De druipende taal der tongen drupt door
verhaal halen bij Fred "Honeydripper" van der Wal
LALALALALALLLL IS MIJN LALLENDE LIED VAN
VERGEETMIJNIET EN DAT IS NIET HALAL- OF HOERA POWEZIE, LIEVE
LEZER EN -ESSEN!
HET IS DE MOND, DIE VAN PAIN AND PLEASURE REPT EN DE
ZOETGEVOOISDE LIPPEN DIE VAN HONING DRUIPEN BIJ WIPKIPPEN, DE
BIJTGRAGE TANDEN DIE HET HANDVAT VAN DE ZWEEP VAST KLEMMEN, MAAR
VOOR HOE LANG?
HOW LONG BLUES & IT'S A HARD ROAD !
Ik neem mij al langer voor korte bijdragen te schrijven,
kernachtig, zakelijk en toch very to the point. Stuff voor jonge
en toch moderne, eigentijds ogende jonge mensen van de klok en de
klepel, die van mensen houden, in afleveringen gelijk een vuile
ton (feuilleton) en beweeg mij aldus in de van speeksel druipende
taal der tongen als maatschappelijk bewogen beweger met de bolle
bips heel wat behoedzamer dan in het begin als onstuimige
weblogger als Razende Roel met een grote boodschap in zijn hete
broek.
Nee, dan zit je niet echt prettig op je burostoel achter je
laptop, laat ik U dat vertellen. Je staat op, rekt je uit en
gaapt met je opgedroogde koeienvla pekkend aan de ach terham.
Verschoon mij SVP even!
Kijkt in de spiegel en ziet een kop als een bord Brinta zonder
stroop. Een nieuwe dag, opnieuw een ouwe kop.
Er leeft weer!
Schoffelend shuffelen door het leven in waggelende Duck pas, de
Syphillittic walk, gelijk een replica van Charlie
Chaplin, de voeten 180 graden uiteen, dat loopt zo
charmant wiegend door het zon overgoten landschap met je bamboe
wandelstok, onderweg naar morgen.
Hoe vertederend! Hoe filmisch!
Gotsalmeliefhebbe!
Al weer een Zieltje zonder zorgen!
Laten wij het vooral over de weerloze woorden hebben die het
waard zijn om weerbaar te maken en dan heb ik het niet over
Koos Woordeloos of Moos
Brodeloos, maar over breeding en het gewapende woord.
Wat voor breeding?
Wat voor wapens kiezen de woorden?
Weettikveel! J**st mag het weten, maar die weet van niks!
Cultural breeding natuurlijk.
Kulturele broedkippen en carnavaleske kemphanen. Psychopatische
paljassen en zwart gallige druiloren, dan heb ik het over de
gesubsidieerde collegaatjes van toen de gulden nog een daalder
waard was op de vleesmarkt. Duivelsdrek. Andermans veren, eigen
pek.
Wie beweegt zich in de peripherie van mijn bestaan? Geen
kunstzinnige krielkippen uit de Krakatau of kuikens sexen. Een
verdwaaalde pikbroek dan in een dwarsgestreepte zeemanstrui?
Koffie drink ik zelden in De Zwarte Haan, daar aan de Waddenkust.
Laat ik met U gelijk het diepe in gaan.
Waar gaat het 'm om? Waar wilt U 'm hebben? Van dattum? Hoe vaak?
De taal geperst in de vorm via wijd opengesperde poriën van de
expressie en daarna in met de voorhamer van de smidse de mallen
van de vorm geslagen, dáár gaat het om. Beuken op het aaambeeld
van de taal op witheet gloeiende woorden!
Dit gaat ver!
Mooi toch?
Gehoefijzerde doorgespijkerde zinnen die voort klepperen tot over
de horizon waar de pot van goud wacht.
Welke pot wacht daar? Ra, ra, ra, wie heeft die bal, die bal van
goud zonder hout?
Het is toch ook zo dat de slag om Srebrenica verloren is door al
die homos in het Neder landse leger? Dan kan er ook nog wel een
pot bij. Ik ga me daar een potje discrimineren! Niks hoor!
Bejjebelazerd!
Er is maaar één oplossing!
Kunt U nog slaan, sla dan mee!
Daar gaat het toch om?
The Pain And Pleasure Factory?
Tekens op de huid van de tijd?
Gotsijdanck ben ik meestal leed verwekkend, zelden verzachtend!
De literatuur van de vuist slag of van de fluwelen handschoen;
het is mij om het even! De streelzweep of de zwiepende zweep; het
is om het even.
De diepte begint aaan de oppervlakte en ga je verder dan zet je
maar een mijnwerkers lamp op met een koplamp.
Doch laat ik mijzelve eerst even introduceren voor we verder
gaan!
U kunt altijd nog afhaken en een kopje Senseo kutkoffie gaan
zetten voor ik de klemmen aan zet van de hoogspanningsgenerator!
Hoor 'm eens geruststellend zoemen. U kunt altijd nog het
vriesvak in. De techniek is een zegen voor de mensheid.
Zegt U nou zelluf! Vonken onder de as.
Uiteindelijk ben ik toch moeders liefste jongen en de braafste
van de klas, dat hoor ik al zo lang van hele lieve jongens als
Wim D. die het kan weten, maar eerst even met de
muziek mee, op weg naar Huisje Weltevree. No kidding!
En willen wij niet allen die positie bekleden in onze
jongensdromen van paradijselijke onschuld, bovenaardse vrede en
in den ander één welbehahahahagen?
Ja! Voorwaar! Hier sta ik en kan niet anders!
In de huiverende naaktheid van mijn bestaan! Mag ik eerst even
mijn behahaha aangorden voor ik U ter willen ben en de borden in
een lauw sopje laat glijden?
Ja, dat mag, want het zou eeen mooie boel zijn als dat nou ook al
niet kon op het balcon.
Laten wij ons nu even op iets anders richten met het telescoop
vizier met draadkruis. Symbolisch gesproken. Als de aardappels
koken.
Beter is het om het voorlopig maar in de natuur te zoeken in
meditatieve mankerende momenten vol complimenten van elfen,
feeën, trollen en kabouters tegen twaalven en een flankerend
beleid vol veelbelovende beloftes. Je moet toch wat in je dalles
en merode.
Alleen voor de lezer die met zijn bijziende ogen tussen de regels
door leest, dat schiet lekker op. Ik heb het dan deze keer
bepaald niet over gebloemleesde goorheden of diepte
spychologische te interpreteren dubbelzinnige dichtkunst, noch
over de partij voor de dieren.
Een poweem ontsprong mijn gewelfde zuchtende mannenborsten en
armen als worsten terwijl ik een AHA Erlebnisss kreet uitstiet in
bad:
O, Gij Natuur! De koorts van mijn leven!
Het duurt toch allemaal maar even?
Waarom zijt gij een gapend graf
moet mijn gekankte roosje sneven
is me dat niet al te maf?
doornen zonder tak
zure appels in mijn zak
breekt mijn lijdende guichelheil af
nimmer reed ik in een Daf
waartoe dan mijn teed're harte
magdalena moeder der smarte
geen aasje vreugd erbij
staan wij allen in de rij
koppensnellen hoort erbij
het pientere pookje in zijn vrij
O, wreed noodlot!
Hoe staan wij in zijn vrij
O, herneem de gifbeker even van mij
dan sla ik de luiken open
de wind eeen zwarte stoot
alle seinen staan op rood
met geloken ogen
in de goot
nooit genomen toch in de boot
Doch ik herpakte mij uit mijne powetiese bevlieging, tijdelijke
extase en mystieke adoratie voor de romantische powezie-wist
onder het nippen van een kopje sjokola met slagroom dat alle
powezie sentimenteel gelul was- richtte mij weer op spijkerhard
proza en keek eens goed rond wat er te beleven viel in de
badkamer!
Dat viel gotsammetruttenbollen even tegen!
Want wat zien ik? Niet veel! Ik kek eens naar boven; ik keek eens
naar beneden!
Zelfs mijn eroszwaard was niet ten hemel geheven terwijl wij
allen van nature weten dat elk mens van een warm bad bloedgeil
wordt. De douchekop drupte nog na van de vorige dag. Ik stond op
een droogje!
Toch viel mij iets op na die hele fles Wodka toen ik onder water
gleed en bellen begon te blazen. Jammer dat ik mijn GSM stevig
omklemd had! Niet waterproof dus, maar wat kosten die dingen
vandaaag de dag nog?.
De echte poweet drinkt zich het schompes zoals een roerdomp zich
in water thuis voelt.
Ik blies door onder water.
Ziet de bleke maan stillekes verrijzen, als zij geruisloos over
de akkers des levens klimt, ziet hoe op de dodenakker de
glimmende knekels uit de graven hunne Danse Macabre in het
kwijnend schijnsel kwijlt. De twijfel druipt van de preekstoelen
af.
Zo lang je er maar niet onder zit.
Ik keek verder in het donk're berenmannenzoenvissenbos en
observeerde, noteerde, analyseerde, deduceerde en fileerde.
Ai! Bijna mijn duim er af tussen de vissenkoppen! Een bloedbad.
Snel pakte ik de Leuko plast. Afbinden die hap! Bloed stelpend en
stollend. Voor je het weet loopt een mens leeg. Holvat blijft
over.
Ik mijmerde door.
Had ik niet beter pindas kunnen gaan doppen?
Keek verder dan mijn neus lang was met die infra rood verrekijker
uit de dumpwinkel om de hoek naast het komenijswinkeltje van
GaitJan Kruutmoes met zijn kutkonijnen en wat ik daar zich zag
afspelen in de bosjes, nee, dat was niet om over naar huis te
schrijven. Laat ik het onder de vleespet houden, anders wordt
menigeen nog verkouden.
Ik keek totaal ontheemd in veld en beemd rond. Staarde, zag groen
en geel en waar mijn oog zich wendde, omlaag, omhoog, 'k wist; we
houwen het niet droog.
In het onbepaalde verschiet zag ik een wijle den ander niet.
Daarom snel geplengd die zoute traan, liet ik voor de powezij in
d'ogen staan. Alleen zo kon ik verder gaan.
En weer zag ik verder dan wat ik in mijn stoutste dromen had
gezien. Visionair gesproken, de bedauwde, wazige ogen geloken.
Voor zover je bij nacht een ontij tenminste kunt rond kijken.
Niet ver dus.
Eigenlijk geen hand voor ogen te zien aanvankelijk tot de maan
een Hi Ho Silver Lining gaf aan een donderveelkoppige
overtrekkend loodgrijs wolkdek.
Het zou binnen korte tijd ophouden met zachtjes te regenen wist
ik na die ellenlange lessen over klimatologie en meteorologie van
meneer Hermans met zijn vogelachtig profiel.
Ik had van jongs af aan een Onweersneus.
De capuchon van mijn eigele windjopper trok ik over mijn kop. Ik
was allergisch voor ander mans zure regen en vermeed meestal de
Golden Showers, gemeengoed in de bosjes.
En wat zien ik toen mijn ogen aan het duister gewend waren?
Ziet de ten hemel geheven wortel treurend in haar tortel die de
klamme sponde derft en het gekrookte riet aan de voet der
neergebuinde wilgen van tranentrekkend gevoel en lillende liefde
sterft... while my guitar gently weeps, want zonder geluid kan
het niet!
Dat willen wij-een totaalpakket, tijdelijk in prijs verlaagd- en
wie niet horen wil moet lek ker gaan voelen.
Een dikke zeven dus voor alle moeite.
Zal ik dan niet eindigen als de los gezongen bezinger van de
berstenvolle lamme klo.... pardon, klamme loten der volsap
stromende zul'vren berken met hunne onrustig uitspruit ende
bladerdek in het zulveren voorjaarslicht van de maneschijn
begeleid door de lied'ren der nachtegalen, het gekwek van jonge
eenden en de roep van The Lonesome Wolf die aan onze grenzen
staat te wachten tot die ook eens binnen mag tegen half acht met
zijn roedel?
Die blues Early One Morning nog eens afspelen op mijn MP3
afspelen. Of Rock Me Baby van Bo Diddley? Stormy Monday?
Als dan ook nog de stormvogel onrustig over wiekt in zijn
scherende vlucht gelijk de zwaluw onvoorspelbaar zwalkend zwenkt
in zijne onvoorspelbare banen, de beschrijven de wiskunde van de
lucht en de Tjif Tjaf lekker tjiftjaft kan de avond niet meer
stuk en daar is de avond toch ook voor want aan een stukkende
avond zonder meer hebben we toch met zijn allen ook weer niks,
naks notting, mijn lul smaakt naar bedorven bokking?
Wie zal de brokken lijmen? Nee, de vis wordt duur betaald.
Natuurlijk wel even hand in hand voor Volk en Vaderland op het
sterretjesmos in het Berenbos met een lekker mokkul die wel een
pint lust en een punt kan zetten, alhoewel boeiende gesprekken
over het Hogere der lage lusten en vice versa niet uit de weg
gegaan moet worden.
Als we wel even de wekker zetten...