Admin: Bewerk deze groep
Film.
Mijmeren over (oude) films.
De laatste tijd moet ik
onbewust vaak denken aan de finale van Nanni Moretti’s film
‘Il caimano’. Moretti is een van
Italië’s meest vooraanstaande regisseurs. Zijn films zijn
dikwijls redelijk diepgaand en kwalitatief van hoogstaand niveau.
Zijn prijzen op de filmfestivals van Berlijn, Venetië, Cannes en
van de Accademia del Cinema Italiano zijn daar de getuigen
van.
Moretti heeft nooit zijn politieke voorkeur onder stoelen of banken geschoven. Hij denkt links, maar is zeer kritisch tegenover het doen en laten van de linkse politici in Italië. Memorabel is een scene uit de film ‘Aprile’ uit 1998 waarin hij als acteur zichzelf speelt: op televisie een debat tussen Massimo D’Alema en Silvio Berlusconi volgend roept hij op een gegeven moment “D’Alema, zeg eens iets links!” (“D’Alema, di una cosa di sinistra”).
En met argusogen volgt hij Silvio Berlusconi.
In 2006 kwam de film ‘Il
caimano’ uit. In de film zien we Silvio Orlando in de rol
van Bruno Bonomo van een gesjeesde filmproducent, die zijn
carrière hoopt te redden met het draaien van een film (Il
caimano) over Silvio Berlusconi. Nanni Moretti noemt het zelf een
film over een fase in het leven van een echtpaar, waarin de
politiek slechts als kader dienst doet. In dat kader speelt de
figuur van Silvio Berlusconi (geïnterpreteerd door Michele
Placido, Elio De Capitani en Nanni Moretti zelf) echter een
dermate grote rol dat niemand het politieke karakter van de film
kan ontkennen.
De finale van de film is even indrukwekkend als angstaanjagend: Silvio Berlusconi (op dat moment gespeeld door Moretti) wordt in een rechtzaak veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf. De veroordeelde waarschuwt de rechters voor de gevolgen van hun daad aangezien het volk de veroordeling van een door hun gekozene niet zal accepteren. Bij het verlaten van de rechtbank wordt Berlusconi met gejuich ontvangen. Hij wordt geïnterviewd door journalisten voordat hij in zijn auto met chauffeur stapt en wegrijdt. De rechters, die daarna naar buiten komen, worden aangevallen door de meute. Molotov cocktails vliegen door de lucht. De laatste beelden zijn die van Nanni Moretti die in zijn rol van een voldane Berlusconi in de auto diens uitspraken aanhaalt, terwijl op de achtergrond de vlammen van het gerechtshof steeds hoger oplaaien.
Walter Veltroni, een van de kopstukken binnen de grootste oppositiepartij PD (Partito Democratico), haalde gisteren in een interview met La Repubblica de film aan. Veltroni gaat ervan uit dat centrum-links de regionale verkiezingen van 28 en 29 maart aanstaande zullen winnen. ,,Het zal een zware slag zijn voor de premier. En na twee verloren jaren van regeren is het onmogelijk dat alles dan bij het oude blijft’’, zegt de ex-burgemeester van Rome. ,,Maar ik weet ook dat dat de gevaarlijkste fase is. Berlusconi is niet zoals mij en anderen. Hij is niet het type dat groet, bedankt voor het vertrouwen en plaats maakt voor een ander, niet eens voor zijn eigen gevolg.’’ Op de vraag hoe hij dan de ondergang van het berlusconisme ziet antwoordt Veltroni: ,,De finale van ‘Il Caimano’ van Moretti was een verschrikkelijke nachtmerrie. Iedere verantwoorde persoon moet ervoor zorgen dat dit geen helderziendheid blijkt te zijn geweest.’’
Kijk eens aan. Het schijnt dat ze binnen de PD
dan toch eindelijk aan het wakker worden zijn. Veel te laat, dat
wel. De regering Prodi heeft de kans niet aan willen grijpen een
wet in het leven te roepen die de verstrengeling van persoonlijke
interesses en het uitoefenen van een publieke functie tegen te
gaan, en daarvan plukt het grootste deel van Italië op het
ogenblik dagelijks de wrange vruchten. De grootste profiteur van
het uitblijven van die wet heet Silvio Berlusconi, en die is op
het ogenblik
minister-president. Veel tijd
wordt er onder zijn bewind aan justitie besteed, en met name hoe
de gerechtelijke macht de wind uit de zeilen te nemen. Het
laatste voorbeeld is een wet die sinds gisteren van kracht is:
leden van de regering zijn niet meer verplicht (gedurende een
periode van zes maanden) voor de rechter te verschijnen voor
eventueel tegen hen aangespannen strafzaken. De grootste winnaar
is wederom hij, Silvio Berlusconi.
De regionale verkiezingen van 28 en 29 maart hebben hier al veel voeten in de aarde gehad. Politieke discussie-programma’s op de staatstelevisie RAI mogen niet meer uitgezonden worden zolang de verkiezingscampagna loopt. Een regel die niet geldt voor de privé-omroepen. En wie is in Italië eigenaar van bijna alle privé-kanalen? Juist. Hij, Silvio Berlusconi.
Ondanks zijn machtige imperium blijken niet alle radartjes even soepel te draaien in de Berlusconi-machine. De verkiezingslijsten in Lazio, waaronder Rome valt, werden niet op tijd ingediend en bij gevolg mag Berlusconi’s partij Populo della Libertà daar niet aan de regionale verkiezingen deelnemen. En ook al heeft president Napolitano een speciaal in het leven geroepen wettelijk decreet ondertekent, alle gerechtelijke instanties hebben tot nu de legale protesten van het PdL naast zich neergelegd. ,,Onrecht’’, oordelen Berlusconi en de zijnen. Met geweld van de Liberalen (de tegenkandidaat van de PdL in Lazio) is hun immers de toegang ontzegt tot het kantoor waar ze de lijst moesten inleveren. Zeggen ze... De rechters willen onze kiezers het democratische recht ontnemen om te stemmen. Zeggen ze...
Voor aanstaande zaterdag hebben de PD en andere linkse partijen een grote demonstratie in Rome uitgeroepen onder het motto ‘Voor democratie, legaliteit en werk. Regels ja, trukjes nee. Om te winnen’.
Voor volgende week zaterdag heeft de PdL een grote demonstratie in Rome uitgeroepen. ,,Geen protest, maar een voorstel’’, is de gedachte die Berlusconi aan deze manifestatie meegeeft.
De kranten roepen niet openlijk op tot ongeregeldheden, maar spreken - volgens mij wel heel dubbelzinnig zinspelend op – over het risico van ongeregeldheden.
Italië is op het ogenblik een kruitvat. Er is maar een kleine vonk voor nodig om alles met een geweldige knal te laten ontploffen. In Rome zullen er ongetwijfeld mensen met lucifers op zak rondlopen.
Ik maak me eerlijk gezegd een beetje zorgen. Ik hoop dat het voor niks is.
... heb ik de laatste tijd gelezen.
Het boek "Catcher in the Rye" heb ik van de bibliotheek geleend, toen over de schrijver J.D. Salinger (1919) op de pagina KUNST van de VK van 29.01.2010 o.a. te lezen was dat hij op woensdag 27 januari 2010 is overleden.
Al in 1953 verhuisde hij naar het dorpje Cornish in New Hampshire (VS) waar hij als een kluizenaar leefde.
Wel bleef hij schrijven; al is er sinds 1965 niets van hem gepubliceerd.
"Dat belooft nog wat", schrijft de krant (de VK).
Het boek "De vanger in het
graan" (1951) gaat over een zoekende, provocerende maar
ook vertederende, adolescente, vroegwijze, en met een scherpe
tong begiftigde jongeman, genaamd Holden
Caulfield.
De jongen loopt weg van school, omdat hij weet dat hij - voor de zoveelste keer - van school zal worden gestuurd. Hij ontmoet dan allerlei mensen en beleefd van alles in New York.
Het is een prachtig boek.
Daarna las ik nog een overrompelend boek. Het boek van de Ier John Boyne (1971) "De jongen in de gestreepte pyjama."
Het boek is ook verfilmd als "The Boy in the Striped Pyjamas".
Ik heb de film niet gezien. Ik ben
op zoek gegaan naar een DVD van de film, maar de DVD is (nog?)
niet op de markt verschenen. Ik heb de DVD in elk geval niet
kunnen vinden.
Het boek is ook heel goed door jongeren te lezen, denk ik.
Het jongetje Bruno (9 jaar) verhuist in 1943 met zijn ouders en zijn zusje (12 jaar) naar een plaats ver buiten zijn woonplaats Berlijn. Hun huis staat vlak naast een hoog hek met prikkeldraad. Achter het hek wonen vreemde mensen.
Op een dag ontmoet Bruno een jongen die aan de andere kant van het hek woont.
Zij worden vrienden, een vriendschap met grote gevolgen.
Heerlijke Franse kortfilm "Logorama", van Nicolas Schmerkin. Ik vind, met recht een winnaar van een oscar. Er schijnen iets van 3000 merken in voor te komen. Zonder sponsor te zijn, overigens (da's dan weer typisch Frans). De vergelijking met New Orleans dringt zich aan het einde op. Ronald McDonald als falend crimineel en Michelin als falende 'reddende engelen'.
Ik vind 't cult goed, in elk geval. 15 minuten tekenfilm, propvol merknamen.
Gevonden op destandaard.be
Rutger Hauer had nog geen dingen gezien die wij, mensen, ons niet voor konden stellen. Paul Verhoeven's instinct was wellicht al 'basic', maar een rolprent daarover was nog ver weg.
Het was 1969. Acht jaar was ik, en ik keek naar Floris. Geproduceerd door Paul Verhoeven, met Rutger Hauer in de hoofdrol.
Rond dezelfde tijd was Pipi Langkous op televisie. Pippi was het bekendste geesteskind van Astrid Lindgren. Minder avontuurlijk, maar ook bij haar was ik een redelijk vaste gast. Het was een Zweedse serie, maar desondanks zagen we hem in het Nederlands. Net als Floris overigens, maar daar was dat normaal.
En dan was er ook nog een serie van een jaar eerder die 'Samen op 't eiland Zeekraai' heette. Ook naar een boek van Astrid Lindgren, en (dus) ook een Zweedse serie. Maar het grote verschil met Pipi Langkous was dat er in het gezin Melkerson wél Zweeds werd gesproken door vader Melker, dochtertje Malin en de zoontjes Nico, Johan en Pelle.
Dat maakte indruk op me. Veertig jaar na dato hoor ik Malin nog de hond roepen: ,,Bootsman, Bootsman!'' En tegen haar broertje de standaardzin: ,,Pelle, wittoewa?''
Als ik om iets over zeven thuiskom is op Radio3 net 'Hollywood' begonnen. De titel zegt het al, het is een programma over films. Lief vertelt me over haar werk, Oronzo en Cicia dribbelen ongeduldig rond de tafel want het is tijd voor hun rondje. Ik luister dus niet echt wat er op de radio gezegd wordt. Ik heb er dus geen idee van waarom de het-lijkt-of-ik-vlieg-muziek van Sigur Ros gedraaid wordt. Dat is ook niet echt belangrijk. Belangrijk is dat het gedraaid wordt. Het nummer heet Hoppípolla en is... hemels.
Hoppípolla is IJslands en betekent zoiets als 'in de plassen springen'. Een prachtwoord als je het mij vraagt.
Buiten is het frisjes, maar het heeft gelukkig niet geregend. We maken ons avondrondje. Ik heb de muziek van Sigur Ros in mijn hoofd en mijn gedachten dwalen af naar Bootsman, naar Pippi Langkous, naar Floris...
Na de kleine gedaantewisseling die dit blog heeft ondergaan, bent u misschien op zoek naar oude artikelen die in 2009 geschreven zijn. Vroeger makkelijk te vinden via de voorpagina, staan ze voortaan hier op een rijtje.
Gedachten uit Parijs -
2009 - Non Fictie
L'Art is een serie waarin ik werken bespreek die kenmerkend
zijn voor bepaalde kunststromingen.
Dada - Marcel Duchamp
Expressionisme - Ernst Ludwig Kirchner
Futurisme - Giacomo Balla
Geometrische Abstractie - Josef Albers
Gotiek - Simone Martini
Hyperrealisme - Duane Hanson
Impressionisme - Claude Monet
Minimal Art - Karl Andre
Renaissance - Raphael
Rococo - Jean Honoré
Fragonard
Romantiek - Caspar David Friedrich
Symbolisme - Edvard Munch
Kunstcolumns
Het dagelijks leven is soms net een kunstwerk.
Belevenissen en gedachten met een cultuur tintje.
10/09/09 Monet's Visitekaartje
17/09/09 Zadkine in de Buitenlucht
24/09/09 de Burgerij van Manet
01/10/09 Stop de Audiogids Terreur
08/10/09 Mijn eigen Whistler's Mother
15/10/09 Paul Klee en de Herfstavond
22/10/09 Guillaumin's zicht op de Seine
29/10/09 Zie de maan schijnt door de bomen
Aan de hand van bronnen uit film, kunst en literatuur ga ik terug in de tijd en zoek naar wat ons bij is gebleven.
63vC - de Verovering van Judea
1347 - de Revolutie van Di Rienzo
1410 - de Handel van Datini
1481 - de Spaanse Inquisitie
1494 - de Val van de Medici Bank
1584 - de Moord op Willem van Oranje
1652 - de Strijd tegen het Protectionisme
1695 - de Invoering van de Persvrijheid
1789 - de
Bestorming van de Bastille
1829 - de Rainhill Trials
1916 - de Slag aan de Somme
Aan de hand van de wereldliteratuur, mythes en legendes werp ik een blik op het nieuws van de afgelopen week!
Week 36
Daedalus & Icarus ... Herschreven
Week 37 Dickinson's geheimen
... Herschreven
Week 38
De Bergrede ... Herschreven
Week 39
De Heerser (Il Principe) ... Herschreven
Week 40 Het Drinklied ...
Herschreven
Week 41
De Schikgodinnen ... Herschreven
Week 42 De Parabel van de
Zaaier ... Herschreven
Week 45
Pyramus en Thisbe ... Herschreven
Week 50
de Kleine Zeemeermin ... Herschreven
In de serie cinéma ga ik op zoek naar vergeten pareltjes uit de geschiedenis van de film.
An American in Paris (1951)
Clue
(1985)
Confituur (2004)
Double Indemnity (1944)
Help! (1965)
M - eine Stadt sucht einer Mörder (1931)
Mr. Smith goes to Washington (1939)
One Two Three
(1961)
Sherlock Jr. (1924)
In het spoor van het Beagle project probeer ik wekelijks
grote wetenschappers uit verleden onder de aandacht te brengen
aan de hand van de TV serie.
10-2009 James Ensor
09-2009 Auguste Renoir
09-2009 de Venetiaanse School
09-2009 de Collectie Brukenthal
06-2009 Maurice Utrillo et Suzanne Valadon
06-2009 William Blake
03-2009 de Italiaanse Primitieven
02-2009 Giorgio de Chirico
Terwijl Cor en Ning zich
aangemeld hebben voor een cursus "curling for the curious" en dhr
TerBuyl aan het spelevaren is op de vloedgolfjes uit Chili (door
de Lebak crossen met een 4x4 in de voetsporen van Peter
Faber behelsde geen uitdaging meer), zit ik hier in een vakkundig
ondergesneeuwd Tornio en bezin me op de toestand in de
buitenwereld. Het is niet de gebruikelijk ouder-vermoord-kind of
kind-vermoord-ouder of zelfs de welke
B-celeb-heeft-er-nu-weer-een-sex-tape-op-het-Internet. Neen, het
his erger dan dat; een vroeger-was-het-beter stemming heeft zich
van moi meester gemaakt. Ik ben definitief een ouwe zak! (En dat
terwijl mijn pensioenering nog decennia verwijderd is;
beteutering en ontgoocheling alom!)
Ik zag vorig weekend de de musicalfilm Fame (2009), een remake van een film uit 1980, welke vooral retrospectief bij ons in het platte land bekend werd door de gelijknamige TV serie die erop gebaseerd was. De remake volgt in grote lijnen hetzelfde plot als de originele film: een groep studenten aan een school voor podiumkunsten worden gevolgd van de audities tot aan de afstudeerceremonie, maar daar houdt de overenkomst op. Het origineel was bubbelfris en had humor. De remake is grijs en middelmatig; blik opgepoetsd, opdat het voor de hiphopmassa als bling lijkt te blinken.
Waar het origineel de spanning weergaf tussen de academische en creatieve vakken en tussen school en privéleven, loopt het aftreksel daar vooral eendimensionaal omheen. De remake heeft slechts een clubje afgeserveerde TV-acteurs in de leraarsrollen. Enkel de dans, zang en acteerklassen worden in beeld gebracht, geheel in overeenkomst met de nadruk die er tegenwoordig wordt gelegd op uiterlijkheden ten koste van inhoud. De muziek en de dans zijn natuurlijk aangepast aan de moderne stijl, en daar ware niets mis mee indien de filmmakers niet hadden gekozen voor het meest platte ongeinspireerde en mechanische van wat de hedendaagse dans en muziekscene te bieden heeft. Vergelijk enkel de bass line van de originele versie van het lied Fame (Irene Cara) met die van de remake (Naturi Naughton, een mix van Rihanna en Alicia Keys, maar dan de songfestivalversies), de laatste is volledig afgevlakt en slaapverwekkend monotoon.
Mijn tienerdochter vindt de nieuwe versie van Fame helemaal geweldig. De clips die ze van het origineel heeft gezien via YouTube vindt ze maar rommelig, de dansers doen allemaal hun eigen routine, het gaat helemaal niet gelijk op, en de haardracht is ook ridicuul. (Nou ja, dat laatste valt moeilijk te ontkennen.) En met een schok realiseer ik me dat, toen de originele film uitkwam (DERTIG jaar geleden!!!), ik dezelfde leeftijd had als mijn dochter. Een ijselijke gil besterft op mijn koude lippen. Ik ben zover over-the-hill dat mijn hulpgeroep niemand aan gene zijde meer berijkt. Ik sta met één zweetvoet in het graf en met de andere schop ik wild om me heen, maar ook de vijanden zijn oud geworden.
Onkruid vergaat niet zo snel, zeker niet wanneer het met oliedollars cosmetische ingrepen kan laten plegen. De enzovoort-enzovoort leider van heel Afrika (volgens hemzelf) en de grote vrind van personen als Berlusconi (ook al zo'n onscrupuleus persoon met een opgespoten gezicht) heeft wederom blijk gegeven van een sterk historisch bewustzijn door een stel Europeanen te gijzelen, een praktijk die de Barbarijse zeerovers eeuwenlang aan dezelfde kusten in ere hielden (en waarvoor ze dan ook met regelmaat door Britten, Fransen en Nederlanders gebombardeerd werden; Reagan was slechts de laatste in een lange reeks leiders die tot bommengooien overging toen praten niet bleek te werken). Zo'n leider noemt zijn zoon zonder mededogen "Hannibal", wat de grote vrind Berluscojones toch wantrouwig zou moeten maken omtrent de beweegredenen van Kha-daffy duck. Het is begrijpelijk dat een kind van een volksmenner-met-zweep lijdt onder zo'n naam en opgroeit tot een grote eikel (vraag iedere sociofiel ernaar) met een dikke portemonnaie. Heel logisch dus dat zo'n kind zijn personeel een beetje afranselt, volkomen begrijpelijk en vergeeflijk. Hoe halen die hebberige Zwitsers het dan in hun hoofd om arme Hannibal te arresteren voor zo'n futiliteitje? Neen, dit roept om harde actie natuurlijk; een jihad tegen alles en iedereen Zwitsers (het Zwitserleven pensioen incluis? Moet Kees Brusse zich nu zorgen gaan maken?) Zwitserland heeft geen marine of luchtmacht die Tripoli kunnen bombarderen en het is ook geen EU-land, een makkelijke prooi voor afpersing dus, denkt pappa Khablaffi in zijn padvinderstent.
Nou, pappa Khablaffer kan de pot op, met de dolle hondekop vooruit wel te verstaan. En als het afvoer wat nauw lijkt voor die schurftige schuimbek, wil ik graag helpen duwen met mijn stevige sneeuwlaars tegen zijn veelgekuste aars. Abominabel dat niet de hele geciviliseerde wereld in de rij staat om mee te schoppen.
Enfin, mijn bloeddruk..., ik ben immers de jongste niet meer...
Oh, à propos sneeuwlaarzen, is het ook weer een teken aan de wand dat zelfs in (Zuid) Zweden en (Zuid) Finland de sneeuw nu tot overlast leidt. Treinstellen uit de jaren zestig (!) worden ingezet om het spoor schoon te houden, omdat de superduper hi-tech railbolides van tegenwoordig niet op zulke "extreme" weersomstandigheden zijn berekend.
Dat berekenende, dat is nou precies wat eraan schort in de wereld van vandaag.
Vroeger bouwde men huizen zo sterk als mogelijk was met de beschikbare fondsen en naar modellen die door de eeuwen heen hun nut bewezen hadden. Tegenwoordig wordt uitgerekend hoeveel sneeuw een dak, bijvoorbeeld, verdragen kan en dat wordt afgezet tegen de gemiddelde te verwachten sneeuwdiepte over de verwachte levensduur van het gebouw. Als er dan tijdens die periode net iets meer sneeuw valt en de nietsvermoedende gebruiker van het pand houdt niet zijn dak schoon, zoals de mensen die hier al langer wonen, dan loop je kans dat het dak het begeeft. Praktijkvoorbeeld: de ICA supermarkt in Haparanda. Tientallen jaren zat de supermarkt in een oud gebouw met een puntdak (zodat de sneeuw er makkelijk vanaf glijdt), nooit het minste probleem zelfs niet tijdens de strengste winters (toen winters nog echt streng waren hier). Plotsklaps werd de keten evenwel overgenomen door AHOLD en moest de winkel verhuizen naar een gigantische megamarkthal, met plat dak. Iedereen die hier al wat langer woont weet dat platte daken problem geven, maar ja het moest goedkoop en snel, zoals alles tegenwoordig, en nu ligt de luifel van de megamarkt alvast bij het grof vuil. Het had wat meer gesneeuwd dan voorzien en, tja, dáár was het bouwsel niet op berekend!
Hetzelfde fenomeen doet overal opgang. De Nederlandse atleten blijken niet berekend op de stress van een echte Olympische Spelen en de Nederlandse politici blijken niet berekend op echt regeren (anders dan reageren). Het meest schokkende bericht uit den Haag van de afgelopen dagen was niet de onvermijdelijke val van wederom een sukkelkabinet en al het halfslachtige, nilly-willy, namby-pamby gezever ervoor en erna. Andermaal neen! Het was de bekendmaking dat Wouter Bos het beste vegetarische recept van het hele binnenhof had ingeleverd!
(... pauze om even van verbijstering uit de stoel te vallen en weer op te krabbelen...)
Ziedaar de Nederlandse politiek in crisistijd: een clubje dat het karakter van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen niet verre overstijgt (of beledig ik nu de NVVH?). De Nederlandse minister van financiën en vice-premier heeft ten tijde van financiële rampen, humanitaire crises en politiek gehekel de tijd genomen om een lekker receptje neer te pennen voor een Haags kookboekje, lekkâh hoâh! De wellicht toekomstige premier van Nederland blijkt een geheime kloon van Wina Born te zijn. Zijn spin doctoren hadden waarschijnlijk berekend dat zoiets goed zou vallen bij het kiezerspubliek. Dát, lieve dames en heren, is de toestand in de wereld van Den Haag vandaag. En wie draagt daarvoor eigenlijk de verantwoordelijkheid (als we niet onze ouders de schuld meer kunnen geven)...? Precies! Fons Jansen riep het jaren geleden al: "... in dit land is niemand waar dan ook voor verantwoordelijk. Daarom is het een bende en dat willen we handhaven."
Fons Jansen is oubollig en al jaren dood en ik ben oud en doodmoe.
Als oppepper een clip uit de originele film Fame (1980)
Gisteravond toch Avatar gezien. Eerst niet de bedoeling maar op aanraden van mijn kinderen toch maar gedaan. Zoals verwacht stelt het verhaal niet zoveel voor, maar de film is prachtig. Een belevenis deze ontwikkeling in 3D.
Big budget-avonturenfilm van James Cameron over bewoners van de aarde die sympathie opvatten voor de aliens die ze eigenlijk moeten vernietigen. Jake Sully is een gewonde oorlogsveteraan in de toekomst, die onvrijwillig met enkele anderen naar de planeet Pandora wordt gebracht om deze te koloniseren voor de mensheid op Aarde. Deze planeet wordt bewoond door de Na'vi, een mens-achtig ras met hun eigen taal en cultuur. De Na'vi doen er alles aan hun volk te beschermen tegen de mensen en Sully raakt betrokken bij hun vrijheidsstrijd, en wordt ook verliefd op één van hen.
Mooie rol ook voor Sigourney Weaver, die ik me herinnerde van de vroegere reeks Alien films.
Drie uur in de bioscoop met een combi-kaartje ( = inclusief drankje+popcorn). Prachtig effect met zo’n speciale bril. Dat alleen al is de moeite waard.
Nu het kabinet is gevallen, loop ik toch een beetje rond met een Trumanshowgevoel: nou, dat is achter de rug, what else is on?
Voor degenen die deze prachtige film nooit gezien hebben een kleine uitleg. In The Truman Show volgt het publiek de realityshow rondom Will Truman (Jim Carey), die van jongs af aan voor de televisiecamera's is opgegroeid, zonder daar zelf weet van te hebben. Als hij erachter komt, probeert hij uit het decor te ontsnappen, met heftig stijgende kijkcijfers tot gevolg. De hele wereld zit aan de buis gekluisterd terwijl Truman door de autoriteiten wordt gedwarsboomd, maar toch koppig zijn weg naar buiten vervolgt. In het laatste shot van de show heeft Truman de uitgang gevonden. Nog even maakt hij een buiging naar het publiek, en dan is hij verdwenen. De slotscène van de film is ontluisterend: de televisiekijkers grijpen onaangedaan naar de tvgids: is er verder nog wat op tv?
Dat had ik dus ook vandaag. De afgelopen dagen waren spannend (Valt 'ie wel? Valt 'ie niet?), maar als het dan eenmaal zover is, is het een beetje een anti-climax. Ok, dat was dat. Jammer eigenlijk dat het voorbij is. Het was net zo spannend.
Ik zag onlaatst een
waardeloze rolprent: Land of
the Lost (2009). Ik wist het vooraf: Een Amerikaanse
komedie met Will Ferrell als hoofddrol staat garant voor
een draak van de onderste plank, of, in dit geval, een coproliet
(leuk scrabblewoord; Antoinette
weet wat het betekent) van onleukigheden rond een dikkige oudere
man die zich gedraagt op een wijze die bij Amerikaanse pre-teens
klaarblijkelijk grappig overkomt (met andere sleutelwoorden:
poep, pies en smoezelige sexuele suggestie). Een kinderachtig
wanproduct, maar, zo zegt de behulpzame en bezorgde medeblogger,
als je het wist, waarom kijk je er dan naar?!
Een alleszins redelijke vraag waarop ik het antwoord niet schuldig blijven zal: Er stond een tyrannosaurus rex op de DVD omslag!
Monsters in het algemeen en dinosauriërs in het bijzonder zijn voor mij onweerstaanbaar al sinds mijn kindertijd (de tijd dus toen ik bovenvermelde cinematografische misgeboorte misschien nog leuk had gevonden (alhoewel... mijn vroegere ik staart mij nu vanuit het grijze verleden tot op het bot beledigd aan!)). Hoe dan ook, het is sterker dan ik; als ik weet dat een film dinosauriërs of andere voorhistorische monsters ten tonele voert krijg ik een onbedwingbare lust hem te zien.
Precies wanneer die fascinatie begon is moeilijk te zeggen, maar dino's zijn de ultieme monsters voor jongensboekavonturen. Iemand schreef ooit dat de aantrekkingskracht van dino's op kinderen drieledig is:
- Ze zijn heel erg groot
- Ze zijn heel erg woest
- Ze zijn heel erg uitgestorven
Deze combinatie staat garant voor heel erg veilig griezelen. Clowns zijn eng, want die kan je bij wijze van spreken op iedere straathoek tegenkomen, maar dinosauriërs zijn al zo ontiegelijk lang verdwenen dat ze geen echte dreiging meer vertegenwoordigen.
Als kind las ik elk (plaatjes)boek over dinosaurussen (sic.) dat de (school)bibliotheek rijk was en ik ging uit mijn (bescheiden schedel)dak wanneer er een oude creature feature op televisie of in de bioscoop kwam (voor dat laatste moesten we naar een naburig dorp, want Pape City had geen bioscoop, kan je nagaan!). Monsters zijn door de hele filmgeschiedenis heen goed geweest voor rinkelende kassa's (ik ben dus niet de enige fan). Vóór de introductie van computeranimatie moest de kijker echter niet te kritisch zijn want de methodes om dinosauriërs in beeld te brengen waren beperkt.
- Je kon een man in een rubber monsterpak hijsen en hem naast miniatuurboompjes of minirotsen filmen, zoals in Unknown Island (1948). Het nadeel was dat de acteurs niet echt natuurlijk konden bewegen.
- Je kon varanen, leguanen of alligators beplakken met valse hoorns, stekels of vinnen en ze op een maquette laten rondlopen, zoals in One million B.C. (1940). Die beesten bewogen wel natuurlijk, maar ze waren erg lastig te coachen en ze moesten warm gehouden worden anders verroerden ze geen vin. Bovendien was het in veel landen verboden om dieren te laten vechten. De monstergevechtscenes uit One Million B.C. werden om die reden dan ook vele malen hergebruikt in andere films.
- De beste methode was stop motion, een techniek ontwikkeld door Willis O'Brien en tot grote hoogte gebracht door Ray Harryhausen, waarbij kleine modellen stukje bij beetje werden gemanipuleerd en beeld voor beeld werden opgenomen. Deze techniek werd voor het eerst in een bioscoopfilm gebruikt om dinosauriërs tot leven te wekken in The Lost World (1925), maar werd pas echt populair in de eerste versie van King Kong (1933). Stop motion, soms aangevuld met de bovenstaande methodes stond aan de basis van de hausse aan monster films in de jaren vijftig en zestig.
Langzamerhand kwam er echter de klad in de voorhistorische monsterfilms, jammer genoeg. Een remake als One Million Years B.C. (1966) was nog wel een hit, maar dat kwam vooral door het dartel gespartel van een jonge Raquel Welch in een minieme bontbikini. De jaren zeventig en tachtig waren magere jaren voor monsterfans en dinosaurussen waren verworden tot kost voor kleuters, bijvoorbeeld in The Land before Time (1988) of in de vorm van die superhinderlijke Barney figuur (vlug, een teiltje!).
Gelukkig was daar Stephen Spielberg die wel iets zag in een monsterfilm met dinosauriërs. Voor ons dinosauro-cinemafielen valt de filmgeschiedenis dan ook te verdelen in twee tijdperken, vóór en na Jurassic Park (1993). Computeranimatie maakte het mogelijk de monsters levensechter dan ooit over het scherm te laten draven en de dino's zelf hadden onder invloed van de voortschrijdende paleontologie ook een face-lift ondergaan, van schuifelende giganten tot gezwinde gevaartes. De resulterende dinohype was zo winstgevend dat het de aanzet gaf tot talloze remakes van en vervolgen op prior art (onder andere een bijzonder slechte 3D versie van Journey to the Centre of the Earth (2008)) alsook nieuwe verhalen die onvermijdelijk varieerden van interessante exercities (bijv. A Sound of Thunder (2005)) via briljante TV series als Walking with Dinosaurs (1999) tot pure bloederige pulp (bijv. Carnosaur (1993) en de onvermijdbare sequels). Al met al een ontwikkeling die deze monstermaniak zeer tevreden stemt.
En Land of the Lost? Nou, de dinosauriërs waren goed, de rest was crap.
Muziekfilm Le Concert; of hoe zoet wraak kan zijn
Onlangs zagen mijn wederhelft en
ik de film Le concert, een tragikomedie met een
verantwoorde mix van ernst en humor. In deze film, met een
schitterend uitgevoerde klassieke soundtrack, volgen we de
gewezen dirigent Andreï Filipov die, ten tijde van Brezjnev, aan
het hoofd stond van het wereldberoemde Bolshoï Orkest.
Omdat hij
destijds weigerde de joodse muzikanten uit het orkest te zetten
werd hij ontslagen.
Dertig jaar later werkt Andreï
nog steeds voor het orkest, maar nu als schoonmaker. Ook de
andere orkestleden hebben baantjes die ver beneden hun niveau en
ambities liggen.
Als Andreï bij toeval een fax ziet binnenlopen waarin het huidige Bolshoï officieel wordt uitgenodigd voor een concert in Parijs, krijgt Andreï een waanzinnig idee. Want waarom zou hij zich niet, samen met zijn vroegere collega-muzikanten, voordoen als het huidige “Bolshoï Orkest” en nog één keer zijn geliefde vioolconcert van P.I. Tschaikovski, gaan spelen in Parijs. Een gelegenheid bij uitstek om wraak te nemen.
Hoe waanzinnig dit idee is lijkt
bewaarheid te worden in de loop van deze spectaculaire
muziekfilm. De voorbereidingen op dit waagstuk, of beter het
gebrek daaraan, zijn van een kolderiek gehalte dat zijn weerga
niet kent. De spanning, of het allemaal wel zal lukken met deze
losgeslagen bende Joodse muzikanten en zigeuners, neemt je mee
door de film.
Veel muziek in deze film, o.a. meeslepende zigeunermuziek.
Rode draad in de film is het vioolconcert in D major, op. 35 van Tschaikovski. Achter deze muziek schuilt een ontroerend verhaal, dat gaandeweg wordt geopenbaard.
regie:
Radu Mihăileanu/met: Alexei Guskov, Mélanie Laurent,
Miou-miou, Jacqueline Bisset/Frankrijk 2009, 124 min./Frans en
Russisch gesproken/Nederlands ondertiteld
De soundtrack uit de film kon ik niet achterhalen.
Daarom soleert Janine Jansen voor ons in
het 1e deel van het vioolconcert in D major Op. 35, van P.I. Tschaikovsky.
Trailer van de film Le Concert
Meestal kom ik op tijd. Ben een Pietje Precies. Of liever, dat was ik. De laatste weken beginnen de randjes rond mijn afspraken wat rafeliger te worden. Soms heb ik een weekend vrij. Niet dat ik dan uitgebreid op de bank een boek ga liggen lezen of beter nog, in bad. Nee, ik prop het vol met afspraken. Op de verkeerde momenten komt dan het onherroepelijke besef dat ik doodmoe ben. Zoals wanneer ik in het LAKtheater naar een monoloog van Leny Breederveld kijk en luister (Happy Days van Beckett) en droombeelden zich vermengen met het verhaal van de vrouw in het zand: telkens een paar seconden totaal van de wereld, een hoofd dat valt doordat de ogen zich autonoom sluiten en waardoor ik me afvroeg of de beelden die ik zag van de voorstelling afkomstig waren of uit mijn eigen fantasie of herinnering ontsproten, overwegingen en gedachten die naadloos aan bleken te sluiten bij Becketts woorden. Het schijnt dat sommige mensen hallucineren voor ze in slaap vallen.
Napraten met vrienden in de foyer van het LAKtheater maakte dat ik te laat in mijn bed lag. Te laat, omdat ik de volgende morgen op het voor een zondagochtend bizar vroege tijdstip van 8:40 uur in de hal van het station aanwezig diende te zijn. Stuiterend van vermoeidheid gleed ik mijn bed uit en op het allerlaatste nippertje haalde ik de trein die ons naar het IFFR reed. En we waren niet de enigen. De NS leek van een volkskrantdag niets af te weten, want er was zeker een heel treinstel te weinig om alle bezoekers te vervoeren. Maar goed, je hebt afgesproken dat je met een groep mensen vijf films gaat zien, dus je zorgt dat je er op tijd bent. Was ik maar een film later gekomen, maar dat weet je pas met de kennis van na de eerste film. The Bad Lieutenant (regie Werner Herzog) was onderhoudend, vermakelijk, er werd goed gespeeld, maar ik vond het geen film voor het filmfestival en ik verbaasde me erover dat het filmhuisminnend publiek hem zo hoog had laten scoren op de lijst voor de publieksprijs. Een doorsnee crimi voor de late zaterdagavond. Blijkt hij op nummer 37 te staan: rare jongens die organisatoren van de Volkskrantdag! Gelukkig kwamen er daarna drie waar je het voor doet, naar het IFFR afreizen: Soul Boy (nr. 11); The Trotsky (nr. 12) en Alamar (nr. 10). Jammer dat er geen film uit de top 5 in onze route zat, al was ik uiteindelijk met onze films heel happy.
Soul Boy is gemaakt door Hawa Essuman (met steun van Tom Tykwer), een jonge Kenyaanse cineaste en ze toont een ander, positief, beeld van de krottenwijk Kibera in Nairobi. Abila krijgt 24 uur de tijd om de ziel van zijn vader terug te vinden door zeven opdrachten te vervullen. Dit doet hij samen met zijn vriendinnetje Shiku die van een andere stam afkomstig is, een verboden vriendschap dus eigenlijk. Dit levert een ongewone zoektocht op en prachtige ontmoetingen. Soul Boy maakte de ontberingen op de vroege zondagmorgen meer dan goed.
Over Soul Boy konden we lekker lang napraten in de hal van de Doelen, waar de film werd vertoond. En even de benen strekken in de frisse kou die zich inmiddels van de zondag meester had gemaakt. Ver hoefden we niet meer te lopen, Pathé was het theater waar de drie volgende films werden gedraaid, zoals The Trotsky.
The Trotsky is echt een heel grappige film. De pakweg zeventienjarige Leon Bronstein is ervan overtuigd dat hij de reïncarnatie is van Leon Trotski door allerlei toevallige overeenkomsten met het leven van de revolutionair. Doordat het zo ver als mogelijk wordt doorgetrokken, blijft het geloofwaardig in al zijn ongeloofwaardigheid. Doorspekt met humor en pubergedrag.
Alamar is een van de films die een Tiger Award ontvingen. En terecht. Het is een prachtige film waarin een aantal onderwerpen de revue passeert: het verschil tussen stad en natuur; de omgang met een kind door ouders die niet bij elkaar wonen: respect voor een eenvoudig leven dat op een speelse manier van vader op zoon wordt doorgegeven en hoe verschillende culturen botsen zonder brokken te maken. Hierin spelen de helderblauwe zee en zijn bewoners de hoofdrol. De film is van een adembenemende schoonheid en vormde een waardige afsluiter van onze volgepropte Volkskrantdag. De vijfde film hebben we ook dit jaar aan ons voorbij laten gaan. Volgend jaar zal de veertigste editie van het IFFR zijn en ik neem me nu vast voor me tien dagen, gewapend met een Tigerpas, onder te laten dompelen in het festivalgewoel.
GRONINGEN
Gisteravond werd het 14e International Film Festival Rotterdam in Groningen, de Groningse pocketeditie van het IFFR, inmiddels traditioneel succesvol afgesloten. Met een ruime 8000 bezoekers was deze 5-daagse editie opnieuw iets beter bezocht dan vorig jaar, toen de eindstand vastgesteld werd op 7800 bezoekers.
De bezettingsgraad van alle voorstellingen, inclusief de 2 zwijgende films met live muziek was onveranderd hoog: 80%.

De openingsfilms was Un prophète.

Het festival in Groninger wordt geprogrammeerd door de programmeur van Filmtheater Images Henk Klein Wassink.
De drie best gewaardeerde films in Groningen waren:
A single Man
Regiedebuut van modeontwerper Tom Ford volgt een man op de dag van zijn zelfgekozen dood. Gebaseerd op boek van Christopher Isherwood.
Un prophète
Veel gelauwerde film heeft sterke hoofdrol van Tahar
Rahim als de negentienjarige Malik die om onbekende redenen voor
zes jaar de cel in moet. Hij moet zien te overleven in het
keiharde gevangenisbestaan. Zijn loyaliteit raakt verdeeld tussen
zijn medemoslimgedetineerden en de Corsicaanse
maffia.
Lebanon
Samuel Maoz keert met het autobiografische Lebanon
(Gouden Leeuw Venetië) terug naar de Israëlische invasie van
Libanon. Een zuiveringsactie in een stadje loopt uit op een
chaotische nachtmerrie. Een claustrofobische tour de force - de
hele film speelt zich af in het binnenste van een
tank.
Drie avonden waren er ook talkshows, rechtstreeks uitgezonden op de lokale zender OOG, met Hadassah de Boer.
Naast de top drie, inclusief de openingsfilm, heb ik gezien:
Lourdes, Hadewijch, No one knows about Persian cats en Bad Lieutenant: port of call New Orleans.
Alle zeven films zijn aanraders.
N.B.
Volgend jaar vindt het festival op een nieuwe lokatie plaats, zie een eerder blog.
“Schrijvend ben ik een blok ijs.” N.a.v. de 50e druk van Bernlefs 'Hersenschimmen'
In mijn widget SCHRIJVEN IS WAT IK BEN […] heb ik het volgende citaat van Hendrik Jan Marsman, bekend als de schrijver Bernlef, opgenomen:
“Gevoelens en emoties moet je niet benoemen, je moet ze laten zien.”
Ik kan mij volledig vinden in de door Bernlef gehanteerde manier om emoties zichtbaar te maken voor de lezer. Hij bevestigde zijn uitgangspunten in een interview op televisie, zondag 7 februari 2010.
Het interview vond plaats naar aanleiding van de vijftigste druk van Bernlefs boek Hersenschimmen (1e druk 1984). Bernlef sprak over het boek, waarvan ik de 34e druk heb gelezen. Ik bespreek Hersenschimmen hieronder aan de hand van het interview op tv.
Hersenschimmen gaat over
herinnering, geheugenverlies, vergeten. Presentator Wim Brands
bleek een meester waar het gaat om het stellen van de juiste
vragen. Vragen die tot interessante antwoorden leiden. Zo wordt
ons het onderscheid duidelijk dat Bernlef maakt tussen geheugen
in de tijd (wanneer is iets gebeurd?) en ruimtelijk geheugen
(herinneringen in beelden). Aantasting van het geheugen in
beelden betekent volgens de schrijver dat we de simpelste
handelingen opnieuw moeten uitvinden, zoals melk in een glas
schenken en dit leegdrinken.
Raadselachtig vindt Bernlef het selectieve mechanisme dat bepaalt, welke herinneringen het gemakkelijkst terugkomen. Het geheugen in beelden blijkt bij de schrijver sterker ontwikkeld dan het geheugen in tijd. Dit zijn vaak heel simpele beelden: de moeder in de keuken, bezig met het snijden van brood. Beelden vol details zoals de geur van het brood en de gordijnringen die de schrijver zelf uitkoos in moeders knopendoos.
Dergelijke beelden, die door de schrijver als ‘grijze plekken’ worden aangeduid, hebben ook in mijn geheugen postgevat. Het treft mij dat de schrijver zich zelfs een bepaalde lichtval herinnert. In mijn eigen herinnering koppel ik een bepaalde lichtval aan een periode van het jaar; de lichtval in februari, als ik na schooltijd aan het baantjeglijden ben op de stoep voor mijn ouderlijk huis.
Hersenschimmen speelt zich af in en rond het huis van de Nederlander Maarten en zijn vrouw Vera. Voor de locatie ging de schrijver uit van het landschap aan de kust in Gloucester, boven Boston in de U.S.A., een plek ontdaan van elke stedelijke allure. Bernlef ontdekte het gebied tijdens een reis naar Noordwest-Amerika, waar hij op zoek was naar plaatsen waar de kunstenaar Edward Hopper (1882-1967) schilderijen had gemaakt gebaseerd op typisch Amerikaanse thema’s.
Van Hersenschimmen is een film gemaakt, met opnames uit Zweden waar de gekleurde huizen sterk lijken op de huizen in Gloucester.
Voordat Bernlef aan Hersenschimmen begon had hij al enkele boeken met dementie als onderwerp geschreven. Verder dan het perspectief van de waarnemer had dit hem niet gebracht. Een perspectief dat ik mij uit mijn schrijflessen herinner als het perspectief van de alwetende verteller.
Voor Hersenschimmen gaf Bernlef zichzelf de opdracht, te schrijven vanuit de ikpersoon. Een moeilijke opgave; Bernlef besefte dat in zijn verhaal de grens tussen werkelijkheid en fictie vervaagt.
Nadat Bernlef de keuze had gemaakt voor het perspectief, begreep hij dat het ziekteproces van de hoofdpersoon emotioneler beschreven zou moeten worden dan vanuit neutrale waarneming. Dit zou betekenen dat hij dingen zou moeten opschrijven die voor hem zelf emotioneel waren. Emoties die door de lezer moesten worden opgepakt. Bernlef zegt daarover: “Directe weergave van emoties heeft geen effect. Je moet een ‘omweg’ vinden om het effect te bereiken.”
Mijn conclusie dat de schrijver, wil hij de emotie voor de lezer voelbaar maken, met enige afstand moet schrijven, lijkt een understatement als ik hoor hoe de schrijver zelf dit formuleert: “Schrijvend ben ik een blok ijs.” Om te vervolgen: “De schrijver moet de emoties ‘hanteren’, het is de lezer die erom moet huilen.”
Met de ‘omweg’ waarop Bernlef duidt zou bedoeld kunnen zijn dat de schrijver de emotie overbrengt aan de hand van beelden en metaforen. Een voorbeeld daarvan zag ik in een fragment uit de film, dat tijdens het gesprek werd getoond en waarin Maarten zegt:
Mijn hoofd is doorzichtig
van ijs, van glas
ik denk aan niks
Joop Admiraal speelt Maarten
Voor mij is dit poëzie, maar dat terzijde. Er is iets anders in deze regels dat mij bezighoudt. Maarten denkt dat zijn verwarring wordt veroorzaakt door de lange winter; Bernlef noemt Hersenschimmen een winterboek. Onder eerder werk van Bernlef bevinden zich titels als Sneeuw, Onder IJsbergen, Op het noorden. Ik vraag mij af of thema's als winter, sneeuw, ijs, voor Bernlef een speciale betekenis hebben; of ook zijn uitspraak "Schrijvend ben ik een blok ijs" in een kader te plaatsen is.
Bernlef legt uit dat hij het grootste deel van Hersenschimmen heeft geschreven vanuit intuïtie. Maar hoe doe je dat? Je kunt immers niet weten wat er zich in het hoofd van een dementerend personage afspeelt. Zelf heb ik mij die vraag vaak gesteld in een periode dat ik als vrijwilliger werkte op de gesloten afdeling van een verpleegtehuis.
Wat ik van de omgang met dementerenden wel heb geleerd is, dat kenmerkende karaktertrekken uit hun gezonde leven zich in hun ziekte blijven manifesteren.
Terug naar Bernlef en zijn toelichting over intuïtief schrijven. Bernlef is ervan overtuigd dat gezonde hersens zich kunnen voorstellen hoe de ziekte zich bij de patiënt voltrekt. Hij benadrukt daarbij dat dit niets te maken heeft met wetenschap, zoals door lezers wel wordt gedacht. Voor Bernlef is zijn boek Hersenschimmen literatuur, gebaseerd op verbeeldingskracht.
© Ingrid van den Bergh
N.B.: In een eerder artikel (Lessen van Reve en Bernlef) op het volkskrantblog schreef ik al over de 'omweg' waarover Bernlef spreekt:
© Bronnen:
Interview 7 februari 2010 http://www.pczapper.tv/pzc5/lfui/index.php?v=4702461&t=p&m=18997
Wikipedia (over Edward Hopper)
Hersenschimmen / druk
50
Bernlef
ISBN/EAN:
9789021437811
Uitgever: Querido's Uitgeverij BV, Em.
Hardcover
€ 15,00
Genre: Literaire roman, novelle
192 pagina's
https://webshop.blz.nl/Webshop/Product.aspx?ProductEAN=9789021437811
Geleende levens / druk 1 1-1-1970
Bernlef
ISBN:
9789021437804
Uitgever: Querido's Uitgeverij BV, Em.
Verschijningsdatum: 2-2-2010
Aantal pagina's: 208
Beide boeken liggen waarschijnlijk woensdag 10 februari in de winkel
The Black Angels maken nogal veel herrie, maar ze zijn wel extreem hypnotiserend, ontdekte ik gisteravond. Nog een onverwacht voordeel van het concert in Paradiso: van te voren zagen we nog een staartje van het optreden van Air. Aan de bar voerde ik een gesprek dat zo uit een film had kunnen komen, op het wat rommelige begin na dan.
Hij: 'Wat vind je ervan?' (dacht ik)
Ik: 'Weet ik nog niet, ik kom net binnen.'
Hij: 'Ik wel. (of hij vroeg in eerste instantie iets anders, of hij verstond mij verkeerd, of allebei. anyway, who cares?). Ik ben verliefd! En jij?'
Ik: 'Ik ook wel een beetje.'
Hij: 'Houwen zo.'
Ik: 'Ja, jij ook.'
Dat was het. Daarna gingen we naar hypnotiserend takke-herrie luisteren.
Gisteravond heb ik gekeken naar de film “Hotel Rwanda”. Een heel aangrijpende film.
Tot mijn grote schande moest ik toen ook erkennen dat ik niet goed meer wist wat zich destijds heeft afgespeeld in Rwanda.
Er was begin jaren negentig een stammenoorlog, of misschien beter gezegd, een genocidenoorlog aan de gang tussen de Hutu’s en de Tutsi’s.
Zoveel wist ik mij er nog van te herinneren.
Het gaat in de film over het (waargebeurde) verhaal van een man die met heel veel moed en met inzet van zijn eigen leven veel onschuldige mensen (ongeveer 1200) heeft weten te redden door hen onderdak te verlenen in het luxe vijfsterren hotel “Hôtel des Milles Collines”, waarvan hij destijds de hotelmanager was. Hij, een Hutu, was getrouwd met een Tutsi vrouw.
Je ziet in de film allerlei soorten mensen als beesten te keer gaan. Ongeremd en met een vreselijk haat.
De Hutu’s hadden het gemunt op de Tutsi’s, waarvan er toen veel zijn vermoord, verminkt, of afgeslacht.
De in het hotel aanwezige blanken worden met behulp van VN-soldaten in veiligheid gebracht. Ook een aantal zwarte mensen, die geen Hutu of Tutsi zijn, kunnen/mogen vertrekken. De VN-soldaten zijn machteloos en mogen niets doen tegen de bloeddorstige Hutu-milities/schurken. Een beschamende vertoning.
Ik zag in een flits beelden van “De Pianist”, Srebrenica, “Schlindler’s list” en het Midden-Oosten.
En wat deed destijds de zgn. geciviliseerde wereld? De VN?
Meer informatie?
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hotel_Rwanda
De Vliegenierster van Kazbek valt een beetje tegen
Gisteren hebben we de premiere
bijgewoond van de
Vliegenierster van Kazbek. (Zie ook de site).
En hoe graag ik het ook anders zou willen zien moet ik helaas zeggen dat deze wat tegen viel. Laat ik met de positieve zaken beginnen. Er wordt over het algemeen goed geacteerd in deze film, filmtechnisch ziet het er ook allemaal prima uit.
Het probleem wat ik heb met deze film is dat er geen duidelijke keuze is gemaakt over wat voor film het zou moeten worden. Het soms mooie magisch-realisme klopt gewoon niet met de strijd aan de einde van de film. Sommige scenes duurde daarbij veel te lang terwijl andere zaken te kort en onduidelijk in beeld werden gebracht. Zo is het voor de kijker die niet bekend is met de oorlogshistorie van Texel niet te volgen hoe de strijd verloopt en wat er gebeurt op het moment dat de Duitsers en Greorgiers met elkaar in gevecht raken. Verder vond ik het nogal ongeloofwaardig dat een christelijk meisje en nog maagd waarschijnlijk zich plotseling als een 'femme fatal' aanbiedt aan de Duitse opperbevelhebber.
Het gaat momenteel erg goed met de Nederlandse film: Oorlogswinter en de Storm zijn films met internationaal allure. Daar hoort de Vliegenierster helaas niet bij.
Later
de_IFFR_Tijger
Als je de vogels voert op een klein
balkonnetje, vlak voor het woonkamerraam, heb je kans dat je, na
een tijdje, bepaalde vogels gaat herkennen. Makkelijk is dat
niet, want de ene koolmees lijkt sprekend op de andere en het
duurt vaak een hele tijd voor je doorhebt dat die ene boomklever,
die telkens zo snel weer terug is, eigenlijk twee boomklevers
zijn die elkaar afwisselen.
Het helpt als een bepaalde vogel uiterlijke kenmerken heeft die hem of haar duidelijk onderscheiden van z'n soortgenoten. De duif zonder staart bijvoorbeeld, die hier in de buurt al jaren rondvliegt. En een paar jaar geleden kwam er vaak een zwart-wit gevlekt kauwtje, gedeeltelijk albinisme heet dat.
Ook makkelijk te herkennen is de pimpelmees met het hangende vleugeltje, die deze winter ons balkonnetje bezoekt. Het beestje krijgt, als hij zit, z'n linkervleugel niet netjes op z'n rug gevouwen. Gek gezicht, maar het schijnt hem niet te hinderen.
Zonder problemen vliegt hij af en aan, vanaf de overkant van de straat, om van de pinda's en zonnepitten te eten. Af en toe zie je hem ruzie maken met soortgenoten en hij staat zijn mannetje. Nee, niets aan de hand, deze mees redt zich best, ondanks zijn lamme vleugel.
Maar vandeweek zag ik hem ineens iets geks doen. Zou er dan toch nog een ander steekje los zitten ? De mees posteerde zich op het stokje waar mijn pindakorfje aan hangt, leek zich schrap te zetten en vloog daarna op het raam af. Tot een echte botsing met het glas kwam het niet.
Na een fladdervlucht omhoog landde hij weer op het voederhuisje. Om even later nog eens precies hetzelfde te doen. Ik vond het maar raar, maar aangezien hij daarna weer zijn gewone gang ging, dacht ik er verder niets bijzonders van.
Tot hij een dag later, een paar minuten achter elkaar, zijn fladderende vlucht langs het raam maakte. Tussendoor hipte hij enthousiast rond het voederhuisje, roffelde met zijn snavel op de stok waar het pindakorfje aan hangt of maakte hij zich zo groot en imposant mogelijk.
Er ging me een licht op. Zou deze mees bezig zijn met het bevechten van zijn eigen spiegelbeeld ? Vorig jaar las ik in het boek 'De eendenman', van Kees Moeliker, over een merel die jaren achtereen met veel geweld zijn eigen spiegelbeeld bestreed.
Collega-blogger Antoinette Duijsters maakte foto's van een vink die zichzelf in haar woonkamerraam als rivaal zag. En later ik wist zelf een klein stukje film vast te leggen, van een heggemus die op mijn balkon hetzelfde deed.
Dat moest het haast wel zijn. Ik sloop naar mijn videocamera en maakte een filmpje. Het is maar een klein vogeltje, dus misschien is het niet heel duidelijk. Maar trek zelf je conclusies...
Meer natuurfilms op: Stripmanfilms
De strip is weer
gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Eerdere
afleveringen van dit verhaal verschenen op:
12 december - 16
december -
27 december -
29 december - 10
januari -
13 januari -
24 januari -
27 januari -
Met de film KAMUI
heeft de veelzijdige Japanese regisseur Sai Yoichi een
vermakelijke Ninja film afgeleverd.
Het plot van deze film is gebaseerd op een Manga dit is
vooral te zien aan het begin van deze film. Dit is het gedeelte
met de meeste spectaculaire vecht scenes.
Deze scenes lijken afkomstige uit de film "the Flying Daggers". In het vervolg van de film raakt het plot wat verward en de film wordt volgestopt met veel dure CGI special effects. Dit leidt er toe dat elke mogelijke verdieping van de karakters wreed wordt verstoord door geweldadige effecten en onbegrijpelijke plot wendingen. Het totale resultaat is, een film gemaakt voor het grote Japanese publiek. Aanbeveling 7 van 10
LOS CONDENADOS (de verdoemde)
Deze
film heeft als thema het onverwerkt Argentijns verleden. En
bevat een cast vol met
jonge veelbelovende Argentijnse
acteurs en actrices. Het is een gemiste kans dat deze acteurs
blijven hangen in manier van spelen die je veel in de Nederlandse
soap serie "Onderweg naar morgen" ziet. Het plot is dan ook wel
erg dun. Oud guerilla strijder bezoekt geboorte land om te zoeken
naar het stoffelijke overschot van een vermoorde vriend.
Aanbeveling 6 van 10
LA MUJER SIN PIANO
Een bijzondere Spaanse film over een vrouw met een aparte hobby. De film neemt je mee naar het nachtelijke Madrid ook een stad die niet slaapt. Mooie film met veel bijzondere karakters en een uitstekende cast. Aanbeveling 8 van 10
Vandaag nog Blood and Bones, de slotfilm de Vliegenierster en het slotfeest. Daarover morgen meer.
Later!
De_IFFR_Tijger
Het International Film Festival Rotterdam 2010 zit er bijna op. Het was een mooie editie, met spannende, fascinerende, interessante, ontroerende films uit de hele wereld. Maar zoals dat gaat op het IFFR, wordt er ook altijd een hoop troep vertoond. Eén van de films die mij minder kon bekoren, was Het Hemelse Leven Op Aarde. Ook niet erg, want in het beargumenteerd onderuit halen van een matig werk kan een recensent veel van haar creativiteit kwijt. Het medium dat me van een perskaart voorzag, 8WEEKLY, weigert echter mijn recensie te plaatsen, omdat het geen recensie zou zijn. Ik vind het juist één van mijn betere recensies. Oordeel zelf.
Jesse. Navel. Jesse. Navel
Het hemelse leven op aarde – Bright Future
Jesse de Jong • Nederland, 2010
Hoi, ik ben Jesse en ik heb een navel. Als ik mijn camera erop richt, kunnen jullie hem ook zien. Kijk maar: Jesse. Navel. Jesse. Navel. Ik kan ook de spiegel filmen, dan zien jullie zowel mij als mijn navel. Kijk maar: Jesse en navel. Ik weet niet zo goed wat ik ermee moet, met die navel. Ik wil er wel iets mee, maar wat precies? Ik vind dat best wel moeilijk gewoon. Het gaat echt niet vanzelf. Ik zit er echt wel mee. Misschien als ik er lang genoeg naar kijk, dat ik er dan achter kom. Kijken jullie mee?
In het begin was het best wennen. Ik zag 'Rain Man' voor de tweede keer, en opeens bleek Dustin Hoffman Italiaans te spreken. Dat was een jaar of tien geleden. En vandaag is het nog steeds zo. Zo goed als alle buitenlandse films gaan in een nagesynchroniseerde versie de bioscoopzalen in. Als je weet hoe de originele stem is, merk je soms met verbazing hoeveel de Italiaanse stem op de originele lijkt. En als je weet hoe de originele stem is, merk je soms hoe beter de Italiaanse stem bij de buitenlandse eigenaar past als de originele.
Hoewel een nagesynchroniseerde film veel van haar 'ziel' verliest is het niet te ontkennen dat Italianen meesters zijn in het 'dubbelen' van de stemmen. Er zijn stemmen die bijna even beroemd zijn als de acteurs, en het is een regel dat één stem voor het leven gekoppeld blijft aan dezelfde acteur.
Vandaag gaat 'Le concert' in Italië in première. Of beter, 'il concerto', want zo heet de laatste film van Radu Mihaileanu bij ons. Natuurlijk is hij in het Italiaans.
Ik had echter het geluk er op tijd achter te komen dat mijn 'stam-bioscoop' - de Astra in Trento - het voor elkaar had weten te krijgen een voorpremière te organiseren (eerder was de film slechts op het Filmfestival van Rome te zien geweest), en zo heb ik 'Het Concert' vorige week donderdag al kunnen zien. Het was een hele bijzondere avond, zo'n zonnestraalte dat onverwacht door het grijze monotone wolkendek van de werkweek doorbreekt.
Het was de dag na de wereldherdenkingsdag van de slachtoffers van de holocaust, en voor de film vertoond werd trad de Ziganoff op, een regionale groep die, zoals leider Renato Morelli het aangaf, pingpongt tussen de stijlen klezmer en de vroege jazz uit het begin van de vorige eeuw. De groep is genoemd naar Mishka Ziganoff.
Ziganoff Jazzmer Band
Hun concert was een goed gekozen verbinding tussen de herdenking, die in Italië altijd veel aandacht krijgt, en ‘Le Concert’, de film waarin Andrei Filipov, dirigent van het Bolshoi-orkest in het Rusland van Breznev, ontslagen wordt om het simpele feit dat hij de joodse muzikanten niet uit zijn orkest wilde weren.
En dan de verrassing. Omdat de film nog niet in distributievorm voorradig was moesten we genoegen nemen met de in het Italiaans ondertitelde versie. Wauw! De Russen spraken Russisch, en de Fransen spraken Frans! Dat was op zich al een reden voor enthousiasme. Een enthousiasme dat slechts toenam bij het zien van de film.
De film gaat dus over Andrei Filipov. Nadat hij als orkestmeester ontslagen is (vernederd, want dit gebeurd tijdens een publiek optreden van zijn orkest) blijft hij als klusjesman en schoonmaker in het concertgebouw van Moskou werken. We zijn 30 jaar verder en op een dag onderschept hij een fax waarmee het Bolshoi-orkest voor een concert in Parijs wordt uitgenodigd. In een waanzinnige bui besluit hij dat zijn orkest van weleer daar moet spelen. Zijn beste vriend, voormalig orkestlid en nu chauffeur op een ambulance, verklaart hem voor gek, maar laat zich uiteindelijk toch meeslepen door het enthousiasme van Andrei. Met veel moeite worden de voormalige muzikanten terug opgespoord, met steun van een sponsor (een element uit de entourage van de hedendaagse Russische mafia) krijgen ze het zelfs voor elkaar de reis te betalen. Er blijven slechts twee ‘minieme’ puntjes over: Filipov wil met alle geweld Tchaikovsky’s ‘concert voor viool in D major opus 35’ uitvoeren en als soliste wil hij niemand anders als de Franse Anne-Marie Jacquet. Natuurlijk is daar een reden voor.
‘Le Concert’ zou een drama kunnen zijn (in feite is het verhaal dat ook), maar Mihaileanu heeft de film een compleet andere richting opgestuurd en er een comedie met een gouden randje van gemaakt. De titel zegt het al, het is een film waarin de muziek een hoofdrol speelt, maar niet alleen de klassieke muziek. Toen de in Boekarest geboren regisseur student was verruilde hij Roemenie voor Frankrijk om aan het regime van Ceausescu te ontkomen, maar hij heeft zijn ‘roots’ nooit willen verloochenen. Dat komt in zijn films, naast enige politieke zinspelingen, vooral tot uitdrukking in zijn muziekkeuze. Gipsy-muziek speelde in zijn ‘Train de vie’ al een hele belangrijke rol, en komt in ‘Le concert’ verrassend vaak de hoek om kijken.
Het duel uit 'Train de vie'.
rode draad: 1 -> 2
Premiere animatie Forum Images.
Groninger Forum en Images tijdelijk in de oude Camerabioscoop
Gedurende de bouw van het Groninger Forum zal filmtheater Images (zoals bekend een van de partners in het Forum) voor vijf tot zes jaar andere huisvesting nodig hebben.
Ook het Forum zelf is in afwachting van de realisatie van het gebouw op zoek naar een locatie om de inhoud van het Forum - deels - al tastbaar te maken. De oude Camerabioscoop aan het Hereplein kwam al snel in beeld om als tijdelijk onderkomen te dienen, en naast bioscoop dienst te gaan doen als voorportaal van het echte Forum.
Na de nodige voorbereidende onderzoeken is AAS Architecten eind 2008 begonnen met het voorlopig ontwerp voor een verbouwing van deze oude, maar geheel gestripte bioscoop.
Het streven is om in september 2010 van start te gaan op de nieuwe lokatie.
Gisteravond, tijdens de opening van het Internationaal Filmfestival Rotterdam in Groningen, was de premiere van de animatie van het nieuw tijdelijk onderkomen van Filmtheater Images.
Bron eerste afbeelding: Forum Groningen
N.B.
Zie ook de bijdrage over sluiting Camera.
Heftige films over jeugdtrauma op het IFFR in Rotterdam
Een droomfilm om mee te beginnen, een film die staat als een huis, van schrijver en regisseur Justin Molotnikov, die samen met de hoofdpersoon Stephen McCole, Joey Frisk in de film Crying with laughter, aanwezig was op de vertoning ervan op het IFFR in Rotterdam.
Het is even schrikken als je een dronken man met een zo goed als lege fles tegen de branding hoort vloeken, maar al gauw dringt tot de kijker door dat het hier gaat om een stand-up comedian, die het woord ‘Granny fanny’ als groteske vondst opschrijft, om ooit te gebruiken op het podium. Joey Frisk raakt door een misplaatste grap verzeild in een opeenvolging van heftige gebeurtenissen, tenminste, zoveel wil hij ons doen geloven. De avond waarop hij ons deelgenoot maakt van deze sleep aan narigheid, staat er een agent uit Amerika in de zaal, door wie hij misschien eindelijk ‘ontdekt’ zal worden. De vraag wat werkelijkheid is, maar vooral de zoektocht naar hoe verschillend mensen omgaan met trauma’s, bijvoorbeeld van je afslaan door alles met wrede humor te doorspekken, zorgen voor een knap gelaagd eindproduct.
De film is tot stand gekomen vanuit improvisaties tussen Stephen McCole en zijn tegenspelers, zoals Malcolm Shields (ex-klasgenoot Frank Archer), waarna scène voor scène werd opgebouwd om het tenslotte in een week te filmen. De sterke acteerprestaties die deze werkwijze oplevert, zijn een lust voor het oog.
Tussen Crying with Laughter en de tweede film, zat iets meer dan een uur. Tijd genoeg om erover te praten, het te laten bezinken. Dit is op de volkskrantdag van aanstaande zondag, die ik net als voorgaande jaren zal bezoeken, bijna niet mogelijk: de indrukken komen zo snel achter elkaar binnen dat je de kans loopt om aan het eind van de dag films door elkaar te halen. Vandaar dat het heerlijk is dat je op een maandagochtend aan een loket relaxed kunt bespreken of er nog plaatsen zijn voor de films van je lijstje en kan het uiteindelijk resultaat zeer verrassend zijn.
De tweede film die we bezochten,
in een nagenoeg lege zaal, was ‘Shirley Adams’, een film van regisseur
Oliver Hermanus, waarin het roerige Zuid-Afrika van na de
Apartheid centraal staat. Een moeder verzorgt haar zoon, die een maand of 10
daarvoor beschoten is, als gevolg waarvan hij weer volledig
afhankelijk is geworden van zijn moeder. Haar zorgen, over haar
zoon, over zijn vader die elders zijn heil is gaan zoeken en haar
financiële problemen, worden dicht op de huid gefilmd. Je ziet en
voelt als het ware wat zij ziet en voelt, wat door de manier van
filmen soms tot groot ongemak leidt. In combinatie met de slechte
ventilatie van de zaal, wenste ik dat ik er niet zat, maar
realiseerde me tegelijkertijd dat ik de keuze had om op te
stappen, terwijl de moeders in Zuid-Afrika zich in erbarmelijke
omstandigheden van geweld en armoede staande moeten houden, ook
al lijkt wederzijdse steun vanzelfsprekend. Een geslaagd
portret.
Waarom ik beide films tegelijkertijd bespreek, is niet alleen omdat ik ze achter elkaar gezien heb, maar ook door gelijkenissen in thema’s. Het gaat in beide gevallen om jeugdtrauma’s, zowel lichamelijke als geestelijke schade die je daardoor oploopt en hoe je ermee omgaat. In Crying with Laughter is er grote schade aangericht, maar lijkt nog hoop aanwezig: het kan goed komen. In Shirley Adams leidt de schade tot uitzichtloosheid en machteloosheid en is bevrijding ervan de enige oplossing.
Nog iets anders – dat ik overigens ook in andere films opvallend vind – is de rol van de zee. In Crying with Laughter gebruikt Joey Frisk de zee om tegenaan te schreeuwen, in Shirley Adams lijkt de zee een berusting en een nieuw begin uit te stralen.
Dit blogje gaat over een
film die ik recentelijk zag. Het was geen Finse film, maar een
Zuid-Afrikaanse, wat bijna net zo exotisch mag heten voor de
gemiddelde Nederlander (Bijna, want de Finse cinema heeft geen
internationale successen gekend à la “The Gods are
Crazy”, of “Tsotsi”.)
Meerdere bloggers hebben al in positieve termen geschreven over de duurste film ter wereld, Avatar, die ons onderdompelt in een betoverende, kleurrijke en sprookjesachtige exo-wereld waarin zich een dun verhaaltje afspeelt over een koene held die een ras van buitenaardse wezens helpt zich te verzetten tegen gedwongen verhuizing en de vernietiging van hun leefwereld. Dat alles, gekruid met een beetje Gaia mystiek en wat buitenaardse romantiek, glijd gemakkelijk het oog binnen en glijdt even gladjes weer van je af.
Een paar maanden voor Avatar in de bioscopen verscheen kwam er een andere science fiction film uit die veel verhaal elementen gemeenschappelijk had met Avatar, maar slechts een fractie van het budget. De film werd mogelijk gemaakt door Peter Jackson die, na het mislukken van de plannen voor een verfilming van het computer spel Halo, zijn budget ter beschikking stelde van de Zuid-Afrikaanse filmmaker Neil Blomkamp die nog nooit eerder een speelfilm had gemaakt. Blomkamp engageerde een handvol onbekende acteurs en bouwde verder op een idee dat hij had ontwikkeld in een korte film uit 2005, Alive in Joburg.
Het gegeven uit die film, welk aan het begin van District 9 wordt geïntroduceerd, is dat een reusachtig ruimteschip tot stilstand is gekomen boven Johannesburg, Zuid Afrika (en niet, zoals de commentator fijntjes opmerkt, boven Washington, New York of Los Angeles). De aliens blijken echter geen veroveraars der aarde of redders van de mensheid, maar een ras van weinig intelligente geleedpotigen die uit hun eigen schip bevrijd moeten worden. In de film wordt gesuggereerd dat hun samenleving is georganiseerd als bij sociale insecten, maar dat de soldaten- en leidersklassen onder de aliens door de een of andere calamiteit zijn verdwenen.
Het aanvankelijke enthusiasme van de aardbewoners over het redden van de buitenaardsen verdwijnt al spoedig als blijkt dat dezen, nu bijgenaamd “garnalen”, vooral overlast opleveren voor de stadsbewoners. Hun technologie, waaronder ook hun geavanceerde wapentuig, opereert enkel met hun DNA, maar de meesten zijn te dom om er mee om te gaan. De “garnalen” leven 20 jaar na hun redding in een krottenwijk buiten Johannesburg en zijn ten prooi aan drank en kattenvoer (wat op hen een drogerend effect heeft). Deze produkten worden geleverd door de Nigeriaanse maffia die erop uit is om de geheimen van de buitenaardse wapentechnologie te ontrafelen. Ze zijn daarin evenwel even weinig successvol als de organisatie die van de regering de controle heeft verkregen over de krottenwijk, een paramilitaire multinational die met grof geweld de orde bewaard.
Het verhaal begint als een documentaire over de hoofdpersoon, Wikus van der Merwe, een anti-held in elk opzicht, een stuntelige, weinig heldhaftige kantoorfrik, hopeloos verliefd op zijn blonde ega. Wikus is door zijn schoonvader, de president directeur van de multinational, aan het hoofd geplaatsd van een operatie om de aliens gedwongen te verhuizen naar een nieuw kampement ver van de stad. Deze missie zet een serie escalerende gebeurtenissen in gang waar ik niet over wil uitweiden, maar ik kan wel zeggen dat de film de moeite waard is voor elke sci-fi fan en voor iedereen die voor de verandering eens knetterende vloeken wil horen in het Afrikaans.
Uiteraard krijgt de film zijn volle lading pas als de kijker enigszins op de hoogte is van hoe het apartheidssysteem in Zuid Afrika fungeerde. De film werd grotendeels opgenomen op locatie in een originele krottenwijk uit die periode, gebouwd op een vuilnisbelt buiten Johannesburg. De voertuigen en wapens zijn die van het Zuid-Afrikaanse leger en de methodes van de ordetroepen roepen nare herinneringen op. De manier waarop ook de onbenullige Wikus omgaat met de “garnalen” is symptomatisch voor een diepgeworteld racisme en het knappe van de film is dat het de kijker meetrekt daarin. De “garnalen” hebben weinig aantrekkelijks en het duurt dan ook even voordat de toeschouwer sympathie voor ze kan ontwikkelen. Na veel actie sluit de film af met een erg menselijk moment van ontroering, dat doet hopen op een vervolg.
Al met al is District 9 een geslaagde sf film met genoeg humor en dubbele bodems om het ook voor de kritische kijker interessant te houden. De beelden zijn niet zo lieflijk als in Avatar, maar daarom wel zo realistisch. De amateur cast (de ene hoofdrolspeler had nooit eerder geacteerd, de ander was een stand up komiek) is heel geloofwaardig en de speciale effecten zijn zeer professioneel. Ga ‘em zien!
Sex pop komt tot leven in Japanse "Air-doll" film
De film Air-doll van Hirokazu Koreeda maakte de verwachtingen waar. Er zijn parallelen met Pinocchio tot Bladerunner wat deze film bijzonder maakt. Het gaat over een opblaaspop die een hart krijgt en tot leven komt. Ze vindt een baantje in de locale videotheek en wordt er verliefd op de jongste bediende. Wat uiteindelijk tot een dramatisch einde zal leiden. Een aanrader 9 van10.
Als de clip niet werkt klik hier.
De tweede film van gisteren was voor ons een andere Japanse film "Autumm adagio"
Een non in een "leading role" dat zie je niet veel in Japanse films. Een mooie stille film waarin met scenes in zwart/ wit contrasten de emotionele ontwikkeling van de 40 jarige non wordt getoond. Een film van een potentieel tiger award winnaar die zeker een aanbeveling waard is. Aanbeveling 7 van 10.
Al laatste bespreken we "Running Turtle" waarin een detective een gevaarlijke schurk achtervolgd die is gespecialiseerd in de martial arts. Dit is het beperkte plot, het verhaal wordt uitvoerig toegelicht en doet vaak wat slapstick achtig aan. Dit is een grote film in Zuid-Korea, dat zie je dan ook aan de afwerking en de cast. Een vermakkelijke film om naar te kijken zonder een diepere boodschap of pretensies. Aanbeveling 8 van 10.
Films die zwaar tegen vielen waren:
1. Valhalla Rising: Valhalla Vikings Vallen Vies tegen zou een mooi kop zijn. Verward verhaal, geen herkenbaar plot, wel mooie beelden van
Schotland.
2. Possed: In het begin erg griezelig maar later niet meer door onduidelijk plot, verwarde verteltrant en niet te volgen verhaal.
Later!
de IFFR Tijger
"Hij was maar een clown", zong Ben Cramer in mijn jeugd. "Maar nu is hij dood!" Nou ik vond dat helemaal niet zielig. Ik was blij dat ie dood was, de engerd!
Mag ik even fulmineren tegen de opgeschminkte medemens? Het mag als bekend verondersteld worden dat kinderen bang zijn van clowns en er toch door gefascineerd worden. Ik had als klein kind al enge dromen van clowns, terwijl ik er nooit eentje in levende lijve was tegengekomen. Het dichtst dat ik bij een geverfd gezicht was geweest was met Sinterklaas (en met mijn tante, maar dat is een ander verhaal). Zwarte Piet vond ik echter helemaal niet eng (was immer zoet geweest, had dus niks te vrezen). De goedheiligman zelf was een stuk enger, omdat ie altijd wilde dat je op schoot kwam zitten. Dat kon niet goed zijn dacht ik, nog lang voordat ik op de hoogte kwam van de gedragingen van (te)veel van 's Heeren dienaren.
Enfin, terug naar die enge clowns dus. Er moet iets archetypisch achter steken. Opvallende kleuren signaleren in de natuur vaak gevaar, dat al om te beginnen. En dan worden die kleuren ook nog gebruikt om een menselijk gezicht onherkenbaar te maken. Enge clowns zijn geen mensen meer. Het zijn natuurgeesten geworden. In veel animistische religies gaan mannen (altijd mannen) van tijd tot tijd het bos in en keren terug in hun dorp met maskers op. Ze zijn geen mensen meer, maar manifestaties van natuurkrachten en kunnen in die staat straffeloos andere mensen (bijvoorbeeld een ongehoorzame ega) afranselen. Europese clowns zijn niet meer zo overduidelijk gelieerd aan oerdriften, maar helemaal menselijk zijn ze ook niet. Het is dan ook opvallend dat de minst enge clowns juist degenen zijn die nog het meest menselijke voorkomen hebben. Een kind weet dat wie zijn gezicht bedekt iets te verbergen heeft. Het is vast een boef. (Dit verklaart misschien ook wel ten dele de instinctieve weerstand die velen voelen tegen gezichtsbedekkende sluiers in de openbare ruimte van vandaag.) Ik denk dat we in den beginne om clowns lachen omdat ze ons bang maken, terwijl we weten dat er niets kan gebeuren (toch?).
En dan dat gemaakt vrolijke, daar prikt een kind toch dwars doorheen? Ik ben een keer een Finse clown tegengekomen in de nachttrein tussen Helsinki en Kemi. Onni-Pelle heete die knakker: "Gelukkige Pelle". Nou, zo happy was ie nou ook weer niet. Toen ik hem voor het eerst zag, stond ie zwaarmoedig over te geven in het wastafeltje van mijn treincoupé. Zoals zovele Scandinaviërs had ie getracht zijn zorgen te verdrinken, om er daarna achter te komen dat ze konden zwemmen. Grappig? Laat me niet lachen (letterlijk)!
Clowns waren
dus al eng lang vóór Stephen King daar vorm aan gaf met
zijn Pennywise in It (1986).
De kinderen die in Oude Pekela (1988) enge verhalen vertelden
over een clown met de sexuele voorkeuren van, pakweg, een
Katholieke bisschop, hadden dat boek niet gelezen en de film
(1990) was nog niet gemaakt. De volwassenen maakten een heel punt
van die clown, want zoiets verzinnen de kinderen toch niet? Voor
mij was het juist een bewijs dat de hele affaire berustte op
massahysterie. Kinderen die uit hun onderbewustzijn
griezeligheden opdiepten waarvan de clown symptomatisch was. De
clown is de duivel met andere woorden en daarom vinden we hem
eng.
De enge clown leeft ook vandaag nog voort, bijvoorbeeld in deze Amerikaanse reclame die er tamelijk geestig mee om gaat:
(Sorry voor degenen die vanwege een slechte verbinding geen YouTube video's kunnen openen.)
voorafgaande aan de film Lourdes werd de oud-Bisschop ondervraagd over de thema's uit de film: bestaat een Wonder? Wat is dat toch met dat Lourdes? het duurde 20 minuten en was erg humoristich en interesasant.
De film zelf is een mengeling
van een documentaire en een melancholisch drama. Het gaat over
hoop en verwachting maar ook over de commercialisering van het
geloof. De film vertelt het verhaal van een MS patiente die een
bezoek aan Lourdes brengt. De film blijft mooi in balans tussen
sentimentele scenes en kritische scenes.
Een aardig voorbeeld van zo'n scene is de volgende:'Een pastoor verteld een mop. Jezus, de Heilige Geest en Maria ziiten in de hemel en bespreken welke plaats ze op aarde nu eens zullen bezoeken Jezus stelt Bethlemen voor waarop de Heilige geest zegt dat hij daar al zo vaak geweest is de Heilige Geest stelt Jeruzalem voor waarop Jezus antwoord dat hij daar al zo vaak geweest is. Jezus stelt tenslotte dan voor om naar Lourdes te gaan waarop Maria antwoord dat dit een goed idee is omdat ze daar nog nooit is geweest.

Gisteren 3 films gezien. Lost Paradise in Tokyo, True Noon en Fantastic Mr. Fox.
In Lost paradise in Tokyo
(inzet) wordt een callgirl ingehuurd door een man om diens
geestelijk gehandicapte broer een 'plezier' te gunnen. Dit op
zich aparte gegeven is het begin van een verhaal waarin de
personages steeds dichter naar elkaar groeien. Thema's als
liefde, geborgenheid en dromen over een betere toekomst.
Het 'paradise' waarnaar verlangt wordt is een eiland wat ook gekocht wordt. Later blijkt dat het echte 'paradijs' veel dichter bij huis te vinden is. Een mooie film, wellicht wat sentimenteel en iewat aan de lange kant is dus wel de moeite waard. 8 van 10.
True Noon (inzet) speelt zich af in Tsjadikistan. Het gaat over mensen in een dorp die worden geconfronteerd met een plotseling grens met prikkeldraad en landmijnen. Deze authentiek uitziende film wil laten zien dat mensen toch elkaar nodig hebben ondanks door staat of een regime opgeworpen barricades. Er wordt in deze film heel naturel gespeeld waardoor de emoties goed aankomen. De Rus die het weerstattion beheert offert zich uitendelijk op om zijn leerling en de bruid van dit verhaal te redden. 8 van 10.
In fantastic mr. Fox wordt met geweldige Stopmotie techniek een topfilm neegezet. Gewoon een keer kijken dus. Het gaat over een Vos die hoewel getrouwd zijn
streken niet kan verliezen en hierbij zijnn gezien en veel andere dieren bijna in het ongeluk stort. De 3 boeren waar hij ruzie mee krijgt zitten hem en zijn mede dieren tot in het riool achterna. Toc weet Mr. Fox zich eruit te redden. In deze strijd weet ook zijn zoon zich te hervinden en leer Mr. Fox dat ieder dier eigenlijk 'fantasic' is.
waarom deze film nu op het IFFR draaide begrijp ik eigenlijk niet helemaal goed. Wellicht om dat deze film tot-nu-toe in nederland te weinig aandacht heeft gekregen? Wie zal het zeggen.
Na deze film zijn we even gaan kijken in de Doelen en de Schouwburg waar het druk en gezellig was. daarna doorgezakt in de bar van Hotel Centraal. wat wil een festival ganger nou nog meer?
Meer films natuurlijk en dat gaat dan ook nog gebeuren.
Later!
de_IFFR_Tijger
Paju en cool feest openen het Int.Filmfestival Rotterdam
In een druilerig Rotterdam is gisteravond de 39-ste versie van het filmfestival begonnen. Om 21.00 begon de openingsfilm Paju voor het publiek in Pathe 1.
Als u uw hoofd even schuin houdt :) is te zien hoe de directeur van het festival, Rutger Blanson, de regisseur van Paju, Park Chan-ok, een interview afneemt vlak voor de aanvang van de film.
Na de film kreeg eenieder een comsumptie bon en kon je met je bioscoopkaartje en/of kortingspas in de Doelen komen en daar genieten van een cool feestje. Het was er lekker druk en er waren DJ's die probeerde met mystiek klinkende house muziek de sfeer er goed in te brengen en te houden.
Was Paju de winnaar van het Pusan Int. Film Festival, nu echter de moeite waard?
Ja en nee. Nee omdat de film op nogal verwarrende wijze van voor naar achter in de tijd sprong waardoor niet altijd duidelijk was wat er aan de hand was en waar je naar zat te kijken. Ja, omdat er op een gegeven moment toch emotioneel krachtig momenten in zaten. Nee omdat de film voor het verhaal te lang duurde (110 min!). Ja, omdat er ook af en toe grappige momenten in zaten en de krakters toch gingen leven. Enfin mixed feelings dus. Geen aanrader maar interessant genoeg als openingsfilm is wellicht een goede conclusie?
Later!
de_IFFR_Tijger
