Admin: John Wanders
Rotterdam Nu!
Blog je over Rotterdam? Dump je bericht hier en tip de Volkskrant.
Vanuit de bus zag ik het autootje met de kist op het dak al staan.
Ik herkende hem niet en hij wist ook niet wie ik was. Dat laatste is niet zo verwonderlijk, ik ben geen Bekende Nederlander. Hij wel, zeker voor de trouwe EO kijkers. Ook voor de mevrouw in de bus, die me uitlegde dat die auto daar stond voor het programma De Kist.
Het leek me leuk om er een foto van te maken, je ziet zo’n auto immers niet elke dag, zelfs niet in Rotterdam. Hij kon ook wel een foto van mij maken, als ik dat wilde. De camera draaide op de achtergrond en de richtmicrofoon keek nieuwsgierig met wie hij in gesprek was geraakt.
Maar geen aandacht aan besteden, besloot ik, hoewel de vragen steeds indringender werden. Van het programma had ik nog nooit gehoord, ik ben niet zo’n televisiekijker. En de EO sla ik meestal over als ik de gids raadpleeg. Hij vertelde me dat hij mensen op straat interviewde over de dood.
Geen idee hoe lang we daar zo stonden, met zijn tweeën, op de stoep van de Coolsingel, vlak bij de zebra naar de overkant. Een minuut of tien? Misschien een kwartier? Veel langer kan het niet geweest zijn. Het waaide en na een paar zinnen was de vermoeidheid van na een dag werken uit mijn lijf verdwenen. Hij was een luisteraar, meer nog dan een verteller.
Na de boodschappen kwam ik weer langs, de cameraman zwaaide.
Mijn liedjes voor onder de douche zijn een tikkeltje rafelig geworden en al een maand of wat geleden had ik besloten om daar wat aan te doen. You Tube breidt zich nog steeds uit en wie weet kon ik eindelijk dat ene liedje vinden waarvan ik nog maar een paar regels ken.
Now I know that you never gave me
Any reason I wanted to know
Boston, oh Boston, you filled my heart with tears
Prachtig gezongen door, ja door wie ook al weer? De hoes van de LP, die ooit is achtergebleven stond me nog helder voor ogen en toch kon ik niet de naam van de zangeres lezen. Het liedje heet Boston, dat wist ik nog wel. Nou sta ik langer in de badkamer te spetteren dan drie regels van een popsong, dus ik ging eerst maar op zoek naar dat andere nummer.
It’s too late baby, now it’s too late
Though we really did try to make it
Something inside has died
And I can’t hide and I just can’t fake it
Oh no no no no
It’s too late
Meteen een hit en, zoals dat gaat, ging er bij het luisteren naar Carole King een verborgen laatje open in mijn geheugen. Lieberman! Dat was de achternaam van zangeres. Intypen in de zoekmachine – oh jee, Lieberman of Liebermann? Met één n dus en al doorklikkend kwam ik in de jaren zeventig terecht. Even zwijmelen, meeroffelen op de tafel en dan verder kijken. Het liedje Boston had ik nog niet gevonden, wel wist ik ondertussen dat de LP Letting Go heette.
Eerst maar even de stad in. Gisteren was er nog een demonstratie voor de dance parade, misschien viel er vandaag wel wat te beleven naar aanleiding van de onregelmatigheden bij de laatste verkiezingen. Niet dus. Ja, een paar jongeren joegen de duiven op (aanhangers van Pastors, die zich kwaad heeft gemaakt over de overlast die deze vogels veroorzaken?) en zelfs het nieuw geplaatste standbeeld Cascade op het Churchillplein kreeg geen enkele vorm van aandacht van de passanten.
Maakte niemand zich dan druk om de uitslag van de
gemeenteraadsverkiezingen?
Nee, het was niet het gesprek van de dag. De klachten van Pastors
zullen netjes worden behandeld en daarna gaan we weer over tot de
orde van de dag.
Pastors kan ondertussen eindelijk van vier naar vijf dagen aan de
slag bij B&A in Den Haag.
Weer thuis wachtte me de verrassing. Lori Lieberman is niet gestopt, zoals ik dacht, maar na jaren stilte met een nieuw album gekomen. Maar nog leuker was het om te ontdekken dat Bus Stop (ja ja, van The Hollies) door haar en Eugene Ruffolo is uitgevoerd. Boston, het nummer waarnaar ik op zoek was, heb ik niet gevonden. Maar het door vele artiesten opgenomen liedje Killing Me Softly van haar hand was het lekkere toetje dat hoort bij een perfecte zondag.
De metrotrein is oud en versleten. Een vermoeide zucht, de deuren worden gesloten en daar gaan we, richting Alexander en dan nog verder, naar een buurthuis waar de politieke bijeenkomst is georganiseerd. Een paar bankjes verderop zit een moeder met drie kleine kinderen. Het is de tijd tussen werken en eten in, de boodschappen zijn vlug onderweg naar de crèche gedaan en de kleintjes dreigen in slaap te vallen. Achter me zit de veelbelovende jongeman, strak in het pak en de laptop naast zich op de bank.
Zodra we boven de grond komen check ik mijn mail. Geen bericht, ik klik door naar google maps. Vanaf Hesseplaats is het een paar minuten lopen naar buurthuis De Molshoop, zie ik. Het is vlakbij de vele verzorgingsflats waar mijn leerlingen stage lopen, ik ken de buurt. In het donker ziet alles er anders uit; vooral het winkelcentrum oogt somber en verlaten merk ik wanneer ik uitstap.
De galerijflats hebben zich in dit gedeelte van Rotterdam eindeloos gekopieerd. Een bord bij het grasveld voor een groot flatgebouw maant dreigend: Eigen terrein! De vriendelijkheid van overdag is verdwenen – er is geen mens op straat. Of toch, daar bij de ingang van de verzorgingsflat staat een man. Ik loop op hem af om de weg te vragen, maar daar krijg ik de kans niet voor. Hij moet ook naar de Molshoop, was er al geweest. Hij was te vroeg en er was nog niemand, zodoende. We lopen gezamenlijk op en hij vertelt dat hij in het restaurant van de flat heeft gegeten. Gepensioneerd en alleen, schat ik in.
De lampen branden, de deur staat uitnodigend open en vooral in het bargedeelte is het gezellig druk. PSV trekt ook in Rotterdam publiek, ik proef de sfeer van een sportkantine. Vlakbij de televisie die hoog in de hoek aan de muur hangt, staat een man geconcentreerd te kijken. Zijn vrienden om hem heen hebben meer belangstelling voor elkaar en voor het publiek, maar zodra hij commentaar levert bij de beelden draaien ze zich gewillig om naar het scherm om nog net de herhaling mee te pikken.
In het zaaltje daarnaast staat alles klaar voor het debat. Op de kopse kant de tafels waarachter de vertegenwoordigers van de politieke partijen zullen plaatsnemen, daar tegenover de camera’s en een eendere rij tafels en stoelen voor de organisatoren van de discussieavond. De lange zijden zijn gereserveerd voor het publiek dat nu aarzelend binnenkomt.
Tijdens de discussie hamert de kandidaat van Leefbaar Rotterdam op veiligheid (strengere maatregelen voor hangjongeren) en op de noodzaak van Nederlands spreken (straffen voor allochtonen die niet op cursus gaan). Ze veert op, de jonge vrouw die hoort bij de jongeren die de avond hebben georganiseerd. Verontwaardigd zegt ze dat in Rotterdam Nederlands spreken de gewoonste zaak van de wereld is, met name voor de jongeren.
In de pauze gaat de discussie verder in gedeelde verontwaardiging. Ze willen niet weggezet worden als dom, slecht Nederlands sprekend of randcrimineel. Ze laten zich de mond niet meer snoeren en ze zijn niet meer bereid om op te draaien voor de verkeerde beeldvorming die ontstaat door de bommetjes die Leefbaar Rotterdam keer op keer laat ontploffen.
De rest van de avond moet ik aan me laten voorbijgaan, ik heb jammer genoeg andere verplichtingen. Het is in de metro nog rustiger dan op de heenweg. Geen kleine kinderen meer en gelukkig nog geen jonge mannen die de stank van speed om zich heen hebben hangen. Ik zet mijn telefoon weer aan. PSV heeft gewonnen, maar is toch uitgeschakeld.
Eén dode was er één teveel. Het bracht hem aan het twijfelen over de kans van slagen. Nog even schoot hem door het hoofd dat de investeringen enorm waren geweest. Ook voorzag hij de teleurstelling van de mensen om hem heen. Een laatste poging maakte hem duidelijk dat er geen houden aan was. Hij kon het niet en hij besloot zich terug te trekken. Een moedige beslissing.
Edwin van Calker, de piloot van de viermansbob, kende zijn grenzen en hij handelde ernaar.
Een echte held.
Hans Vervat, de PvdA wethouder van Verkeer & Vervoer en Economie in Rotterdam is ook een held. Een echte jongen van de haven, die sinds hij in juni 2007 is aangetreden, heeft laten zien dat hij van aanpakken houdt. De vrije taxiondernemers kregen met hem te maken, hij verlichtte de zebrapaden en bedacht de groene golf voor fietsers, zorgde voor een sterk ondernemersklimaat en schonk zijn jaarsalaris van 2009 aan een goed doel. Sinds vorige week heeft hij een oplossing bedacht voor de problemen die de scholen ondervinden met het gebruik van OV chipkaarten bij groepsvervoer.
De schoolsleutelkaart, je moet er maar op komen.
Edwin van Calker weerstond de druk, hij bezweek niet voor de verleiding van klatergoud.
Hans Vervat daarentegen was even vergeten dat hij ooit gezegd heeft dat de scholen dan maar op de fiets moesten gaan. Het was 21 januari van dit jaar en de verkiezingen waren nog ver weg.
Andere partijen, de SP, GroenLinks en het CDA hadden al eerder de kwestie aangekaart. In het Rotterdams Onderwijs Magazine van oktober 2009 staat een uitgebreid artikel waarin diverse belanghebbenden aan het woord komen. De algemene conclusie was dat de groepskaart zo snel mogelijk terug moest komen. De klachten werden door Ronald Buitelaar voorgelegd aan de wethouder, aan de RET en zelfs aan staatssecretaris Huizinga, die ondanks herhaalde verzoeken niet reageerde op het verhaal in het Rotterdams Onderwijs Magazine.
Het is verkiezingstijd, de gemeentelijke en de landelijke campagnes draaien op volle toeren en tastbare successen zijn meer dan welkom. Hans Vervat, en met hem de PvdA, heeft het niet nodig om zich met klatergoud te tooien. Eerlijk behaalde medailles zijn er genoeg, er is ook in de crisistijd resultaat geboekt. Hij had er beter aan gedaan om te erkennen dat hij het probleem van het groepsvervoer voor de scholen heeft onderschat. Echte helden kennen hun grenzen.
Het is een kwestie van vertrouwen, zei hij door de telefoon. Ongetwijfeld, lachte ik mijn bedenkingen weg, maar ik ga toch eerst bij de kapper langs. En dat betekent dat je pas morgen, na vier uur ’s middags kunt komen. We spraken af en ik ging meteen mijn eigen kapper bellen. Zou het vandaag, laat op de middag nog lukken? Ik hoorde de kapster nadenken, vooruit dan maar zeggen en me noteren voor half vier. Yes! Vervolgens regelen dat ik eerder van mijn werk weg mocht.
Als ik het komend halfjaar rondslinger op de docentenkamers van de scholen in Rotterdam, verveeld bekeken word door mopperende collega’s die de pauze gebruiken om hun gal over het management te spuwen, dan wil ik er wel een beetje knap opstaan. Na de pauze zal het ondersteunend personeel de rommel opruimen en word ik tussen het maandblad voor didactiek en een folder voor verzekeringen voor onderwijspersoneel achter het elastiek van de tijdschriftenschappen geklemd.
In de tussenuren, wanneer het rustig is, zal er misschien een docent zijn die bij een kop koffie het blad pakt. Beetje bladeren, niet echt lezen en dan naar de vaste rubriek waarin de mensen van de werkvloer aan het woord komen. Tien vragen, tien antwoorden die gedestilleerd zijn uit een interview van anderhalf uur, geven een indruk van wat ik allemaal heb gezegd tegen de journalist.
Hij stuurde me een mailtje, alweer een maand of twee geleden. Een ander geluid, een eigen mening over het onderwijs – daar houden we wel van in Rotterdam, schreef hij. En zo zaten we een paar weken later in het restaurant van de school. Geen bandrecorder, geen iPhone waarmee het gesprek werd opgenomen, maar gewoon pen en papier had hij meegenomen. Degelijk vakwerk. En de foto?
Daarvoor zou een aparte afspraak gemaakt worden – begin januari waarschijnlijk.
De tekst is geschreven, de foto geschoten – het plaatje is compleet.
Op nieuwjaarsdag moest ik op het Centraal Station zijn. Terwijl ik stond te wachten, zag ik een poster hangen. Onthouden, dacht ik nog, maar weer thuis was ik vergeten op welke website meer informatie stond. Het jaartal 2055, aids-2, de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties en iets over het klimaat – dat waren de steekwoorden. Oh ja, ook iets over onderwijs en een tentoonstelling.
Google gaf geen bruikbare hit. Wel verwijzingen naar The Age Of Stupid, de film die een somber beeld schetst over onze toekomst. In 2055 is duidelijk dat we het goed verknald hebben. De aarde is een bijna dode planeet geworden. Op de poster had ik andere dingen gelezen.
Geen probleem toch, het Vkblog is zo pluriform dat er vast wel een blogje te vinden moest zijn. Zo kwam ik terecht bij de bijdrage van Hans Erren. Eerlijk gezegd heb ik te weinig kennis in huis om me in de discussie te mengen over de gevolgen van de opwarming van de aarde. Maar misschien zou Hans meer weten over de poster.
Op het Centraal Station van Rotterdam zag ik een poster over
het jaar 2055.
Nu heb ik wel gehoord van de film: The Age of Stupid, maar deze
poster leek een tegengeluid. Er stonden niet de sombere
voorspellingen op, er werden juiste positieve nieuwsberichten uit
dat jaar gemeld.
Weet jij hier meer van? Ik kan op het internet niets vinden.
De volgende dag ben ik teruggegaan en heb ik een foto gemaakt.
Even nog twijfelde ik of ik de foto zou plaatsen. Een storend flitslicht en ook de compositie is niet helemaal toppie. Zie de afbeelding maar als een uitnodiging om op zoek te gaan naar ander nieuws.
Het was een heerlijke lunch. Een versgebakken broodje met eiersalade, een kipkluifje en een handvol druiven toe. De dag was sowieso al goed begonnen met een ontbijtje om je vingers bij af te likken: poffertjes met een glaasje cola. De koffie rond half elf werd afgemaakt met een toefje slagroom. Het schaaltje met snoepjes stond nog erg uitnodigend op de salontafel, maar ook dat probleem is in de loop van de ochtend opgelost. Halverwege de middag zal ik een peertje schillen en terwijl ik richting avondeten ga, zal ik een glaasje appelsap drinken en een paar nootjes achterover slaan. Liever had ik dan een paar kaasstengels gegeten, maar die zijn gisteren wèl opgegaan. Het menu voor het avondeten, sla met tomaat en komkommer, rösti en nog maar een kipkluifje, valt wat uit de toon. Dat zal ik goedmaken met een flinke dot slagroom op de yoghurt met peer. De krabsalade krijg ik vanavond wel weg onder het genot van een glaasje sinaasappelsap. Voor morgen heb ik nog de haricots verts, gerold in Ardenner ham, ik kan de dag daarna de bleekselderij met tomatenkaassaus (volgens eigen, geheim recept) op tafel zetten en dinsdag lijkt me een goede dag voor de worteltjes. Woensdag wordt het tijd voor de een stevige nasi. Oud en nieuw vier ik wel met een gourmetschotel, waarbij alle restjes in leuke kommetjes een nieuwe kans krijgen.
Maar wat doe ik met de fles wijn?
Het lijkt wel of de gemeente de kou heeft aangegrepen om alle zwervers in het centrum van de straat te halen. Misschien zijn ze onder leiding van meneer Pastors de laatste sneeuwrandjes aan het wegwerken in Kralingen, dat zou kunnen. Dat ze daarna in Capelle mogen aanschuiven bij Balkenende lijkt me een stuk onwaarschijnlijker. De stoet zal wel richting opvangcentrum in Crooswijk gaan, waar ze zorgvuldig in de gaten gehouden kunnen worden door de alom aanwezige camera’s. Ik kan mijn fles drank dus aan de straatstenen nog niet kwijt. Zelf soldaat maken? Bewaren tot 2 januari wanneer hetzelfde gezelschap als gisteren weer op de klep zal vallen? In beide gevallen zal het ertoe leiden dat de fles op het eind van de avond voor driekwart vol alsnog weggegooid wordt. Zonde dus, zo ben ik nou eenmaal opgevoed.
Denk maar niet dat ik met op oudejaarsavond de straat opga om het geestrijk vocht te delen met toevallige passanten. Het wordt hier een vesting, heb ik begrepen. Zonder driedubbele legitimatie (wie bent u, wat komt u hier doen en mag ik u even fouilleren?) van je verblijf hier rond de Erasmusbrug is de kans levensgroot aanwezig dat je, voorzien van een fles wijn, meteen in de kraag gevat wordt om te worden afgevoerd naar de cel. Met het vorig jaar nog in gedachten, verwacht ik daar vooral vermeende terroristen aan te treffen, mannen die, heel verdacht, geen druppel alcohol drinken. Een routebeschrijving, getekend op een servetje dat afkomstig blijkt uit het restaurant van Schiphol, is die avond al voldoende om beticht te worden van terroristische plannen, ben ik bang.
Wat doe ik dus met de fles wijn?
Voordat het tijd was voor de kerstborrel moest ik nog een stagebezoek afleggen. Met lijn 2, de beruchte lijn 2 waarop menig OV-verbod is uitgereikt, spoorde ik door Zuid. Het was druk en het tramtoestel was niet berekend op de toeloop van al die reizigers. Waarom wordt toch altijd het oudste materieel ingezet op de risicolijnen? Zouden de trambestuurders ’s ochtends lootjes trekken om eruit te komen wie die dag de klos zou zijn? De trambestuurder van de dag had er zin in, de jonge moeders met de buggy’s hadden nog maar net de tram verlaten of de deuren klapten alweer dicht. Vooruit, op naar de volgende halte waar de volgende club extremisten al stond te wachten.
Aan de andere kant van het gangpad zat een bitch vastgeklonken aan haar pokkie. Meegenieten dus met de ruzie met haar vriend, met de roddelpraat over haar beste vriendin en al snel wisten we ook wat ze die avond zou eten. Bij de halte benijdde ik de mensen die op hun bestemming waren gearriveerd en onwillekeurig zette ik me schrap voor het optrekmoment.
Het was een daverende klap. De bitch vergat het gesprek en we keken achterom.
MENEER!
Haar machtig lijf zat klem tussen de deuren die de bestuurder zo voortvarend dicht had willen doen.
Gerustgesteld kakelde de bitch verder in haar mobieltje.
MIJN MAN KOMT ER AAN, MENEER!
De controleur verliet met tegenzin zijn kletsplek bij de bestuurder om poolshoogte te komen nemen.
HIJ IS ER BIJNA MENEER – KIJK, DAAR! DIE BUIK MENEER!
De buik hees zich naar binnen en daar gingen we weer, op naar Randweg.
Even was ik mijn oriëntatie kwijt en daardoor liep ik de verkeerde straat in. Net voorbij de islamitische slagerij kon ik gelukkig rechtsaf en nog net op tijd kwam ik bij Duimdrop. Even later zat ik met mijn papieren op mijn knieën de vragenlijst van de evaluatie in te vullen. Een gesprek van een half uurtje maar, de kinderen konden niet langer zonder begeleiding spelen. Dat was vroeger wel anders. Wij vochten onze ruzies uit zonder tussenkomst van volwassenen. Geen koffie en met een droge mond vertrok ik met lijn 25 richting Rosestraat, waar de afscheidsborrel werd gehouden.
Ik was een beetje te vroeg en dus ging ik op zoek naar een eenvoudig bakkie koffie. Dat viel nog niet mee. Kantine: gesloten, personeelsruimte: alleen met een pasje dat ik niet meer had. Bij mijn vorige team stond de kan wel klaar, ik mocht gerust tappen en of ik het niet erg vond dat ze ondertussen doorwerkten. Ik voelde me al snel teveel en ik ging op zoek naar een plek waar ik mijn boek voor onderweg kon lezen. Eindelijk zat ik lekker. Kwam mijn collega, ook vroeg, gezellig bij me zitten.
Zo belandden we samen op de receptie die was georganiseerd ter gelegenheid van Kerst, maar die vooral bedoeld was om afscheid van Piet Boekhoud te kunnen nemen. Geen kerstboom, wel een koor, een dansgroep en de toespraken. Kosten nog moeite waren gespaard om de combiborrel inhoud en klasse mee te geven. De sapcentrifuge werkte door de redevoeringen heen en alleen Piet kon boven het geroezemoes uitkomen om te laten weten dat hij ons zou blijven volgen.
VOOR PARTICIPATIE EN TEGEN UITSLUITING!
Zijn laatste woorden galmden nog na toen ik de schoonmaaksters op weg naar de kantoren door het publiek zag lopen. Niet te missen, met hun jasschorten en hun hoofddoekjes.
Ja. Dat vond ik wel storend.
Mam, je moet gewoon doen alsof je twintig bent.
Met mijn vork prik ik in de spaghetti. Hongerig naar het leven was ik toen ik twintig was. En nu?
We eten, we praten en we besluiten dat het tijd is om op te stappen.
Ik ga naar huis, mijn zoon gaat de stad in. Daar gaat hij, stevig stappend door de wind heen.
Een paar dagen later lees ik:
Wij gaan samen stappen
Hij krijgt er een rolberoerte van en dat was precies de bedoeling. De hele dag achter de computer - daar word je niet wijzer van. Ik kan geen leuke lessen blijven verzinnen, maar hij heeft wel een 40-urige werkweek, spijbelen, tja. Tot de kerstvakantie moet hij van half negen tot vier uur op school zijn. Tenzij ...
En dus gaan we samen naar de Dialogen. Ik voor de lol, hij met een opdracht.
Dat wil ik ook!
De theaterschool Hofplein ontvangt in stijl. Het decor voor aanstormend talent dat niet houdt van lange verhalen, publiek dat Rotterdam leeft. Korte discussies, drieminuten presentaties afgewisseld met breakdance, rap, straatvoetbal en een karatedemonstratie.
INLEIDING
Thuis in Rotterdam.
De kunst van het vechten heeft haar gebracht en dan komt ze weer thuis. Op Centraal, in haar Rotterdam. Waar de jongeren de grootste groep vormen. Nu wil ze weten welke kansen de gemeente laat liggen. Ze zal alles opschrijven en later mag de wethouder de flapover, bijeengebonden met een rood lint, meenemen.
Maar eerst op de foto – een onweerlegbaar bewijs.
Breakdance en lifestyle
Djellaba wordt buikdansen, kijk maar hoe mooi ik ben en wat ik kan. De wereld is van mij en in mij zit de wereld. Met een spin kom ik telkens in een andere style. Bizznizz ook, vertragen en knetterend van plezier de straat weer op.
Als je het maakt in Rotterdam, maak je het overal.
Het hiphophuis woont op Coolhaven, vlakbij de brug weet je wel.
Waar kom jij vandaan? 010? Tof. Wereldberoemd en Rotterdam is zuinig met erkenning.
Knokken om het hiphophuis te krijgen, doorknokken om een echt thuis te maken.
OP DE TRIBUNE
Je leeft Rotterdam.
Luidruchtig heeft hij zich achterin gevestigd. Meer voorzieningen? Alsof het propjes zijn schiet Law oneliners de zaal in, het podium op. ‘Ik heb jou gezien man. ‘ Niet wegkruipen, na afloop doet Law mee met de karate demonstratie. Je leeft Rotterdam.
We zijn er nog.
Wij zijn Croos, wij zijn er nog. Dat je het maar weet.
Leegstand en koopwoningen.
De aankondiging: wij gaan de muziekschool kraken.
KLATERGOUD
Reality check
Je weet niet waar je kunt slapen.
Je weet niet of je kunt eten.
Je weet niet of je toekomst hebt.
Elke dag overleven is dan de kunst.
Voetbal kan – vijf tegen vijf – en jij, Soufiane, moet meedoen.
Voor het goede doel.
Het begon allemaal met een filmpje op youtube. Een hit, een idee dat werd opgepikt door de grote jongens. En vooral heel erg geloven in jezelf. Eigenlijk vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal. Ze hebben een talent en ze zijn doorgegaan waar anderen het allang voor gezien zouden houden.
Jonge mensen, die andere jonge mensen laten zien hoe het moet.
Dàt maakt ze bijzonder.
Zelfs de lift is leuk. Ik schreef het eind 2006 na een stagebezoek aan De Leeuwenhoek, het verzorgingshuis op de West-Kruiskade in Rotterdam. Het was een vervallen zootje, met onverwachte hoekjes en als bezoeker kreeg je bonuspunten als je de trap naar boven had gevonden zonder de weg te vragen. De verf bladderde van de muren en de gangen waren eigenlijk te smal voor de rolstoelen. Vergane glorie die nog het meest deed denken aan foto’s van Cuba.
Vanuit de centrale ingang kwam ik meteen in de recreatiezaal, waar ook de receptie was geplaatst. En, afspraak of niet, eerst moest ik maar even wachten. Dus ik nam een kopje koffie, zocht een stoel en dacht rustig te gaan zitten. ‘Voor wie komt u?’
De stem kwam van drie tafels verder. Een grote Surinaamse vrouw lachte me breed toe. Mocht een van de bewoners mij nog niet opgemerkt hebben, nu was iedereen op de hoogte van mijn komst. ‘Voor een stagiaire.’ Ik was toch echt niet van plan om een naam te noemen, daar in het gezellig drukke restaurantgedeelte. Dat hoefde ook niet, ze wist onmiddellijk om wie het ging. ‘Een goed meisje, dat is ze. Geef haar maar een voldoende, dan mag ze blijven werken misschien.’
De verbouwing zat er aan te komen en alle tijdelijke krachten, ook de stagiaires, moesten eruit. De bewoners werden tijdelijk ondergebracht en 2008 was eindelijk het pand weer helemaal van deze tijd. Ik kwam er regelmatig langs, op weg naar mijn zoon en het zag er kraakhelder uit, ik kan niet anders zeggen. Maar de bankjes voor bij de ingang bleven leeg. Daar zaten vroeger de mannen.
Zelfs als ik aan de overkant liep ontkwam ik nog niet aan het commentaar, zoals elke vrouw die daar langskwam. ‘Hey dushi, kom eens hier.’ Ze zagen alles wat er gebeurde en binnen hield de Surinaamse de wacht. De straat werd er een stuk veiliger van. Maar Night Town waar Raymann is Laat werd opgenomen veranderde in het veel chiquere Watt en weer ging er een stukje Urban Culture verloren. Dacht ik.
Vorige week vrijdag heb ik toch maar eens gebeld met de vraag of ze plek hadden voor een stagiaire met een handicap. Ze wilde er even over nadenken, eigenlijk zaten ze al vol. Ik was al op zoek naar een alternatief toen afgelopen dinsdag het telefoontje kwam. Het was goed, de stagiaire mocht komen, maar zou hij tegen opmerkingen van de bewoners kunnen? Het was hun huis ten slotte.
De buitenkant van De Leeuwenhoek ziet er nog steeds te keurig uit. Zelfs de lak van de bankjes bij de deur is nog niet versleten. Maar achter die veel te strenge buitenkant is er nog steeds een recreatiezaal waar een oude Surinaamse vrouw de leiding heeft. En ik ben ervan overtuigd dat de lift, net als voor de verbouwing, vol hangt met tekeningen van de bewoners. In het midden, op de achterwand hangt het menu dat door niemand gelezen wordt. De heerlijke geur van rôti met kip vertelt genoeg.
We kenden de jonge moeders al.
Meiden die met 16, 17 jaar al een kind hebben.
De combinatie school en moederschap is zwaar.
Maar hoe zit het eigenlijk met de jonge vaders?
Steeds vaker merken we dat vader zijn en naar school gaan lastig is.
Vriendin is moeder geworden en moet ook werken of naar school.
En de jonge vaders willen echt pappa zijn.
Of de andere pappa heeft ook een volle week.
En dan loopt hij niet door ook nog.
Op naar de speciale babytoiletten van de Bijenkorf.
Zou hij er al welkom zijn?
Er zijn opvallend veel zonnebrillen in de stad. Mannen met oortjes in ook. Vrouwen met kleren uit winkels zonder prijskaartjes. Koffers op wieltjes die aarzelend uit de metro komen. Op zoek naar Hilton of Golden Tulip. Overdag lopen ze op Lijnbaan. Bagels op het terras bij Donner of koffie bij Engels. Eten bij Azzis, alleen voor ingewijden. De anderen raadplegen de gids of gaan naar Witte de With. Ze willen er allemaal bij zijn, in Rotterdam, waar het gebeurt.
Ze hebben de slag gemist. Ze weten niet dat de muziek al in de stad was. Ze zitten op een bankje en kijken naar de winkelende mensen. Anoniem, onopgemerkt rusten ze uit in de zon en dat zijn ze niet gewend. Met een verbaasde glimlach praten ze met elkaar over het publiek dat aan hen voorbij loopt.
North Sea Jazz is weer in Rotterdam en de stad leeft gewoon door. Drieëntwintigduizend bezoekers kan de stad makkelijk hebben, het is eigenlijk een festivalletje. Een onderonsje voor de jazzliefhebbers, al doen de media ons anders geloven. Alleen ’s middags zijn de muzikanten en hun gevolg te zien, met hun zonnebrillen, hun dure kleren en de koffers op wielen.
Rotterdam swingt, met Your Streets, Rotown, WATT en Maassilo. En op onverwachte plekken, zomaar in een klein parkje of ’s avonds op het Museumplein. Met een paar djembé’s gaan ze aan de slag. Een roffel, die wordt opgevangen door de skater aan de overkant van het plein. Een meisje houdt haar hoedje vast en danst. De politiemannen op de bikes rijden door, het is nog te vroeg voor overlast.
Straks in Your Space de afterparty, voor 8 euro ben je binnen.
Leuke muziek hoor, daar op Zuid in het Ahoy. Op de goede plek, aan de rand van Rotterdam.
De jonge
afdelingsvoorzitter van de PvdA in het Rotterdamse Hoogvliet
heeft zijn buik vol van die partij. Sahin Unal (21) liet zijn
partijgenoten vandaag per mail weten dat hij overstapt naar de
politieke splintergroep LSD (Liberaal Sociaal Democraten). Aan
hem de taak een LSD-afdeling op te zetten in Hoogvliet.
‘Als lid van de PvdA Hoogvliet ben je een heel klein
schakeltje in een grote partij’, licht Unal toe. ‘Wij
lijden op lokaal niveau onder de besluiten van de landelijke PvdA
– meneer Bos bepaalt het uiteindelijk toch.’ Unal
komt in Hoogvliet schrijnende gevallen van armoede tegen en dat
schreeuwt om een reactie van de politiek, vindt hij. ‘Ik
heb aandacht gevraagd voor basisscholieren in Hoogvliet die
zonder ontbijt en zonder boterhammen voor de lunch naar school
gaan. Ik kreeg dat onderwerp niet aan de orde. Terwijl het in de
deelraad wel drie weken lang over hondenpoep ging. Bij de LSD zie
ik meer mogelijkheden voor mij en mijn onderwerpen.’
Wie aan armoedebestrijding wil doen, kan beter actief worden op een ander toneel, bij voorbeeld in de gemeenteraad of de Tweede Kamer, reageert Cor van Hulst, voorzitter van de PvdA-deelraadsfractie in Hoogvliet: ‘Ik snap Sahin wel. Ik had ook gedacht veel meer invloed uit te kunnen oefenen. Anderzijds ben je ook op het niveau van deelraden met zinvolle dingen bezig, bij voorbeeld op het gebied van sport en recreatie. Daar kun je op scoren.’
Slecht nieuws voor
bestuurders van ondermaats presterende opleidingen.
Onderwijswethouders mogen zich wel degelijk rechtstreeks tot de
ouders van leerlingen van chronisch zwakke scholen richten met
het advies: ‘Zoek toch in hemelsnaam een andere school voor
uw kind!’ De Rotterdamse onderwijswethouder Leonard Geluk
(foto) stuurde vorig jaar zomer een brief van die strekking aan
alle ouders van de 650 leerlingen van de islamitische school Ibn
Ghaldoun. De Rotterdamse rechtbank oordeelde een maand later dat
hij dat niet had mogen doen. De CDA-wethouder moest de ouders een
tweede brief sturen waarin hij zijn woorden uit de eerste brief
terugnam. Dat deed Geluk, maar hij ging ook in hoger beroep.
Vandaag haalde hij voor het gerechtshof van Den Haag alsnog zijn
gelijk. Op de valreep, want Geluk neemt deze week afscheid van
Rotterdam - na de zomer begint hij aan zijn nieuwe baan bij het
ROC Midden-Nederland. Wat leert zijn laatste juridische
overwinning als stadsbestuurder? Dat onderwijswethouders in het
belang van kinderen wel degelijk via een oproep aan ouders de
aanval mogen openen op weinig coöperatieve bestuurders van
aantoonbaar zwakke scholen die ondanks herhaalde aansporingen
geen wezenlijke kwaliteitsverbetering laten zien.
Sjef Czyzewski, de 57-jarige voorzitter van de raad van bestuur van de Rotterdamse Boumankliniek, gespecialiseerd in verslavingspsychiatrie, deelt vandaag met de lezers van de Volkskrant zijn zorgen over de vlucht die de levensgevaarlijke partydrug ghb neemt onder jongeren. Hij ergert zich wezenloos aan de relativerende toon waarop in Hilversum wordt gesproken over dit roesmiddel, dat volgens kenners een flinterdunne lijn trekt tussen aangenaam stoned zijn en een diepe coma. Vooral de makers van het BNN-programma Spuiten en Slikken krijgen er van langs. Het griezelige is dat ghb niet alleen eenvoudig verkrijgbaar is, maar ook gemakkelijk zelf te maken is, aldus Czyzewski. ‘Je hebt er geen chemisch fabriekje voor nodig.’ Wat je er wel voor nodig hebt, wilde hij mij alleen vertellen op voorwaarde dat ik de noodzakelijke ingrediënten niet zou publiceren. Ik gaf hem meteen mijn woord, wetende dat de Volkskrant niet het medium wil zijn dat adolescenten en jong volwassenen doceert hoe ze in de keuken van hun studentenflat een potentieel dodelijke partydrug moeten fabrieken.
Op mijn stretcher lag ik naar de wolken te kijken.
Waar was ik wakker van geworden? Het antwoord wilde ik niet weten, nog niet.
De zonnewarmte zat in me en de wolken namen me mee naar een nieuwe droom.
Naar The Rivers of Babylon.
Oh nee.
Niet The Rivers of Babylon.
De buren vonden van wel en er was dus maar één oplossing.
Wegwezen!
Bij Donner bladerde ik wat door de tijdschriften.
Glanzende covers, coureurs als celebreties, nergens een lijstje om in te vullen.
Op de muziek tapte ik mijn gedachten weg.
Fluisterende jazz.
R.E.D. Cool, live.
Vanuit de kelder dwarrelden de tonen omhoog, ik leunde over de balustrade.
Zongekuste benen en hoge hakken, dat wil wel.
Dacht hij.
Jawel.
Hij raakte mijn hand op de leuning.
Vroeg of ik zondag ook ging, naar Ahoy. Samen, zeiden zijn ogen.
No way.
Boodschappen doen, voorbereiden op de Tour.
Excel bestandje maken, namen en rugnummers.
Met de laptop voor de tv.
Na de warming up.
Kan Ab Klink, onze minister van Volksgezondheid, niet een landelijk vaccinatieprogramma ontwikkelen dat bescherming biedt tegen strak geregisseerde non-nieuwsvoorziening? Dat ernstig onderschatte virus dreigt een flink deel van de journalistiek comateus te maken. Aan communicatieprofessionals geen gebrek. Is er een convenantje in de maak, zit er een rapportje aan te komen? Roer de trom! De PvdA Rotterdam organiseerde onlangs op het stadhuis aan de Coolsingel een speciale persconferentie met toeters en bellen om bekend te maken dat een van zijn fractieleden besloten had bij de fractie te blijven. Ah, kijk aan. Opwindend, inderdaad. Nóg opwindender is de dagelijkse koehandel met non-nieuws. Je komt het overal tegen en er komt maar geen einde aan: ‘Wij hadden gedacht als we de Volkskrant nou de primeur geven… Maar dan moeten jullie wel groot uitpakken.’ Nou hartelijk dank, maar nee, dit haalt echt onze kolommen niet. ‘Ook goed, dan zetten we het wel weg bij een van de andere kranten.’ Het sleutelbegrip is hier uiteraard het werkwoord 'wegzetten'.
