Admin: Klaas A. Mulder
Tentoonstellingen
Beeldende kunst & fotografie
Gisteren (10.03.2010) was ik voor de tweede keer in Hermitage Amsterdam.
Het eerste bezoek viel mij dik en dik tegen, maar deze tentoonstelling was volkomen naar mijn zin.
Er hingen topstukken van Matisse, Picasso, Van Dongen, Derain, De Vlaminck, Kandinsky, Malevich, en nog een aantal tijdgenoten van deze schilders.
In totaal waren er ongeveer 75 schilderijen te bewonderen die zijn overgebracht van de Hermitage St.-Petersburg.
Omdat het de eerste keer is dat deze meesterwerken in Nederland te zien zijn, moest en zou ik naar Amsterdam.
De tentoonstelling is gelukkig ruim opgezet en er is ook ruime aandacht geschonken aan het ontstaan van de moderne kunst als kunsthistorisch verschijnsel en aan de kunstenaars zelf, de pioniers van de moderne kunst.
Dit keer heb ik geen enkele spijt gehad dat ik gegaan ben; zelfs niet toen ik in een zaal Paul Witterman (ja, die van P&W) bijna tegen het lijf liep.
Je mocht er jammer genoeg niet fotograferen, maar toch kan ik wel iets laten zien:
|
"Hermitage
Amsterdam" |
|
|
|
|
|
De tentoonstelling “Matisse tot Malevich” is nog te zien tot en met 17 september 2010.
|
Persoonlijk denk ik dat deze tentoonstelling een enorm succes wordt.
Het spel en de spelers
Van Abbemuseum, Eindhoven
In dit eerste deel van het programma "Play van Abbe"stelt het museum de verhalen van kunstenaars en tentoonstellingsmakers centraal.
Met onder andere "Herhaling: Zomeropstelling 1983".
Ossip Zadkine - Demeter, 1918
Luciano Fabro - Il giudizio di Paride, 197?
Jannis Kounellis, Senza Titolo, 1980
Mario Merz - Iglo Nero, 1967-1979
Herhaling: Zomeropstelling 1983 is een reconstructie van de collectietentoonstelling Zomeropstelling van de eigen collectie, die in 1983 werd ingericht door de toenmalig directeur van het Van Abbemuseum Rudi Fuchs en zijn conservatoren.
N.B.
Zie ook vorige bijdrage over de architectuur van het Van Abbemuseum
Museumarchitectuur
Het torentje boven de ingang van het Van Abbe Museum in Eindhoven is kenmerkend voor dit traditionele gebouw. Lateien en andere bijzondere gevelelementen zijn van natuursteen gemaakt. De tentoonstellingszalen krijgen daglicht via daklichten. Het gebouw is sinds kort Rijksmonument.
Abel Cahen ontwierp in 1991 een uitbreiding, die boven op het bestaande gebouw zou moeten komen. Dit ontwerp is niet gerealiseerd. In 2003 is er een uitbreiding gerealiseerd die bestaat uit twee verschillende volumes rond een vijver. Voor deze uitbreiding is de rivier De Dommel verlegd en verbreed.

Opvallend is de 26 meter hoge toren met zijn Escher-achtige interieur. De gevels van de nieuwbouw zijn bekleed met grijze leisteen.
In 2009 is in de vijver van het museum het ontwerp Doodgravers uit 1923 van de Russische kunstenaar El Lissitzky gerealiseerd.(Architectuur.ORG)

N.B.
Zie ook de vorige bijdrage uit Eindhoven
Detail van schilderij in olieverf
Schmerzensmann (Man of Suffering) (UPDATE met filmpje)
Niet normaal

Berlinde de Bruyckere, J.L. (Installation view), 2006.
Donald Rodney, In the House of my Father, 1996-97
Werner Reiterer, geen titel, 2005
T/m vandaag vond in de Beurs van Berlage te Amsterdam een grote, publieksgerichte kunstmanifestatie plaats, getiteld: Niet Normaal. Internationale kunstenaars reageren op hét actuele onderwerp in onze samenleving: wat is normaal en wie bepaalt dat.
N.B.
Zie ook een eerdere bijdrage over de tentoonstelling.
in het Groninger Museum




De bekende IJslandse zangeres waar de modeontwerpers Bernhard Willhelm en Jutta Kraus mee hebben samengewerkt is Björk. In het Groninger Museum zijn foto’s te zien die van haar zijn genomen in ontwerpen van Bernhard Willhelm. Deze foto’s vertellen als ware een verhaal, een droom.
N.B.
Zie ook een eerder blog over Bernhard Wilhelm en Jutta Kraus
Change of the Century
Francois Morellet - 2 carres
Bruce Nauman - Life and Death
Dan Flavin - The Diagonal of May 25
Joseph Beuys - Capri - Batterie
Geysell Capetillo - Frutos de la tierra III
Guy Mees - Vierledige compositie
Leo Copers - zonder titel
Patrick van Caeckenbergh - Boerepatee
Museum Kunstlicht in de Kunst in Eindhoven presenteert in samenwerking met het S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst uit Gent, de tentoonstelling Change of the Century.
De titel van de tentoonstelling verwijst naar de invloed die de gloeilamp en andere vormen van kunstlicht, zoals neon, op zowel de maatschappij als op de beeldende kunst hebben gehad.
De tentoonstelling is tot en met 21 maart 2010
Steun Kunstlicht in de Kunst
De Commissie Cultuur Totaal heeft de Gemeente Eindhoven geadviseerd ons museum in 2010 geen subsidie te verlenen.
Zonder financiële steun van de Gemeente Eindhoven zal ons museum zijn deuren moeten sluiten.
Een museum over lichtkunst is uniek in de wereld en hoort thuis in de lichtstad Eindhoven.
Ik heb een handtekeningslijst ondertekend met de tekst "Ik steun Centrum Kunstlicht in de Kunst in zijn strijd om te blijven bestaan"
N.B.
Eigen werk in olieverf (70x80)
Museum Belvédère bestaat vijf jaar
Pieter Moerman- Veldwaarts
Edgard Tytgat - Vier jonge meisjes op een boot
Theo van Doesburg - Duinen en zee
Emo Verkerk - Opgerold zeil
West-Afrika
Ed Dukkers - Meisje op het starnd
In het kader van zijn vijfjarig bestaan organiseert Museum Belvédère de tentoonstelling Eb en Vloed. De expositie wordt geheel samengesteld door gastcurator Thom Mercuur en vormt tevens zijn afscheid van Museum Belvédère, het museum dat er zonder zijn visie, inzet en collectie nooit was gekomen.
In de tentoonstelling Eb en Vloed worden schilderijen en werken op papier getoond die de zee als onderwerp kennen of in hun sfeer associaties oproepen aan zee en kustgebieden. Alle typeren ze de man die door de jaren heen steeds zuiverder de gevoelswaarden in kunst wist te signaleren: Thom Mercuur.
Bij mijn bezoek aan het museum, vorige week, was het zeer druk. Veel mensen willen op het laatste moment, de tentoonstelling loopt nog t/m komend weekend, de expositie nog zien. Vorige week dinsdag waren er bijvoorbeeld 350 bezoekers.
N.B.
Zie ook een eerder blog over Museum Belvedere.
De intercity van Zwolle naar Arnhem gaf deze dag (24-02-10) reisproblemen.
In Deventer ging de reis naar Apeldoorn en vandaar - een stoptrein - eerst naar Zutphen en toen (met de intercity) naar Arnhem.
Het extra treinreisje kostte ons - gelukkig maar - een half uur.
Bij de VVV aan het Stationsplein haalden we een “stadswandeling” voor Arnhem.
De route bracht ons langs een aantal mooie (historische) gebouwen in de binnenstad van Arnhem.
Al lijkt WOII dan een tijd geleden, het is nog steeds goed te zien dat de stad en de mensen veel hebben geleden; dat er veel is verwoest, hersteld en gerestaureerd.
Vooral bij en in de buurt van de Eusebiuskerk, de Rijnkade, de John Frostbrug over de Rijn en de Sint Walburgis Basiliek is goed te zien dat er veel is verdwenen, of misschien beter gezegd: vernield/kapot gemaakt.
|
|
![]()
|
|
![]()
|
|
![]()
|
|
|
|
![]()
|
|
Maar gelukkig is de tijd ook in Arnhem niet stil blijven staan.
Er is veel nieuwbouw gepleegd en dat is goed te zien: mooie, minder mooie en zelfs lelijke gebouwen.
In een winkel met diverse reisgidsen, plattegronden, enz. vonden wij - echt waar - een goede, overzichtelijke plattegrond van de eilandengroep voor de zuidwestkust van Finland.
Er was een enorme keuze in deze winkel. Volgens de dame die ons hielp, bestaan er maar 6 soortgelijke winkels in Nederland.
We kwamen ook langs het Historisch Museum Arnhem (HMA), waar we al eerder zijn geweest. Er was toen ook een bijzondere tentoonstelling te zien van het werk van een van mijn favourite schilder: Mankes.
Na de stadswandeling liepen we naar het Museum voor Moderne Kunst Arnhem (MMKA).
In het Museumcafé dronken we een lekkere kop koffie. Daarna gingen we het museum binnen. Eerst naar de etage met figuratieve kunst (o.a. Dik Ket) en de collectie magisch realisten (o.a. Willink) en vervolgens naar de drie tentoonstellingen “Gelders Balkon 5” (Jan Vos), “Het Nederlandse Sieraad Van 1965 Tot NU Een Keuze Uit De Collectie” en “Tangible Traces”(Nederlandse ontwerpers en architecten aan het werk).
Het werd tijd om weer naar huis te gaan. We zochten onze trein op.
Gelukkig bracht deze intercity ons zonder oponthoud en snel weer thuis.
[Klik voor informatie: www.mmkarnhem.nl
en: www.hmarnhem.nl]
Eigen werk in olieverf (70x80)
Vanuit het Museumcafé van het MMKA (Museum voor Moderne Kunst Arnhem) zag ik (24/2) in de beeldentuin het beeld staan van Ineke Kaagman, genaamd “het Kauwgommeisle”.
Ook genoot ik van het fantastisch uitzicht op de Rijn.
Volgens de kunstenares - heb ik opgezocht - is het beeld niet af en is het de bedoeling dat het meisje een jurk en een masker van kauwgom krijgt. Het liefst van roze kauwgom.
[Bij de kassa kun je een (roze) kauwgommetje krijgen om dat later te plakken aan het kauwgomkunstwerk.]
Mijn partner en ik zaten te genieten van een lekkere kop koffie, toen ik werd afgeleid door het (opgewonden) gesprek van vier dames, die iets verderop aan een tafeltje zaten te smikkelen en te smullen.
Het was echt niet mijn bedoeling om mee te luisteren, maar ik ving flarden op van dat gesprek. Zo hoorde ik zeggen van: “… net als voor het zingen uit de kerk gaan … “.
Ik draaide mij om en keek naar het viertal en hoorde fluisteren: “Hij heeft vast gehoord wat ik zei.” Iets dergelijks was het.
Vervolgens stak ik zomaar mijn rechterduim omhoog met een gebaar van “prima gezegd”, en zag toen iemand enorm rood worden, gevolgd door een enorm gegiechel.
Ik draaide mij weer om en keek aandachtig in het kopje met de heerlijke koffie.
Zo beleef je nog eens wat, dacht ik.
“Kunstbelevenissen in het MMKA”.
Individuen en hun evenwicht tussen denken, doen en zijn
Hubertus von der Goltz




Het werk van Hubertus von der Goltz is gericht op individuen en hun evenwicht tussen denken, doen en zijn. Voor Von der Goltz zijn zijn figuren een symbolische act: diegene die balanceert, moet zich op zichzelf en zijn weg concentreren. Het gaat om een fundamentele menselijke ervaring waarbij een ieder zijn eigen associatie heeft. Het uitgangspunt is voor iedereen gelijk .Het werk spoort de beschouwer aan zijn eigen ´Befindlichkeit´ te reflecteren en na te denken over zichzelf en zijn eigen situatie.
Hubertus von der Goltz was te zien in groepstentoonstelling de ‘Potsdamer Gruppe’ in galerie Anderwereld te Groningen. De Duits-Nederlandse connectie van de ‘Potsdamer Gruppe’ loopt via Armando, die tegenwoordig beurtelings in Potsdam en Amstelveen woont en werkt. De ‘Potsdamer Gruppe’ is geen collectief maar een unieke groep eenlingen, die af en toe gezamenlijk optrekken of actie ondernemen. Het groepsgevoel is meer een kwestie van mentaliteit dan van uniformiteit.
N.B.
Zie ook een eerdere bijdrage over Armando
Door technische problemen is dit de eerste bijdrage van deze week. Excuus.
Franz Marc behoort tot de
vroeg abstract werkende schilders uit het begin van de 20e eeuw.
Samen met Wassily Kandinsky (1866-1944) was hij oprichter van de
Duitse kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter (1911). Onder
die naam gaven zij een almanak uit, die voor het eerst verscheen
in 1912, gevolgd door een tweede druk in 1914. In deze almanak
wilden Marc en Kandinsky in woord en beeld bekendheid geven aan
hun ideeën over kunst.
Voor de tekst kwamen uitsluitend kunstenaars in aanmerking; zij schreven niet alleen over beeldende kunst maar ook over muziek (o.a. Schönberg over twaalftoonsmuziekff) en theater (Kandinsky).
Kandinsky ontwierp de omslagtekening: een blauwe ruiter te paard. Omdat beide redacteuren van blauw hielden, Marc hield bovendien van paarden en Kandinsky van de ruiter als symbool van zijn zoektocht naar abstractie.
Almanak Der Blaue Reiter
Franz Marc legde zich vooral toe op dierenportretten, waaronder ontelbare paarden. Het dier beschouwde hij als een wezen met een zuivere, ongerepte aard, dat tegemoetkwam aan zijn streven naar ingekeerdheid en geestelijke loutering in de kunst.
Misschien is het aardig ook een kijkke te nemen op een eerder blog over 'ontaarde' paarden, van Maria Trepp. Ik kwam er bij uit toen ik op google <Marc+paarden> intypte. Mijn belangstelling had mij al eens daarheen gebracht, gezien mijn reactie aldaar.
Op de tentoonstelling in Den Haag (zie link onderaan) zag ik de bronzen paarden op sokkel in één oogopslag met het schilderij......... erachter aan de muur.
Schepping van de paarden, 1913
Museum de Fundatie, Heino/Wijhe en Zwolle
Twee paarden, brons, 1908-1909, Städtische Galerie im Lenbachhaus, München
Zoals meer van zijn tijdgenoten dichtte Franz Marc aan kleuren bepaalde eigenschappen toe. Zijn paarden schilderde hij bij voorkeur in de kleur blauw, omdat die kleur volgens hem de kracht van paarden weergeeft. Blauw stond voor mannelijk, stug en spiritueel.
Het ging de kunstenaar daarbij niet om de zichtbare werkelijkheid; blauwe paarden als in De toren der blauwe paarden uit 1912 bestaan immers niet.
Met de kleur blauw wilde Marc iets van het innerlijk van het paard laten zien. Hij vervormde de werkelijkheid om kracht en energie uit te drukken.
De toren der blauwe paarden, dat in 1937 nog op een tentoonstelling ‘Entarte Kunst’ te zien was, is sinds 1945 verdwenen.
De toren der blauwe paarden, 1912
Rood en blauw paard (aquarel), 1913, Lenbachhaus
Franz Marc werd geïnspireerd door het kleurrijke kubisme van Delauney, waardoor zijn vormen op het laatst steeds abstracter werden.
Aan zijn leven en werken kwam een einde in 1916, toen hij sneuvelde aan het Franse front in Verdun.
Blauw en Rood Paard, 1912 (tempera op papier), Lenbachhaus
Strijkkwartet nr. 2, deel 4, Arnold Schönberg
© Tekst: Ingrid van den Bergh
© Foto's (van de tentoonstelling 'Kandinsky en Der Blaue Reiter'): Ingrid van den Bergh
© overige afbeeldingen: internet.
Bronnen:
Catalogus
‘Kandinsky en Der Blaue Reiter bij de
gelijknamige Tentoonstelling
(tot en met 24 mei in het Gemeentemuseum te Den Haag)
Artikel ‘Der Blaue Reiter en het Lenbachhaus’, Ingrid van den Bergh
Artikel ‘De klank van het onzichtbare’, Ingrid van den Bergh
Blauw paard, 1911, Lenbachhaus
Zondag 21 februari 2010 Fred van der Wal TV Omrop Fryslân

Een put in het centrum van de stad
Zal de stadsgrens van Groningen ooit de Waddenzee bereiken? Komt er een moment dat hoogbouw tot ver boven de Martinitoren reikt? En ervaren we Groningen nog als compacte stad? Het zijn vragen die bij je opkomen als je ziet hoe snel de stad groeit. Denk aan de 10.000 nieuw te bouwen woningen in Meerstad. Kijk naar de vele woontorens die her en der in de stad verrijzen. En denk ook aan het nieuwe bedrijventerrein Westpoort aan de westkant van Groningen.
Deze recente uitbreiding is voor het CBK een reden om stil te staan bij de groei van de stad. Hoe denken kunstenaars hierover? Wat vinden bekende en minder bekende Groningers ervan? En hoe kijkt u zelf naar deze veranderingen?
Van 28 januari tot en met 30 mei 2010 organiseert het CBK daarom het project Groter dan Groningen, kunstenaar.
Stadjers over de groei van de stad. Te zien is een tentoonstelling in het CBK, er zijn rondleidingen en er zijn lezingen en debatten.
Nergens is de groei van Groningen beter aan af te lezen, dan aan de tien beroemde Stadsmarkeringen. Markeerden ze met het 950-jarig bestaan van de stad in 1990 de overgang van stad naar ommeland, nu maken ze duidelijk zichtbaar waar Groningen in de afgelopen twintig jaren is uitgebreid.
Afgelopen jaren heb ik op dit blog reeds negen stadsmarkeringen laten zien, nu ter afronding de laatste en tiende.
Paul Virilio (filosoof), ontwierp het tiende teken: een put.
Het is geplaatst in het centrum van de stad. De hoekpunten van de put verwijzen naar de negen markeringen aan de rand van de stad. Op het Martinikerkhof bevond zich tot 1672 de Sint-Walburgkerk. In de kerk zat een waterput op de plek waar nu de stadsmarkering staat. Virilio stelt dat de moderne mens een centraal punt in zijn leven nodig heeft om te kunnen dromen. De put zou zo’n plaats kunnen zijn.
Hij biedt een ‘uitzicht’ op het middelpunt van de aarde; verbindt periferie en centrum. Bovendien legt hij het verleden van de stad bloot en laat nieuwe verbanden ontstaan.
N.B.
Zie ook een eerdere bijdrageover de uitbreiding van de stad Groningen.
Populair werk MET toch geen VERBODEN FOTO (nieuwe UPDATE)
Popfotografie / VERBODEN FOTO
AAN HET EIND VAN DE MIDDAG KREEG IK DE VOLGENDE MAIL VAN De moderator van de Volkskrant MET EEN Dringend verzoek van de Volkskrant OM ONDERSTAANDE FOTO TE VERWIJDEREN:
Geachte heer / mevrouw Mulder, > > Wij hebben klachten binnen gekregen over een foto die u op uw blog heeft > geplaatst en zijn van mening dat deze foto in strijd is met de goede > zeden en de voorwaarden van ons blog. Of anders gezegd, wij willen deze > foto gewoon niet op onze site hebben. > > Wij verzoeken u ook dringend de foto binnen 24 uur te verwijderen. > > Doet u dit niet, dan kunt u een (tijdelijke) schorsing krijgen en halen > wij de foto er zelf van af. > > Met vriendelijke groet, > > De moderator van de Volkskrant >
ZELF HEB IK GEEN REAKTIES EN/OF KLACHTEN ONTVANGEN.
Zie voor verdere ontwikkelingen over onderstaande foto de reacties onder deze bijdrage.



De Noorderlicht Fotogalerie in Groningen toont t/m 28 februari de solo-tentoonstelling ‘Populair werk’ van Dennis Duijnhouwer in het kader van de jaarlijkse editie van Popview. In deze tentoonstelling onderzoekt Duijnhouwer wat popfotografie eigenlijk is en waar de grens ligt. Zelf zegt hij: “Als ik een foto maak van een DJ die staat te draaien of een zwetende jongen op een podium met een gitaar is dat vast en zeker popfotografie, maar wat als ik twee meisjes uit het publiek in de rookruimte fotografeer? Mijn beste vriendin die toevallig in een bandje speelt? Of de toiletpot in een nachtclub?’
N.B.
Zie ook een eerdere bijdrage over popfotografie
.
in 2009
De Groningse musea kunnen terugkijken op een goed jaar. Bijna 775.000 mensen kwamen af op tentoonstellingen en evenementen, die de musea organiseerden, of genoten van de bijzondere collecties die deze erfgoedinstellingen herbergen. Ondanks de recessie mogen de erfgoedinstellingen in Groningen niet klagen over belangstelling.
De vijf meest bezochte musea:
Groninger Museum
227.700
Vesting Bourtange (foto: eropuit)
62.720 (Vesting Bourtange ontvangt jaarlijks ongeveer 250.000 mensen;ongeveer 1/3 bezoekt de musea meestal in groepsverband)
Noordelijk Scheepvaartmuseum
54.423 museum 22.076 daarbuiten 32.347 (bezoekers kogge tot coaster en aan Wintervaart)
Nederlands Stripmuseum
41.000
Museum-Klooster Ter Apel (foto: eropuit)
36.986
Bron: Museumhuis Groningen
N.B.
Zie ook de bijdrage met de bezoekcijfers van de Noordelijke kunstmusea
Design



Object Rotterdam, waar twintig design-, handwerk- en sieradengaleries zich presenteerden, werd vorige week gelijktijdig met Art Rotterdam georganiseerd.
N.B.
De kunstbeurs Art Rotterdam die afgelopen week is gehouden, heeft twaalfduizend bezoekers getrokken. Dat zijn er vijfhonderd minder dan een jaar geleden. Op de elfde editie van deze beurs toonden zeventig galeries uit binnen- en buitenland hun hedendaagse werk op in de Cruise Terminal Rotterdam.



N.B.
Zie ook de vorige bijdrage over Art Rotterdam.
Eigen werk, olie op doek (75x115)
Art Rotterdam 2010












Afgelopen donderdag was ik op Art Rotterdam, de beurs op het gebied van actuele, hedendaagse kunst op de Kop van Zuid.
N.B.
Zie ook een eerder blog over een vorig Art Rotterdam.
Het raam, het wil maar niet van mij worden, maar ik geef niet op . De twee laatste afbeeldingen .
Er moet iets van mijzelf in, gedeeltes van mijn interieur.
Eigen werk, olie op doek (75x115)
Eigen werk , een zoektocht met olieverf.
JUBILEUM EXPO FRIA MINDER DAN MIDDELMATIG IN FRANEKER EXPO RUIMTE
BEELDENDE KWALITEIT JUBILEUM EXPO FRIA MINDER DAN MIDDELMATIG IN DE ONBEKENDE,SLECHT BEZOCHTE FRANEKER GEMEENTELIJKE EXPO RUIMTE MARTENA
"URINAAL OP KIPPENPOTEN VOOR PROSTAAT LIJDER" DOOR FRIA LID . ONDUIDELIJK KUNSTFRUTSEL, TYPEREND VOOR NIVO LEDEN FRIA
Vanmidddag bezocht ik de tentoonstelling van Fria leden in de nauwelijks bezochte ge meentelijke expositiruimte te Franeker.
De tentoonstelling van schilderijen, digitale kiekjes en anders modern ogend strooigoed hing als los zand aan elkaar.
Ik was de enige bezoeker in de sombere ruimte waaarin de werken slecht waren uit gelicht.
Wat is Fria eigenlijk?
Fria is een clubje van provinciale vrijetijdsschilders met heel wat pretenties en bereikt qua kwaliteitsnivo nauwelijks de amateur status. Healaas is dat het nivo van de gemiddelde beeldende kunstenaar in deze provincie.
Een gepensioneerde tekenleraar met artistiekerige neigingen en bierbuik is de voorzitter, een ander weinig kleurrijk lid een ex- leraar kunstgeschiedenis aan de NHL, vervaardigt als AOW-er krasserige abstracte tekeningen, die hij realistisch werk noemt, een aantal van onbekenden op een regenachtige middag in elkaar geflanste half abstracte schilderijen laten een moedeloos onsamenhangend beeld zien van veelal half begrepen epigonisme om treurig van te worden.
De obligate fotootjes van het Wad die elke amateur fotograaf met zijn bij de Aldi gekocht 5 mp cameraatje kan maken hingen aan een paar draadjes aan het plafond in het half duister, hetgeen misschien maar goed ook was, want de plaatjes droegen geen enkele visie uit op het medium fotografie. Knudde met de bijl dus.
Een tentoonstellingscatalogus die merkwaardig de ronkende titel “De Friese Vrijheid” heet moet de would be kunstenaars nog enige status verschaffen. Leuk voor de schoonfamilie, de kinderen en moeder de vrouw.
Tot mijn verrassing werd ik door de samensteller van het boekje genoemd op paginas 1 een 2 in verband met de oprichting van de club in 1985. Vergeten zijn ze te vermelden dat na een serie ingezonden brieven in de Leeuwarder Courant van mijn hand, waarin ik niet gesubsidieerde kunstenaars op riep om een belangen vereniging te stichten, een aaantal kunsrbroeders mij benaderden. Vervolgens belde nog een aantal timide bange lijke kunstenaars mij om bij mij thuis te vergaderen.
De gevolgen waren er naar.
Maanden lange bedreigingen van extreem linkse BBK kunstenaars, dreigbrieven met hakenkruizen, aankondigingen van brandstichting, stenen door mijn ruiten en een in sluiping in mijn atelier door de Groningse communist Siep van de Berg waren het gevolg van mijn initiatief.
Galeriehouder van Hulsen waarschuwde mij voor deze laatst genoemde kunstenaar, die bij van Hulsen de ramen aaan de Nieuwstad had ingegooid toen een Siep politiek niet welgevallige graficus, Jan Montyn, daar exposeerde. Het waren de jaren dat de humane, linkse en krypto communistische langharige, zwaar bebaarde, zwetsende artistieke steuntrekkers en raaskallende kunstkabouters met Das Kapital onder de ongewassen oksel het algemene beeld bepaalde in kunstenaars luilekkerland.
Niet alle kunstenaars die mij telefonisch support zeiden te geven in 1984 waren op de intentie vergadering in mijn huis te Garijp. Velen wilden zoals Jentsje Popma of Jan Kurk de Vries uit Firdgum, eerst eens de kat uit de boom kijken, de voornaamste eigenschap die de Friese kunstenaar eigen is. Ze zouden wel terug komen als de club een succes zou worden.
Bij de oprichtingsvergadering te Leeuwarden werd ik gekozen tot secretaris.
Begin mei 1985 legde ik mijn functie neer na een gesprek met de Fryske Kultuerried (vertaald: Friese Culturele Raad )waarbij het niet voltallige bestuur van Fria present was . Een bijeenkomst die buiten mij om werd gehouden.
Zonder eeen ledenvergadering te raadplegen veranderde voorzitter Ger van Norden de statuten onder druk van enige subsidie vreters waardoor zelfs BKR trekkers lid konden worden, tegen de oprichtingsintentie in.
Ondanks veel werk dat ik verricht had en de motor van de club was geweest heeft de voorzitter Ger van Norden mij nooit benaderd na mijn brief dat ik wel lid wilde blijven maar geen functie verder zou vervullen. Een te respecteren keuze, dunkt mij.
De zevenhonderd gulden die ik besteedde als secretaris aan porto en kopie kosten zijn nooit vergoed.
De echtgenote van een bestuurslid van Fria nam in de tactiger jaren plaats in de Friese Culturele Raad en haalde tot twee keer toe mijn adres uit het adressenbestand van beroepskunstenaars waardoor ik in de jaren tachtig zowel als in de jaren negentig geen deel kon nemen aan exposities.
Door tussenkomst van drs. Huub Mous is dat -overigens na jaren- twee maal hersteld.
Een kopie van de toenmalige gevoerde correspondentie met Mous over dit feit is nog in mijn archief aanwezig en zo te reproduceren.
Overigens is drs. Huub Mous niet mijn grootste vriend.
Een paar jaar later na de oprichting namen Fria leden plaats in provinciale kunst commissies en besturen. Gevolg was dat elke aanvraag om financiering van projecten bij de Friese Culturele Raad werd afgewezen en zelfs niet kon deel nemen aan de SBK inzending of de jaarlijkse provinciale aankopen. Mijn werk exposeren in Friese Galeries en overheids exporuimtes waren voor mij niet langer mogelijk.
Praktijken waar Fria aanvankelijk tegen was opgericht voerden zij zelf uit toen zij een maal op het pluche van de bestuurszetels zaten.
Het kwam in feite neer op een Berufsverbot van 1985 - 2010 van mijn beeldend werk, een gang van zaken waar zelfs drs. Huub Mous een evenwichtig artikel aan wijdde op zijn weblog en zijn licht liet schijnen over de boycot van mijn werk.
In 2001 kreeg ik een briefje van het mij onbekende Fria bestuurslid Gerhild Toth, een mevrouw met een achtergrond van de kleinkunst akademie (sic!) met de verzonnen mededeling dat ik indertijd geroyeerd zou zijn voor het lidmaatschap van Fria. Ik stuurde haar een kopie van een artikel in de Leeuwarder Courant dat ik uit eigen beweging het secretariaatschap had neer gelegd uit onvrede met de achterbakse streken van de toenmalige voorzitter Ger van Norden.
In 2009 kochten wij een huis in Noord Friesland met de overweging dat die praktijken nu wel voorbij zouden zijn. Medio 2009 werd ik voor het lidmaatschaap van Fria met algemene stemmen afgewezen door de ballotage commissie o.l.v. de Heer B.R. voor de club die ik n.b. zelf heb opgericht.
Diverse kunstenaars claimden in de loop van de tijd de oprichting van Fria. In 2007 beweer de zelfs de hoog bejaarde diep Friese Jentsje Popma in de weinig kritische Leeuwarder Courant dat in zijn atelier de club werd opgericht.
Fries kunstleven.
Het verwonderde mij zeer dat er niets is veranderd in Friesland. Na recent te vernemen van organisatrice en schilderes Kirsten Zwijnenburg dat ik al sinds mei 2009 niet meer kan deel nemen aan exposities van de Kunstkring Uytland verbrak ik elk verder contact met Friese kunstenaars na een laatste onaangename anonieme reactie van Mevrouw Zwijnenburg op mijn weblog.
Kwalitatief excellente kunstenaars zoals Fred van der Wal met een aanzienlijke staat van dienst (meer dan 300 exposities in musea, galeries en overheidsruimtes) zijn klaarblijkelijk niet welkom in het Friese artiestenplantsoen.
Eigen werk, olie op doek (30x24)
In Museum & Galerie Van Lien te Fijnaart is momenteel de tentoonstelling Breedbeeld, 50 jaar geometrische kunst te zien. Breedbeeld behandelt de geometrische kunst in Nederland van de laatste vijftig jaar. Behalve schilderijen zijn er ook constructies te zien, kubussen en geperfectioneerd snijwerk in karton. Over deze tentoonstelling zal ik verder niet uitweiden, u kunt hem zelf gaan zien. Wel vond ik er een aanleiding in om - beknopt - iets te vertellen over geometrische kunst.
Rita Jansen
Het klassieke kunstideaal beleefde een opleving in de Renaissance en werd in de eeuwen daarna op allerlei Academies gehuldigd. Halverwege de negentiende eeuw zien we bij de Franse schilders de eerste tekenen van verzet tegen de opgelegde schoonheidsidealen. De geboorte van het Modernisme is niet meer ver.
Geometrische kunst behoort als genre tot de
Moderne Kunstperiode. Het kent veelal een strakke en
klinische, meetkundige verschijningsvorm.
Over de betekenis van geometrie vond
ik op de website van Kunstbus het
volgende: "De meetkunde of geometrie is het
onderdeel van de wiskunde dat zich bezighoudt met het
bepalen van de afmetingen en andere
eigenschappen van vlakke en ruimtelijke
figuren."
Dat geometrische kunst juist in Nederland en Duitsland zo'n belangrijke kunststroming werd kan te maken hebben met de aard van het volk, met zijn hang naar orde, regelmaat en doelmatigheid. Daarnaast ligt het verband met onze rechte sloten en vaarten, die vierkant en rechthoekig land doorsnijden, voor de hand.
De Russische kunstenaar
Wassily Kandinsky (1866-1944),
die les gaf aan het Bauhaus, zegt over zijn
geometrische kunst, een stijl die hij vanaf ca 1920
beoefent:
"Geometrische vormen zijn niet aan een object gebonden. Zij roepen daarom een gevoelservaring op die elastischer is, vrijer dan die van objecten afgeleide vormen."
Compositie VIII, Wassily Kandinsky
In een manifest over conrete kunst legde Theo van Doesburg de basis voor kunst waarin alleen nog lijnen, kleuren, vormen en materialen belangrijk waren. In 1917 wilde hij, met de oprichting van De Stijl, de abstracte en geometrische kunst van Piet Mondriaan bekend maken. Hij was abstracte kunst gaan waarderen nadat hij in 1913 een biografie van Kandinsky had gelezen.
Elk van Mondriaans werken heeft zijn eigen plaats in diens ontwikkeling, van figuratief (bomen, kerken, bloemen) tot aan abstractie.
De boom hiernaast laat al duidelijk een geometrische beeld zien; horizontale en verticale lijnen domineren het beeld.
De grijze boom, 1912
Chrysant, 1908
Geïnspireerd door Braque en Picasso raakt Mondriaan ervan overtuigd dat de tegenstellingen tussen voor- en achtergrond moeten wegvallen en gaat hij zich richten op de eliminatie van elke bijzondere waarneming.
Zijn
werk groeit van figuratief
naar nonfiguratief, met enkel zwarte lijnen en kleurvlakken.
Primaire kleuren nemens steeds meer de plaats in van de
natuurlijke kleur. Victorie Boogie
Woogie laat dit proces goed
zien. Op het laatst
veranderen zwarte lijnen in kleurlijnen, die nog later
worden vervangen door aaneengeschakelde
kleurvlakjes.
Mondriaan is zich na zijn meest abstracte doeken verder blijven ontwikkelen, gedreven door een enorme vitaliteit.
De laatste en gelukkigste jaren van zijn leven bracht hij door in New York, de stad die hij bewonderde om haar stratenpatroon van van rechthoekige vormen.
Victory Boogie Woogie, Piet Mondriaan
© Ingrid van den Bergh
© Bronnen:
Rinze Brandsma, artikel over strenge en minder stenge geometrie
Jan Schippers, docent Moderne Kunst
Artikel Victorie Boogie Woogie, Ingrid van den Bergh
webiste architectenweb, info over Theo van Doesburg
www.kunstbus.nl (info over het begrip geometrie)
Breedbeeld, 50 jaar geometrische kunst
Museum & Galerie Van Lien, Fijnaart
te zien tot en met 30 mei 2010
Na jaren van voorstudie, schilderde Rein Pol in een half jaar tijd zijn groepsportret "Pollegorie", een hommage aan het Noordelijk Realisme, een ongekend mooi en groot schilderij (een drieluik van 6 meter breed) met daarop zijn vrienden, collega's en familieleden.
Ook is hij zelf op het schilderij te zien. Hij zit op een podium een naaktmodel te schilderen, terwijl zijn hoofd op een groot scherm wordt geprojecteerd.
Tijdens een bezoek aan de "KUNSTROUTE" (in 2009) in Stedum, waar de grote meester ook woont en werkt, mochten wij bij hem thuis kijken.
In zijn atelier stond toen het ontwerp van het drieluik opgesteld. (Zie de foto's.)
(De kunstenaar Rein Pol)
Vandaag zijn we naar de overzichtstenstoonstelling "Rein Pol in tegenpolen" in het museum De Buitenplaats te Eelde geweest.
Er is behalve deze drieluik nog veel meer en vooral heel bijzonder werk van Rein Pol in het museum te zien.
[Omdat ik geen fototoestel bij mij had, heb ik beide laatste foto's uit de brochure gehaald om te kunnen laten zien wat het resultaat is geworden.]
De tentoonstelling is nog t/m 14 maart 2010 te zien.
Meer informatie? Klik dan op:
Duits Expressionisme 1905-1913, Brücke-Museum Berlijn
Het Ploegpaviljoen van het Groninger Museum staat momenteel in het teken van topstukken uit de collectie van het Brücke Museum in Berlijn.
Ernst Ludwich Kircher
Karl Schmidt Rottluff
Max Pechstein
Otto Mueller
Ernst Ludwig Kirchner
Karl Scmidt Rottluff
Uit de collectie van het Brücke Museum worden 150 werken getoond, waaronder schilderijen, tekeningen, grafiek en beelden van Brücke-leden Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Karl Schmidt- Rottluff, Fritz Bleyl, Max Pechstein, Emil Nolde, Cuno Amiet en Otto Mueller. De in 1905 in Dresden opgerichte kunstenaarsgroep ‘Brücke’ geldt tot op de dag van vandaag als een van de belangrijkste steunpilaren waarop het Noord-Europees expressionisme gegrondvest is. De snelle schetsmatige vormen en de expressieve kleuren in vaak contrasterende kleurcombinaties, zijn kenmerkend voor het Brücke expressionisme.
N.B.
Zie ook de vorige bijdrage over het Groninger Museum




