Admin: Bewerk deze groep
Religie & Spiritualiteit
Over religie en spiritualiteit
in de ruimste zin van het woord.
Omdat in deze tijd van zoeken naar zingeving religie en spiritualiteit in de ruimste zin van het woord erg in de belangstelling staan.
Religie mag dan als instituut zijn waarde verloren hebben, als tegenhanger van het materialisme en consumentisme vinden mensen in religie toch vaak de spiritualiteit die zij diep in hun hart bezitten.
Illustratie:
The Tetragrammaton Yahweh intended to be pronounced Adonai. From the window above the main altar in Karlskirche on the south side of Karlsplatz, Vienna.
Ik reisde een keer van Rostock naar Berlijn. In mijn
coupé kwamen nog twee mensen zitten, een man en een vrouw. Ik zat
in een hoek en verkoos toeschouwer te zijn. De man - hij was
overigens waarschijnlijk een ontwikkeld man - gedroeg zich al
gauw heel vreemd. Hij ging liggen, na vijf minuten sprong hij
weer overeind, dan weer kreunde hij hartverscheurend. Omdat de
vrouw meende te zien dat hij aan iets leed, werd haar medelijden
gewekt en al gauw waren ze in een gesprek gewikkeld. Ze vertelde
hem dat ze had gemerkt dat hij ziek was, en dat ze wel wist wat
ziek zijn betekent, want zij was ook ziek. Zij had een mand bij
zich en daar zat van alles in waar zij baat bij had. Ze zei : "Ik
kan alles genezen want ik heb overal een middel voor. En raad nu
eens wat voor vreselijks me is overkomen. Ben ik helemaal uit
Rusland hier naar de Oostzee gekomen om te herstellen en iets aan
mijn kwalen te doen, en dan merk ik dat ik mijn belangrijkste
medicijn thuis heb laten liggen. Dus ben ik dadelijk op de trein
naar huis gestapt en is ook deze hoop op herstel weer
vervlogen."
Toen vertelde de man van zijn kwalen en zij gaf hem voor elk van
zijn ziekten een geneesmiddel op en hij beloofde alle raad op te
volgen en noteerde alles. Ik geloof dat het elf verschillende
recepten waren. Nu begon zij al haar kwalen op te noemen en wist
hij op zijn beurt overal raad op, wat allemaal zou helpen, in
welk sanatorium ze moest zijn voor deze kwaal en in welk
sanatorium voor een andere kwaal. En zij schreef alle adressen
ijverig op en was alleen maar bang dat bij haar aankomst in
Berlijn op zondag de apotheken gesloten zouden zijn. Deze twee
mensen zijn geen ogenblik op de merkwaardige paradox gekomen dat
elk van hen voor de ander alles wist wat zou helpen terwijl geen
van beiden zichzelf kon helpen. Deze belevenis was voor deze twee
ontwikkelde mensen een gelegenheid om zich te baden in de zee van
nonsens die er van hen uitging.
Op zulke dingen moeten we letten als we naar zelfkennis streven. We moeten erop letten dat zelfkennis tot inzicht leidt, dat ze tot samenhang in het denken leidt, maar vooral tot echte belangstelling voor de dingen. In de ziel werken al deze zaken samen. Zo'n onsamenhangend denken leidt er onvermijdelijk toe dat iemand, ook al duurt het lange tijd, knorrig, nors, hypochondrisch over alles wordt, zonder dat iemand weet wat daar de oorzaak van kan zijn. Het verwaarlozen van belangstelling en inleving maakt knorrig, hypochondrisch. Wat voor het denken zo uitermate onmisbaar is, lijkt niets met het denken te maken te hebben. Alle eigenzinnigheid, alle egoisme werkt afbrekend op het denken. Alle eigenschappen die samenhangen met eigenzinnigheid en egoisme, zoals eerzucht, ijdelheid en dergelijke, waarbij het schijnbaar om iets heel anders gaat, maken ons denken ongezond en hebben een ongunstig effect op ons humeur. Daarom moeten we eigenzinnigheid, zelfzucht, egoisme ook proberen te bestrijden en daar een echte interesse, een zekere belangeloze overgave ten opzichte van dingen en wezens ontwikkelen. Interesse, belangeloze overgave ten opzichte van de onbeduidendste dingen en gebeurtenissen werken gunstig op het denken en op het humeur. Inderdaad straffen zelfzucht en egoisme zichzelf af doordat de egoist steeds ontevredener wordt, steeds meer klaagt dat hij te weinig heeft gekregen. Als iemand dat bij zichzelf voelt, dan zou hij zich onder de wet van het karma moeten plaatsen en zich afvragen als hij ontevreden is : welke zelfzucht heeft deze ontevredenheid bij mij aangekweekt ?
Zo kan eenvoudig worden aangetoond hoe de drie delen van ons zieleleven gevormd of beschadigd kunnen worden, en dat is van groot belang. Zo zien we dat geesteswetenschap iets is wat heel diep in ons leven ingrijpt. Ze grijpt zo diep in doordat een werkelijk in acht nemen van spirituele principes ons tot zelfopvoeders kan maken. En dat is in het leven van enorme betekenis, en het zal van steeds grotere betekenis worden aangezien in de ontwikkeling van de mensheid de tijden voorbij zijn waarin de mensen door de goden van bovenaf, vanuit hogere werelden, werden geleid. De mensen zullen steeds meer zelf moeten doen, zonder gestuurd of geleid te worden.
Bron: GA 130 - Leipzig 5 november 1911 (overgenomen uit tijdschrift De Brug)
Rudolf Steiner, geschilderd door James Reid, die zijn dag niet had. Steiner houdt zijn hand op want echtgenote Marie komt net aanlopen met een lekker koekje voor hem.
Hij heeft een stofjas aan, want zijn nette pak mag niet vuil worden tijdens het schrijven.
Het is nu 1900 en nog eens 500 jaar geleden, dat de grote Boeddha op aarde leefde. De occulte feiten leren ons, dat het nog wel 3000 jaar zal duren, voordat de mensen in grotere getale zo ver gekomen zijn, dat ze uit eigen morele overtuiging, uit eigen hart en ziel het achtvoudige pad, de wijsheidsleer van Boeddha, in zich ten volle kunnen ontwikkelen. De Boeddha moest eerst er zijn en vandaar ging de kracht uit, die de mensen tot ontwikkeling van de wijsheid van het achtvoudige pad zal voeren; dan is het hun geestelijk eigendom geworden – dit duurt dus nog ongeveer 3000 jaar. De mensen zullen zelf op deze leer komen; ze zullen deze niet van buitenaf hoeven op te nemen. Ze kunnen dan zeggen, dat dit achtvoudige pad uit hen zelf te voorschijn komt als de leer van medelijden en liefde.
Als er niets verder gebeurd zou zijn, dan dat Boeddha “het rad der gerechtigheid” had laten rollen, dan zou de mensheid na 3000 jaar ook wel zo ver gekomen zijn, dat ze zelf die leer van medelijden en liefde “kende”; maar het is heel wat anders, ook de kracht te hebben ontvangen om er naar te leven. Dat is het onderscheid: niet alleen maar weten van het bestaan van medelijden en liefde, maar ook dat medelijden en die liefde te ontwikkelen onder leiding van een persoonlijkheid. Dit ging van de Christus uit – Hij goot om zo te zeggen de mensen de liefde in en deze zal geleidelijk groeien. Als de mensen nu aan het einde van hun ontwikkeling gekomen zullen zijn, dan zullen ze als wijsheid bezitten: de inhoud van de leer van medelijden en liefde. Dat hebben ze dan aan Boeddha te danken. Maar tevens zullen ze de liefde vanuit hun Ik naar de mensen kunnen doen uitstromen en dát zal de mensheid aan de Christus te danken hebben.
Bron: Das Lukas-Evangelium - GA 114 - Bazel 25 september 1909
Onze taak als mens is volstrekt op aarde te zoeken. En wie zich aan deze aardse taak onttrekken wil door de vlucht in een andere wereld, kan er op aan, dat hij zijn doel zal missen.
Bron: De weg tot inzicht in hogere werelden – Hoofdstuk: De splitsing der persoonlijkheid gedurende de geestelijke scholing
Zie ook: Niet lullen, maar poetsen en Waarom worden wij geboren en Medelijden, kennis, praktijk

er zijn nogal wat soorten
verlangens
materiële, emotionele,
verstandige verlangens
onvervulbare
dromen
het verlangen naar passie en inspiratie
naar spirituele vervulling
soms wordt het verlangen
een obsessie
en soms
vervliegt ze
met de tijd
Als de mensen de waarheid graag op een “eenvoudige manier” willen horen, dan berust dat op menselijke gemakzucht; men wil niet te veel moeten denken; maar de grootste en diepste waarheden zijn slechts ten koste van de uiterste geestelijke inspanning te begrijpen. Als een mens zich al zo moet inspannen om een machine duidelijk te beschrijven, moet hij werkelijk niet verlangen, dat de diepste waarheden zonder moeite te vatten zijn!
Bron: Das Lukas-Evangelium - GA 114 - Bazel 19 september 1909
Steiner had het wat koud op deze winterdag,
maar gelukkig had Marie von Sivers een lekker
warme bontmuts voor hem meegenomen uit Rusland.
de achtergrond van de tekst zijn sterke uitvergrotingen
van een heel klein deel van een beeld wat ik aan het herscheppen ben
al spelend met de materialen
(klei, acrylverf,lijnolie)
onstaat er iets heel nieuws
spannend
overgave aan de inspiratie, loskomen van de verslaving van verlangen
een lange zomer lang
is deze
fluweelboom mijn droomboom, een heerlijk dak boven mijn hoofd op
zonnige dagen, een rustplaats voor vogels, een bron van
inpiratie.
Proeve van een MYSTERIEDRAMA, 'AANKLACHT AFGEWEZEN', aflevering 2
SCENE 3 VERBEELDING AAN DE MACHT
In een grandcafé aan de rotonde Zuid in Centerpolis, met uitzicht op 'de Gouden Doos'.
Sinds de binnenkomst door het gat van de deur van de Indrukwekkende Figuur, verandert de toon van de 10 mannen, men wordt wat 'formeler'.. het wordt onvolgbaar voor het publiek, terwijl de lichaamstaal juist beter 'verstaanbaar' wordt....
Al pratend zet het gezelschap zich aan een tafel, een stoel is onbezet. Drie diensters zijn druk in de weer en bijna dansend vullen ze de tafel met bestek en borden, en de glazen...
Men heft het glas, op een teken van Man 10, die het woord aan HO (hoofd Ambtenaar) geeft.
Rollen: 'Mannen' 1-10, HA (hoofdambtenaar), HO (hersenonderzoeker i.d.v. Binnenlandse zaken), OA (openbaar aanklager)
HA
Mijne heren, aanwézig geáchten;), met klem is mij gewezen
op de benardheid die in uw burelen is gerezen,
aangaande het gebrek aan regels, niveau en rationaliteit,
zodra er sprake is van zaken waar 't op staat, stavastheid, m.a.w. van beleid!
Orakeltaal, een overwicht van Jip en Jannekes, charlatanerie, harde verbalisatie
Roeptoeteren in collectief verband, meutevorming en geclaim , bedrog verpakt als zelfevaluatie.
Zo staat het, opgesomd in het Voorlopig Onderzoek, zo is ook de Algemene Wetenschappelijke Interpretatie!
Ik richt me tot u, u heren van het maatschappelijk verantwoord Woord en Debat
op een toon die u niet eerder, rechter hoorde en waarop niets valt af te dingen.
Op Zodanige klemtoon, dat u tot u door zult laten dringen
Dat geen twijfel er over kan bestaan: wij zijn het zat!
M.a. w.: kortom: het gaat om:.....
De hoofdambtenaar gaat nog 5 minuten door, maar we kunnen het niet meer horen, de lichaamstaal neemt het weer over, de slotwoorden zijn weer duidelijk:
......tegen Esoterie of filosofie. Allemaal onklare taal.
Tot slot, nog simpeler in Engelse taal heet dat ' ignórance'!!
Het ministerie vat de koe hier bij de horens;)
Licht applaus
Mannen
9. Haha Hij heeft gelijk we zijn bedrogen
8. Inderdaad, dat komt er van gedogen
7. Ik zei het al jaren, de grenzen stellen was verboden, ik heb nooit gelogen.
6. Zozo, onwetendheid is vanaf nu dus hoofdzonde?
5. Yes! Geen smoezen meer, zoals dat ze het niet beter weten konden
4. Inderdaad. Ik kreeg wat van die dubbelzinnige premissen
3. Ja ja, wat ik al zei, begrensde definities kunnen we daarbij niet missen
2. Mijn punt: wie hield zich aan de zelfcorrectie en de eindcensuur
1. De vraag is: wie hield als eerste op, obsessies zijn het in feite,
héél lange sessies, en heel duur;)
De openbare aanklager uit scene 1 treed ondertussen al pratend en kauwend binnen en schuift intussen aan aan tafel , na eerst wat woorden met een
een dienster ('Leonida', zo staat op haar rug).
Na een glas bier te hebben gekregen, neemt hij het woord(over):
OA
'ik sluit me bij de woorden aan en maak gelijk van de gelegenheid gebruik:
mijn excuses, de sauna, mijn toilet liep uit de hand,
na die stomme kilometers op de lopende band,
in het kader van mijn eigen strijd tegen de onderbuik ;)
Vandaar mijn korte vriendelijke woorden: 'k ben het totaal eens met mijn rivaal ;)
Gezegende maaltijd allemaal.
Ik haal Toon Hermans even aan, aan het banket gezeten zei hij
tegen de buurman in livrei:
Geef u de appelmoes eens even door, en de gehaktballuh
Daarom, en vanwege verwachte tijdsdrukte,
zou ik het kort willen houden: aanvalluh ;)
HO
Bedankt voor deze heerlijke excuses, geachte groot-inquisiteur,
ik vat het positief, we passen toch best samen door een deur !:-))
U wijst op tijdsdruk en de bekende omstandigheden.
Geheel terecht, er is 'n breuk op komst met het verleden!'
De neurologische wetenschap kan het beamen:
Kwebbelbox en zelfbewustzijn gaan zelden, moeizaam samen :-)
Ik stel dan vast en tesamen : het twaalftal is rond, compleet!
Beheersing van de tong luidt voortaan de kreet.
De strijd gericht, met focus op de juiste interpretatie.
We zijn exact met twaalven , een rond getal.
Een dergelijke Esoterische concentratie
dat werkt het best in dit geval.
Men heft het glas, er wordt verder gepraat, maar steeds meer in mime en 'doven en slechthorenden-taal'...alleen eet- en servies geluiden blijven hoorbaar; aangevuld door Het Koor (de andere gasten van het Grandcafé) met als tekst 'rabarberrabarberrabarber......
De Hoofdambtenaar blijft centraal in de gesprekken, de openbare aanklager wat aangeslagen, maar telkens terugslaand...
De scene valt steeds vaker letterlijk stil(bevriezen van de scene); het eindigt in een tableau vivant dat herinnert aan een schilderij van da Vinci, 'Laatste Avondmaal'.
****
SCENE 4 Rick's visie
'Thuis' op de bank, in een 'monologue interieure'.
(Rick is werkzaam in een sportpaleis, zie aflevering 1.)
Ik neem het waar, die oude grens wordt wijder en toch nader
is onbegrensd, omdat ik wakker blijf, waar ik die horizon bemerk
scherper zie ik, meer, door de training van het dagelijkse werk
Ik verwerf een heel nieuw zintuigkader
Beweging van mijn lichaam en het kijken naar de ander was een halte
een station dat ik door de edele kunst van het vechten versneld passeerde
waardoor ik oog kreeg voor de geheimen van de mensgestalte
die me immer fascineerde
Niemand weet wat ik studeerde
niemand zag de bronnen die mij alles leerden
ritme, metamorfose, de ware oneindigheid, beweging van de ziel
ruimte tijd en snelheid
Niemand die dat nog aan me merken kon
Dat het met geheime studie begon
Fodora bracht me ver op deze vreemde route
Zij was degeen van wie ik moest leren
te stoppen met het vele moeten
en de gretigheid in het elkaar begeren
Als gezegend kwamen vervolgens op mijn baan
een uitgebreide kring van klanten in mijn dagelijks bestaan
Ik kon om geen van allen heen
en liet ze, vanmiddag nog, weer vallen en alleen
Twee polen in mijn ziel die aan me trokken
van wereldcollectief en individu, in twee aparte hokken
hoe is er daar een brug te slaan.
Ik kreeg de clou: het ritmisch pendelend in het midden staan
Ik zie de ziel in botsingen heel hard weerkaatst op het werk weer terug
ik zie beweging zonder hart in mijn lichaam reflecteren
in blessures van de knie en rug
Of aan het hoofd, verhardingen, in het niet van fouten leren
en de onderbuik rytmisch te integreren
Maar nu bemerk ik een oude fout
Ik spreek te voorbarig en te boud of bout
Daar zit ik in mijn visioenen
weer te vragen om de hulp van mijn demonen
die tweevoudige kampioenen
die me steeds begeleidend van de wijs af brengen, de weg verduisteren...
of... me helpen die te tonen
ik probeer de hyperbolen en de paradoxalen
te metamorfoseren door het volgen langs diagonalen
door zoals in dat schilderij is voorgedaan
het schilderen is mijn geheime tweede baan...
Ondertussen is Leonida in het appartement op de achtergrond binnengekomen, maar Rick merkt het niet op, en zij begint wat met opruimen, maar verdwijnt dan al snel in een ander vertrek
...de horizon achter me te laten
en daar bij terug keer helder over te praten
Ik val hier stil
voorlopig zwijg ik
Ik wacht, wat krijg ik
ik hoop precies hetgeen ik denk voel en wil
****
Vorige aflevering 1:
In aflevering 3, zeer binnenkort:
Scene 5 , dienster Leonida, Rick, + de al bekende mannen 1, 3, 6, 9 in een body&mind- balance in Rick's Centersport. Een avondles.
(alle afleveringen zijn EERSTE versies!)
Door onze geestelijke oefeningen willen wij bereiken ons geheel op een gedachte te concentreren en daarna een leegte in ons in te laten treden en af te wachten, wat ons als resultaat van onze meditatie toevloeit. Van de kracht van onze daarbij gebruikte vasthoudendheid hangt het af wat we daarmee bereiken. Men zou kunnen menen dat men door afwisseling van de oefeningen sneller vooruit komt dan wanneer men lange tijd dezelfde oefening doet; maar de grote ingewijden hebben altijd beweerd, dat zij het verst gekomen zijn doordat ze met groot geduld en uithoudingsvermogen jarenlang dezelfde oefeningen gedaan hebben.
Bron: GA 266b – bladzijde 297
Hier onder volgt de originele Duitse tekst.
Durch unsere esoterischen Übungen wollen wir erreichen, uns ganz auf einen Gedanken zu konzentrieren und darnach eine Leere in uns eintreten zu lassen und abzuwarten, was uns als Resultat unserer Meditation zufließt. Von der Stärke unserer darauf verwendeten Ausdauer hängt es ab, was wir da erreichen. Man könnte meinen, daß man durch Abwechslung der Übungen schneller vorwärtskommt, als wenn man lange dieselbe Übung hat; aber die tiefsten Esoteriker haben immer behauptet, daß sie am weitesten gekommen sind dadurch, daß sie mit großer Geduld und Ausdauer jahrelang dieselben Übungen gemacht haben.
P.S. Ik heb nu al geruime tijd, ik denk bijna wel twee jaar, vrijwel elke dag de zogenaamde ‘potloodoefening’ gedaan. Deze oefening houdt in dat men zich ongeveer vijf minuten lang op een eenvoudig voorwerp (een potlood, bril, lucifer o.i.d.) concentreert en daarbij alle andere gedachten buitensluit. De bedoeling hiervan is gedachtenbeheersing, dat wil zeggen het vermogen om de gedachten bij een bepaald onderwerp te houden en van alle andere onderwerpen af te houden.
Tot nu toe lukt het mij maar matig. Steeds weer dwalen de gedachten af. Maar ik ga er mee door, want het lijkt mij een zinvolle oefening. Wat men ook doet en in welke situatie men ook verkeert, men heeft er altijd voordeel van als men zijn gedachten erbij kan houden. Het lijkt mij ook bevorderlijk voor de psychische gezondheid.

De fluweelboom of azijnboom (Rhus typhina) is een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
onder deze boom schilder ik, rust ik, lees, schrijf, eet en drink , droom en betreur dat ik haar niet mee kan nemen als de zomer voorbij is.
Een opmerkelijk bericht trof ik in het Lexicon van Urs Schwendener op internet. Volgens een dagboeknotitie van Walter Stein zou Steiner in 1922 tegen een zekere Caroline von Heydebrand (onderwijzeres aan de Waldorfschule in Stuttgart) gezegd hebben dat hij zou worden wedergeboren in het jaar 2002 in Amerika.
Ik weet niet hoe serieus we dit bericht kunnen nemen, de tegenstanders lachen zich waarschijnlijk kapot, maar in ieder geval: ik hoop nog mee te maken dat we Steiner als jong wonderkind op televisie mogen zien.
Hieronder volgt het citaat in het Duits:
Eine ihn selbst betreffende, ganz direkte Äußerung machte Rudolf Steiner 1922 in Stratford-upon-Avon. Eine Tagebuchaufzeichnungvon W. J. Stein lautet: «Caroline von Heydebrand [eine Lehrerkollegin an der Stuttgarter Waldorfschule] sagt: in Stratford 1922 sagte Dr. Steiner, er komme in 80 Jahren in Amerika wieder, das wäre auf das Jahr 2002.»
Ouellen: Ehrenfried E. Pfeiffer: Ein Leben für den Geist, Seite 217
Steiner in 1879 op 18-jarige leeftijd
|
|
|
|
|
|
De gulden regel der ware occulte wetenschap: Wanneer gij één stap voorwaarts tracht te doen ter bereiking van kennis omtrent de verborgen waarheden, doe dan terzelfder tijd drie stappen voorwaarts tot vervolmaking van uw karakter.
Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten – GA 10
Alle kennis die u zoekt, alleen tot vermeerdering van uw weten, alleen tot verzamelen van schatten in uzelf, brengt u af van uw weg. Alle kennis echter, die u zoekt om rijper te worden op de weg ter veredeling van de mens en ter ontwikkeling der wereld, brengt u een schrede voorwaarts.
Bron: Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten – GA 10
Helderziend verleden - Duister heden - Helderziende toekomst
Het vermogen tot kennis-opnemen heeft zich in de mensheid geleidelijk ontwikkeld. We hebben er steeds weer op gewezen, dat in de Atlantische tijden een groot deel der mensen helderziende was en waar kon nemen in de geestelijke wereld en dat er nog resten van die helderziendheid in later tijden bewaard zijn gebleven. Als we zouden onderzoeken in de oud-Indische, oud-Perzische, Egyptisch-Chaldeïsche tijden, ja, zelfs in de Grieks-Romeinse tijd, dan zouden we vele mensen vinden –véél meer, dan men nu zou denken- die nog erfelijk helderziend waren en die in de astrale wereld konden waarnemen, die de geheimen van het bestaan konden schouwen.
De mens moest echter leren kennis te vergaren, die voerde tot uitsluitend zintuigelijke kennis, die dus wordt verworven door de zintuigen en de vermogens, die daarmee samenhangen. De mens moest, om zo te zeggen, volkomen loskomen van de geestelijke wereld en komen tot waarneming door de zintuigen en tot logisch denken. De mens moest opstijgen tot niet-helderziend waarnemen, omdat hij pas na het volledig beheersen hiervan, in de toekomst weer tot helderziendheid moest worden gebracht, maar dan zo, dat zich de zintuigelijk-verstandelijke verworvenheden combineerden met deze nieuwe helderziendheid.
In die tijd leven we nu. We zien terug op een verleden, waarin de mens helderziend was en we hebben voor ons een toekomst, waarin hij weer helderziend zal worden. In deze tussentijd is het merendeel der mensen aangewezen op wat ze met hun zintuigen waarnemen en met hun verstand en hun denken begrijpen.
Bron: Das Lukas-Evangelium - GA 114 - Bazel 16 september 1909
P.S. Ik heb wel een paar dagen geaarzeld of ik er wel goed aan doe om dit fragment te plaatsen. Want als men dit zo leest, dan kan de lezer de indruk krijgen dat het er volgens Steiner in het leven alleen om gaat om kennis te verwerven, hetzij ‘gewone’ kennis, hetzij ‘hogere’ kennis.
Dat dit echter gans und gar niet het geval is, blijkt wel uit de rest van het werk van Steiner.
Ik zal daar morgen Deo Volente nog een citaat over plaatsen.
In dit blog gaan we in op het centrale begrip: wil. Ik wil laten zien dat Victor Lamme, schrijver van de bestseller 'de vrije wil bestaat niet', zich slecht raad weet met woorden als WIL, VRIJ, BESLISSING, BESLUIT, geest, onbewuste, bewustzijn en IK. Zijn oplossing voor zijn probleem, van filosofische aard, komt er op neer om ze uit 'de wetenschap' te verwijderen. Die indruk krijg ik een beetje...
Ik snap heel goed dat hij het liever niet over het begrip heeft. Of kan hebben. Dat is evenmin als 'identiteit' iets wat je kan definiëren. Dat kan je alleen 'karakteriseren'. Wetenschap à la Lamme is daar niet dol op.
Vrijheid idem dito. Maar toch zegt hij dat vrije wil niet bestaat, uit naam van de wetenschap, de cognitieve neurologie. Althans in de titel. Zo duidelijk is het overigens allemaal niet, in zijn boek. Ik zag nergens een definitie van WIL, en de karakteriseringen die hij geeft blijven nogal rudimentair. Soms gaat het over beslissingen, dan weer vallen termen als wens, voornemen, besluiten, en dan keert hij weer terug naar wil.
Na het eerste blog kreeg ik te horen dat men een recensie wilde, verwacht had van het boek van Lamme. Terwijl voor mij zijn boek slechts een aanleiding was tot deze blogserie. Ook nu laat ik daarom om te beginnen hem aan het woord, met mij als commentator[kwebbelbox, zoals Lamme ze zelf noemt, met als voorbeeld Mart Smeets]. Mijn commentaren zet ik VET en tussen deze tekens: [...]
I. Victor Lamme over wil
Uit een interview :
De titel van uw boek, ‘De vrije wil bestaat niet’, is nogal stellig. Maar wat bedoelt u er precies mee?
"...De discussie over vrije wil is al eeuwenoud. Ik heb geprobeerd om aan de hand van praktische voorbeelden de lezer ervan te doordringen dat wat hij denkt dat de oorzaak is van de dingen die hij doet helemaal niet de werkelijke oorzaak is. Dat de echte oorzaak processen zijn die buiten het bewustzijn omgaan, en die weinig met rationeel denken te maken hebben. Basale emoties spelen bijvoorbeeld een veel grotere rol dan wat wij rationeel denken noemen...."
[De wil wordt vervangen door 'onbewuste processen' en 'basale emoties' , dat haal ik er uit. Dat komt neer op een tautologie: Lamme beweert 'Vrije Onbewuste processen bestaan niet.' Dat is logisch juist... Met de inhoud ben ik het verder redelijk eens ]
http://www.hpdetijd.nl/2010-04-14/de-vrije-wil-bestaat-niet
Het interview gaat als volgt verder:
' ...Dus vrije wil is
eigenlijk meer een sociaal construct dan een wetenschappelijk
feit?
"Inderdaad. Het komt voort uit het vermogen om informatie te
communiceren en ook te bedenken of te voorspellen wat andere gaan
doen. Wij zijn zeer sociale dieren. We hebben mechanismen in ons
brein die ervoor zorgen dat we het gedrag van anderen kunnen
begrijpen, en dat is ook de reden we evolutionair zo’n
enorm succesvol dier zijn. Ik noem dat mechanisme ook wel onze
kwebbeldoos, of Mart Smeets. Maar het gekke is dat we die
mechanismes ook op onszelf zijn gaan toepassen, en op die manier
onszelf proberen te begrijpen. Dat is dan nog tot daar aan toe,
maar op een gegeven moment is er iets fout gegaan, in die zin dat
we zijn gaan denken dat die verklaringen ook de oorzaak zijn van
wat we doen. Dat is natuurlijk niet zo, het is juist precies
andersom. Dat bewustzijn, die gedachten die we hebben over waarom
we dingen doen, is iets wat er eigenlijk maar achteraan hobbelt.
Dat blijkt uit talloze experimenten...."
[Zegt hij hier eigenlijk: vrije wil = bewuste wil?? Maar wil was hiervoor juist onbewust. Ofwel: Lamme zegt dat vrije wil = het bewuste onbewuste. Dat lijkt me inderdaad een construct, waarin de wil helemaal is verdwenen! Dat bewustZIJN achteraf komt, daar ga ik wel in mee... ]
Zie ook dit serieuzer Commentaar hierbij:
"De denkfout van Victor Lamme is dat hij teveel waarde toekent aan het bewustzijn. Laat ik even heel duidelijk zijn. Ik ben het met Lamme eens dat onze geest volledig aan natuurwetten onderworpen is, en ik ben het met hem eens dat ons bewustzijn achter ons handelen aan hobbelt. Maar om daaruit te concluderen dat de wil niet vrij is, moet je de wil als een aspect van het bewustzijn zien. Het idee dat het bewustzijn en het ik (of het zelf) samenvallen is een restje naïef Cartesianisme waar Lamme prima zonder kan. Ik denk dat Lamme overtuigend heeft aangetoond dat als we de wil in het bewustzijn plaatsen, dat we dan geen vrije wil hebben."
http://liaturches.blogspot.com/2010/06/victor-lamme-heeft-een-vrije-wil.html
[En als we het bewustzijn ook nog eens enkel in het fysiek-materiële deel van het brein zoeken, nog onvrijer. De wil is geen ASPECT van het bewustzijn, het is van een tegengestelde aard; daar gaat het verderop nog over.]
Opmerkelijk is dat in de bredere onderzoeksbeschrijving van Lamme's project de WIL niet voorkomt. Het gaat om bewuste dan wel onbewuste besluiten, beslissingen van handelen. Ik citeer: 'Lamme laat in zijn benadering het ‘eerstepersoonsperspectief' op bewustzijn, waarin men zelf bepaalt of men zich bewust van iets is, los. Het zou in de toekomst de neurowetenschap kunnen zijn die definieert wat bewustzijn is en die laat zien wie een bewustzijn heeft, wanneer en waarover..." (zie blog 1 voor een 20-tal links, naar deze tekst, video's , recensies enz.)
[Ik zie hier weer de neiging om 'wil' door bewust/onbewust te vervangen. Het zal toch niet de bedoeling zijn om onze taal aan te passen en woorden die de stam 'wil' bevatten, zoals willekeur, wilsbesluit, en het Wilhelmus, te laten uitsterven....
Lamme zal ook 'het collectieve onderbewuste' vast als buitenwetenschappelijk zien. Dat moge zo zijn, maar zeker is daarmee niet, dat zoiets niet kan bestaan...maar dat is weer een heel ander verhaal. ]
***
Dit schilderij van Eveline Nijeboer heet 'Homunculus'. Het is een beeldend commentaar bij dit veel voorkomend topos in de neurologie, neurofilosofie en neurometafysica. ( 'homunculus=klein mannetje in het brein. Zie WIKI.)
II. Begrijpen van de wil
Hiervoor zagen we Lamme aan het woord over de wil, nu gaan we door met wat nadere karakteriseringen en omschrijvingen, gewoon denken en praten over de wil.
Als je handelt, vanuit een besluit, beweeg je je al in het domein van een specifiek aan de hersenen gebonden WAAKbewustzijn. Het denken begint echter al voordat we het spiegelen in de hersenen . Aan een besluit gaat veel vooraf. Het denken over een situatie, een gebeuren, komt langzaam op gang. Dat denken vindt zijn oorsprong in 'wil'.
Wil an Sich is niet causaal werkend, het werkt op de manier waarop 'warmte' werkt. Ik doe iets omdat ik er al dan niet 'warm' voor loop. Dat valt niet (in z'n geheel) empirisch te volgen.
Lokalisatie van de wil
Dit aspect wordt aangestipt in dit citaat uit een Interview met Arie Bos, Motief nr. 131, juili/aug. 2009
'Volgens Steiner draagt het bloed het 'ik' van de mens en werkt de wil via het bloed. Sinds enige tijd bestaat er een beeldvormende techniek - de FMRI-scan -waarbij je kunt zien welke hersenregio's bij bepaalde handelingen actief zijn. Maar wat laat die scan EXACT zien? Extra toevoer van het bloed! Wanneer ik neurowetenschappers vroeg wat er nu eerst komt; actieve neuronen die om bloed vraagen of extra bloed dat de neuronen activeert, keken ze me aan of ik achterlijk was. Pas later dan het bloed is de activiteit van de neuronen te zien. De meeste neurowetenschappers hebben met dat fenomeen de grootste moeite, want volgens de heersende leer moet het neuron sturen. Dat onderzoek geeft dus aan dat hetgeen de zenuwen aan de gang zet uit het bloed komt. ook hier heeft Steiner gewone fysiologie beschreven...'
MIJN wil.
Ik versta onder 'wil' datgene waar
het individuele ik (wat een dier niet 'heeft') zich in zijn meest
levende gedaante laat zien.Wat een dier 'wil' in zijn leven is
voorspelbaar. Wat een ander mens 'wil' in dat leven van 'm, dat
is van een heel andere orde. Dat je daar wetenschappelijk niet
zomaar bij kan, soit.
Als je s'morgens wakker wordt, moet je eens proberen op te merken
hoe je wil er weer is en hoe deze binnenstroomt, na een nacht
slapen. Je kan het bijna in een ruimtelijke vorm ervaren hoe dat
gaat. [Het is wel heel subtiel... ]
Uit Arie Bos, ´hoe de stof de
geest kreeg´, 2008:
p. 369 De wil heeft verschillende niveaus. De wil van
1. het levenslichaam: 'nu wil ik slapen'
2. het bewustzijnslichaam: Ik wil een grote auto'.
3. het ik: 'Ik wil Troje opgraven.'
p. 372...´Bij de slaap verlaten Ik en bewustzijnslichaam het
fysieke en levenslichaam. Het kwartet speelt tijdelijk als twee
duo's verder. Het levenslichaam kan ongestoord aan herstel en het
vastleggen van nieuwe verbindingen tussen de neuronen(die overdag
gecreëerd zijn) werken.´
Preciezere karakterisering van de wil
Ik citeer weer, met permissie, F WUIJTS' reactie van 28-06-2010 07:59 onder Hugo Verbrugh's blog Middernachtszon:
"Ik breng nog eens in
herinnering de zeven niveaus van de wil, zoals Rudolf Steiner die
beschrijft in de vierde voordracht van 'Allgemeine
Menschenkunde', GA 293.
Deze zijn: Instinct, Drift, Begeerte, Motief, Wens, Voornemen,
Besluit.
Ik heb al eens eerder hier geschreven dat ik 'proef' dat
instinct, drift en begeerte primair 'wilskarakter' hebben, het
drietal begeerte, motief en wens 'gevoelskarakter' en de laatste
drie wens, voornemen en besluit 'denkkarakter'. Met andere
woorden, denken, voelen en willen kan je ook 'proeven' als elkaar
doordringend.
Wat ik me nu vanmorgen afvraag is waar de vrijheid zich in deze
zeven wilsniveaus zich gaat manifesteren. Zijn wij vrij of onvrij
in ons instinct? In onze drift? In onze begeerte? Zijn we pas
vrij in onze besluiten of ook daar principieel onvrij?
Ik vermoed dat waar - zoals ik dus 'proef' - dat wens, voornemen
en besluit 'denkkarakter hebben en we de mogelijkheid in ons
hebben om tot een vrij denken te geraken, onze wil pas echt vrij
kan worden in onze besluiten.
Zie:
Willen, voelen en denken
John Wervenbos leverde er dit schema bij:
WILSTRAPPEN
Besluit )
Voornemen )........................denkkwaliteit in het
willen
Wens ) )
Motief )................................gevoelskwaliteit in het
willen
Begeerte ) )
Drift )...................................primaire wilskwaliteit
in het willen
Instinct )
Schema,
op basis van L. Locher -Ernst, 'das Denken und der Gedanke', in: Mathematik als Vorschule zur vGeisterkenntnis, Dornach 1973 (en hij ging uit van de al gelinkte lezing van Steiner) :
De wil verandert stapsgewijs. Eerst instinkt, via drift naar begeerte. De wil wordt uit het fysiek-vegetatieve lichamelijke opgetild in de ziel. Bewustzijn, -wording is hier aan de orde. Je moet niet de 'hogere' vormen waarin de wil gestalte krijgt met de hen begeleidende voorstellingsbeelden verwarren. [dit is erg belangrijk! Denk aan begrippen als 'emotie' en 'ervaringen' , die in de neurologie en neurofilosofie overal opduiken.]
Ook het denken heeft een indeling: zie deze poging denken en willen in een schema te 'verweven':
WIL DENKEN
----------------------------------------------------
7. Entschluss Intuition
6. Vorsatz durchschauen
5. Wunsch einleuchten
erkennen
4. Motiv urteilen{ verstehen
besinnen
3. Begierde vorstellen
2. Trieb erinnern
1. Instinkt können
AD 7. Het reine denken is niet van het willen los te maken. Het besluit is: het door het zuivere denken doordrongen willen. 'Die im reinen Denken empgangene Intuition ist die Berührung des Felsens mit dem Zauberstabe, die moralische Fantasie, die quelle zur Gestaltung der freie Tat.'
6. De stap van het Durchschauen, is in vergelijking daarmee nog 'passief'. Je voornemens transparant proberen te krijgen!
5. Het gaat over wens om iets de volgende keer iets beter te doen, niet de sterke egoïstische wens met begeertekarakter.Ook in de omgangstaal heb je het over je wensen/verlangen 'einleuchtend' zijn, misschien te vertalen als wensen, die 'van zelf spreken'. Een wens die niet hartelijk is, is onvrij...
4. Via het centrale 'motief' ontwikkelt de mens zuivere wens, voornemen, besluit.
Hier hoort trouwens ook de Aristotelische logica thuis, met z'n stellingen, premissen, schluss(conclusie)/urteil, syllogisme. Het is een ONDERdeel van het ruimere 'logos'...
Locher Ernst : 'Der Wille ist es, der Logik hineinbringt, sie ist eigentlich nicht eine Denklehre, sondern eine Lehre davon, wie der Wille die Gedankenbilder(voorstellingen!) ordnet, damit sie die äusseren Weltenverlauf entspricht... Wie kommt es den doch, das dieser Wille nun in Uns logisch wirkt?...Wir spüren die kosmische Logik unsere Organe!. Die Logik wird also von der Physischen Organisation her bestimmt.
3. Vanaf het volgende 'niveau' van de wil, 'het motief' maakt Steiner een principieel onderscheid: 'Wir bezeichnen, was beim Menschen als Instinkt, Trieb, Begierde vom Ich erfaßt wird, als Motiv, so daß wir, wenn wir von dem Willensantriebe in dem eigentlichen Seelischen, in dem «Ichlichen» vom Motiv sprechen, wissen: Tiere können wohl Begierden haben, aber keine Motive."
2. Drift en herinnering, ja, stel
je een mens voor die alleen op z'n herinneringen drijft...ik moet
hierbij aan een krokodil denken,; ook een olifant kan driftig
zijn en schijnt veel te 'onthouden' , vooral onvriendelijke
mensen krijgen jaren later ineens een schop van ze!
1. Denk aan de spin die een web
instinctmatig, beter dan een kun-stenaar, kan maken; of denk aan
de bijen, die zonder differentiaalrekenen complexe bouwsels maken
met een minimum aan materiaalverbruik. Niet voor niets heeft
kunnen in de taal al dezelfde stam als kennen.
III Beslissend.
Hier komen we aan het onderscheid tussen wat we onder zoiets als beslissing verstaan, en wat onder BESLUIT. Beslissen doe je op een moment. Hoe lang kan je een besluit vasthouden, ook al is het helemaal niet meer in hersenactiviteiten aan te tonen.
Kan dat? Ja, mensen dragen een besluit soms jaren 'in zichzelf' mee. Verliezen ook steeds weer de wil, en bouwen die weer op. Lamme zal dit wellicht als een afwijking interpreteren? Als een deel van de persoonlijke geschiedenis, een traumaatje, die in de neuronenconstellatie impliciet 'zit'? (Heb het nog nergens aangetroffen in de neurologie).
De wil is in essentie impulsmatig van structuur
De wil is polair anders van aard dan het denken. De wil is zeker niet een CONTINUUM. Het denken, de stroom/het proces van het DENKEN is wel als continu te karakteriseren!(Dat ligt anders bij de denkinhoud, en zeker bij de gedachten.) Vergelijk het met de discussie in de wiskunde over of getallen continu zijn, of 'discreet' en beperkt in aantal.
De grote denkfout van Lamme is, dat hij wil niet gedifferentieerd ziet en ongeveer gelijk stelt aan of iets wat onbewust is, óf juist heel erg zit in de beslissingen die 'per moment' en continu door je BREIN voor je worden gedaan.
En dat terwijl de wil alleen tijdens ons waakbewustzijn aanwezig is. Het beste moment om de wil te ervaren is de overgang tussen waken en slapen/dromen! Als je er tussenin weet te blijven, kan je je vrije wil zien. Of dat deze ontbreekt. Dan blijf je liggen natuurlijk. Juist de tijd na de dromen en het slaapbewustzijn zijn bij uitstek voor logisch denken bestemd, juist vanwege onze wil tot logica,
of de Rede, de
logos,
hoe je het wil noemen....
(Dat hangt er vanaf hoe breed je het wil zien!)
Onze vrije wil kunnen we zo doordenkend gelijk stellen aan onze wil tot kennen. En die is bij uitstek alleen aan de mens gegeven! Een mooie illustratie daarbij is Victor Lamme zelf (uit HP de TIJD, maart 2010).
MOTTO
Een heel interessant motto (let op het mysterieuze begrip ' moment' ;-), dat ik vond in een reactie onder een prima Trouw-weblogserie over vrije wil van P. Winkelman:
Wat een mens uiteindelijk per moment doet of laat uit Vrije Wil dàt is voorbestemd.
http://www.trouwcommunities.nl/religie-filosofie/blog/1766/7094.html
Ik heb inmiddels al een betere spreuk of motto(van RS):
denkend voel ik me één met de stroom van het wereldgebeuren.
Dat vat het geheel hier(-achter) wel samen.
Genoeg stof voor nog een blog.
Wil iemand zich aan het grote probleem wagen: aan de beheersing van de seksdrift, die hartstocht, die in lage vorm gebruikt, de mens verlaagt tot minder dan een dier, omgevormd echter hem zijn goddelijkheid dichterbij brengt, die zou zo weinig mogelijk eiwitrijke voeding moeten genieten.
Bij te overdadig genot van eiwitten krijgen voortplantingsstoffen de overhand, en daarmee wordt de beheersing van de geslachtsdrift zeer bemoeilijkt.
Bron: GA 266/1, bladzijde 558
Ik heb bij Steiner ook wel eens gelezen dat oude, eenvoudige woorden en volksuitdrukkingen vaak een diepe waarheid bevatten. Het bekende 'soldatenwoord' NEUKPATRONEN voor eieren is hiervan wel een frappant voorbeeld.
De vertaling van deze tekst van Steiner is weer van mezelf. Hier onder staat de originele, Duitse tekst.
Will sich jemand an das schwierige Problem wagen: an die Beherrschung der Geschlechtsleidenschaft, derjenigen Leidenschaft, die in niederer Art ausgeübt, den Menschen unter das Tier herabwürdigt, umgewandelt aber ihn seiner Göttlichkeit am nächsten bringt, der sollte so wenig als möglich eiweißreiche Nahrung genießen. Bei zu reichlichem Genusse von Eiweiß-Stoffen wird das Überhandnehmen der Fortpflanzungsstoffe hervorgerufen, und damit wird die Beherrschung der Geschlechtsleidenschaft sehr erschwert.
Ik was al bijna uitgepoept met mijn Steinercitaten, die ik hoofdzakelijk uit boeken heb geplukt. Maar ziedaar, Michel Gastkemper bracht op zijn weblog Antroposofie in de pers van 25 juli het antroposofisch lexicon van de onlangs overleden Urs Schwendener onder de aandacht. HIER kan men dit lexicon vinden.
Ik denk dat ik in dit lexicon wel weer wat interessants kan vinden om af en toe op mijn citatensite van de Grote Ziener in het Land der Blinden te plaatsen.
Hier is de eerste:
Karma
Alles wat onszelf aangaat, is het resultaat van een werkzaamheid. Er is niets dat niet eerst een daad was. Al het zijn is een uitwerking van een activiteit. Dit geldt voor alle gebieden van het bestaan, op alle vlakken. Dat is de wet van het karma in de meest omvattende zin van het woord. Heel het leven en al het zijn is het resultaat van handelingen. Zou iemand een gelukkig mens zijn (bijvoorbeeld), dan moet hij dat geluk in een vroeger bestaan zelf geschapen hebben. Geluk, dat een mens geniet, is het resultaat van een of andere van hem uitgegane zegenrijke verrichting.
Bron: GA 89, Seite 171f
Deze vertaling is van mezelf, dus mocht het een slechte vertaling zijn, dan weet men waar het van komt.
Hier is het citaat in het Duits:
Alles, was an uns ist, ist das Ergebnis einer Tätigkeit. Es gibt kein Sein, das nicht zuerst Tätigkeit war. Alles Sein ist die Wirkung einer Tätigkeit. Dies gilt auf allen Gebieten des Daseins, auf allen Plänen. Das ist das Gesetz von Karma im umfassendsten Sinn des Wortes. Jedes Sein ist das Ergebnis einer Tätigkeit. Soll jemand ein glücklicher Mensch sein (beispielsweise), so muß er das Glück in einem früheren Dasein selbst geschaffen haben. Glück, welches der Mensch genießt, ist das Ergebnis irgendeiner von ihm ausgegangenen segenbringenden Tätigkeit.
Wacht u voor de valse
profeten,
die in schapevacht tot u komen,
maar van binnen zijn zij roofgierige wolven.
Valse leraars zijn vals, niet alleen in hun leer,
maar ook in hun verschijning.
Zij doen alsof zij iets zijn dat zij niet zijn.
Vrijheid is een kwestie
van bewustzijn: hoe bewuster je bent, hoe minder vrijheid je
hebt; uiteindelijk rest slechts de vrijheid tot het doen van het
goede..
Bron: onbekend
(Met dank aan Frank Polling die mij op dit citaat van Steiner attent maakte.)
Ik denk dat ik wel ongeveer begrijp wat Steiner bedoelt met deze woorden. Wie zich er bewust van is wat goed en kwaad is en ook beseft wat voor gevolgen het kwaad heeft, niet alleen voor anderen maar ook voor zichzelf, die voelt zich in feite niet meer vrij om al dan niet goed te handelen. Het is in zekere zin een 'dwingende vrijheid'.
I have tried in my way to be free...
HONDERDEN STEUNBETUIGINGEN PER UUR
"Massale steun voor oranjepastoor Paul Vlaar," zei Eva Jinek vanochtend in het NOS Journaal. Al meer dan 2,500 mensen hebben hun steun betuigd op de speciale Hyves-pagina die voor hem is geopend.
Het is een rel die ook de internationale media haalt. Niet zozeer vanwege de oranjemis die pastoor Paul hield ter gelegenheid van de finale van het WK Voetbal, als wel de schorsing die daarop volgde.
Zelfs het Reformatorisch Dagblad bericht er, op ingetogen wijze, over. Veel Nederlandse gelovigen hebben blijkbaar wel begrip voor pastoor Paul, en zijn het niet eens met de schorsing. In een poll op de website van Trouw blijken de meningen verdeeld:
De kerk doet er beter aan om de schorsing van pastoor Vlaar tot een week te beperken. Een mediahype is geboren, en alle sympathie gaat uit naar de pastoor. Vooral gezien in de schaduw van de kerkschandalen over kindermisbruik, waarbij men het veelal nalaat om voldoende sancties te treffen.
Als men zich binnen de kerk wil bezinnen, dan zijn er belangrijkere zaken te bedenken.
Overigens was het meest gelezen bericht op trouw.nl het huwelijk van Wesley en Yolanthe. Maar dat terzijde. De teller op de pastoor Paul-hyves staat inmiddels boven de 2,600 steunbetuigingen.
Een belangrijk, maar ook uiterst merkwaardig en moeilijk te begrijpen fragment uit het werk van Steiner heb ik altijd het volgende gevonden. Het staat in de voordracht (zelf noem ik het liever toespraak, want bij voordracht denk ik altijd aan iemand die er bij staat te dansen, maar dit terzijde): Die Liebe und ihre Bedeutung in der Welt – Zürich 17 december 1912.
Eigenlijk zou ik het hele epistel over moeten typen, maar ik beperk me maar tot een paar van de belangrijkste zinnen:
Voor wat men uit liefde gedaan heeft, krijgt men geen beloning in het volgende leven.
Laten we een voorbeeld nemen: wij werken en daarmee verdienen we geld. Het kan echter ook zijn dat wij werken zonder er plezier in te hebben, omdat wij niet werken om een loon te ontvangen, maar om schulden te betalen. Het kan zijn dat iemand datgene wat hij nu met werken verdient al verbruikt heeft. Hij zou liever geen schulden hebben, maar hij moet nu eenmaal werken om zijn schuld af te lossen. Dit voorbeeld passen wij nu toe op het algemene, menselijke handelen: met alles wat wij uit liefde doen, betalen wij onze schulden af! Occult gezien levert alles wat uit liefde geschiedt geen loon op, het is de aflossing voor reeds verbruikte goederen. De enige handelingen, die ons in de toekomst niets opleveren zijn die, welke wij uit echte, ware liefde verrichten.
Misschien schrikt u van deze waarheid. Gelukkig zijn de mensen zich hier niet van bewust.
Maar in hun onderbewustzijn weten alle mensen dit en daarom zijn ze zo weinig bereid om uit liefde te handelen. Dat is de reden waarom zo weinig liefde is in de wereld. De mensen voelen instinctief, dat zij van liefdevol handelen in de toekomst niets kunnen verwachten voor hun ik.
Niet door wat wij uit liefde doen, alleen door de andere daden vervolmaken wij onszelf.
(Het zou beter zijn als ik nog veel meer uit deze voordracht overtypte, maar daar heb ik de fut niet voor en bovendien is een blog niet geschikt voor hele lange epistels. De hele voordracht is overigens niet terug te vinden op Anthroposophie online. Zelf heb ik deze fragmenten uit het boekje Nervositeit-Wijsheid-Liefde uit 1976.)
Men kan wel zeggen dat Steiner met deze uitspraken de knuppel in het hoenderhok gooit.
Want alle religies en alle spirituele wereldbeschouwingen hebben één ding gemeenschappelijk en dat is de gedachte/mening/overtuiging dat men door goede, liefdevolle handelingen in dit leven daarvan voor zichzelf goede gevolgen ondervindt in het leven na de dood en/of in volgende aardelevens. Steiner beweert dit zelf trouwens ook.
Hoe kan hij dan tegelijk beweren dat handelingen uit liefde niets opleveren en dat de mensen er niets van kunnen verwachten voor hun ik? Hij zegt wel dat het geen loon oplevert, maar dat het een afbetaling van schulden is. Maar is een mens die zijn schulden heeft afgelost niet een rijker mens geworden dan toen hij die schulden nog wel had? En is een mens die zijn morele schulden heeft afgelost niet een volmaakter mens geworden dan toen hij die morele schulden nog niet had afgelost?
When I look back upon my
life
It's always with a sense of shame
I've always been the one to blame
For everything I long to do
No matter when or where or who
Has one thing in common, too
It's a, it's a, it's a, it's a sin
It's a sin
Everything I've ever done
Everything I ever do
Every place I've ever been
Everywhere I'm going to
It's a sin
De meeste voorstellingen die we ons gewoonlijk over reïncarnatie en karma vormen berusten op een dwaling. U zult ongetwijfeld wel eens hebben meegemaakt dat een antroposoof een ander mens, die bijvoorbeeld goed kan rekenen, ontmoet, en zich dan gemakkelijk de voorstelling vormt dat die ander in de vorige incarnatie een goed rekenaar is geweest. Helaas stellen antroposofen die zich als zodanig onvoldoende hebben ontwikkeld vaak op deze manier incarnatiereeksen op. Er wordt dan eenvoudig aangenomen dat de vorige incarnatie te vinden is doordat men de talenten die in de huidige incarnatie te voorschijn komen ook zal moeten aantreffen in de voorafgaande of wellicht meerdere voorafgaande incarnaties.
Deze manier van speculeren is buitengewoon ondeugdelijk. Gewoonlijk zit men er dan naast, want de werkelijke waarnemingen met de middelen van de geesteswetenschap laten meestal precies het omgekeerde zien. Bij mensen die bijvoorbeeld in de vorige incarnatie goede rekenaars, goede wiskundigen waren, zien we dat ze in de huidige incarnatie geen wiskundige begaafdheid vertonen, die ontbreekt geheel. En wie wil weten welke gaven hij in de vorige incarnatie hoogstwaarschijnlijk had - ik wijs er op dat wij nu het gebied van de waarschijnlijkheid betreden – wie wil weten welk vermogen tot intelligentie, kunstzinnigheid, enzovoort hij in de vorige incarnatie heeft gehad, doet er goed aan om na te gaan waartoe hij in deze incarnatie het minst geschikt is, welke gaven het minst ontwikkeld zijn. Als dat duidelijk is geworden, zal blijken waarin men in de vorige incarnatie waarschijnlijk heeft uitgeblonken, op welk gebied men in het bijzonder begaafd was. Ik zeg ‘waarschijnlijk’, omdat deze dingen enerzijds vaak waar zijn, maar anderzijds dikwijls door andere dingen doorkruist worden.
Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand in de vorige incarnatie een bijzondere wiskundige begaafdheid had, maar vroeg is gestorven, zodat deze wiskundige begaafdheid zich niet volledig heeft kunnen verwerkelijken; hij zal dan in zijn volgende incarnatie weer met een wiskundige begaafdheid geboren worden – en deze incarnatie zal zich dan als een voortzetting van de vorige voordoen. De jong gestorven wiskundige Abel zal in zijn volgende incarnatie ongetwijfeld met een sterke wiskundige begaafdheid geboren worden. Als een rekenaar daarentegen heel oud is geworden en zijn begaafdheid zich heeft uitgeleefd, zal de bewuste persoon in zijn volgende incarnatie bepaald dom zijn op het gebied van de wiskunde. Zo ken ik iemand die zo weinig wiskundig begaafd was, dat hij als schooljongen getallen eenvoudigweg haatte. Alleen doordat hij voor andere vakken bijzonder goede rapportcijfers kreeg kon hij de school doorlopen. Dat kwam doordat hij in de vorige incarnatie een bijzonder goed wiskundige was geweest.
Als men hier verder op ingaat blijkt het volgende. Waar men zich in een incarnatie op toelegt, dat wil zeggen wat men niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk als beroep uitoefent, dat gaat in de volgende incarnatie over in de opbouw van de organen. Als men bijvoorbeeld in een incarnatie een bijzonder goed wiskundige is geweest, neemt men dat wat men zich eigen heeft gemaakt aan beheersing van getallen en wiskundige figuren mee naar een volgende incarnatie. Het wordt dan verwerkt in een bijzonder gedifferentieerde vorming van de zintuigen, bijvoorbeeld van de ogen. Mensen die een goed gezichtsvermogen hebben, ontvangen deze zorgvuldige ontwikkeling van de oogvormen doordat ze in de vorige incarnatie in vormen gedacht hebben, en dit denken-in-vormen hebben meegenomen. In de tijd tussen dood en nieuwe geboorte hebben zij de vormgeving van hun ogen op bijzonder verfijnde wijze verzorgd. De wiskundige begaafdheid is dan in het oog overgegaan en leeft zich niet meer als zodanig uit.
Een ander geval dat occultisten bekend is, is dat van een individualiteit die heel intens in architectonische vormen leefde. Wat deze persoon daar beleefde, vormde zich om tot innerlijke zielekrachten en werkte uiterst gedifferentieerd het gehoororgaan uit. Zo werd deze individualiteit in de volgende incarnatie een groot musicus. Niet een groot architect, want de belevingsvormen die bij de architectuur hoorden, werden tot orgaanopbouwende krachten, zodat er niets overbleef dan een zeer sterke muziekbeleving.
Als wij de allerdomste kanten van ons wezen ontdekken, kunnen deze ons vrijwel zeker op het spoor brengen van de dingen waarin wij in de voorafgaande incarnatie hebben uitgeblonken. Hier blijkt dat het voor de hand ligt om juist deze dingen van de verkeerde kant aan te pakken.
Bron: Reïncarnatie en karma - GA135 - Berlijn 23 januari 1912
P.S. Deze passage heeft voor mij iets bedrukkend. Want het is in zekere zin treurig als men bijvoorbeeld in een bepaald leven ergens talent voor heeft, bijvoorbeeld piano spelen of schilderen of zingen, en er dan in een volgend leven helemaal niets van kan. Zo lijkt het wel alsof de talenten verloren gaan. Maar zo is het toch blijkbaar niet. Het gaat over in andere vermogens, het metamorfoseert zich tot andere talenten en krachten die het menselijk lichaam vormen en opbouwen.
Anderzijds is het ook wel heel logisch. Stel dat men in elk leven steeds weer hetzelfde talent zou hebben, dan zou de mens zich heel eenzijdig ontwikkelen. Doordat men in de verschillende levens ook steeds weer andere talenten heeft, ontplooit de mens zich veelzijdig.
Ghost Busters is een Amerikaans speelfilm uit 1984.
Drie parapsychologieprofessors verliezen hun baan bij een universiteit, waar ze onderzoek deden naar het bestaan van geesten. Ondanks dat ze nu geen financiering meer hebben, gebruiken ze hun opgedane kennis om een bedrijfje te starten gespecialiseerd in het opruimen van spoken onder de naam Ghostbusters.
Hebben wij antroposofen niet allemaal iets weg van ghostbusters? Als men mij vraagt wat mijn vak is, dan zeg ik voortaan ghostbuster, dat klinkt niet onaardig.
P.S. Momenteel heb ik geen geschikte citaten en fragmenten van Steiner, daarom vandaag maar iets van mezelf.
De Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar Nasr Abu Zayd is overleden
Hier een linklijst naar mijn blogs over hem en zijn werk
|
|
|||
|
Nasr Abu Zayd kritisch op de Arabische Wereld én op het Westen Nasr Abu Zayd : The Crisis of Contemporary Islamic Discourse |
|
|
|
Scepsis en hoop- Peter Sloterdijk over de islam/ Het heilig vuur
Hoe rechts stelselmatig de liberale islam onderuit haalt
Lees de koran met historische afstand!
Verlichting in het Islamitisch denken: Nasr Abu Zayd
Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd
Nasr Abu Zayd en zijn tegenstanders
Ellian en Cliteur versus Nasr Abu Zayd
Stemmingmakerij tegen moslims: Cliteur over Nasr Abu Zayd
Het internationaal recht en het Israëlisch –Palestijns conflict
De liberale islam: Nasr Abu Zayd
Paus: Geloof en wetenschap in de islam
Maandag nam de Tweede Kamer twee moties aan om antisemitisme tegen te gaan. De aanleiding: de alarmsignalen van het CIDI. Vandaag verscheen de Monitor Rassendiscriminatie 2009. Hij luidt de noodklok over toenemend geweld tegen moslims en groeiende islamofobie. Ik ben benieuwd of er ook nu een spoeddebat aangevraagd wordt en er net zo daadkrachtig wordt opgetreden.
De Monitor Rassendiscriminatie 2009 schetst de stand van zaken over de periode 2005-2009 en is samengesteld op basis van survey-onderzoek naar discriminatie-ervaringen onder de Nederlandse bevolking, literatuuronderzoek en inventarisatie van klachten en meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen, aangiftes bij de politie en uitspraken en oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling en de rechter. Het beeld dat er uit naar voren komt wijkt niet af van wat we al wisten uit de begin dit jaar verschenen mensenrechtenrapportage van het US Department of State, waar ik eerder een blog over schreef.
Discriminatie van moslims
Vergeleken met andere geloofsgemeenschappen ervaren moslims veel godsdienstdiscriminatie. Ze ervaren de negatieve gevolgen van het veelal stereotype en generaliserende discours rond moslims en de islam. Die discriminatie wordt vooral als probleem ervaren wanneer die de maatschappelijke participatie of zelfontplooiing belemmert en wanneer hij beroepsmatig plaatsvindt.
De pieken en dalen van de incidenten blijken
direct of indirect samen te hangen met ingrijpende gebeurtenissen
of met internationale politieke onrust. Net zoals Nederlandse
joden worden aangekeken op gebeurtenissen in Israël en het
Midden-Oosten (denk aan de Gaza-oorlog en de aanval op het Turkse
flotilla), kijkt men Nederlandse moslims aan op aanslagen in
binnen- en buitenland (zoals de moord op Theo van Gogh en de
aanslagen in New York, Londen en Madrid).
Zorgwekkend is dat het aantal geweldsincidenten tegen moslims
toeneemt. Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen die
discriminatie ervaren, geven aan dat er bij een op de acht
gevallen sprake is van bedreiging en/of geweld.
De Monitor waarschuwt voor het gevaar van radicalisering van met name jongere moslims: ‘Door de associatie met fundamentalistische moslims in binnen- of buitenland, kan het gevoel ontstaan dat moslims of de islam zelf een fundamentele bedreiging voor Nederland opleveren. Deze waargenomen dreiging vormt mogelijk de basis voor een negatieve attitude ten aanzien van moslims en voor discriminatie van de groep. Uit onderzoek en uit de registraties blijkt dat een deel van de moslims zich aangesproken voelt wanneer er meningen over de islam of ‘de moslims’ worden geuit door politici of in de media. Dit heeft geleid tot discriminatie-ervaringen onder moslims. Onderzoek wijst uit dat moslims zich door het negatieve maatschappelijke klimaat ten opzichte van de islam minder prettig voelen in Nederland. Het nadelige gevolg van stigmatisering en discriminatie kan zijn dat moslims zich terugtrekken in hun eigen groep.’
Antisemitisme
‘De inventariseringen die het CIDI
jaarlijks publiceert onder de titel Antisemitische Incidenten in
Nederland laten al vanaf 2002 in grote lijnen een daling
zien, met uitzondering van het jaar 2006. Registreerde het CIDI
in 2002 nog 359 incidenten, anno 2008 waren dat er 108. De daling
van 261 incidenten in 2006 naar 104 incidenten in 2007 was
volgens het CIDI voor het grootste deel te herleiden tot de
categorie e-mails: in 2006 noteerde het CIDI in totaal 132
antisemitische e-mails, het jaar daarop waren dat er slechts
4.’
Meer dan andere meldpunten merkt het CIDI dat antisemitisme
opleeft in tijden van politieke spanningen of oorlogen in het
Midden-Oosten. De Monitor schrijft dat voor een belangrijk deel
toe aan de tweeledige taakstelling van het CIDI: ‘Enerzijds
probeert het de Nederlandse samenleving te informeren over de
staat Israël en anderzijds behartigt het de belangen van de
joodse gemeenschap in Nederland. In de publieke opinie in
Nederland wordt het CIDI vooral gepercipieerd als een
pro-Israëlische belangenorganisatie. Mensen die hun solidariteit
met de Palestijnse zaak menen te moeten vertalen in een
scheldpartij op Israël of op alle joden, zullen zich daarom snel
tot het CIDI wenden. Daarmee is het CIDI niet alleen een
organisatie die antisemitisme registreert en inventariseert, maar
is het er tevens - met name in tijden van politieke spanningen in
het Midden-Oosten - zelf slachtoffer van.’
De Monitor kijkt ook naar de ‘etnische richting’ van antisemitisch geweld. Wat opvalt is de sterke daling van geïnventariseerde geweldplegingen met een antisemitische achtergrond: van 40 in 2005 tot 14 in 2008. Volgens het CIDI zelf waren er in 2009 4 geweldplegingen en 6 bedreigingen. Dit jaar was er tot vorige week 1 bedreiging. De Monitor stelt: ‘De daling van antisemitisch geweld in de afgelopen jaren is ongeveer even sterk als de stijging van het aantal gewelddaden gericht tegen moslims (in 2006 werden er 62 gewelddaden gericht tegen moslims geteld, in 2007 waren dat er 82 en in 2008 ging het in totaal om 89 gewelddaden gericht tegen moslims). Bijna tweederde van alle antisemitische geweldplegingen in het jaar 2008 bestond uit doelbekladdingen; bij twee van de 14 incidenten in hetzelfde jaar kon worden vastgesteld dat het om (een) allochtone dader(s) ging.’ Anders geformuleerd: bij tien van de 14 incidenten werd dus niet vastgesteld dat de dader allochtoon was.
Wat ik nog wel het meest alarmerend vind, is dat uit de Monitor ook blijkt dat gemiddeld meer dan 70 procent van de incidenten helemaal nergens gemeld wordt. Een op de drie was niet op de hoogte van het feit dat je bij de politie aangifte kunt doen en velen denken dat het geen zin heeft om het te melden omdat er toch niks mee gebeurt. Vanuit dat perspectief is het terecht dat de Tweede Kamer maandag een motie aannam voor een actieplan en een betere incidentenregistratie. Het wachten is op vergelijkbare besluiten over discriminatie van en geweld tegen moslims.
Het CIDI versus de Monitor
Het is opvallend: vorige week luidde het CIDI de noodklok, maar de Monitor stelt juist dat het antisemitisme afneemt. Het was dan ook mooi dat de NOS beide vandaag aan het woord liet.
Jaap van Donselaar, co-auteur van de Monitor, stelde: ‘Met name het geweld [tegen joden, jn] is sinds 2005 meer dan gehalveerd. Dus in tegenstelling tot de discussie van vandaag de dag, waarin de noodklok geluid wordt, hebben wij eigenlijk goed nieuws. Wij denken dat het afneemt’. Een boodschap die niet eenvoudig is, want je staat al gauw in de verkeerde hoek.
Het geweld tegen moslims neemt echter gestaag toe: ‘Als wij kijken naar andere groepen, dan zien wij dat moslims toch in toenemende mate het slachtoffer zijn van allerlei vormen van discriminatie en racisme en ook het geweld daar zien wij stijgen ook vrij gestaag de laatste jaren. Als je nou de noodklok zullen willen luiden dan is er meer aanleiding om die over het geweld tegen moslims te luiden op het moment. Ik zou wel denken dat geweld tegen moslims en islamofobie in het algemeen, dat dat een onderschat vraagstuk is.’
Ook in de uitzending was CIDI-voorzitter Onno Hoes: ‘Wat ik het goede vind aan zijn [Van Donselaar, jn] betoog is dat je niet alleen moet kijken exclusief naar antisemitisme, maar dat het in een veel breder kader op dit moment in Nederland geplaatst moet worden, omdat in feite iedereen die afwijkt van het gemiddelde gediscrimineerd wordt vandaag de dag en dat is natuurlijk een zorg die door politiek Den Haag wel eens wat meer gedeeld zou mogen worden.’
Van Donselaar stelt dat de cijfers die het CIDI vorige week presenteerde wel een dunne onderbouwing zijn voor de stelling dat het antisemitisme toeneemt en dat er vanaf 2002 naar 2009 sprake is van een halvering van het aantal antisemitische incidenten. Ook het CIDI ziet dat die cijfers sterk samenhangen met politieke gebeurtenissen in Israël en het Midden-Oosten en dat er nu sprake is van een piek, mede naar aanleiding van het debacle met het Gaza flotilla. Volgens Hoes telt het CIDI op een andere manier en telt zij andere feiten. Het CIDI telt ook haatdragende e-mails mee vanwege de vergelijkbare impact. Overigens meet de Monitor niet alleen geweld, zoals hier gesuggereerd wordt, maar telt hij ook discriminerende opmerkingen mee. Zouden de emails worden meegeteld, dan zullen ook de cijfers voor moslims wellicht nog hoger uitvallen.
Interessant was wat Hoes meldde over die discrepantie: ‘We kunnen een hele discussie hebben over die cijfers, maar op het moment dat de feiten gewoon aangeven dat de Joden in Amsterdam-West niet meer over straat durven lopen dan hoeven het er van mij maar vijf op een jaar te zijn, maar dat zijn er al vijf te veel.’ Merkwaardig, want het zijn de CIDI-feiten die aangeven dat het daalt. Ik was dan ook blij dat de interviewer doorvroeg: ‘Maar dan heeft u het over een gevoel en niet zozeer over de cijfers, over de harde feiten.’
Hoes reageerde als volgt: ‘Daarmee is het een combinatie van mensen die echt geraakt worden, echt fysiek geraakt worden of mensen die niet fysiek geraakt worden, maar wel zich beledigd voelen of gediscrimineerd voelen. En onze cijfers gaan dus over een veel bredere groep dan de groep die meneer Van Donselaar duidt. Daarom zijn de verschillen ook niet als zo bijzonder te duiden, maar gaat het meer om het feit dat het nog steeds gebeurt. En nogmaals, wat Van Donselaar terecht aangeeft, ook de islamitische groep wordt gediscrimineerd en dat moet ons zorgen baren.’
‘Ik denk dat daar zeer weinig aandacht voor is, daarom ben ik wel heel blij met het onderzoek van hem en hoop ik dat het in politiek Den Haag ook weerklank gaat vinden. Je ziet nu ook in de politieke discussie, de discussie rond de verkiezingen, dat de discriminatie ten aanzien van moslims veel sterker is geworden dan in het verleden en mensen voelen zich daardoor geraakt en dat roept ook tegenreacties op. En dat is natuurlijk het moeilijke waar je mee te maken hebt. Als het een gebeurt, gebeurt het ander en dan wordt de ene groep na de andere gediscrimineerd. Homo’s, Joden, moslims, en dan moeten er dus die zogenaamde lokjoden ingezet worden. En dan vraag ik met echt af: in wat voor land leven wij dat wij lokoma’s, lokhomo’s, lokjoden, dadelijk moeten wij lokmoslims gaan inzetten. Dit is natuurlijk echt van de pot gerukt langzamerhand.’
Het inzetten van lokjoden en lokmoslims, het klinkt als symptoombestrijding. De achterliggende oorzaken komen niet in beeld en worden niet aangepakt. Hoes: ‘Ik ben dat helemaal met u eens. Ik zou dat ook liever niet hebben. Waar wij als CIDI voor pleiten is dat de politie, en het klinkt allemaal wat eng, dat de politie veel meer aan etnische registratie doet op het moment dat er sprake is van geweldsmisdrijven. Op het moment dat je dat doet, kun je dus veel gerichter gaan actie voeren op bepaalde groepen. Sowieso, de etnische registratie daar zijn we natuurlijk niet voor, dat heeft natuurlijk allerlei negatieve effecten, dat is helemaal niet nodig. Gewoon dader en rugnummer en dan weet je echt waar het om gaat. En dan heb je gewoon cijfers van politie en justitie en daar kun je dan met elkaar van uitgaan.’ De vraag of dat ook geldt voor de drie joodse jongeren van het eierengooi-incident van vorige week werd helaas niet gesteld.
Een belangrijke waarschuwing gaf Van Donselaar aan het slot van zijn interview: ‘Je moet altijd oppassen om niet iets tegen iets anders weg te strepen. Je moet altijd misstanden bij elkaar optellen en niet van elkaar aftrekken.’ Racisme is altijd erg, ongeacht wie het slachtoffer is en ongeacht wie de dader is.
Tegen het antisemitisme treedt onze samenleving op, er komt een spoeddebat, men roept op lokjoden in te zetten en neemt moties aan. De vraag is of dat ook gaat gebeuren bij de discriminatie van moslims. Van Donselaar was daarover erg somber: ‘Als je het vergelijkt met antisemitisme wat een heel heikele aangelegenheid is altijd, dan zie je dat de weerstanden die door antisemitische incidenten worden opgeroepen, die zijn heel groot, er is veel verontwaardiging, er wordt veel weerstand bewerkstelligd. En dat is als het gaat om incidenten tegen moslims in veel mindere mate het geval. Waardoor het denk ik door het gebrek aan weerstanden tegen die islamofobie een gevaarlijk verschijnsel is. Een verschijnsel zoals antisemitisme, het is vreselijk, het is erg. Elk nadeel heb een voordeel heeft iemand eens gezegd. En het voordeel in dit geval is dat er vaak veel weerwerk wordt losgemaakt. En dat mis je toch wel veel meer als het gaat om gewelddadigheden of andere incidenten tegen moslims. Als je een probleem hebt en er is meteen grote bereidheid het probleem aan te pakken dan heb je half gewonnen. En dat is bij islamofobie veel minder het geval helaas.’
Het zou fijn zijn als de Tweede Kamer laat zien dat hij ongelijk heeft.
Eerdere blogs over dit onderwerp:
Stop racisme! – 21 maart 2010
Kwetsbaar in Nederland – 16 maart 2010
Discriminatie van moslims is een zorg – 14 maart 2010
Angst om de volgende te zijn – 5 december 2009
In het westen geen nieuws (deel 2) – 13 september 2009
In het westen geen nieuws – 6 juli 2009
Israëlische joden racistischer tegenover Arabieren – 23 maart 2009
Moslims en antisemitisme – 21 maart 2009
Deze fantasterij zal in de toekomst als onloochenbare waarheid gelden
Met algemene uitspraken als bijvoorbeeld “harmonische ontwikkeling van alle krachten en vermogens” legt men geen grondslag voor een werkelijke opvoedkunst. Deze kan slechts gefundeerd worden op een reële kennis van het mensenwezen. Hiermee wordt geenszins de bewering geponeerd, dat de bedoelde uitspraken onjuist zouden zijn, maar alleen, dat men er even weinig mee kan beginnen, als, staande voor een machine, met de bewering, dat men al zijn onderdelen harmonisch moet laten functioneren. Alleen diegene, die zonder vage algemene uitspraken, maar met een gedegen vakkennis voor een machine komt te staan, kan hem bedienen. Zo komt het ook bij de opvoedkunst aan op gedetailleerde kennis van de menselijke natuur, op een inzicht in de speciale ontwikkeling van elk onderdeel en in samenhang. Men moet weten op welk deel van de vierledige totaliteit van het kind men behoort in te werken en hoe deze inwerking vakkundig dient te geschieden.
Ongetwijfeld kan een opvoedkunst, die op een reële mensenkennis gegrondvest is, zoals hier beschreven, zich slechts langzaam baanbreken. Dat vindt zijn oorzaak in de opvattingen van onze tijd, die nog lang de feiten van de geestelijke wereld zal aanzien voor uitvloeisels van een volslagen fantasterij, terwijl de huidige wereld redenaties van een vage algemeenheid, die door en door irreëel zijn voor het resultaat van een realistische denkwijze houdt. Onomwonden zal hier datgene uitgesproken worden, wat door vele mensen nu nog wordt aangezien voor een verdichtsel, maar wat in de toekomst als onloochenbare waarheid zal gelden.
Bron: De opvoeding van het kind in het licht der antroposofie – 1908
Men kan nooit de juiste innerlijke verhouding tot het denken krijgen, als men gelooft, dat het denken zich alleen binnen de mens, in zijn hoofd of in zijn ziel afspeelt. Wie dat meent, wordt misleid en zal voortdurend er van afgehouden worden om te zoeken naar een juiste wijze van denken, om de nodige eisen aan zijn denken te stellen.
Wie het juiste standpunt ten opzichte van het denken wil vinden, stelle zich het volgende voor de geest: wanneer ik mij gedachten kan vormen over dingen, wanneer ik door gedachten de dingen doorgronden kan, dan moeten in de dingen eerst gedachten aanwezig zijn. De dingen moeten volgens gedachten opgebouwd zijn. Dan alleen kan ik ook gedachten uit de dingen tevoorschijn halen.
Men moet zich voorstellen, dat het met alle dingen buiten ons in de wereld zo gesteld is als met een klok. De vergelijking van het menselijk organisme met een uurwerk wordt dikwijls gebruikt; maar daarbij wordt meestal het belangrijkste vergeten, namelijk dat er ook een klokkenmaker bestaat, die het uurwerk in elkaar gezet heeft. De klokkenmaker mag men niet vergeten. Door gedachten is het uurwerk ontstaan, de gedachten zijn als het ware in het uurwerk, in het voorwerp uitgevloeid.
Ook alles wat in de natuur voorkomt, de natuurprocessen, moet men zich zo voorstellen. Bij de resultaten van menselijke arbeid springt dat gemakkelijk in het oog. In de natuur daarentegen is dat niet zo gauw te herkennen en toch zijn ook daar geestelijke krachten werkzaam, staan geestelijke wezens op de achtergrond. Wanneer de mens over de dingen nadenkt, dan denkt hij slechts over datgene wat er tevoren ingelegd is. Het geloof dat de wereld door denken is ontstaan en zich nog voortdurend daardoor in stand houdt, dat eerst maakt het vruchtbare eigenlijke denken mogelijk.
Bron: De praktische ontwikkeling van het denken - GA 57 – Berlijn 11 februari 1909
P.S. Ik twijfel of ik deze blog wel een goede titel heb gegeven. Mocht iemand een betere titel weten, dan hoor ik het graag.
Op 29 december 1905 overleed Anna Wagner. Ik heb geen idee wie dat was, maar naar aanleiding van haar overlijden schreef Steiner op 31 december 1905 een brief aan Paula Stryczek, de beste vriendin van Anna Wagner, in Hannover. Paula Stryczek was de stiefdochter van Wilhelm Hübbe-Schleiden. Na de dood van Hübbe-Schleiden in 1916 werd Paula de stiefdochter van Günther Wagner, de echtgenoot van Anna Wagner. Uit deze brief citeer ik het volgende opmerkelijke fragment.
Gaarne wil ik u in de kwestie die ons beide beroert, het volgende zeggen:
Bij het heengaan van een ons dierbaar mens naar de hogere wereld, is het erg belangrijk, dat wij onze gevoelens naar hem uitzenden, maar wij mogen niet verlangen, dat wij hem terug zouden willen hebben.
Dat laatste maakt het voor de overledene moeilijk, om die sfeer binnen te gaan, waarin hij nu moet binnentreden. Niet het l e e d , dat wij hebben, maar de l i e f d e die wij hem schenken, moeten wij in gedachten naar hem in de andere wereld zenden.
Begrijp mij niet verkeerd. Wij moeten niet hard of onverschillig worden, maar in staat zijn om onze blik op de overledene te richten met de gedachte: “Mijn liefde begeleide jou, jij bent door mijn liefde omringd.”
Op grond van de door mij verworven inzichten weet ik dat een dergelijk gevoel van de levende een soort sluier van vleugels is, die de overledene opwaarts draagt; terwijl het gevoel van veel rouwdragenden (bijvoorbeeld: ach, was je nog maar bij ons) dit belemmert.
Dit is een algemene opmerking, hoe wij ons in een dergelijk geval ten opzichte van onze gevoelens moeten gedragen.
Bron: GA 245 - Raadgevingen voor een esoterische scholing, bladz. 93.
Tot zover dit belangrijke fragment van Steiner. Denk altijd goed over de doden en zend hen liefdevolle gedachten, daar komt het ongeveer op neer, lijkt mij. Het oude spreekwoord van de doden niets dan goeds is dus niet zo maar een loze kreet, maar een waar en wijs woord.
Maar tot u, die Mij hoort, zeg Ik: Hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen. Slaat iemand u op uw wang, keer hem ook de andere toe, neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook het hemd nemen. Vraagt iemand iets van u, geef het hem; neemt iemand het uwe, vraag het niet terug. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo. (Lucas 6:27-32)
Dit citaat is niet van Rudolf Steiner, maar van een andere, nog veel bekendere figuur, met wie het indertijd in het jaar 33 zo beroerd is afgelopen.
Ik wou nu eens een beschouwing houden over een onderwerp dat men in het werk van Steiner vaak tegenkomt, namelijk dat men in de eerste jaren na de dood het afgelopen leven nog eens in omgekeerde volgorde doorloopt, maar daarbij ook alles omgekeerd beleeft.
In het boek Het bewustzijn van de ingewijde (GA243 – 13 augustus 1924) beschrijft hij het als volgt: Hij beleeft alles opnieuw. Tot aan het moment van zijn geboorte leeft hij zijn leven terug gedurende een derde van zijn levensjaren. Als iemand zestig jaar oud is geworden, doorloopt hij zijn hele leven achterwaarts in ongeveer twintig jaar.
Een mens beleeft de dingen dan namelijk niet alleen zoals hij ze hier op aarde heeft ervaren. Neemt u het mij niet kwalijk dat ik in dit verband een kras voorbeeld kies. Laten we er eens van uitgaan dat u drie jaar voor uw dood iemand een draai om zijn oren hebt gegeven. U was toen kwaad op hem en u had uzelf niet meer in de hand. Ik ben mij er natuurlijk van bewust dat niemand van de hier aanwezigen zoiets zou doen, maar ik wil nu eenmaal een kras voorbeeld nemen. We gaan er dus van uit dat u kwaad was, dat u bent opgevlogen en dat u iemand zowel in fysiek opzicht als in zijn ziel pijn hebt gedaan. U hebt uw genoegdoening gehad. U was tevreden. U hebt hem gestraft voor wat hij u had aangedaan.
Als u nu na de dood teruggaat en bij dit voorval aankomt -u komt er na een jaar bij aan- dan ervaart u niet wat u als uw eigen woede hebt beleefd, maar wat de ander als psychisch leed, als lichamelijke pijn heeft ervaren. U moet dan de lichamelijke pijn werkelijk navoelen. En dat geldt voor alle gebeurtenissen. U ervaart de gebeurtenissen zoals de anderen ze hebben ervaren.
Men kan wel zeggen dat de woorden van Jezus Slaat iemand u op uw wang, keer hem ook de andere toe, over het algemeen als een grote dwaasheid worden gezien. Als iemand je het een of ander aandoet, dan vindt men het meestal gerechtvaardigd om wraak te nemen en terug te slaan. Als men echter overtuigd is van wat Steiner hier beschrijft, dan zien de zaken er anders uit. Want hoe gerechtvaardigd het misschien ook lijkt om een ander een klap voor zijn kanis te geven of zelfs -als het een zware misdadiger is- om hem om zeep te brengen, toch is het fout. Want men bezorgt daarmee niet alleen een ander pijn en verdriet, maar ook zichzelf. Men berokkent niet alleen een ander schade, maar ook zichzelf.
Zo ziet men ook in hoe belangrijk het is dat de gedachten over reïncarnatie en karma baan breken en opgenomen worden in de vaart der volkeren, want er gaan sterke morele impulsen vanuit.
http://www.statenvertaling.net/beeld/bergrede2_grt.jpg
De predikende Jezus - Rembrandt van Rijn
(Foto hier in de blog plaatsen lukte niet)

