De Notenkraker kraakt harde noten
Nodig overbodig
VKBlog Headerimage

Het Ramadan-Complex

woensdag 22 april 2009 14:25
Nederland is in de ban van Tariq Ramadan, of eigenlijk vooral van de discussie over Ramadan. Sinds de vertaling door de Gay Krant van uitspraken van Ramadan over homoseksualiteit ligt de knuppel definitief in het hoenderhok. De kernvraag waar het om draait is of Ramadan geschikt is als bruggenbouwer in Rotterdam.

Mijns inziens is deze vraag niet eenvoudig en misschien wel niet eenduidig te beantwoorden. Het probleem met Ramadan is volgens mij een probleem van Ramadan en tweeledig. Enerzijds is hij een vroom moslim die er dientengevolge denkbeelden op na houdt die in sommige gevallen moeilijk te verenigen zijn met de moderne westerse maatschappij. Anderzijds voelt hij zich ook een Europeaan en daarom predikt hij ondanks zijn moeite met de consequenties ervan wel trouw aan de rechtsstaat. Zijn ambigue houding heeft voor Ramadan persoonlijk de nodige consequenties. Hij is bijvoorbeeld niet meer welkom in een scala aan landen in zowel de islamitische als de westerse wereld. Daarnaast wordt hij nogal eens flink verketterd, dat gebeurde eerder in Frankrijk en nu hier.

Het probleem van deze gespleten persoonlijke invulling voor de buitenwacht is dat er voor ieder wat wils te halen is. Voor ‘rechts' is hij een engerd, omdat hij als moslim tegen pakweg homoseksualiteit is, wat overigens voor veel mensen in de beschaafde wereld helemaal geen onbekende gedachte is. Voor ‘links' is hij juist interessant omdat hij zich als persoon midden in het spanningsveld tussen zijn geloof, eigen identiteit en westerse vrijheden bevindt en een succesvolle moslim is. Ik denk dat voor beide posities wat te zeggen valt. Het valt voor mij niet goed te praten dat hij homoseksualiteit als iets inherent slechts ziet. Aan de andere kant hoort ook het hebben van een dergelijke mening bij de vrijheden die wij hier gelukkig genieten. In mijn ogen kwalificeert zijn telkenmale expliciet uitgesproken respect voor de rechtsstaat hem om in  overheidsdienst te kunnen dienen.

Ramadan aanstellen als bruggenbouwer was een gewaagde keuze, omdat controverse op de loer lag. Hij vertegenwoordigt een moeilijke positie, maar wel één waar veel meer moslims mee worstelen. Kinderen van ouders komend uit maatschappijen waar nooit de Verlichting heeft plaatsgevonden, waar nooit een civil society of democratie is geweest, moeten hun weg vinden in een ander soort maatschappij. Daarbij als opgroeiend kind vaak ook nog in een achterstandspositie verkerend. Ik denk dat Ramadan een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het denkproces van die moslims die worstelen met het verenigen van hun geloof en identiteit met onze maatschappij. Iets dat bijvoorbeeld voor orthodoxe Christenen vaak ook lastig is geweest en nog is. Daarbij kan juist zijn soms paradoxale houding begrip kweken bij autochtonen die angstig of sceptisch tegenover moslims staan.
 
De moslims die hier zijn gaan niet meer weg en dus moeten we met zijn allen een manier vinden om invulling te geven aan hun integratie in de maatschappij. Hierbij moet het belangrijkste uitgangspunt zijn dat onze verworven vrijheden niet verloren gaan en voor iedereen blijven gelden. Bruggenbouwers kunnen we hierbij goed gebruiken en misschien was Ramadan dan zo slecht nog niet geweest voor zowel al diegenen die gevangen zitten tussen twee werelden, als ook voor diegenen die gevangen in hun eigen monoculturele droomwereld die complexe worsteling niet begrijpen. Helaas heeft de controverse rond zijn persoon zijn functioneren nu nagenoeg onmogelijk gemaakt.

Maakt de wetenschap religie overbodig?

donderdag 26 maart 2009 19:30
Nu de webstorm over de creationistenfolder weer is gaan liggen een nieuwe bijdrage mijnerzijds over religie. Ik vond altijd dat de wetenschap zich niet teveel met de inhoud van geloof moest bezig houden, maar wat de wetenschap wel kan onderzoeken is wat geloof betekent voor de meetbare werkelijkheid. In dat kader trokken een aantal wetenschappelijke onderzoeken op de breuklijn tussen geloof en het leven de afgelopen tijd mijn aandacht. Gelovigen blijken zich gezien de uitkomsten van deze onderzoeken terecht zorgen te maken dat de wetenschap geloof overbodig maakt. De wetenschap toont namelijk aan dat religieuze mensen eigenlijk zeer Aardse wensen hebben en dat het geloof juist daar niet in voorziet.

De drie onderzoeken waar ik het over heb behandelen verschillende onderwerpen maar gaan over religieuze beleving in het soort situaties waar je als mens vroeg of laat mee te maken krijgt

Het eerste onderzoek was recent in het nieuws omdat er uit naar voren kwam dat in conservatieve staten in de VS meer internet prÔn-abonnementen afgenomen worden dan in progressieve staten. Het is interessant om op te merken dat het ultraconservatieve Utah op alle mogelijke meetmanieren met ruim verschil bovenaan staat qua aantallen abonnementen. Er is ook volgens de onderzoekers ook een significante relatie met restrictieve seksuele wetgeving. Veruit de meest logische verklaring is dat een vorm van onderdrukking in het dagelijks leven leidt tot het zoeken naar een (virtuele) uitlaatklep. PrÔn kijken als seksuele uiting is niet meer dan de stiekeme hoop dat je jezelf opgelegde beperkingen ooit nog los kunt laten en vrijer kunt leven dan je doet.

Een tweede onderzoek stamt uit 2006, hierin wordt een negatieve statistisch relevante relatie aangetoond tussen de ontwikkeling van de ziektebeelden van hartpatiënten na een operatie en of er bemiddelend voor ze gebeden werd of niet. De onderzoekers hanteerden drie groepen. Twee van de groepen wisten niet of er voor ze gebeden werd, voor één werd wel en voor de ander niet gebeden. Er was geen verschil in resultaat qua complicaties en herstel, ofwel bemiddelend bidden hielp niet. De interessante groep was de derde groep, voor deze groep werd gebeden en zij wisten dit ook. Deze groep had een aanzienlijk grotere kans op complicaties dan de andere twee groepen. De onderzoekers suggereren dat dit misschien te maken heeft met zelfopgelegde druk om beter te worden. Hoe het komt maakt mijns inziens niet veel uit, het Aardse wordt kennelijk niet positief beïnvloed door het Goddelijke.

Het laatste onderzoek dat ik aan wil halen gaat over de stervensfase van terminale kankerpatiënten en de keuzes die zij maakten gerelateerd aan de positieve religieuze mechanismes die zij gebruikten om de situatie het hoofd te bieden. Hierbij moet je denken aan bidden, mediteren en de Bijbel lezen. De uitkomst van dit onderzoek is in het kort dat mensen die meer gebruik maken van religie in deze situatie, vaker kiezen voor agressieve levensverlengende maatregelen zoals nog dagen aan de beademing liggen, of de keuze om gereanimeerd te willen worden. De onderzoekers opperen als mogelijke oorzaak hiervoor de hoop op een wonder ofwel door God via de levensverlengende behandeling, ofwel een ander tussentijds wonder. Wat mij opvalt, is de gerichtheid op het Aardse leven en niet op het Hemelse.

Een andere mogelijke verklaring die onderzoekers opperen is de gedacht dat alleen God weet wanneer het jouw tijd is om te gaan, maar ook dat kan ik persoonlijk niet helemaal rijmen met zolang mogelijk doorbehandelen. God zal zich hierin toch niet laten sturen door menselijk handelen lijkt me, dus waarom niet kiezen voor menswaardig einde. Duidelijk is namelijk wel dat tegen beter weten in doorbehandelen, leidt tot een veel onaangenamer sterven.

Deze drie onderzoeken over het leven van verschillende groepen mensen en hoe het geloof hun leven beïnvloedt, laten mij in lichte verwarring achter. Godsgeloof wordt verondersteld troost en steun te bieden, maar in de praktijk lijkt het alleen maar te leiden tot meer krampachtigheid tijdens het Aardse leven. Ikzelf geloof niet in een God, maar ik begin me nu af te vragen wat het nut is voor mensen die dat wel doen. Bij leven en welzijn levert geloof frustratie en onbevredigde verlangens op. Bij leven en onwelzijn levert geloof extra druk en dientengevolge meer complicaties op. Ten slotte bij het einde van het leven leidt geloof wonderlijk genoeg tot meer wanhopig aan het leven vasthouden en een mensonterend einde.

Voor de gelovige medemens hoop ik dan ook maar dat er na het onbevredigende, onzekere en pijnlijke Aardse bestaan een Hemels leven wacht.
De Nederlandse regering is als slappe thee, getrokken van ongekookt water. Smakeloos en met zichtbare flarden partijpolitieke spelletjes, in deze crisis worden wij verondersteld de thee maar zo slap te drinken als hij opgediend wordt. Het theewater is niet gekookt maar mijn bloed kookt al weken.

Hoe lang moeten we nog wachten tot de regering eindelijk actie onderneemt.
Afgelopen oktober
was wel duidelijk dat deze economische crisis bepaald niet aan ons land voorbij zou gaan. Sindsdien is na slecht nieuws, slechter nieuws gekomen. Een vicieuze naar beneden gerichte spiraal.

Om de aandoenlijke belachelijkheid van de inactiviteit van de regering aan te tonen hoef ik niet eens mijn eigen woorden te gebruiken. Vooral de fractievoorzitters van de regeringspartijen maken zichzelf
onsterfelijk belachelijk
.

Hamer noemde de problematiek "heel erg ingewikkeld". De oplossing voor het probleem Hamer is heel erg eenvoudig, stop er mee. Van Geel heeft het over "een heel pittig gesprek", waarover dan? Het algemeen belang, of partijpolitieke heilige huisjes en electorale melkkoeien. Slob spreekt van de "collectieve verantwoordelijkheid" voor het feit dat het niet opschiet. Nogal wiedes, wij zijn niet verantwoordelijk, dat zijn jullie. Dat is jullie werk, doe het dan ook. Ik kan nog pagina's vullen met citaten die slechts bestaan uit platitudes zoals "naar elkaar toe schuifelen" en "op enig moment kom je dan bij elkaar", maar ze zijn genoegzaam bekend.

Ondertussen
zit Balkenende bij de Eurotop gezellig tegen frau Merkel aan te schurken, loopt hij zaterdag bij het jaarlijkse CDA-feestje de polionaise op de geruststellende klanken van een oud-Hollandse hoempapa-band en zondag houdt hij de door de Heere en de ChristenUnie verplicht gestelde zondagsrust. Bos ergert zich aan welkomstbonus van de nieuwe ING-topman
maar kan hier óók niets aan doen.

Dan heb ik nog meer respect voor de VVD. Ondanks het feit dat Rutte hartelijk werd uitgelachen in het parlement, houdt hij voet bij stuk en komt met een plan
. Het is een slecht plan, maar hij toont in ieder geval zijn cojones.

Extraordinary times call for extraordinary measures.

Vrijwel iedereen lijkt zich dit te realiseren behalve het kabinet. Zij zijn nog lekker aan het polderen. Het enige wat mensen willen is wat meer zekerheid voor de toekomst. Daadkracht van de regering in plaats van tandeloze partijpolitiek en electoraal acceptabele plannetjes.

Ik stel voor dat we deze smerige slappe thee uitspugen. Weg met de smakeloze middenpartij, die alleen maar probeert te dansen naar de pijpen van wat ze denken dat de wensen van hun electoraat zijn. Misschien krijgen we dan wel
zoute thee geserveerd, maar dan weten we in ieder geval waarom hij slecht smaakt.
 

Verscheen ook op: Sargasso
Geachte heer Darwin,

Naar aanleiding van uw 200ste geboortedag is het publieke debat over uw evolutietheorie helemaal opgeleefd. Tot mijn, en ongetwijfeld uw, verbazing wordt er door veel mensen nog steeds getwijfeld aan de validiteit. Na 150 jaar onderzoek en vele nieuwe inzichten die uw theorie ondersteunen, menen sommigen nog steeds openbaar te moeten ventileren dat er niets van klopt. Voordat u zich omdraait in uw graf moet ik me haasten om te zeggen dat dit in de wetenschap gelukkig niet het geval is. De consensus binnen de wetenschappelijke wereld is overweldigend.

Die 150 jaar lijkt een eeuwigheid voor een mens, maar op de schaal van de evolutie is het natuurlijk maar een oogwenk. Misschien dat daarom die twijfelaars nog bestaan, zij die worstelen met hetzelfde soort demonen als waar u destijds mee worstelde. Er is een website, ik zal niet vermoeien met een uitleg wat dat precies is, waar al uw brieven tentoongesteld worden, voor iedereen op de hele wereld leesbaar. Daar las ik dat voor u het uiten van uw twijfels over de onveranderlijkheid der soorten voelde als het bekennen van een moord.

Zo voelt het voor de tegenwoordige mens kennelijk ook nog vaak. Een pijnlijke maar uiteindelijk onontkoombare conclusie voor al diegenen die openstaan voor de wonderlijk mooie wereld om ons heen. De twijfels bij mensen over uw evolutietheorie kan overigens alleen maar bestaan bij gratie van vele misverstanden. Het grootste misverstand is de verwarring tussen de fysische en de metafysische wereld. De metafysische wereld van de critici staat op staat op haar kop omdat deze conflicteert met de fysische wereld. Het is een papieren waarheid versus de wereldse waarheid. Het is vreemde is dat u nooit iemand zijn metafysische waarheid heeft willen ontzeggen. Het conflict betreft slechts een fictieve tegenstrijdigheid.

Tot slot wil ik u graag nog vertellen dat de invloed van uw idee is misschien nog wel groter dan u ooit heeft kunnen dromen. Elke dag opnieuw bouwen talloze wetenschappers in allerlei verschillende wetenschapsvelden verder op uw fundamenten. Alleen daarom al zijn wij allen u grote dank verschuldigd.

Als u me wilt excuseren dan ga ik me nu weer wijden aan het maatschappelijke debat en de verdediging van uw idee.

Met eerbiedige groet,

Hoite Vellema

Zie ook het Darwinblog van VK
    Afgelopen week is voor de zoveelste keer de discussie over de hoofddoek opgelaaid. Dit alles naar aanleiding van de manifestatie "Eerlijke kansen op de arbeidsmarkt" van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade. Op internet waren de usual suspects (Ephimenco, Elian c.s.) er weer als de kippen bij om één en ander streng te veroordelen. Een enkeling (arabist Simon Admiraal) maakte het zelfs zo bont om een polemisch stuk in de Volkskrant geplaatst te krijgen waarin hij de indruk wekte bij de conferentie geweest te zijn, terwijl achteraf duidelijk werd dat dat helemaal niet zo was.

De vraag is dus wat er zo erg is aan poldermoslima's die openlijk uitdragen graag een hoofddoek te dragen en pleiten voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Ver van de Poldermoslima Hoofddoekbrigade sta ik niet als ze pleiten voor: "Loyaliteit aan de Nederlandse Grondwet, tegen vrouwenonderdrukking en voor gelijke rechten voor vrouwen, en voor alle mensen, ongeacht geloof, sekse, ras of afkomst. Poldermoslima's zijn Nederlandse burgers die mee willen doen en ook een plek in de polder willen. Burgers die tegen geweld zijn en voor een vreedzame, tolerante samenleving."

Dus waarom maken zovelen zich hier zo druk over?

Eerlijk gezegd heb ik ook lang geworsteld met de vraag wat ik nou van hoofddoekjes moest vinden. Is het een teken van onderdrukking van de vrouw aan de man of is het een uiting van een zelfbewuste moslima die haar geloof uitdraagt? Misschien ligt de waarheid er tussenin en wat moet ik er dan van vinden? Daarom is het goed dat de discussie nog maar weer eens gevoerd wordt.
Tijdens mijn werk bij een grote telecomaanbieder had ik een afdeling onder mijn hoede met vele nationaliteiten, ook met meisjes met hoofdoekjes. Destijds heb ik er nooit zo over nagedacht en bij de sollicitatiegesprekken die ik voerde is het nooit een factor geweest. Stiekem vond ik zelfs de Turkse meisjes met hun kleurige hoofddoeken en strakke rokken ergens juist aantrekkelijk. Het leverde een soort van mystiek op, een contradictio in vestebus, met hoofddoek maar ook met een zeer secuur opgemaakt gezicht en een lange rok maar dan wel lekker strak zodat je haar vrouwelijke vorm niet kunt missen. De moslima's (met of zonder hoofddoek) die ik daar leerde kennen waren zonder uitzondering zelfbewuste jonge vrouwen. De meesten werkten nagenoeg fulltime en studeerden daarnaast ook nog.

Aan de andere kant is het de vraag of het dragen van een hoofddoek altijd een vrije keuze is. Ook kan een geïnstitutionaliseerde religie leiden tot door anderen opgelegde onvrijheid. Het probleem is dan dat ook het meisje dat door sociale dwang een hoofddoek draagt waarschijnlijk zal zeggen dat het haar eigen keuze is.

Op vele internetfora is dankzij Poldermoslima Hoofddoekbrigade hierover weer een levendige discussie losgebarsten. Opvallend daarbij is vooral de weinig prettige instelling van de tegenstanders van de hoofddoek. Sommigen zeggen bijvoorbeeld in een winkel niet geholpen te willen worden door een meisje met een hoofddoek of in walging het hoofd weg te draaien. Daarnaast wordt er ook telkens door tegenstanders gepleit voor vrijheid, de onterechte vergelijking met Iran of Saoedi-Arabië gemaakt en linkschmensen worden weggezet als naïevelingen. Verreweg de meeste reaguurders zijn uiterst negatief over de hoofddoek en het ‘wij-zij' denken lijkt de enige manier waarop mensen hier nog mee bezig zijn. Persoonlijk heb ik ook niets met religieuze dogma's, religieuze uitingen in het openbaar hoeven van mij al helemaal niet. Daarbij mag zeker bijvoorbeeld een rechter of agent vanuit de neutraliteit van de staat geen religieuze uitingen tonen. Maar moeten we daarom maar alle hoofddoeken verbieden?

Door de hernieuwde aandacht is me duidelijk geworden waar ik sta in het debat. De fundamentele vraag is en blijft wat er onder vrijheid verstaan wordt. Is vrijheid de vrijheid van Wilders dat iedereen vrij is om net zo te zijn als autochtonen? Of is die vrijheid, vrijheid inclusief het recht anders te zijn, je eigen identiteit te behouden en toch mee te doen in de polder? Voor mij kan het niets anders dan de tweede soort vrijheid zijn. Als wij als Nederlanders onze zwaarbevochten vrijheden willen behouden en onze open maatschappij niet willen verkwanselen, dan hebben we geen andere keuze.

Verscheen eerder op: Sargasso

Weg met de Crisis | Anyway the wind blows

donderdag 26 februari 2009 14:50
  Op 16 januari 2009, midden in de crisis, is de eerste Nederlandse hoogleraar windenergie Gerard van Bussel aan de TU Delft benoemd. Het zal je niet verbazen, in zijn inaugurele rede pleitte hij voor een stevige uitbreiding van het Nederlandse windmolenpark.

Vorige week kwam de stichting Natuur en Milieu naar buiten dat ons land voorlopig maar voor de helft op schema ligt wat betreft de klimaatdoelen van 2020. Het ministerie van VROM komt pas in april met een eigen voortgangsrapportage, maar het feit dat ze niet gelijk roepen dat er niets aan de hand is zegt mij genoeg.

Afgelopen herfst was door de hoge olieprijs het punt bereikt dat windstroom sec per opgewekte kWh goedkoper was dan kolen- of gasstroom. De kredietcrisis heeft hier een einde aan gemaakt, maar draagt ook een onverwacht voordeel in zich mee. Windturbines vergen forse investeringen en iedere 2% die de rente daalt, scheelt 1 eurocent per kWh.

Op dit moment wekken we 2225 MW op door middel van windenergie, dat is 4,5% van de totale stroombehoefte (2008). In Denemarken wordt maar liefst 23% procent van de totale stroombehoefte uit windenergie gehaald. Ik vraag me al jaren af waarom Nederland de kop in het zand steekt en veel te weinig in duurzame energie investeert. Deze crisis biedt volgens mij juist een uitgelezen kans. Zelfs de energiebedrijven zien windenergie tegenwoordig als een goede optie. Ze zijn helaas huiverig geworden om te investeren in windenergie door het wispelturige Nederlandse subsidiebeleid. Nu bouwen ze de komende jaren dus vier nieuwe ‘schone' kolencentrales.

Bij de huidige olieprijs is kolen- of gasstroom (2,8-5,6 €c/kWh) nog half zo goedkoop als windstroom op land (± 8,8 €c/kWh). Het probleem van de focus op deze directe kosten is dat de maatschappelijke kosten in de vorm van vervuiling hier niet meegenomen worden. De schattingen lopen uiteen maar gedacht wordt aan 3-4 €c/kWh voor kolen 1-2 €c/kWh voor gas. Misschien nog wel belangrijker, de olieprijs is niet te voorspellen voor de komende jaren. De prijs van windenergie voor de komende twintig jaar is, als de windmolens er eenmaal staan, vrijwel constant. Dat lijkt me in deze onzekere tijd een aangename zekerheid.

Wat moet de overheid doen?

De overheid moet komen met een langere termijn visie tot 2015 met daaraan gekoppeld heldere subsidieregels waar men zich op vastlegt. Een klein rekensommetje leert dat als de overheid de helft meebetaalt aan het aanleggen van 6000MW aan windkrachtcentrales dit ongeveer €4,7 miljard kost (uitgaande van een investering van €1400 per opgewekte kW en inclusief netinpassing). Hiermee gaan we heel eind in de richting van het klimaatdoel van 20% schone energie in 2020. Daarnaast sparen we het klimaat doordat we geen nieuwe kolencentrales neerzetten. Er worden (tijdelijk) nieuwe banen door deze investering gecreëerd en daarbij wordt er ook knowhow voor onze kenniseconomie verkregen. Met een voorspeld begrotingstekort van €40 miljard voor volgend jaar moet een paar honderd miljoen per jaar toch nog wel ergens te vinden zijn.

Creationisme folder? Terug naar je Maker!

maandag 23 februari 2009 10:35
terugnaarjemaker_gezamenlijkVandaag start webloggend Nederland een gezamenlijke actie tégen de papieren tsunami van creationisme die Nederlandse huishoudens vanuit Urk bereikt. Op TerugNaarJeMaker.nl roepen de samenwerkende weblogs iedereen die niet gediend is van de huis-aan-huis verspreidde creationisme folder op deze terug te sturen naar de maker: Kees van Helden te Urk. Op TerugNaarJeMaker vindt u een begeleidend schrijven [.pdf] om met de folder mee te sturen, geschreven door columnist Luuk Koelman. Maar u kunt ook uw steun betuigen als persoon of website.

De anti-evolutie folder werd op Sargasso al eerder gefileerd (als een kraakbeenvis uit het Vroeg-Devoon) in mijn artikel het misbaksel van de relimaffia en dit artikel staat nu ook op terugnaarjemaker.nl: "De opbouw en de argumentatie van de folder zijn een duidelijk zwaktebod. Omdat de evolutietheorie niet alles verklaart, zou het ook best anders kunnen zijn, meer specifiek zoals het in Genesis 1-11 staat.. ..Daarnaast is de gebruikte argumentatie veelal incorrect en deels bewust misleidend". Nu is het tijd om in actie te komen tegen deze aanval op de evolutietheorie en haar grondlegger: Charles Darwin.

Het is 2009, het Darwinjaar. Precies honderdvijftig jaar geleden publiceerde natuurwetenschapper Charles Darwin zijn baanbrekende boek "The Origin of Species" waarin hij stelde dat de evolutie van soorten wordt gedreven door natuurlijke selectie. Het boek geldt als een van de belangrijkste wetenschappelijke werken ooit. Darwin's evolutietheorie brak met de toen heersende opvatting dat God de aarde, met al haar soorten, in zes dagen schiep. Tegenwoordig wordt het Bijbelse Scheppingsverhaal zelfs door veel christenen niet meer geloofd. Echter één man op Urk: Kees van Helden wil samen met enkele creationistische organisaties het Scheppingsverhaal nieuw leven inblazen. Het mag dan wel kredietcrisis zijn, wij weigeren ook intellectueel gezien terug te gaan naar de Middeleeuwen!

Alle opinieblogs die meedoen met TerugNaarJeMaker staan erom bekend dat reaguurders met elkaar in discussie kunnen gaan. Volgens het Actie Comité Schepping is het doel van de anti-evolutiefolder een discussie in gang te zetten. Wij vinden echter dat discussie gevoerd op grond van een fabel de basis van een zinvolle gedachtewisseling mist en gaan daarom het debat met de initiatiefnemers van de folder niet aan. Wel protesteren wij tegen deze vorm indoctrinatie en valse voorlichting. Niet in de laatste plaats omdat ruimte bieden aan achterlijke ideologieën als het creationisme onherroepelijk schade toebrengt aan onderwijs, wetenschap, persoonlijke vrijheid, welvaart en welzijn.

Deze maand krijgen ruim 6 miljoen huishoudens in Nederland de eenzijdige folder ‘Evolutie of Schepping' van het Actie Comité Schepping in de bus. Hiervoor trekken de initiatiefnemers 250.000 euro uit om u ongewenst een dodenbomenfolder op te dringen.

Publiciteit:
Tekst
Audio
Beeld

Het misbaksel van de relimaffia

maandag 16 februari 2009 10:58
De dag des oordeels van het Darwinjaar komt met rasse schreden dichterbij. Volgende week valt de folder van creatie.info bij ons allen op de mat. In dit jaar waarin er terecht uitgebreid wordt stilgestaan bij Darwin, proberen deze fundamentalistische Christenen ons allen te overtuigen van de juistheid van hun visie op het ontstaan en ontwikkelen van het leven. Ik realiseer me dat dit preken voor eigen parochie is, maar de inhoud van de folder moet toch onder de loep genomen worden.

De opbouw en de argumentatie van de folder zijn een duidelijk zwaktebod. Omdat de evolutietheorie niet alles verklaart, zou het ook best anders kunnen zijn, meer specifiek zoals het in Genesis 1-11 staat. Er zijn heel wat creatievere oplossingen bedacht door creationisten om ons van hun gelijk te overtuigen. Daarnaast is de gebruikte argumentatie veelal incorrect en deels bewust misleidend.

In de folder worden we voor de keuze gesteld over wat we willen geloven. Namelijk geloof in God of in de evolutie. Vervolgens wordt de wetenschap in twee soorten ingedeeld, namelijk technische en historische wetenschap. Reproduceerbaar en niet-reproduceerbaar is hun globale onderscheid. Nog even los van het feit dat men in de wetenschap geen onderscheid kent tussen technische en historische wetenschap is er een heel veld in de evolutiebiologie gewijd aan experimentele evolutie. Hierin speelt reproduceerbaarheid gewoon een rol. Als er al iets een zuiver historische wetenschap is, dan is het wel theologie.

Hierna gaat men vrolijk verder door te zeggen dat de evolutietheorie stelt dat het leven is ontstaan uit het niets. Wrong again, de evolutietheorie gaat over de ontwikkeling van het leven, niet over het ontstaan ervan. Hiervoor moeten we toch bij de mensen die zich met abiogenese of de panspermia hypothese bezighouden zijn. Misschien een idee voor de minder fundamentalistische gelovigen om hun pijlen daarop te richten. In tegenstelling tot over de evolutietheorie is hierover nog genoeg onzekerheid. Nota bene Knevel zelve ijvert alleen nog maar voor de rol van zijn God bij het ontstaan van het leven.

Verder gaan men met fossielen. Hier stelt de folder dat sommigen geloven dat verschillende soorten door miljoenen jaren evolutie zijn ontstaan maar dat er genoeg voorbeelden zijn van dieren die nog precies op die fossielen lijken. Deze keer maken de creafundi's twee denkfouten, evolutie verklaart dat soorten kunnen veranderen, niet dat ze moeten veranderen. Daarbij betekent het feit dat deze dieren eruit zien zoals de fossielen nog niet dat ze hetzelfde zijn.

Het volgende hoofdstukje gaat over aardlagen. Volgens deze creationisten is het wel duidelijk dat een grote natuurramp eerst de kleine diertjes heeft bedolven en hierna de grote dieren, want die konden omdat ze groter waren vluchten. Over het hoe en waarom dat er in de bovenste lagen ook gewoon kleine diertjes liggen en dat er wel een zichtbaar verband is tussen aardlagen en de complexiteit van de organismen, wordt wijselijk gezwegen.

Vervolgens worden de voorgaande stukjes gecombineerd met de vaststelling dat de evolutietheorie stelt dat de aardlagen in miljoenen jaren zijn ontstaan. Dit is geen veronderstelling of geloof, maar een wetenschappelijk feit. Om in de termen van de schrijver van de folder te blijven, dit is technische wetenschap over de historie. Ze wekken op zijn minst de suggestie technische wetenschap wel te accepteren. Sinds geologen Koolstof, Kalium-Argon en andere radiometrische dateringstechnieken gebruiken, kunnen we de leeftijd van organische verbindingen maar ook van rotsen behoorlijk precies vaststellen.

Het volgende argument van onze creationistische vrienden betreft de omstreden en inderdaad incorrecte embryotekeningen van Haeckel. Hier ga ik niet over uitweiden. Deze tekeningen zijn niet bepaald een hoeksteen van de evolutietheorie te noemen.

Concluderend maken de schrijvers de cirkel rond. Het is technisch niet te bewijzen hoe de mens op aarde is gekomen, want het is vroeger gebeurd. Geschiedenis wordt altijd met een doel geschreven. Men liegt tegen ons in schoolboeken. Dus of we zelf dan maar even willen kiezen tussen de Schepping en evolutie...

Er is een zondvloed aan (indirect) wetenschappelijk bewijs voor de evolutietheorie en de folder negeert dit volledig zonder een alternatief te bieden. Onterecht wordt de veronderstelling gewekt dat de evolutietheorie met een doel bedacht is en onderschreven wordt. De evolutietheorie wordt alleen door vrijwel alle wetenschappers onderschreven omdat er zoveel bewijs is. Door een heel complex aan bewijzen uit verschillende wetenschapsvelden kwam Darwin 150 jaar geleden al tot de conclusie dat het niet anders kon zijn. Ondanks het feit dat hij het hiermee persoonlijk moeilijk had. Je zou hopen dat de relifundi's van tegenwoordig dezelfde dapperheid ten toon zouden spreiden.

Halve waarheden, gefabriceerde feiten en "lying by omission" zijn het handelsmerk van de makers. Voor mij persoonlijk is het een opluchting dat de Nederlandse relimaffia niet verder komt dan een dergelijk misbaksel. Veel mensen buiten de eigen goegemeente zal het niet overtuigen. Misschien dat veel mensen zich dankzij dit onvoorstelbare gedrocht juist extra in de evolutietheorie zullen verdiepen.

Het enige punt dat de makers wel terecht maken is dat de Bijbel wel een antwoord geeft op de "waarom ben ik hier?"-vraag. Maar ja, de evolutietheorie pretendeert daar ook helemaal niet over te gaan.

Zie ook: Sargasso

Zie ook de gezamelijke actie van grote Nederlandse weblogs: Terugnaarjemaker
Geert Wilders beheerste gisteren het wereldnieuws. Zelfs toen ik vanochtend te televisie op CNN zette ontkwam ik er niet aan. Dat is een opmerkelijke prestatie voor een doodgewone Nederlandse parlementariër op een doorsnee doordeweekse dag. Wat je ook van de opvattingen van Wilders vindt, gevoel voor timing heeft hij. Het uitbuiten van incidenten voor politiek gewin beheerst hij tevens tot in de puntjes. Mooi circus is niet lelijk, want hij is een politiek dier in hart en nieren.

In Nederland roept hij met zijn uitgesproken standpunten heftige emoties op, maar in het buitenland ligt dat anders. Daar neemt men gewoon zijn gedachtegoed zorgvuldig onder de loep. Dat is het moment waarop hij tegen de lamp loopt. Hij is nou juist datgene waar hij tegen strijdt. Of, zo denken de Engelsen er tenminste over.

In Engeland heeft men in 2005 uit veiligheidsoverwegingen de immigratieregels aangeschept. Dit betekent ondermeer dat als de Engelse regering je als een gevaar bestempelt dat jij moet bewijzen dat je dat niet bent. Een omgekeerde ‘burden of proof’ dus. Engelsen zijn kennelijk liever veilig dan vrij. Sinds 2005 zijn er 267 mensen op basis van artikel 19 geweigerd. Een zeventigtal waren ‘haatbaarden’, een paar ultra-rechtse Israëlische politici, homohaters en nu dus een Nederlandse politicus. Die regel is misschien een bedreiging voor het vrije woord en de Engelsen achterlijk dat ze hem hebben ingevoerd, maar consequent in de toepassing zijn ze wel.

Ik had hem liever gewoon zijn film had laten vertonen en toelichten. Mensen vormen dan zelf een mening en de reactie vorig jaar op het uitbrengen van Fitna was niet voor niets zo lauw. Een amateuristisch suggestief broddelwerkje waar zelfs (de meeste) moslims in Iran zich niet beledigd door voelden.

Wilders zou er goed aan doen het heldere betoog van vandaag van Johann Hari in de Independent eens goed te lezen. Hij komt er zelfs in voor dat zal zijn ego toch strelen. Hari legt in zijn opiniestuk precies de vinger op alle zere plekken in het debat over vrije meningsuiting in relatie tot religie. Misschien als Wilders het allemaal goed in zich opneemt dat hij zijn eigen inconsistentie inziet voordat de PVV-achterban het doet.

Wilders en zijn achterban ontgaat de ironie van het gebeurde dan ook totaal. Waar hijzelf vorige maand nog pleitte voor het tot persona non grata verklaren van Khalid Yasin, is hij het nu zelf geworden. Bovendien nog wel op basis van regelgeving die hij voor Nederland toe zou juichen. De argumenten zijn dezelfde, maar de conclusie is een heel andere. Hij is immers de voorvechter van het vrije woord: “Ik mag toch zeker wel zeggen dat die haatbaard de mond gesnoerd moet worden”.

Positief populisme

dinsdag 10 februari 2009 10:00
Hoewel we in Nederland geen republiek hebben, ons staatshoofd blijft helaas een Oranje, zijn we al jaren op zoek naar een sterke man, of vrouw natuurlijk. Vanaf de dagen van Fortuyn blijkt de enorme aantrekkingskracht van die sterke man. Hoewel Fortuyn, charmant en eloquent als hij was, feitelijk geen politiek programma met enige substantie vertegenwoordigde groeide zijn aanhang binnen de kortste keren tot een ongekende omvang. Nooit eerder in onze gezapige democratie wist iemand in zo'n korte tijd zo'n grote aanhang te verwerven. Nota bene zonder ideologische basis, maar met politiek sexappeal. Sindsdien hebben we de opkomst gezien van Wilders en zijn PVV, nú met dank aan de aanklacht zelfs tot 23 zetels. En ook de opkomst en afgang van Rita Tovenaar tot maximaal 29 zetels en weer terug.

Eén ding hebben ze allemaal gemeen, ze hebben alle drie een sterke vrouw of man met een conservatief en in mijn ogen visionair gehandicapt programma. De vraag is of we juist daar behoefte aan hebben. Hebben we wel behoefte aan een stroming vol nationale trots, maar met zoveel negatieve gevoelens uit de onderbuik? Het lijkt soms alsof we in een wereld vol misantropen beland zijn, cynisch en onverschillig over iedereen buiten de eigen kring. De kogel moet door de Linkse Kerk en Wilders moet zijn xenofobische mond houden. Het is maar net aan wie je het vraagt en meestal zit er niets tussenin.

Daarbij heerst in Nederland nog steeds de verstikkende romantiek van het verleden. Achterom kijken in plaats van vooruit. Het Nederland zoals het ooit was en niet het nieuwe Nederland zoals het onherroepelijk gaat zijn. Alle pessimisten ten spijt hebben we het ermee te doen. Ja, nieuwkomers moeten zich aanpassen en de taal leren en het is goed dat juist dát steeds meer van hun wordt verlangd. Maar Nederland is ook al veranderd, dat hoef je niet prettig te vinden, maar het is zo. En, zolang men zich binnen de regels van de maatschappij en de wet beweegt hebben we dat ook te accepteren.

Ik denk dat we misschien kunnen meeliften op de Amerikaanse golf. Na 25 jaar van conservatisme, hebben de kiezers in de V.S. gekozen voor de hoop. Voor een nieuw tijdperk, voor het positivisme, voor een betere toekomst. De les van de Amerikaanse verkiezingen is voor mij dan ook dat een boodschap van hoop werkt. Dat een nieuwe maatschappelijke beweging kan ontstaan. Daarom heeft Nederland zijn eigen Obama nodig, iemand die de massa ertoe kan bewegen van de bank en in actie te komen.
Dat is populistisch, maar ik zou het toejuichen als er een politicus in Nederland zou opstaan die een brede volksbeweging kan mobiliseren. Niet vanuit een nationalistisch conservatisme maar vanuit pragmatisch positivisme. Een politicus die de beste oplossing durft te zoeken. Iemand die buiten de kaders van ideologische verblinding kan denken. Te lang zit de Nederlandse politiek al vastgeroest langs de scheidslijnen van de Verzuiling en veel kiezers hebben hun geloof in de gevestigde orde verloren. We hebben een politicus nodig met de bevlogenheid van Halsema, de retorische vaardigheid van Pechtold en het charisma van Fortuyn. Het wachten is op onze eigen Obama, een politicus die ons, onze hoop teruggeeft.

Ook te lezen op: Sargasso

De angst aan de macht

vrijdag 6 februari 2009 16:40
Nederlanders zijn meer dan iets anders vooral vaak en veel bang. Bang voor de kredietcrisis en om hun baan te verliezen. Bang voor terroristen die een station opblazen of een vliegtuig in de Rembrandttoren parkeren en voor moslims die in een tsunami ons land overspoelen. Bang voor een onstuimig veranderend klimaat dat tot een wereldwijde crisis en oorlog om natuurlijke hulpbronnen leidt. Bang voor enge ziektes, virussen en antibiotica resistente bacteriën. Bang voor gekken die in crèches baby's en kinderleidsters opensnijden en bang voor vrijgelaten TBS-ers. Bang om te dik te worden. Bang om vroeg dood te gaan. En ga zo maar door, overal bang voor.

Deze cultuur van de angst wordt dankbaar exploiteert door politici in het hele politieke spectrum en zo wordt vooruitgang tegen gegaan. Christelijk Rechts is tegen stamcelonderzoek en progressief Links tegen genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. Rechts is niet bereid in duurzame energie te investeren omdat het slecht voor de economie zou zijn en Links vindt kerncentrales onveilig en vervuilend. Rechts wil terug naar het Nederland van de jaren '50 omdat toen alles beter was en Links durft geen fundamentele keuzes te maken om maatschappelijke onrust weg te nemen. Rechts wil veiligheid door vrijheidsbeperking en Links is bang voor de Grote Broer. Zo zit het land door irrationele angsten en primitieve politieke reflexen voortdurend in een pijnlijke spagaat.

Daarom pleit ik voor een hernieuwd humanisme, weg met de angst en het pessimisme terug met de ratio. De mens moet centraal staan, niet alleen die van vandaag, maar ook die van morgen. Niet alleen die van de eigen stam, maar ook die van erbuiten. Politieke dogma's zijn taboe, vanaf hier geldt alleen nog de ethiek, de moraal, persoonlijke vrijheid gecombineerd met sociale verantwoordelijkheid en bovenal rationaliteit.

Er is een kredietcrisis, maar laten we die gebruiken voor de herinrichting van de maatschappij. Er zijn terroristen, maar laten we de voedingsbodem minder vruchtbaar maken voor terrorisme en juist vruchtbaarder voor gewassen. Bomen in plaats van bommen. Er zijn moslims in Nederland, maar laten we zorgen dat ook zij (die zich dat nog niet voelen) Medelanders worden. Er is een klimaatcrisis, maar laten we nu dan eindelijk de onverdeelde keuze maken voor duurzame energie en innovatie. Er is vogelgriep, maar laten we investeren in biotechnologie en die technologie voor iedereen toegankelijk maken. Er zijn gestoorden, maar laten we door meer en betere sociale netwerken zorgen dat minder mensen buiten de boot vallen, bel eens bij de buren aan. Er is een ‘obesitasexplosie', maar laten we dan gezonder eten, minder vet en meer vezels, dat is nog duurzamer ook.

En ja we gaan dood, jij, ik en wij allemaal, maar laten we er het beste van maken, tot die tijd.

Ook te lezen op: Sargasso

Is Balkenende nou helemaal belatafeld?

maandag 2 februari 2009 22:47
De afgelopen tijd had ik goede hoop dat er eindelijk een parlementair onderzoek zou komen naar de handel en wandel van het kabinet ten tijde van het uitbreken van de tweede Irakoorlog. Velen met mij voelden in 2003 al nattigheid en die nattigheid is sinds de vragen van de Eerste Kamer aan het kabinet getransformeerd tot een zee van onduidelijkheid en onbehagen. De Eerste Kamer kreeg geen antwoorden, maar een plichtmatige herhaling van nietszeggende platitudes. Zonder eerlijke antwoorden wist de oplettende burger overigens toch al wel dat we door de toenmalige regering een onwettige oorlog met een gefabriceerde casus belli ingerommeld zijn.

Vervolgens stapelen de aanwijzingen voor rare fratsen zich op. Er duikt een memorandum van de DJZ op waarin haar juristen concluderen dat een deugdelijke volkenrechtelijke basis ontbreekt. Het leger blijkt zich al voorbereid te hebben op oorlogsdeelname. De voormalige onderminister van BuZa van de V.S. koppelt de benoeming van de Hoop Scheffer aan de steun voor oorlog. En de Tweede Kamer stelt nieuwe vragen aan het kabinet. Aan die vragen kleefde de voor de premier de duidelijk voelbare dreiging van een parlementaire enquête. Gelukkig zouden er morgen dan eindelijk antwoorden komen.

Bizar is het dan ook dat vanmiddag de trukendoos van JP opnieuw open is gegaan. Alsof het al niet erg genoeg was dat het recht van enquête van de Tweede Kamer verloren was gegaan tijdens de formatiebesprekingen, wordt nu het parlement ten tweeden male buitenspel gezet. Dit keer door een “onafhankelijke” commissie in te stellen. Dus geen parlementaire controle en ook geen verklaringen onder ede.

Ik vraag me af hoe J.P. verwacht dat we als gewone burgers vertrouwen houden in Den Haag als er zo huichelachtig met de democratische spelregels wordt omgegaan. Het is hoog tijd dat J.P. verantwoording aan het parlement en de burger aflegt. Onze democratische kernwaarden kunnen en mogen niet onderhandelbaar zijn.

Ook te lezen op: Sargasso

Kloofje, anyone?

donderdag 15 januari 2009 15:31
De vaderlandse politiek heeft de mond vol van het verkleinen van de kloof met burger. In Den Haag begrijpt men er niets van dat de burger niets van Den Haag begrijpt. Daarom een bloemlezing van een burger die de afgelopen week het kabinet niet zo goed begrijpt.

Minister van Middelkoop ontkent in een debat iets gezegd te hebben, laat staan geautoriseerd, zijn ministerie heeft de tekst goedgekeurd en hij komt erop terug. Wat heeft de minister van Defensie nou gezegd? Vrij vertaald heeft hij gezegd dat zelfs tien paarden hem niet over brug kunnen trekken om langer in Afghanistan te blijven dan 2010.
Tegelijkertijd zeggen de premier en de minister van BuZa dat datgene dat de minister van Defensie heeft gezegd, niet uitsluit dat er een nieuw weegmoment komt als Obama erom vraagt. Eimert zei tegen de Tweede Kamer het niet gezegd te hebben, had het wel gezegd, maar het klopte dus niet? Volgt u het nog?

Vijf (later zelfs zes) voormalige ministers van BuZa geven het duidelijk ongevraagde advies om misschien toch maar onderzoek te doen naar de Nederlandse opstelling bij de inval in Irak. Nu recht het CDA de rug en meldt dat het laatste woord hierover al lang gezegd is. Dat de hele wereld buiten de CDA-fractie of het kabinet hier anders over denkt, doet voor JP weinig ter zake. Volgt u het nog?

Minister Verhagen wil wel toegeven dat het natuurlijk niet zo netjes was om in Rawa Gede in 1947 een paar honderd ongewapende burgers neer te maaien met machinegeweren. Spijt ja, maar excuses dat nooit. Dat zit zo, de minister was toen helemaal geen minister, bovendien is hij geboren in 1956, dus hoe kan hij zich voor iets dat daarvoor gebeurd is nou excuseren. Of zit er misschien toch iets anders achter?

Ondertussen zijn er mensen ergens in een zandbak in het Midden-Oosten ruzie aan het maken. De ene partij probeert met in schuurtjes gemaakte raketten burgers over de grens tot bloederige hoopjes te verwerken. Dit lukt ze bijzonder slecht. Gevolg 3 burgerdoden.
De andere partij probeert juist te voorkomen dat burgers door raketten, artilleriebeschietingen en man tot man gevechten in verstedelijkt gebied, verwerkt worden tot gehakt. Volgens het internationale Rode Kruis en Unwra kunnen ze wel wat beter hun best doen (en is er sprake van een humanitaire catastrofe). Gevolg 250 burgerdoden (volgens het IDF).
Standpunt van het kabinet: Eerst genoemden zijn stout want gebruiken buitenproportioneel geweld, laatstgenoemden zijn lief want gebruiken buitensporig geweld en als zij toch buitenproportioneel geweld hebben gebruikt, dan kunnen we dat later nog eens onder de loep nemen. Volgt u het nog of zit er misschien iets anders achter?

Ik heb wel een paar ideetjes hoe men zich in Den Haag weer een beetje geloofwaardig kan maken:


Eimert erkent dat hij als minister van Defensie definitief ongeloofwaardig is geworden. Hij houdt niet van autoriteit, spreekt keer op keer voor zijn buurt en kan bovendien niet schaatsen. Het wachtgeld voor afgetreden ministers is ruimhartig.

JP geeft toe: "Een onderzoek is nergens voor nodig, wij hebben ons als kabinet voor de gek laten houden door de Amerikanen. Door ons vertrouwen in de Amerikaanse regering hebben we ons op een glijdende schaal begeven wat betreft het internationale recht. Daarnaast heeft de Amerikaanse ingreep door het ontbreken van een plan tot een menselijk drama geleid in Irak. Voor onze steun bied ik namens het (toenmalige) kabinet mijn excuses aan. Ik heb altijd te goeder trouw gehandeld, maar ook te goeder trouw nemen mensen soms verkeerde beslissingen. Ik realiseer me dat ik na deze bekentenis niet verder kan als premier. Maar als ik dan niets anders meer heb, dan toch in ieder geval nog mijn integriteit."

Verhagen biedt namens de Nederlandse Staat excuses aan voor het buitenproportionele geweld van Rawa Gede. Moord maakt schuld en als het gevolg is dat het wat kost, het zij zo.

Het kabinet roept op het geweld in de zandbak te beëindigen neemt het initiatief tot het op laten stellen van een bindende resolutie in de Veiligheidsraad. De internationale rechtsorde en mensenrechten hebben wij als Nederlanders namelijk hoog in het vaandel staan. Samen met de nieuwe Amerikaanse president en de organiseren we de vredesconferentie dat plaats zal vinden op een zwaarbeveiligd Paleis Soestdijk.

Wat denkt u, zou het helpen? Echte rechte ruggen, principes, mensenrechten, geen woordspelletjes, geen routineuze staatsgeheimen, geen rechten van de Tweede Kamer weg onderhandelen tijdens formaties, boete doen als het nodig is. En boven alles laten zien dat je integer bent.


 Change They Can Believe In by Walter Russell Mead

Reviving the Middle East peace process is the worst kind of necessary evil for a U.S. administration: at once very necessary and very evil. It is necessary because the festering dispute between the Israelis and the Palestinians in a volatile, strategically vital region has broad implications for U.S. interests and because the security of Israel is one of the American public's most enduring international concerns. It is evil because it is costly and difficult. The price of engagement is high, the chances for a solution are mixed at best, and all of the available approaches carry significant political risks. A string of poor policy choices by the Bush administration made a bad situation significantly worse. It inflamed passions. It weakened the position of moderate Israelis and Palestinians alike. And it reduced the U.S. government's credibility as a broker.

Even without the damaging aftermath of eight misspent years, the Israeli-Palestinian dispute will not be easily settled. Many people have tried to end it; all have failed. Direct negotiations between Arabs and Jews after World War I foundered. The British tried to square the circle of competing Palestinian and Jewish aspirations from the time of the 1917 Balfour Declaration until the ignominious collapse of their mandate in 1948. Since then, the United Nations, the United States, and the international community have struggled with the problem without managing to solve it. No issue in international affairs has taxed the ingenuity of so many leaders or captured so much attention from around the world. Winston Churchill failed to solve it; the "wise men" who built NATO and the Marshall Plan handed it down, still festering, to future generations. Henry Kissinger had to content himself with incremental progress. The Soviet Union crumbled on Ronald Reagan's watch, but the Israeli-Palestinian dispute survived him. Bill Clinton devoted much of his tenure to picking at this Gordian knot. He failed. George W. Bush failed at everything he tried. This is a dispute that deserves respect; old, inflamed, and complex, it does not suffer quick fixes.

As Kissinger has famously observed, academic politics are so bitter because the stakes are so small. In one sense, this is true of the Israeli-Palestinian dispute as well: little land is involved. The Palestine of the British mandate, today divided into Israel proper and the occupied territories of Gaza and the West Bank, was the size of New Jersey. In 1919, its total population was estimated at 651,000. Today, the territory counts about 5.4 million Jews and about 5.2 million Arabs. Two diasporas in other parts of the world -- some 7.7 million Jews and 5.2 million Palestinians -- believe that they, too, are entitled to live there.

But the conflict is about more than land; many people on both sides feel profoundly that a compromise would be morally wrong. A significant minority of Israelis not only retain a fervent attachment to the land that makes up the Eretz Yisrael of the Bible but also believe that to settle and possess it is to fulfill a divine decree. For these Jews, it is a sin to surrender land that God has given them. Although most Israelis do not share this belief with dogmatic rigor, they would be reluctant to obstruct the path of those seeking to redeem the Promised Land. It may be difficult for outsiders to understand the Palestinians' yearning for the villages and landscapes lost during the birth of Israel in 1948. The sentiment is much more than nostalgia. The Palestinians' national identity took shape in the course of their struggle with Zionism, and the mass displacement of Palestinians resulting from Israel's War of Independence, or the nakba ("catastrophe" in Arabic), was the fiery crucible out of which the modern Palestinian consciousness emerged. The dispossessed Palestinians, especially refugees living in camps, are seen as the bearers of the most authentic form of Palestinian identity. The unconditional right of Palestinians to return to the land and homes lost in the nakba is the nation's central demand. For many, although by no means all, Palestinians, to give up the right of return would be to betray their people. Even those who do not see this claim as an indispensable goal of the national movement are uneasy about giving it up.

A TALE OF TWO PEOPLES

The conflict is not just fiendishly hard to resolve; history and culture make it difficult for both the Israelis and the Palestinians to make the necessary choices. The two peoples had very different experiences in the twentieth century, but both have been left with a fractured national consciousness and institutions too weak to make or enforce political decisions.

For the Israelis, determining the relationship between religion, ethnicity, and citizenship is a perpetually difficult question. Is the return of the Jews to their ancestral home a basically secular objective with religious overtones, like the goals of other independence movements among minorities in the Ottoman Empire, including the Greeks and the Armenians? Or is it a fundamentally religious project? Other countries face similar questions, but the issue is particularly acute for Israel given its position as the world's only Jewish state.

Another complication is that although the Jews are an old people, the Israelis are a young one. Jews have come to Israel from very different societies and cultures and from all over the world, bringing very different expectations, and they have established a political society as varied and fragmented as their respective histories. Ashkenazim and Sephardim, Orthodox and ultra-Orthodox, secular socialists and secular liberals, post-Soviet Russians: this diversity -- with the tensions it brings heightened by the pressure of Israel's existential anxieties -- is reflected in the country's political landscape. A predictable combination of weak governments and explosive politics hinders decisive official action: more than most, Israel's leaders must keep looking over their shoulders to gauge public opinion.

Israeli society is also traumatized, both by the attempted extermination of Europe's Jews in the Holocaust and the phenomena associated with the Holocaust: the failure of Jewish assimilation, centuries of persecution before the Enlightenment, the world's ghastly betrayal of desperate refugees from Nazi Germany seeking countries to take them in. Jews arriving in Israel from the Muslim world brought their own history of betrayal, discrimination, and victimization -- culminating in what for many was a flight every bit as frightening and impoverishing as anything the Palestinians experienced. Having gotten to what seemed like the last refuge on earth, they then had to listen to calls for its destruction and endure wave after wave of attack. This is not a people that can easily trust. Nor is it one among which discussions of national security can always be conducted in tones of calm reason.

The situation among the Palestinians is surprisingly similar. From its inception, Palestinian nationalism has shifted uneasily between the religious and the secular. Are the Palestinians a distinct national society of Muslims and Christians? Are they part of the worldwide umma (Muslim community)? Part of a broader Arab nation? Even though the traumatic experiences of the twentieth century gave Palestinians of all political and religious leanings a common identity and history -- perhaps the strongest in the Arab world, outside Egypt -- basic definitional questions continue to haunt their national consciousness.

Historically, Palestine was a complex region with many subcultures, and the gradual transformation of the Levant throughout the nineteenth century accentuated its diversity. Christians, Druze, and Jews amounted to about one-fifth of the population. The cities and the coastal plain were dominated by agriculture, European commercial interests, and the cultural and political ferment of the late Ottoman period. Jerusalem, where Muslims lived as a minority among Christians and Jews, followed its own direction, with notable Arab families -- some of whose names remain prominent in Palestinian politics today -- exercising important leadership in much of the area. Peasant communities were oriented toward smaller towns and regional centers such as Nablus. Everywhere, ancient tribal divisions and family rivalries complicated the picture further.

Palestinian history was turbulent in the twentieth century. The nationalist movement against the British culminated not in independence but in the uprooting of half of Palestine's Arab population. Some of the displaced settled in refugee camps; others moved in with relatives in the countryside, as earlier generations had done during previous periods of political tension or economic recession; others still became refugees within the borders of the new state of Israel. The numbers are disputed, but estimates suggest that about 276,000 refugees fled to the West Bank, between 160,000 and 190,000 went to Gaza, and about 100,000 crossed into Jordan. Another 175,000 or so, mostly from the northern Galilee, are estimated to have fled to Lebanon and Syria.

After this, Palestinian society grew even more complex. From 1948 to 1967, the majority of Palestinians lived under Jordanian rule in the West Bank or Jordan itself, and Gaza was under Egyptian administration. Their economic and social conditions in these areas, as well as in Lebanon and Syria, varied tremendously. In Gaza, virtually everyone was a refugee and impoverished. In the West Bank, refugees were scattered in camps among traditional communities of Palestinians still living on ancestral land. Many of the Jerusalem notables survived with their influence relatively intact, despite losing all their property on the Israeli side of the Green Line. In Jordan and to a lesser extent Syria, Palestinians integrated into their host societies. In Lebanon, they had their ups and downs and now live largely in ghettos with restricted educational opportunities, few economic prospects, and no chance at political participation. Two additional diasporas developed: one, of mostly well-educated Palestinians working as professionals in the Persian Gulf and elsewhere; the other, a smaller group of political and military leaders who later were driven out of Jordan (in 1971) and Lebanon (in 1982) and left Tunisia (in 1994, following the Oslo accords). Partly because of this history, Palestinian society has splintered into many different political, religious, and ideological factions.

In the absence of a state -- or, rather, in the presence of so many different states, none run by Palestinians -- Palestinian political life is chaotic. There is no common educational system and no effective institutions, parliamentary or otherwise, through which consensus can be built and enforced. The tragic division of the Palestinians into a "Hamastan" in Gaza and a "Fatahstan" in the West Bank is only one expression of the nation's splintered politics and institutional brittleness. Palestinians in Jordan, Lebanon, and Syria and in the broader diaspora will be essential constituencies when the time comes to enforce the security guarantees Israel will need once a Palestinian state is created. Yet they have no say in the election of the representatives who will negotiate the peace deal on their behalf, and their interests are not necessarily the same as those of the Palestinians in Gaza or the West Bank.

Like the Jews, the Palestinians experienced the twentieth century as a time of betrayal by the international community. The League of Nations awarded Palestine as a mandate to the United Kingdom under terms that explicitly called for the establishment of a Jewish national home but required no consultation with the people of Palestine. The United Nations authorized the territory's partition in 1947 -- again making fundamental decisions about the future of Palestine over the heads of its inhabitants. Since then, the Palestinians have been exploited at virtually every turn, not least by various Arab leaders.

The twentieth century taught both the Jews and the Palestinians that the international community's grand moral claims are mostly hollow, that great powers are cynical and brutal, that international politics is a blood sport, and that, at the end of the day, a people can depend only on itself. And both survived thanks to dogged persistence, violent struggle, and a refusal to accept defeat. The Jews clawed their way out of the ruins of Europe to build a state and then turned it into a regional superpower despite repeated efforts by others to destroy it. The Palestinians created a national movement in the face of disaster, asserted themselves by armed struggle, defended their independence in the harsh world of Middle East power politics, and succeeded in placing their cause on the international community's agenda. Both peoples trust their own instincts much more than they do the promises of any single power or of all the world's powers together. They distrust each other because they know how tough and even how ruthless each of them had to be to survive. And they both understand, as no others can, the bitterness and the intimacy of the unique situation they share.

WHAT IS TO BE DONE?

The incoming U.S. administration of Barack Obama faces a daunting task. It needs to develop a Middle East peace strategy that makes a clear break with the past, that is politically sustainable at home and abroad, that offers real hope for a final resolution, and that in the meantime can bring benefits to the two peoples, the wider region, and the United States itself. But Washington will have only limited options. American public opinion strongly and consistently favors a pro-Israel orientation for U.S. foreign policy, and Israel's friends in the United States can mobilize broad support on short notice. Decades of intensive diplomacy and scholarship have already delineated the possible solutions to the dispute. The outlines of a settlement -- regarding borders, security, refugees, and water rights -- are reasonably well understood by all parties, and Obama cannot do much to change them. He cannot expand the Holy Land to give each people the territory it wants; he cannot create another Temple Mount, or Noble Sanctuary, to give each side its own holy site; he cannot move the al Aqsa Mosque away from the Western Wall.

Still, Washington can change the way that a peace deal is framed and thus make it more appealing to both sides. The Obama administration needs to accomplish a kind of Copernican shift in perception: looking at the same sun, moon, planets, and stars that others have seen, it must reconceptualize the relations among them. In the past, U.S. peacemakers have had an Israel-centric approach to the negotiating process; the Obama administration needs to put Palestinian politics and Palestinian public opinion at the center of its peacemaking efforts.

This will fall well short of a revolution. The United States' goals, and many of its policies, will not change. Its relationship with Israel will stay strong; if anything, it will deepen. But despite their military weakness and their political factiousness, the Palestinians hold the key to peace in the Middle East. And if the United States hopes to create a more secure and stable environment for Israel, it must sell peace to Israel's foes.

Only clear support for a peace treaty by a solid majority of Palestinians -- in Gaza, the West Bank, and the diaspora -- will bring Israel the security it craves and deserves. When, as will inevitably happen after a deal, armed gangs seek to disrupt the peace, much in the way that Irish ultranationalists continued to fight the British long after Ireland achieved independence, the Palestinian public will have to condemn the violence and support crackdowns by Palestinian authorities. U.S. negotiators during the Clinton administration, assuming that Yasir Arafat, then chair of the Palestine Liberation Organization, controlled Palestinian public opinion, reduced the matter of clinching Palestinian support for peace to getting Arafat's signature on the dotted line. This was a very damaging mistake. Now, the United States must focus on swaying Palestinian public opinion in favor of peace -- especially since current Palestinian leaders have none of Arafat's power or prestige.

This will take work. U.S. diplomacy has for too long overestimated the appeal of a two-state solution among Palestinians and in the broader Arab world. Some polls suggest that a majority of Palestinians in the occupied territories would accept such an outcome -- or, rather, would have accepted it some years ago -- but there has never been much enthusiasm for the proposal. A two-state solution has been even less popular with the diaspora, and today, even some of the proposal's most vocal Palestinian backers, such as the well-respected author and scholar Sari Nusseibeh, are moving away from it.

Not surprisingly, support for the proposal has been strongest in the West Bank and particularly among the relatively prosperous West Bankers and Palestinian Jerusalemites who are not refugees. For such Palestinians, a two-state solution might be a wrenching compromise, but it has its attractions. For those in the camps, and especially those in Gaza, a territory virtually without resources and with few economic prospects under even the most favorable conditions, a two-state solution has fewer charms. The Israelis get security, the Palestinian elite gains power and resources, but impoverished refugees and the diaspora are left out in the cold as new flags fly over the same old camps.

Back in the 1990s, Israeli critics of the Oslo process were fortified by the Palestinians' only partial support for a two-state solution. Would the newly formed Palestinian National Authority have the moral authority, the political will, and the administrative capacity to provide Israel with adequate security against those hard-line rejectionist Palestinians who were sure to repudiate the agreement? In the absence of an effective Palestinian partner, might the agreement -- which called for the withdrawal of Israeli forces and settlers from the West Bank -- undermine Israel's security? Such doubts are still voiced loudly in Israeli politics today, and they continue to complicate the task of any Israeli leader seeking serious negotiations.

But those doubts are not just an obstacle to peace; they indicate a way forward for the United States. To a very important degree, Israeli and Palestinian interests are linked. A peace agreement that does not address central Palestinian concerns will lack the legitimacy in Palestinian public opinion that is necessary to make peace real -- that can give the Palestinian state the authority and support it needs to enforce the peace and protect Israel's security. Unless the Palestinians get enough of what they want from the settlement, the Israelis will not get enough of the security they seek.

This linkage offers a historic opportunity for the Obama administration to improve the chances for peace and to align the United States with key Palestinian aspirations without moving away from or against Israel. To address the Palestinians' concerns about a two-state solution does not mean favoring the Palestinians over the Israelis; it means addressing the justifiable concerns of both thoughtful Palestinians and thoughtful Israelis about the future of their countries. No agreement can offer Israel perfect security -- and neither could permanent occupation of the West Bank -- but an agreement that does not command sustained support among the Palestinians cannot offer Israel much improvement over its current situation. This means that any deal must address the issues of greatest concern to the dispossessed refugees, who best embody Palestinian nationalism and remain the ultimate source of political legitimacy in Palestinian politics. Although some of the most contentious issues dividing the two parties are zero-sum ones, in which any Israeli gain represents a Palestinian loss, and vice versa, significant elements of a compromise solution are not zero-sum. Indeed, by bringing new resources to the table, the United States can make peace more attractive to both parties and ease the path to compromise on even the zero-sum issues for both Israeli and Palestinian leaders.

When he reiterates the United States' support for an independent, viable Palestinian state with borders based on the Green Line, that is, the pre-1967 borders (with minor and mutually-agreed-on modifications), Obama must go further than his predecessors. He must overcome the skepticism created by the Bush administration's empty rhetorical support for a Palestinian state. He must declare that the United States is committed not only to an independent Palestine but also to acknowledging the wrongs the Palestinians have suffered, compensating them for those, and otherwise ensuring a dignified future for every Palestinian family.

To give substance to this pledge, the Obama administration should consult with a wide range of Palestinian groups and other interested parties in order to develop recommendations for concrete U.S. proposals that address key Palestinian issues. In consultation with U.S. allies in Europe (especially Germany and the United Kingdom, which have special historical interests and ties in the region) and elsewhere, the Obama administration should present an agenda that substantially enhances the value of a two-state solution to both the Israelis and the Palestinians and mount a determined diplomatic effort to reinvigorate direct negotiations between the parties.

FINALLY

What the Palestinians want from peace is, first of all, an acknowledgment of the injustices they have suffered. Israeli and Palestinian scholars have documented many incidents during Israel's War of Independence in which massacres or threats of violence caused Palestinians to flee. Most Palestinians who left their homes and villages to protect themselves and their families were never allowed to return, and much of their property was confiscated by the new Israeli government. It is not a crime for civilians to flee combat, and international law recognizes the right of such people to return to their homes. Enforcing that right has been a centerpiece of U.S. policy in Bosnia, so why, the Palestinians ask, should they be treated any differently? This is a legitimate grievance, and the United States must lead the international community in reckoning with it fully and frankly. Any diplomatic effort hoping to build a secure peace with the Palestinians' support must address this issue.

That said, it would be as unfair to place all responsibility for the Palestinian refugee problem on Israel as it is to overlook the injustices the Palestinians suffered. The Israelis argue that the War of Independence was a fight for survival: here were survivors from Hitler's death camps suddenly facing not only the Palestinians but also the armies of five Arab states. Self-defense, the Israelis argue, justified their actions during and after the war. And although most Israelis acknowledge that wrongs were committed, almost all charge that, faced with similar choices, their critics would have done the same or worse. They are right. The responsibility for the nakba cannot simply be laid at Israel's door.

The United Nations' failure to provide elementary security for both the Arab and the Jewish inhabitants of Palestine as the British withdrew was the immediate cause of both communities' suffering in the late 1940s -- of the initial clashes between them, of the accelerating spiral of violence, of the Arab armies' entry into the conflict, and then of the prolonged period of hostility. Modern Israel should acknowledge and account for its part in those tragic events, but the international community at large must accept the ultimate responsibility for the nakba, solemnly acknowledging the wrongs done and sincerely trying to compensate Palestinian refugees today.

PAYING ONE'S DUES

The U.S. government should build on this historical reality to craft an international body that can assume all claims arising from the Israeli-Palestinian conflict, adjudicate them in accordance with existing international precedents and law, and pay appropriate compensation to the claimants. Claims would include the losses suffered by Palestinians as well as those sustained by Jews forced to flee their homes in the region, but the system should be set up so that Jewish and Palestinian claimants do not compete for limited funds. This entity should be funded by the international community, with Israel making a substantial payment as part of whatever negotiated legal agreement creates the new body.

The expense will be significant; according to the Aix Group, an economic forum comprising Israeli, Palestinian, and international economists and policymakers, the total potential costs of compensation to Palestinian refugees can be estimated at $55-$85 billion. The Obama administration should work with U.S. allies and partners to fund the claims authority. The United States' contribution should be appropriately large, in order to demonstrate Washington's renewed determination to lead the effort to resolve the Israeli-Palestinian conflict. The exact U.S. contribution should be determined as part of Washington's diplomatic effort to establish and fund the claims organization, but one possible model might look to a division of responsibilities in which the United States, Europe, Israel, member states of the Organization of the Islamic Conference, and the rest of the world (principally Japan, other East Asian countries, and other countries with strong interests in resolving the conflict, such as Australia, Canada, and Norway) would each assume a roughly equal share of the financial cost involved in funding a combination of compensation and humanitarian programs for the victims of the conflict. Under this program, the United States would make the largest contribution of any single country (with the possible exception of Israel), but the burden would also be widely shared among the many states that are concerned with stability and justice in this vital part of the world.

Although the certification and payment of claims will require complex procedures, and although the payment of compensation should be part of a multistage implementation of a final and comprehensive peace agreement between the Israelis and the Palestinians, the claims entity should begin to review and certify claims while negotiations are still under way. As quickly as the legal and institutional frameworks can be agreed on and established, refugees ought to be able to submit their claims, and those claims should be assessed and certified in a timely fashion. This will help assure the refugees that justice will be done and that the conclusion and implementation of a comprehensive peace agreement would result in tangible benefits.

THE RIGHT OF RETURN

The right of return is one of the tough zero-sum questions that will need to be settled in final-status negotiations between the Israelis and the Palestinians. Like the sensitive matter of the holy sites in Jerusalem, this issue is one of the most contentious; it has already been extensively tackled in various informal and "track-two" discussions, and neither side is likely to make an official final offer until very late in the process. Logically, Palestinian acceptance of a two-state solution would imply significant limits on the exercise of the right of Palestinian refugees (and their descendants and heirs) to move within the pre-1967 borders of Israel; if five million Palestinians entered Israel, the Jewish state would have an Arab majority. But it is one thing to draw logical conclusions and another for the Palestinian nation to make a deliberate and serious judgment that painful compromise on this point offers the best road to a just and humane future for the nation as a whole.

As the Palestinian nation grapples with these choices, the United States and the international community can take a number of steps to help the Palestinians make their decision. The key is to assure the Palestinians that the refugees and their heirs will be given several viable options. Palestinians who choose not to exercise their right of return or whose right is in some way restricted in the final Israeli-Palestinian agreement should be substantially compensated by the international community (including Israel) to acknowledge that the right to return is indeed a right and that its loss or restriction entitles the holder to just compensation.

Additionally, the United States and its partners around the world should take steps to ensure that at the end of the process, no Palestinian is stateless and all Palestinians enjoy full economic, social, and political rights. Programs need to be designed to integrate Palestinians in the diaspora into the communities in which they now live, allow them to emigrate within or from the Middle East, and ensure appropriate opportunities for them.

Such programs should in no way prejudice negotiations on the right of return, but as Palestinians await the outcome of those talks, the world community must move decisively to create dignified choices for them. The effort to provide a future for the Palestinians should not be restricted to Arab countries. The United States, Canada, Australia, and European countries, as well as other states around the world, should be prepared to offer immigration visas to Palestinians. Developing countries that agree to receive Palestinians should receive appropriate assistance from the international community; the citizens of poor countries should not feel that their governments are diverting resources in order to house newcomers. Countries such as Jordan and Syria, which have already set the example, should receive compensation as recognition for their past efforts.

THE ARCHITECTURE OF PEACE

The Obama administration will also need to address the structural imbalance of the peace process. Negotiations are front-loaded in favor of the Israelis; by recognizing Israel from the outset, the Palestinians concede Israel's core demand and receive only the right to start talking. The Palestinians have to put the most valuable card in their hand on the table, while the Israelis can keep all their best cards to themselves. At the back end, however, the imbalance is reversed. Here, it is Israel that has to make key concessions: withdrawing from territory, dismantling settlements and military posts, recognizing the Palestinian state. Now, it is Israel who must lay down the cards -- and trust and hope that the Palestinians will reciprocate by providing Israel with the security it craves. (The Palestinians face unpleasant choices at the end also: negotiating over the right of return and agreeing on borders will inevitably disappoint many refugees. However, the Palestinians will reap the rewards of any concessions on these issues once the new state gains control of its territory; the Israelis will still be living in hope that the Palestinians will continue indefinitely to cooperate on security issues.)

This basic imbalance had a serious and negative impact on Middle East negotiations during the Clinton administration. Once Arafat played the recognition card, he needed quick progress on the negotiations and concrete results on the ground to maintain his political position among the Palestinians; Israel, having already gained what it saw as the biggest benefit available, was reluctant to move on to a stage in which it would have to make painful concessions in return for uncertain results. The outcome, amply detailed in Dennis Ross' painstaking and thoughtful memoir, was a relationship between the parties that led to progressively diminishing trust, weakened the political position of peace advocates among the Israelis and the Palestinians alike, and ultimately led to the collapse of the peace process and political victories for hard-liners in both camps.

As the Obama administration moves to rebuild the momentum for peace, it needs to address the imbalances that complicate what would under any circumstances be a tortuous process. It must bring the obligations of and the benefits accruing to the parties into better balance as the negotiations move forward. The Palestinians need from the outset some clearer commitments on both the duration of the talks and the benefits that would result from any agreement; the Israelis need greater assurance that a future Palestinian state would have both the necessary means and the incentives to deliver on security.

For both parties, solid commitments from the international community on many of the issues that matter most could give the process new credibility and help build the public support needed to make it possible. One goal of the Obama administration should be to develop a package along these lines that encourages Palestinian groups that now reject recognition of Israel to come under the tent; that way, in the next round of negotiations, the Palestinians could present a unified bargaining team broadly representative of key Palestinian political tendencies. Making a peace deal more attractive to the Palestinians and bringing rejectionist political groups into the process would help address Israel's concerns about future relations between the two states. Another goal should be to further assuage Israeli concerns by making payments and benefits to the Palestinians conditional on the Palestinians' full implementation of the agreement's terms. This means that a future Palestinian state would have to meet its security obligations in order to continue to benefit from the provisions of the accord.

The Obama administration should also take steps to build broad public support for a compromise peace in Israel. Once again, it will need support from friends and allies, especially in Europe.

BEING COPERNICUS

Even when Copernicus put the sun at the center of the solar system, he did not forget that he was living on earth. In the same way, shifting Washington's attention toward the Palestinians' concerns would not -- and should not -- mean turning away from Israel. A refocusing of the United States' approach to the peace process would also offer Israel substantial long-term benefits. A decision by the international community to assume the ultimate moral and financial responsibility for the Palestinians' plight would give Israel an opportunity to close the book on Palestinian claims once and for all. Developing and helping fund a mechanism that would also compensate Israeli refugees from the Arab world would address the impression widely shared among Israelis that many states have a one-sided approach to refugee issues. And by making the Palestinians' commitment to peaceful coexistence a key test of the peace process, the Obama administration would be placing the focus where many Israelis think it belongs.

The Obama administration should engage with Israel seriously and candidly to determine what else the United States and its allies can do to help Israel take the risks and make the sacrifices required to give peace a chance. Support for Israel runs very deep among Americans, and it is likely to increase as Israel moves closer to a settlement with the Palestinians. The Obama administration needs to harness that support to help the Israeli government take steps on the sensitive questions of the status of Jerusalem and the status of the territories, steps that an increasing number of Israeli politicians acknowledge must be taken.

The prospect of a just settlement for the Palestinians and an end to the occupation would also open the door to a new age in European-Israeli relations. The United States is not the only country with a stake in bringing this dispute to an end. Washington should work with its EU partners to come up with major new incentives that would convince Israel that the benefits of peace outweigh the costs. The United States should press its NATO allies for conditional assurances that an Israeli-Palestinian agreement would open the alliance's doors to the Jewish state. Closer coordination with and greater support for Israel on the part of key EU countries on Iran policy should also follow. The EU should work closely with the United States to ensure that a comprehensive Israeli-Palestinian agreement leads to the recognition of Israel by the members of the Arab League and the normalization of relations between them. Membership for Israel in the Western European and Others Group at the United Nations should also accompany the agreement. The EU should welcome both Israel and the Palestinian state into the European single market as quickly and as thoroughly as possible, providing assistance to both states as necessary.

The Obama administration need not choose the Israelis over the Palestinians or the Palestinians over the Israelis. But it must engage with both sides more deeply than past U.S. administrations have done and use the full power of the U.S. presidency to develop a comprehensive peace strategy. This is one of the most difficult challenges the new president will face, but real progress is possible. At the very least, Obama can change the terms of the debate in the Middle East -- which in itself would be no mean achievement.

Obama's uitdaging: Het Midden-Oosten

donderdag 8 januari 2009 15:09
Obama's uitdaging: Het Midden-Oosten

ObamaBij zijn aantreden als regeringsleider van het land dat al sinds 1991 de dominante factor in het Midden-Oosten is, staat Obama voor een aantal dringende, met elkaar samenhangende kwesties. Een, weliswaar relatief rustig Irak waar zich een overbelast Amerikaans leger bevindt, Iran dat zeer binnenkort nucleaire capaciteit kan verkrijgen, zwakke regeringen in Libanon en de Palestijnse gebieden die bedreigd worden door militante islamitische groeperingen, een geëscaleerd Israël-Palestina conflict en het eigen verlies van geloofwaardigheid in regio, door jaren van falen en wanbeleid. Al deze kwesties vergen Obama's onmiddellijke aandacht, hoewel ze apart aangepakt moeten worden beïnvloeden ze elkaar direct en indirect.

Met Iran moeten de VS een echte dialoog aangaan, waarbij het voorwaarde is dat Iran zijn verrijkingsprogramma tijdelijk stopzet. Als Iran hiertoe bereid is dan kunnen de VN-sancties worden opgeheven en anders verscherpt. Ook de militaire optie mag niet van tafel, maar mag alleen gebruikt worden als laatste redmiddel. De kosten zijn te hoog en de risico's zijn te groot.

Tegelijkertijd moeten de VS een initiatief ontplooien om de relatie tussen Syrië en Israël te normaliseren. Israël heeft al meermalen aangegeven bereid te zijn de Golan Hoogte over te dragen en Syrië heeft belang bij een genormaliseerde relatie met de VS. Syrië zal als gevolg haar relatie met Iran moeten herdefiniëren en Iran zal meer moeite hebben om Hezbollah en Hamas te steunen. Dit en de gedaalde olieprijs zorgen enerzijds voor afnemende invloed van Iran. Anderzijds zorgt een oplossing in dit conflict voor een toename de steun van de Arabische en Turkse wereld voor de diplomatieke inspanningen van de VS. Steun die VS goed kunnen gebruiken in de onderhandelingen met Iran.

Daarnaast moeten de VS hun pogingen om democratisering in het Midden-Oosten teweeg te brengen niet opgeven, maar wel kiezen voor de weg van de gelijkmatigheid. In plaats van militair geweld, het steunen van de opbouw van civil societies, promotie van mensenrechten, persvrijheid, politieke vrijheden en de rechtsstaat. Geef de nog hoopvolle jonge bevolkingen in de Arabische een reden om hoop te houden en weg te blijven van islamitisch extremisme. Bovendien is het zaak het Amerikaanse leger geleidelijk terug te trekken uit Irak, zonder de geboekte vooruitgang te verspelen.

Helaas is het Israël-Palestina conflict al voor Obama's aantreden wederom geëscaleerd. Israël gaat de Gaza-Strook volledig bezetten en Hamas gaat weer ondergronds. De uitdaging voor de VS en EU ligt erin zo snel mogelijk met VN-mandaat een stabilisatiemacht op de been te brengen, bij voorkeur met een grote Arabische inbreng. Deze stabilisatiemacht dient het Israëlische leger te vervangen en de orde in Gaza te handhaven totdat de Palestijnse Autoriteit hier zelf toe in staat is. Ondertussen dient er onder leiding van de VS koortsachtig gewerkt te worden aan de tweestatenoplossing. Er is geen eenvoudige oplossing en zelfs als er één gevonden wordt, dan nog zal alleen gefaseerde invoering een kans maken. Het afgenomen vertrouwen van zowel de Israëlische als de Palestijnse bevolking zal langzaam moeten worden hersteld.

Als Obama erin slaagt, door zorgvuldig manoeuvreren tussen Amerikaanse, Israëlische, Arabische en Perzische belangen in het Midden-Oosten, de verzwakte geloofwaardigheid van de VS in de wereld te herstellen, dan zal dit een zegen voor iedereen zijn. En misschien heel misschien dat we over twintig jaar terugkijken, ons Obama's adagium "Yes we can" herinneren en denken verdomd hij had nog gelijk ook.

Ook te lezen op: Sargasso

Dirk-jan met de roze bril

dinsdag 16 december 2008 12:45
Dirk-Jan van Baar begrijpt niet zoveel van de polemiek rond het al dan niet uitvoeren van een parlementaire enquete. Jammer is dat hij de plank zo mis slaat. Hij heeft een mening over de uitkomst van die enquete en dat is prima. Te zien aan de reacties op zijn opiniestuk hebben vele mensen een uitgesproken mening. Helaas heeft noch de heer van Baar, noch de gemiddelde reageerder inzicht in de besluitvorming rondom de beslissing de oorlog in Irak te steunen. Dat komt nou juist omdat het parlement het geëigende instrument om dit inzicht te verkrijgen, ontnomen is. Dat is waar de schoen wringt. Eerlijk gezegd zal het me een biet zijn of JPB door toekomstige generaties als held of als nul gezien zal worden. Ik wil simpelweg dat ons democatisch stelsel niet aan de onderhandelingstafel verpatst wordt. Met of zonder strijd.

Tenslotte toch een vraag voor Dirk-Jan: Als JPB niets vrezen heeft, waarom doet hij dan zo bevreesd?
Overigens heb je gelijk JPB heeft inderdaad niets te vrezen. Hij kan altijd nog minister van Staat worden. (Helaas de naar schatting 1 miljoen door geweld omgekomen (ORB) en 4,5 miljoen gevluchte Irakezen niet.) 
De Tweede Kamer en krant zijn dezer dagen te klein voor het uiten van alle klachten en verontwaardigde geluiden over de uitspraak van de heer Donner over de sharia. Het gebeurt wel vaker in ons kleine landje dat men massaal over een minister, Kamerlid of ander publiek figuur heenvalt. En ieder weldenkend mens moet toegeven, erg handig was de uitspraak van Donner niet. Wil je je profileren als niet links, niet rechts, maar recht-door-zee-democraat, valt het hele land over je heen. Dat kan natuurlijk gebeuren als je als minister van Justitie blijk geeft van een dergelijk gebrek aan historisch besef en kennis van democratische theorie. Ik denk dat hij na 500 publicaties en 149 boze Kamerleden de boodschap wel begrepen heeft. En ja hoor, ook Donner zegt dat hij de sharia "volstrekt verwerpelijk acht".

Opgeruimd staat netjes lijkt me, voorlopig geen sharia in Nederland. Gebeurt er dan niets anders? Een kleine greep uit de andere nieuws-items: het is niet best gesteld met de Nederlandse kenniseconomie, in Afghanistan zijn we lekker een niet te winnen oorlog aan het voeren (vrij naar Arie Vermeij, gelukkig hebben er wel 20(!) Afghaanse vrouwen handwerkles en wordt er een ambulance gerepareerd), in Irak wordt het een steeds grotere puinhoop (vrij naar Kofi Annan). De aandacht voor deze items staat in geen enkele verhouding tot de aandacht voor Piet Hein. Geweldig wederom een Haags relletje en het is nog islam gerelateerd ook! Kortom een prima thema om jezelf te profileren.

Laten wij ons maar druk maken om onze minister van Justitie die met zijn gebruikelijke pseudo-intellectuele branie weer eens iets heeft gezegd dat een     'beetje dom'  is. Laat het Nederlandse onderwijs (nog) maar verder verloederen. Je zou, als hij geen 57 was, bijna denken dat die twee dingen verband met elkaar hielden. Laat de wereld maar branden, zo lang het ver genoeg weg is. 
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Favorieten van notenkraker

FSM

Aantal gekraakte noten

Free counter and web stats

Laatste reacties

persona

Poldermoslima Hoofddoekbrigade vervloekte zegening?
deros: men spreekt over vrijheid, wat versta je onder vrijheid?? naar …

persona

Het Ramadan-Complex
Reggie: Nog los van of takkiya bestaat voor Ramadan. Als Ramadan …

persona

Het Ramadan-Complex
Notenkraker: @PHM Takiyya of Taqqiyya (التقية - ‘vrees, verdediging’[1]) (ook gespeld als …

persona

Het Ramadan-Complex
PHM van de Kletersteeg: En wat wordt er met islamitisering bedoeld? simpel: alles bekeren …

persona

Het Ramadan-Complex
PHM van de Kletersteeg: De man is intilligent en derhalve weet hij precies wat …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van notenkraker, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2006

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •