel erg losjes omging met haar medicatie en met haar
relatie, dus de Antillen en daarmee de droom om ooit dokter te
worden kwamen weer in beeld. Op naar Statia om daar dan de
Amerikaanse geneeskunde-opleiding te gaan
volgen.
Dan zou ik daarna ongetwijfeld gewoon in Nederland met een
toelatingsexamen aan het werk kunnen. Dacht ik.
Door samen met Matt, een gepensioneerde NAVY Seal, Gaptooth
Brendan, zijn zoon van zeven plus zijn nurse Darlene, de
Sapphire (56 voet, stalen ketch, zelf gebouwd door Matt...)
over te zeilen van Guam naar San Diego bespaarde ik een hoop geld
voor een lange saaie vlucht, en had ik bovendien 83 dagen kost en
inwoning met een mooi uitzicht. En geen jet-lag. Wel 1
dollar per zeemijl toelage én een ticket naar Sint
Maarten. Met een beperkte houdbaarheid, dat wel, zodat er ook een
gezonde motivatie was om toch vooral flink door te varen.
Tussendoor vier dagen op het onbewoonde eiland Pagan. Zwart
vulkaanzand. Tientallen loslopende, bijzonder territoriaal
bewuste grote zwarte stieren. ’s Nachts behalve heel andere
sterren ook vaak lichtgevende dolfijnen onder en
naast de boot. Tien dagen geen zuchtje wind terwijl we nog maar
zes dagen te gaan hadden. Eerste liedje op de FM radio was de
nieuwe van Santana. Die gitaar vergeet je nooit meer. Twee dagen
uit de kust. ’s Nachts zien we de bewoonde wereld gloeien.
Overdag nog niks.
Omdat Guam ook onderdeel is van de VS en ik op zee nergens mijn
visum kon verlengen dus met een ongeldig
paspoort op de kust aan komen varen. De zeer streng
beveiligde marine-haven zelfs. Heb ik dat? We zien wel. In het
ergste geval moet ik linea reacta naar
Nederland.
Honderden pleziervaartuigen schieten spontaan te hulp.
Karmapunten? Geen hond ziet ons de territoriale wateren der VS
binnen sneaken. De eerste douche na 12 weken op zee. Baard eraf.
Immigration was waarschijnlijk al lang blij dat ik gewoon uit
mezelf vertrok en niemand deed moeilijk over het verlopen visum.
Dat het Witte Kaartje dat ik bij vertrek geacht was te
overhandigen ongetwijfeld ergens in de 60 kilo kleding, boeken en
CD's zou moeten zijn was zelfs 'no problem sir'. Wegwezen. Snel
naar Sint Maarten vanaf daar naar Statia.
De studie was een succes, een MD-titel, een BhSc-titel én een
Award van de gouverneur, en al mijn co-schappen in Nederland
mogen doen, wat wil je nog meer?
De procedure die 2 jaar geleden begon bij het NUFFIC
loopt nog steeds.
Hopelijk daarover later een grappig verhaal, maar nu even niet.
Nog niet.









