Admin: Philip
Fado en andere levensliederen
Het is misschien een niche in de muziek, de Portugese fado, maar mij kun je er voor wakker maken. En als je je gaat verdiepen in de fado kom je sluimerend langzaam ook uit bij al die andere levensleideren, de Griekse Rembetika, de Argentijnse Tango en de Jordanese Blues.
Muziek die je meebrult als je metselend op de steiger staat, die je doet janken aan een tafel met wildvreemden waar de drank rijkelijk vloeit en waar de helft elkaar neit verstaat. Muziek die je in verre steden van kroeg naar kroeg trekt in obscure wijken waar de Lonely Planet alleen bij daglicht over schrijft.
Dat soort muziek, daar gaat deze groep over
Ik heb gisteren het geneogen gehad 'mee te reizen' met carmen Souza en haar band. Eerst heeft ze opgetreden bij het radio 6 programma Mijke's Middag. 's Avonds bij de actualiteitenrubriek Dichtbij Nederland op radio 5.
Een korte fotoimpressie
Friese fado,
bestaat dat? Nu wel. Een aantal jaren geleden nam Nynke Laverman
de CD Sielesâlt op met een aantal fados met teksten van
J. Slauerhoff, die Cristina Branco eerder op de plaat had gezet
(Cristina Branco canta Slauerhoff).
Voegt dat iets toe, zo’n overzetting naar een andere taal? Nynke Lavermans stem verschilt in mijn (niet zo muzikaal geschoolde) gehoor niet zo heel erg van de stem van Cristina Branco. Wie Liebeth List Jacques Brel hoort zingen, krijgt een duidelijk andere Brel te horen dan in de versie van de grote meester zelf. Rod MacKuen zingt met zijn hese stem ook een heel andere Brel dan Brel zelf. In die zin voegt Lavermans CD misschien niet heel veel toe aan de muziek van Cristina Branco.
Toch is het als niet-Fries wel interessant om in het Fries te horen zingen. Je vangt met enige regelmaat verstaanbare zinnen op, maar het is duidelijk niet je eigen taal. Zo is het ook mooi om de Zuid-Afrikaanse versie van Brels Ne me quitte pas te horen. In het Nederlands werd dat Laat me niet alleen, in het Zuidafrikaans Moe nie weggaan nie. Schitterend die culturele uitwisseling.
De muzikale
begeleiding van de CD van Cristian Branco en Nynke Laverman is
overigens wel verschillend. Cristina Branco zingt met de
traditionele begeleiding van (bas)gitaar en Portugese gitaar, bij
een nummer komt daar een viool bij. Nynke Laverman wordt begeleid
door gitaar, Portugese gitaar, cello, contrabas en slagwerk.
Hoe dan ook, beide CD’s zijn gewoon heel erg mooi en zeer de moeite waard.
Braziliaanse fado?
Bestaat Braziliaanse fado? Sterker, er zijn wetenschappers, die
beweren dat de fado oorspronkelijk uit Brazilië komt.* Dat idee
levert onder Portugezen felle reacties op. Portugezen kijken toch
al wat scheef naar Brazilië, dat grote land en opkomende
economische macht, dat ooit onderdeel was van Portugals
wereldrijk. Dat de Portugezen zich verzetten tegen dat idee is
dus wel te begrijpen. De fado, zoals wij die kennen, is
ongetwijfeld een zeer Portugees fenomeen en een onderdeel van het
Portugese erfgoed en de nationale identiteit. Dat de wortels
elders liggen, waar dan ook, is misschien interessant, maar
uiteindelijk natuurlijk helemaal niet belangrijk.
Sommigen beweren dat de wortels van de fado in de Arabische overheersing van het Iberische schiereiland zitten. Inderdaad klinkt de weemoed van de fado wel een beetje als Arabische klaagzangen. Het is dan echter vreemd dat juist in de Algarve waar de Arabische invloeden groot zijn, geen fadotraditie bestaat. Anderen beweren dat de fado een maritieme oorsprong heeft. De heimwee van de zeelieden naar huis en het ritme van de golven zouden de fado hebben doen ontstaan. Via de Braziliaanse connectie lijken ook Afrikaanse elementen in de fado een rol te spelen. Met name de de lundum en de fofa droegen bij aan de fado. De lundum was een dans van Afrikaanse oorsprong, die rond 1740 door een mulat, Domingos Caldas Barbosa, naar Portugal werd gebracht. Rond Lissabon werd deze dans al fado genoemd. Ook de door Italiaanse invloeden ontstane modinhas hadden hun invloed. Toch is volgens Dirk Lambrechts de fado in zijn huidige vorm qua poëzie en melodie puur Europees.**
CD
Terug naar de CD’s. Geheel toevallig vond ik ooit de CD
Fados Brasileiros van Paula Ribas. Een fraaie
verzameling van muziek van bekende Braziliaanse componisten en
tekstdichters gezongen als fado met begeleiding van gitaar en
Portugese gitaar. Onder andere het heel erg mooie Fado
tropical van Chico Buarque de Holanda, Saudade do Brasil
em Portugal van Vinícius de Moraes en Francisca Santos
das Flores van Dorival Caymmi. Goede CD, al heeft Paula
Ribas niet zo’n mooie stem als Cristina Branco en Nynke
Laverman. De Fado tropical gezongen door Chico Buarque
zelf is veel mooier dan Ribas’ versie.
* Zie bijvoorbeeld: Kimberly DaCosta Holton Fado historiography: old myths and new frontiers in: Portuguese Cultural Studies, winter 2006.
** Dirk Lambrechts Fado, De tranen van de Taag
Reageren via link rechts of via website
Blik op Portugal januari 2010
Toen ik begin
jaren 1980 naar Portugal ging, kwam ik als progressieve jongeling
en later als journalist als vanzelf in aanraking met de
‘culturele elite’. Het was nog geen tien jaar na de
Anjerrevolutie en Portugal was nog bezig met het afrekenen met
het verleden. Op een gezellige avond met Portugese kennissen
vroeg iemand mij wat ik van fado vond. Ik vond fado mooi. Ik houd
wel van wat drama en nostalgie, de fado met die aparte Portugese
gitaar in de begeleiding sprak mij wel aan. Dat zei ik dus ook.
Het gelaat van mijn kennis betrok een beetje, waarna hij iets
mompelde als “nou ja, het is wel iets typisch van
Portugal”. Hij was duidelijk geen fan van de fado. De fado
was voor hem het oude Portugal van de dictatuur en nu was
Portugal bezig een modern land te worden.
Op dezelfde manier mocht je vroeger, als je meende tot de Nederlandse ‘welingelichte’ en ‘verlichte’ kringen te behoren, in Nederland niet houden van de smartlap. Op de vaak goedkope emoties en simpele teksten van het levenslied hoorde je als ‘culturele elite’ een beetje neer te kijken. Dat was voor het klootjesvolk. In de jaren 1970-’80 veranderde dat. De yuppie kwam op (yup = young urban professional): jonge, hippe mensen met een baan, die bij wijze van spreken in hun Porsche bij de Hema langs reden om zo’n ordinaire worst te halen. De reclamemensen hadden het er maar moeilijk mee, want het was ineens niet goed meer mogelijk om mensen in stijlgroepen in te delen.
Ook het levenslied mocht ineens weer. Intellectuelen gingen zingen in een smartlappenkoor of een koor dat zeemansliedjes zong. Toen André Hazes enkele jaren geleden overleed, waren er nog maar weinigen, die neerbuigend deden over het levenslied.
Fado van Lissabon
Maar terug naar de fado. Ik was dus niet echt ‘cultureel
correct’ volgens die Portugese kennis, maar als
buitenlander mocht ik dan wel van die typisch Portugese muziek
houden. Ik was vergeven. Sindsdien is echter ook in Portugal de
fado weer helemaal terug gekomen. Jonge fadistas brengen zowel
het klassieke repertoire als vernieuwingen in de fado. Ik volg de
ontwikkelingen in de fado niet meer op de voet, maar wie ooit
dacht dat de fado zijn beste tijd gehad had, kwam bedrogen uit.
Zoals zo vaak is de volkse cultuur veel krachtiger dan de elite
denkt.
Maar is fado nu mooi? Uiteindelijk is dat natuurlijk een kwestie van smaak. Veel mensen vinden de fado (we hebben het hier over de fado van Lissabon) veel te zwaar aangezet, te somber, te veel zwelgen in leed. Sommige fados zijn ook wel heel zwaar, maar er zijn ook veel fados die een vrolijk en opzwepend ritme hebben en een lichte tekst.
Een willekeurige greep uit mijn platenkast: Carlos do Carmo heeft ooit een vrij luchtige plaat gemaakt, Um homen no país, waarop hij lichte fados zingt over diverse provincies van Portugal. Het is eerlijk gezegd niet echt mijn soort fado, maar ik noem het als voorbeeld van het feit dat de fado niet alleen maar langgerekt ach en wee is. Dat geldt ook voor Nuno de Aguiar, die op een naamloze LP onder meer in een vrolijk tempo zingt over de postbode van Lisboa, die niet kan wachten of de brief die hij heeft afgeleverd goed of slecht nieuws bevat: “o carteiro de Lisboa (...) não tem tempo de esperar se a notícia é mã ou boa”. Een mooie plaat! Toen ik hem gekocht had, luisterde een van die ‘cultureel correcte’ vrienden er kritisch naar, waarna hij hem goedkeurde: het was ‘echte’ (scherpe) fado (fado agudo).
Zelf mag ik
ook graag de hese stem van de beroemde Alfredo Marceneiro (links)
horen. Hij was zonder enige twijfel een van de groten van de
fado, ook als componist.
Van de nieuwe lichting ben ik een fan van Camané (bijvoorbeeld de CD Esta coisa da alma), minder van Mísia (bijv. Garras dos sentidos en Ritual), maar het is natuurlijk erg persoonlijk.
De Portugese culturele elite, die ik in de jaren 1980 kende, moest ook niet zo veel hebben van de grande dame van de Portugese fado Amália Rodrigues (rechstboven). Ook ik dacht indertijd dat zij misschien door haar internationale succes te commercieel was geworden, maar zij heeft prachtige fados opgenomen. De culturele elite heeft lang niet altijd gelijk!
Cristina Branco, die haar carrière in Nederland begon vind ik ook een hele goede. Een heel bijzondere plaat is Fado bailado van Rão Kyao. Hierop is de stem vervangen door een saxofoon. Zeer de moeite waard. Van de diverse verzamel-CD’s is The story of fado een erg goede selectie.
Reageren via link rechts of via website
Dit artikel verscheen eerder in 'Blik op Portugal'
Ik heb net de nieuwe cd van carmen Souza binnen, Protegid. Mooie jazz met Kaapverdiaanse invloed. Eind februari, begin maart is ze in Nederland en Belgie.
27 december wordt het interview dat Frenk van der Linden had met Mafalda Arnauth uitgezonden. Hier alvast een lekkermakertje
Ik ben vandaag met Mafalda Arnauth bij de TV-zender Het Gesprek geweest. Het interview wordt uitgezonden in de reeks 'De artiestenfoyer'. Frénk van der Linden deed het interview. Het was een genot om naar te kijken, twee mensen die aan elkaar gewaagd zijn maar ook een artiest die duidelijk kan uitleggen waarom ze bepaalde keuzes maakt met haar kunst en met haar leven.
Zodra ik de uitzenddatum weet geef ik het door. Tot die tijd moeten jullie het doen met foto's
Wie in Nederland over straat loopt ziet vele culturen om zich heen; Portugezen en Spanjaarden die ooit gevlucht zijn voor de dictatuur of hier door Hoogovens naar toe zijn gehaald, Zuid-Amerikanen gevlucht voor de Pinochets van dat continent, Hongaren en Polen van de eerste gevluchte generatie of de tweede bouwvakkende generatie, Chinezen al dan niet de zoveelste generatie uit voormalig Nederlands Indie en ja, ook Marrokanen en Turken die hier in eerste instantie naar toe zijn gekomen om ons vuil werk te doen. Al die nationaliteiten maken het straatbeeld tot een Multi-Cultureel geheel. Je kunt ontbijten met Joodse bagels met Amsterdamse half-om, je Turkse simmit belggen met Hollandse Kaas, drinken met een Amerikaanse Coffeechino en je lunch dan afsluiten met een italiaans ijsje. Over avondeten zullen we het maar niet hebben.
Al die verschillende gezichten, smaken, geuren, meningen en voorkeuren kom je op straat tegen maar als je de TV en de radio aanzet niet. De excuus-allo daargelaten is het triets gesteld met het MultiCulti-gehalte op radio en TV en het gekke is, als je Djembe, Portugese gitaar of b.v. doedelzak wilt leren spelen dan hoef je niet naar een buurthuis maar kun je hiervoor op een normaal conservatorium terecht.
Bekijk het nu eens van de andere kant; je komt uit Verwegistan, hebt al je cursussen doorlopen, maakt regelmatig een praatje met je buren (Goh, wat spreekt u goed Nederlands), gaat naar de tien-minuten-gesprekken van je kinderen op school. Kortom, je bent aardig aangepast, je hebt aardig je best gedaan. Wat krijg je dan dagelijks op TV te zien en op de radio te horen; blanke koppen, blanke muziek, kortom een media waar je je niet in kunt herkennen en langzaam ga je je realiseren dat 'aanpassen' in Nederland heel eenzijdig is.
Maar goed, nu raken we een beetje van het spoor. Mijn verzoek, lees de petitie en onderteken deze. Stuur hem door aan vrienden, kennissen, post hem op Facebook en zorg ervoor dat de media in Nederland een afspiegeling wordt van de straat.
Bij Portugese muziek krijg je niet meteen het idee van lichtvoetig en plezier. Zwaarmoedige fado, depressief makende Madredeus en andere muziek waar de levensvreugd niet vanaf spat. Ik weet het, het is een cliché maar maar al te vaak waar.
In dat opzicht was het optreden van Deolinda een verademing. Leuke, vrolijke muziek over thema's die in de fado niet zouden misstaan; liefde, verliefd zijn terwijl het niet mag, die mooi stad aan de Taag. Kortom liedjes over alle dag. Ana Bacalhau zong het met verve, veel theater, prachtige gezichtsuitdrukkingen en nergens over the top. De begeleiding was goed en strak en een mooie aanvulling op de stem.
Zo nu en dan deed de muziek denken aan de beginjaren van Madredeus en haar stem aan Joana Amendoeira. Al met al was het een leuke avond in één van de mooiste zalen van Amsterdam (en dat zeg ik niet omdat het bij mij om de hoek is).
Eén minpuntje. Het concert zat in de reeks van WorldSessions, een 'concept' om de muziek 'in te bedden in een groter geheel'. Het praatje vooraf tussen presentator en groep was wel aardig maar je werd er geen spat wijzer van en voor de kenners was het moment waarop de presentator even niet meer wist welke generatie werd bedoeld met de generatie van voor de Anjer-revolutie pijnlijk.
Maar dat is muggenziften, azijnzeiken en een verbeterpunt en misschien zegt het wel meer over mezelf en is het typisch Amsterdams; als er niet te zeiken is, zijn we niet gelukkig.
Sentir
Harmonia Mundi
Mooie muziek uit vervlogen tijden.
Yasmin Levy zint in het Ladino. In het wat?? Ladino, de taal van de Sefardische joden die ze meenamen in hun diaspora vanaf het Iberisch Schiereiland na de Reconquista.
Met haar vorige cd, Mano Suave, brak ze door bij het grote publiek, voor zover je van groot publiek kunt spreken in de niche die Wereldmuziek heet. Mooie, tragisch/blijde muziek die verhaalt over het leven van alledag. Die lijn zet ze op deze cd door, echter de begeleiding is in sommige nummers meer jazzy. De mooie stem met die Moorse snik en het felle Iberische blijft. Eigen nummers, traditionals en zelfs Hallelujah van Leonard Cohen in een fanstastische uitvoering.
Helemaal niets te klagen?? Nee, eigenlijk niet, een cd waar alles aan klopt en die je uren in de speler kunt laten zitten om daarna over te zetten naar je MP3-speler waar je weer verrast zult worden als er een nummer langskomt.
Zulu 9.30
Huellas
Kasba Music/LCMusic KM 00208
Una mas
Toen de música mestiza in 2001 internationale bekendheid kreeg was er een mediahype(je) aan de gang, van lifestyle bladen tot de serieuzere dagbladen, allen stuurden journalisten naar de muzikale smeltkroes Barcelona op zoek naar de wortels en de voorman van de muziek; Manu Chao. Dat werden vaak stukjes die bol stonden de superlatieven over het samengaan der culturen, ondergaande zonnen, de eeuwige Madrugada enz. Manu Chao werd zelden gezien en de belangstelling begon weer snel af te nemen tot normale proporties.
Na de beginjaren kwam er ook een zekere sleetsheid; het aantal groepen dat de internationale podia bereikte bleef beperkt en de voor de liefhebbers was het vaak zoeken naar nieuwe cd’s. Dat de muziek niet dood is bewijst Zulu 9.30. Met hun tweede cd Zulu 9.30 bouwen ze de stijl verder uit, meer Latin, meer reggea en steviger pop en rock. Dit alles maakt het geluid voller, veelzijdiger en steviger en, het klopt ook allemaal; de gitaren klinken Spaans, de blazerssectie is puntig en geleend van een salsa-orkest en de reggea is niet loom maar met de turbo d’r op.
Het is muziek die naar meer smaakt, wie zichzelf wil trakteren (of het de Sint wil laten doen), eind November zijn de voor een concertreeks in Nederland.
Rotfront
Emigranstski Raggamuffin
Russendisko records/LCMusic LC 13406
Vier die verschillen!!!!!!!!!!!!!!!!
Je zou in deze verpolitikiseerde tijden haast vergeten dat het een jaar of 25 geleden heel normaal was als je als artiest je mond open trok om misstanden aan de kaak te stellen of juist te vieren dat we allemaal anders zijn. In Nederland bleef dit helaas hangen bij '.. wie wil er bloed op de achterbank ..' maar in de ons omringende buitenlanden pakte men de nightboat to Cairo, herdacht Bloody Sunday en Mandela day, keek men in de mirror in the bathroom ,was men blij met the sound of breaking glass of liep men, na tomber la chemise, met ontbloot bovenlijf over straat of was men niet te beroerd om Khaled te gebruiken voor de soundtrack van The Fifth Element.
Je zou het haast vergeten, naast een enkele opleving van ChumbaWumba is het wat dat aan gaat een schraal muzikaal landschap. Dat was tot ik Rotfront in de bus kreeg. De groep is opgericht door twee Berlijnse emigrantskis, de rus Yuriy Gurzhy en de Hongaar Simon Wahorn. Samen met 7 anderen (Ukrainers, Amerikanen, Aussies en Duitsers) spelen ze een aanstekelijke mengeling van Klezmer, Ska, Cumbia, Berlijnse HipHop en nog wat stijlen. Voor de veertigers onder ons is het alsof je weer staat te swingen bij Madness en The Beat. 17 nummers die met een rotgang, veel lol, engagement en gein gespeeld worden. Het is het geluid van de buitenwijken, van de banlieu, van de non-commercie, maar vooral ook van de verschillen tussen mensen en nu eens niet met azijnzeikerig geneuzel maar %$#@*& VIEREN DAT JE ANDERS BENT.
Net terug van twee weken Frankrijk en bezig alle camera's leeg te maken. Deze foto's als voorschot.
Fest Noz (nachtfeest) en Moutiers-en-Retz, Bretagne. Wat is een Fest Noz? Een feest waar je volksmuziek speelt en waar je danst. Wat heb je nodig? Een parkeerplaats, een tent voor de muziek, een tent voor de drank en een tent voor de Moules-frites en de crepes. Verder een berg flyers.
We hebben er dit jaar maar 1 meegemaakt (zaten niet zo lang in Bretagne). Deze foto's zijn nog net geen 24 uur oud (op het moment dat ik dit tik). Met andere woorden; Shit ik ben al weer thuis.
Dat strips allang niet meer voor kinderen is wordt nog maar eens bevestigd door Cash, I see a darkness van Reinhard Kleist. Het boek gaat over het leven van Johnny Cash en wordt opgehangen aan zijn optreden in Folsom Prison. Verwacht geen nieuwe inzichten, alles is zo een beetje bekend over Cash maar het is het tekenwerk en het zwart-wit dat een ander perspectief geeft. Mooi getekend en het voorbeeld hoe een mooie Graphic Novel eruit hoort te zien.
Als je jezelf wilt verwennen, dan loop je nadat je bij de stripboer bent geweest even langs de cd-boer en koop je Folsom Prison. Cd opzetten, languit op de bank en genieten

Om jullie lekker te maken een clipje
Het lukte gisteren niet helemaal om de video in het blog te krijgen.
Dit is een kleine impressie van het concert in Maastricht. Een uitverkochte zaal met 240 man die hutje-mutje stonden. Na een mooi, intiem, concert (dat kon niet anders met zo'n kleine zaal) bleef men lang hangen en dat is altijd een goed teken. Veel en driftige discussie, gitaristen die aan alle kanten werden aangesproken, Joana die lang heeft staan signeren.
Een mooie avond, en dat in een zaal die anders alleen Hard-rock en punk programmeert.
Nu moeten we nog proberen mensen te interesseren voor interviews en dat is lastig. Er is zo veel aanbod dat het moeilijk is om er door te komen. Daarnaast is Mariza recentelijk in Nederland geweest en heeft zo een beetje elke krant wel een artikel geplaatst. Dan is vaak het motto 'fado? het komende half jaar niet, er is namelijk een artikel geweest'. Voor de liefhebbers is dat jammer, de stijl speelt zich af op de mm2 en de lol is heel veel luisteren, vergelijken en daarna bediscussiëren met andere liefhebbers.
Deze tour is, naast de introductie van de nwe cd, ook bedoeld om pers en publiek kennis te laten maken als voorbereiding op een grote, uitgebreide tour in theaterseizoen 2009/2010. Dat is voor pers een mooie gelegenheid om nu te interviewen en dat interview over 3/4 jaar te plaatsen.
Het wordt dus veel bellen de komende dagen en mensen te pakken zien te krijgen.
Wie nog wat wil beluisteren? Last.fm heeft een aardig aanbod.

Dat zette de boel danig op zijn kop. Aanvliegen op Brussel zou wel gaan, maar Hilversum – Brussel in twee uur???? Dat werd een probleem. Als het dan Schiphol werd, dan was woensdag vliegen weer een probleem omdat woensdag een persdag gepland was. De aankondiging daarvoor was net de deur uit.
Na heen en weer praten waren we eruit. Joana vliegt een dag eerder en alles gaat via Schiphol. De vluchten waren snel geregeld. Nu hotels nog en het lijkt te gaan lukken.
Gisteren is de nieuwe cd in Lissabon gepresenteerd aan de pers. Ik ben benieuwd hoe de reacties waren. Krijgen we hier alleen de fadista's die intenationaal opereren, in Portugal is er elke week wel een nieuw iemand.
Mop uit de krant in Lissabon: 'Goedenavond dames en heren, dit is het nieuws. In Lissabon zijn de mensen in vertwijfeling de straat opgegaan. Deze week bleek er geen nieuwe fadista te zijn gelanceerd die als de nieuwe stem, de nieuwe Amalia op de posters zou moeten staan. De president van de Republiek stond op het punt de noodtoestand af te kondigen".
Nadat we met Helder Moutinho rond waren was het lang stil. Veel denken, ideeën rond pingpongen en vooral op een rijtje zetten wat we niet wilden. We hadden dat snel rond. Gerichte publiciteit met goede, uitgebeide informatie voor journalisten, bladen e.d. De lijst met journalisten was ook snel rond, als je al 18 jaar regelmatig op persdagen komt weet je de namen wel. Een dagje tijdschiften lezen in de kiosk vulde aardig wat hiaten.
De keuze voor de zaal in Amsterdam was ook snel gemaakt; Podium Mozaiek in Bos en Lommer, een mooie zaal in een mooi gebouw met op de begane grond een goed restaurant en theatercafé.
Tijdens een korte vakantie in Zuid-Limburg deed zich een andere kans voor. Een vriend is directeur van het nieuwe poppodium De Muziekgieterij in Maastricht. Hij bood ons een goede deal en we hebben de mogelijkheid om ook publiek uit Wallonie/Luik te bereiken.
Dit gecombineerd met de voorkeur van de Portugezen om op Brussel te vliegen (achtelijk goedkoop) en het rondje was snel gemaakt.

De volgende stap was het vastleggen van de zalen. Dit was in een middag gebeurd. Het emailtje naar het ochtendprogramma van radio 6 was in een dag beantwoord en we hadden 3 optredens.
Iets moeilijker ging het maken van de folder en flyer. Foto’s was een probleem, ons eerste contact in Lissabon was opeens vertrokken en de digitale foto’s waren niet te vinden. Toen was er gesteggel over de tekst. Lost in Translation is misschien de beste omschrijving voor deze problemen.
De eerste persberichten zijn nu de deur uit, de eerste aanvragen voor interviews zijn binnen. Het lijkt allemaal te gaan lukken.

En wie naar de concerten wil:
• 12 november in De Muziekgieterij in Maastricht
• 13 november in Podium Mozaiek in Amsterdam
• 14 november een miniconcert bij radio 6 in het ochtendprogramma The Beat
De wereldmuziek was toen booming. Graceland was net uit. Real World was net opgericht, Youssou n’Dour had net zijn ‘7 seconds’ bezongen en wie er oog voor had kon redelijk vaak naar concerten. In eerste instantie was dat etnografisch, maar langzaam aan wisten, de salsa-artiesten voorop, de buitenlandse groepen de weg naar het podium te vinden. 15 jaar geleden was daar opeens de Buena Vista Social Club, het project van Ry Cooder en oude (stokoude) Cubaanse muzikanten. Het hek leek van de dam. Tot en met de schoonmakers van de studio’s en al diegene die Omara ooit een hand hadden gegeven en een aardig moppie konden zingen werden het podium opgesleept. De platenmaatschappijen ruimde de archieven flink op, oude opnames werden uitgebracht, het kon niet op.
Maar zo plotseling als de het publiek toestroomde, zo plotseling bleef het ook weer weg. Men moest op zoek naar een nieuwe BVSC. Even leek dat de muziek uit de Kaap Verden te worden maar daar stak de fadista Mariza een stokje voor; goed gebekt, eigenzinnig en met het uiterlijk en uitstraling van een fotomodel trok ze een stijl die buiten Portugal op sterven naar dood was uit het moeras.
In haar kielzog kwamen Mafalda Arnauth, Camané, Joana Amendoeira en Misia. De aanhang die Cristina (ik ben geen fadista) Branco had groeide met de dag.
Voor mij is 10 jaar gelden de fascinatie voor de fado begonnen. Ik was werkeloos, dochter net 3 maanden oud en voor het blad Oye Listen heb ik toen Cristina Branco geinterviewed. Daar kwam snel achteraan Mariza, de resulteerde weer in een bezoek aan Lissabon waar haar eerste cd werd gelanceerd, een avond stappen met Jorge Fernando en voor we het wisten zaten we in ‘the scene’.
Naast Oye Listen schreven we ook voor RoOF, NewFolk Sounds en Heaven. Van dit rijtje alleen nog voor de laatste. Voor Heaven was ik een half jaar geleden bij een concert van Raquel Tavares in Utrecht. De manager van Tavares, Helder Moutinho die we weer kennen via Mafalda Arnauth en ook een flink gemarineerde avond in Liaasbon, vroeg of we de promotie in Nederland wilde gaan doen voor zijn artiesten.

Na enig overleg en ‘niet geschoten is altijd mis’ zitten we nu aan de vooravond van 3 concerten van Joana Amendoeira in Nederland.
Zoals het een goed blogger betaamt zal ik de komende 3 weken verslag doen van de avonturen, tegenslagen en vooral triomfen.
De Guitarra is een luit-vormig instrument, meestal met 12 snaren en vind zijn oorspring in de 18e eeuw toen een Engelsman zijn gitaar meenam naar Portugal. De Portugese Gitaar is de doorontwikkeling van de Engelse gitaar. Het instrument is vooral bekend als de begeleider van fadista’s, maar sions het begin van de vorige eeuw doen meerdere bespelers moeite om het instrument uit deze ondergeschikte rol te halen en een volwaardige plaats op het podium te geven.
Ricardo Parreiro is slecht 21 jaar oud, verlegen, maar bespeeld de Guitarra of hij met het instrument geboren is. Het concert was dan ook vanaf de eerste toon een feest om mee te maken en dat is opvallend. De muziek van de Guitarra vergt ‘acquired hearing’, een zekere gewenning van het oor. Parreiro en zijn gitarist João Bengala op de 10 snarige klassieke gitaar. Gingen er vanaf het begin vol tegenaan. Mooie stukken van Carlos Paredes, gevolgt door Lissabonese nummers. De uitleg tussen de nummers was een heerlijk verlegen Engels van Parreiro dat werd opvergenomen door Bengala en die toen maar het Portugees ging vertalen. De heren hadden duidelijk plezier in het spel en het was een plezier dat het publiek ook oppakte.
Het was een mooi, klein en integer concert en de aanwezigen kunnen over een aantal jaren met trots zeggen als ze naar Het Concertgebouw gaan dat ze bij zijn eerste solo-concert in Nederland zijn geweest, samen met zo een 50 anderen.

Ze is aan een nieuw project bezig, Flor e Fado, en trad op in de Kleine Zaal. Ze heeft sinds ik haar de laatste keer twee jaar geleden in De Kleine Komedie heb gezien veel veranderd in haar zingen. Gebleven zijn de mooie vloeiende lijnen, nieuw is de diepgang, het hartverscheurende leed dat zo eigen is aan de fado.
Ze wist de zaal aan zich te binden en dat is in Het Concertgebouw altijd een opgave. Men is wat stijver, wat minder open naar een artiest en dat komt een optreden niet altijd ten goede. Wie hier optreed moet geen warm bad van adoratie verwachten, als je pech hebt ben je het sluitstuk van een abonnementenreeks (‘ ach ja, dat is wel leuk, weet je wat, dan doen we die er ook nog bij en is ons abonnement weer vol’ ).
Als je haar hebt zien optreden dringt zich altijd weer de vraag op wie je beter vind; Mariza, Cristina Branco, Joanna Amendoeira, Ana Moura of Mafalda Arnauth. Ik ben er voor mezelf wel uit. Arnauth heeft met dit optreden bewezen niet alleen maar liefelijke liedjes te kunnen zingen. Ze is op dit moment, voor mij, de meest all-round-fadista. Iemand die lief en leed overtuigend, vol hartstocht, passie en met ballen op het podium zet

In de kleedkamer; Mafalda Arnauth en Maria de Fatima
Het is zo’n avond die voor herhaling vatbaar is. Eén verzoek, mag het dan wat minder Hollands?? Geen vastgesteld menu, niet voorgerecht en dan zingen, hoofdgerecht en dan zingen enz. Gewoon echt Portugees waar de bediening op muizenvoetjes tijdens de fado door uitserveerd en waar men de vorken neerlegt als de fadista zingt ……………….. met als gevolg dat je eten lauw is.

Wat Cruyff is voor Ajax, is Mariza, blijkbaar, voor Portugal
Sinds de wederopstanding van de stijl aan het eind van de vorige eeuw kan de fadoaafficionado regelmatig naar een concert dat grofweg in te delen is als theatraal, vernieuwend of klassiek. Zelden staat er een fadista op het podium die al deze uitvoeringen in zich weet te verenigen en het was dan ook weer een hele tijd geleden dat ik ademloos naar een optreden heb staan kijken.
De fadista in kwestie is Raquel Tavares, 23 jaar, woonachtig te Lissabon en zingt volgens eigen zegge al vanaf haar 5e. Ze heeft het klassieke traject doorlopen; thuis zingen, in het buurthuis en de taverna op de hoek waar ze opviel. Ze werd gevraagd en vanaf haar 17e zingt ze in Senhor Vinho, Luso en Bacalhau de Milho, allen prestigeuze fadohuizen en allen behorende tot de top van de Lissabonse fado.
Zondag 17 februari stond ze in Vredenburg Leeuwenbergh te zingen voor een uitverkochte zaal. Ik had het genoegen bij de soundcheck te zijn. Op het podium stond een vrolijk huppelende dame in zacht roze coltrui. Dat ze ooit een fado kon zingen zoals de regels der kunst dat vragen was te betwijfelen.
Hoe anders was deze zelfde dame die als fadista het podium betrad. Strak zwart met rode ceintuur en rode bloemsjaal in het haar. Ze leek in het totaal niet meer op het vrolijke ding van tijdens de soundcheck. Hier stond iemand die geleefd had, die haar woede, haar geluk, haar verdriet en haar hele ziel en zaligheid in haar kunst wist te leggen. De rillingen liepen over mijn rug en regelmatig hield de zaal collectief de adem in. Dit was misschien wel de dichtste benadering van de ware fadoziel die je buiten Portugal op een podium kunt meemaken. Tavares zong haar fado’s niet, ze was haar fado’s.
De verrassing zat in de tweede set toen de begeleiding het podium verliet en ze zichzelf begeleide op de Portugese gitaar. Het spel was nog een beetje twijfelachtig maar het applaus dat volgde niet.
De grote namen van de nieuwe generaties fadista’s heeft er een geduchte concurrent bij gekregen. Als Raquel Tavares zich blijft ontwikkelen zoals ze nu doet dan zal ze binnen een paar jaar Mariza en Cristina Branco voorbij streven.

Mónica Triga is haar carriere ooit begonnen met haar eigen versie van de fado, fado mundial. De stijl werd doorvlochten met jazz, Braziliaans en alles wat in het stramien paste. Het resultaat was niet onverdienstelijk, de cd Diz-me werd enthousiast ontvangen. Er wrong niets, de puzzel viel netjes op zijn plaats. Het concert dat ik toen van haar gezien heb in het Tropenmuseum in 2001/2002 was goed, maar miste een beetje de passie. Nu was het publiek ook lauw en de zaal niet ideaal, allemaal dingen die je niet aanzetten tot het onderste uit je tenen te halen.
Haar tweede cd Choro e Canto uit 2003 is vrij geruisloos verschenen wat jammer is. Het uitstapje naar Brazilië was goed, wederom zonder dat er iets op aan te merken was. De net verschenen cd Vaga de vida heeft nog wel die Braziliaanse ondertoon maar is meer jazzy met Antiliaanse accenten. Lekkere muziek, zacht swingend, zondagochtendzon die loom door de ruiten schijnt. Hoewel er nog één nummer op de cd voorkomt die naar de fado verwijst is deze stijl niet echt meer vertegenwoordigd. Dat is niet helemaal waar want het lome, trage, trieste Pérola zijn, het duet dat ze samen met Steve Marlat zingt heeft nu weer die typische Portugese waar het Nederlandse publiek zo gek op is.


