Admin: Victor Onrust
A-religie
Het geluid van religies klinkt steeds harder...
Daarom deze groep waarin dit verschijnsel en wat daar tegen te doen bediscussieerd kan worden.
Ik zat vanavond met een jonge metgezel te kijken naar een programma waarin – in dit geval – een hele rij meisjes wordt gezet tegenover een jongen. Match of geen match – is de vraag. En dan natuurlijk: wat vind je belangrijk en hoe kom je er achter?
Nu was er een jongen die er alleszins ‘frau freundlich’ uitzag. Best leuke kop, goed gestalte. Beetje een 15-jarige jongen van 21. Sportief, maar overduidelijk verlegen.
Zijn zuster en vader hadden op video hun visie op broer en zoon gegeven. “Geen poespas, leuke jongen, en zonder ambities,” hadden vader en dochter eenstemmig gezegd.
Geen ambities? Hoezo niet? Wat doet een leuke jongen zonder ambities? En wat doet een meisje dat zo’n leuke jongen ziet? Voor 90 % afwijzen.
De overige 10 % betrof drie meisjes:
De ene stelde romantiek duidelijk boven ambitie
De andere toonde nog een duidelijk vraagteken, meer zoekend naar een ‘player’
De derde vond spelletjes belangrijk, gamen
En hij wilde van de meisjes weten: “Waar ben je verslaafd aan”
Inderdaad. Dat kan alleen een jongen vragen die ook zelf niet meer weet of doet dan met veel verve aan zijn verslaving beantwoorden: in dit geval hockey. Wel leuk, maar als dat het is. Wat wil je dan? Ik bedoel: wil je hem dan nog?
Hij ging weg met de twijfelaarster. Zou zij denken: misschien kan ik hem die ambitie nog geven? Dat zou mooi zijn. Wat wil een mens zonder ambities? Zonder dromen. Zonder blijvende verwondering en nieuwsgierigheid, tot de laatste snik van zijn leven?
Ik hoop werkelijk dat die ene jongen nog een por krijgt. En misschien is inderdaad het meisje van dit programma zijn redding.
De beide daarop volgende kandidaten daarentegen waren een perfect match – qua uitstraling, ambitie en looks.
PS: Daarna X-Factor. In dat programma geldt met zekerheid: wie niet droomt, die komt er niet.
Oke, houdt u vast, dit wordt
een lange zit.
Ten eerste is het mij niet helemaal duidelijk hoe dit hoofdstuk heet. Boven het hoofdstuk staat: De onverwachte afstamming, maar in de inhoudsopgave en literatuurverwijzingen staat: Takken zonder stam. Zoek het maar uit. Waarschijnlijk 1 van die typefoutjes die Borger er in heeft gelaten (Een puur filosofische vraag: is dit 1 mutatie of zijn het er 25?)
Het hoofdstuk begint met de oudste zoon van de laatste tsaar van Rusland die een erfelijke bloedafwijking had. Een mutatie op het X-chromosoom die uiteindelijk terug te voeren is op koningin Victoria van Engeland. De mutatie binnen de diverse families toont de verwantschap van alle getroffenen aan. Aan het begin van het hoofdstuk geeft Borger dus toe dat je wel degelijk stamboomonderzoek kunt doen door naar de genen van verschillende mensen te kijken.
De voorwaarde is reproductieve continuïteit: er moet een ononderbroken bloedlijn zijn. Voor soorten die nakomelingen nalaten, is reproductie een waargenomen feit. Maar er is geen manier om vast te stellen of soorten die zich niet met elkaar voortplanten, ooit een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad. Voor niet-reproducerende soorten kan gemeenschappelijke afstamming daarom nooit worden bewezen. Alleen maar verondersteld.
Het gekke is dat Borger hier toch ook een veronderstelling inbouwt, die alleen maar bewezen wordt omdat de Tsarevitsj dus werkelijk de bloederziekte heeft. Borger veronderstelt hier namelijk dat de Tsarevitsj een afstammeling is van koningin Victoria en biologisch gezien familie is van al die andere neefjes. Alleen het feit dat hij dezelfde ziekte heeft als die andere neefjes bewijst dat de veronderstelling klopt. Tenzij Borger vanaf koningin Victoria getuigenverslagen heeft van reproductieve continuïteit en dus alle concepties en geboortes over 4 generaties in de hele familie heeft waargenomen (of laten waarnemen) en genoteerd, maar ik neem aan dat dat niet het geval is.
Reproductieve continuïteit is dus het eerste doel waar Borger zijn pijlen op richt. Volgens Borger was het August Weismann die als eerste inzag dat reproductieve continuïteit een essentiële voorwaarde voor Darwins gemeenschappelijke afstamming moest zijn. En Weismanns doctrine stelt dat we een ononderbroken continuïteit moeten vinden van totipotente cellen die de geslachtscellen voortbrengen, indien alle levende organismen door gemeenschappelijke afstamming met elkaar verbonden zouden zijn. Klinkt logisch nietwaar?
Alleen… wie zoekt naar de Weismann doctrine vindt een totaal andere omschrijving. Een omschrijving die gaat over de richting van overdracht van de erfelijke gegevens (van het genoom naar de rest van de cel, maar niet omgekeerd zoals Lamarck zou hebben gedacht). Weer een geval van de klok en de klepel, en slechte literatuuronderzoek.
Om zijn eigen visie van de Weisman doctrine te ontkrachten citeert Borger een stuk uit het Evolutionary Manifesto van John A. Davison. En wel het stuk beginnend met
The actual facts are as follows. In birds the cells destined to become the germ cells first appear…
Belangrijk hierbij is het stuk dat zegt:
Thus, there is no way that the reproductive cells of mammals can be homologized with those of birds as they originate from opposite ends of the embryonic axis and reach the gonads by completely different means.
En dat is waar Borger in het vervolg op hamert.
De voortplantingscellen van vogels, zooggewervelden [sic] en amfibieën [ontstaan] op totaal verschillende manieren.’
Wat Borger niet in de gaten lijkt te hebben is dat Davison hier niet het idee van reproductieve continuïteit (toch ook van Weismann) aanvalt (wat volgens mij al uit het citaat blijkt), maar Weismanns idee van the continuity of the germ plasm, een alinea eerder door Davison genoemd.
According to this concept there has been an unbroken chain of reproductive cells which through modification have produced the many life forms that have existed, a chain that exists to the present day.
Borger haalt hier dus drie concepten door elkaar (de Weismann doctrine, reproductieve continuïteit, en de continuity of the germ plasm) en probeert de reproductieve continuïteit te falsificeren met argumenten die alleen de continuity of the germ plasm falsificeren.
Als klap op de vuurpijl vermeldt Borger dat hij hier ook nog een email naar Davison aan heeft besteed. Op dit punt moet er dan toch op zijn minst een lichte spraakverwarring zijn geweest. Borger bedoelde tenslotte met de Weismann doctrine iets totaal anders dan de officiele definitie. In een email liet hij [Davison] me weten dat de biologische feiten dan weliswaar tegen een continuïteit van geslachtscellen pleit, ze pleiten niet tegen reproductieve continuïteit. (zoals ook uit het citaat van Davison blijkt).
Desalniettemin komt Borger op basis van het voorgaande toch tot de conclusie dat er sprake is van reproductieve discontinuïteit. Hoe? Joost mag het weten.
(Overigens heb ik nu uit het stuk van Davison de definitieve bevestiging dat zooggewervelde de vertaling is van vader Borger van het woord mammal (=zoogdier).)
Hierna neemt Borger zijn toevlucht tot het boek Evolution: A theory in crisis van Michael Denton, maar wanneer ik het wikipedia bericht daarover lees heeft Denton er nog minder van begrepen dan Borger (Uit het boek van Denton komt blijkbaar al dat onnozele geneuzel over het cytochroom C eiwit vandaan dat we de afgelopen jaren op Borgers blog hebben gezien).
Vervolgens komen we bij een genetische analyse uitgevoerd door Craig Venter. Hij publiceerde niet alleen het menselijk genoom, maar in 2003 ook een eerste ruwe versie van het genoom van zijn hond Shadow. Borger publiceert in zijn boek alleen de alinea uit New Scientist beginnende met This quick-and-dirty approach still revealed…, maar hij (of Borgers vader) vertaalt dat met Deze aanpak bracht aan het licht…
Niets quick and dirty, geen terughoudendheid over de methode, terwijl in de alinea ervoor nog wordt geschreven dat To fill in gaps and correct mistakes, this process has to be repeated several times. Yet the dog sequence only has 1.5 times "coverage", whereas 10 times was the gold standard for our genome… en dat deze resultaten dus met een flinke slag om de arm moeten worden benaderd. Nee hoor. Borger vervolgt met:
Deze hypermoderne genetische analyses zien [sic] dat mens en hond dichter bij elkaar staan dan mens en muis.
Jumping to conclusions op basis van preliminary data heet zoiets. Hetzelfde doet hij vervolgens met de eerste publicatie over de analyse van vleermuizen, paarden en koeien (hier al op zijn blog besproken). Zodra gegevens in Borgers straatje passen laat hij zijn kritische houding meteen varen. Ook een manier om ‘wetenschap’ te bedrijven, maar uiteindelijk kan er op deze manier maar 1 conclusie worden getrokken en dat is dat Borger (altijd) gelijk heeft.
Er zit nog veel meer gekkigheid in het volgende stuk, en dit allemaal hier herhalen en analyseren zou te ver voeren, maar ik zal 1 voorbeeld geven hoe Borger de boel zit te manipuleren.
Borger refereert naar een artikel waar de DNA-sequenties van histon4 worden vergeleken. De DNA code van histon 4 lijkt nog het meest op die van een fruitvlieg. Wie het bewuste artikel bekijkt ziet inderdaad in een figuur van dat artikel dat dat het geval is, maar we moeten wel in het oog houden wie de andere kandidaten waren waarmee hier werd vergeleken. Dat waren nl. de zeeraket (een plantje), een gist, en giardia (een 1cellige parasiet) en een hele serie bacteriën. Zo bekeken is het helemaal niet zo gek dat die van de mens nog het meest lijkt op die van een fruitvlieg (het enige ander meercellige dier in de vergelijking).
De resultaten van Zhang en Chinnappa over Cytochroom c die Borger ook in zijn blog vermelde komen in dit hoofdstuk ook aan de orde. Maar voordat Borger naar de resultaten gaat komt hij eerst met de volgende bewering over cytochroom c, een gen met bijbehorend eiwit dat in vrijwel elk levend wezen te vinden is.
Een groot deel van de circa hondert aminozuren kan ook nog eens worden vervangen door equivalente aminozuren zonder dat daardoor de functie verloren gaat. De DNA-code voor cytochroom c kan daarom ook uitermate variabel zijn. In de natuur zouden een vrijwel onbeperkt aantal verschillende eiwitten kunnen voorkomen.
Borger zegt dit op basis van, jawel, een pagina in Talkorigin (waarvan hij vorige week nog zij dat hij dat niet meer accepteert als referentie), waaruit hij dan ook een stukje citeert. De opmerkelijke observatie waar Borger aan voorbij gaat is dat er, ondanks de mogelijkheid, niet een onbeperkt aantal verschillende cytochroom c eiwitten in de natuur voorkomt, maar dat er een duidelijke relatie is tussen soorten die veel op elkaar lijken en hun cytochroom c eiwit en gen. Er is een mooie stamboom op te bouwen met behulp van cytochroom c die redelijk overeenkomt met de stamboom die gemaakt zijn op basis van andere kenmerken.
Vervolgens komt Borger met een paar (streng gekeken zijn het er maar 2) anomaliteiten in de dieren en plantenwereld op waarbij gevonden is dat bepaalde organismen cytochroom c sequenties hebben die niet lijken op die van wat naar verwachting verwante soorten waren, maar eerder lijken op die van totaal verschillende soorten. En dat zou toch niet moeten kunnen aangezien cytochroom c elke willekeurig volgorde kan aannemen en de evolutietheorie voorspelt dat na verwante soorten overeenkomstige sequenties hebben, en minder na verwante soorten grotere verschillen laten zien.
[Zhang en Chinnappa bijvoorbeeld] rapporteerden dat twee bloemplanten eerder een groep vormen met schimmels dan met ander planten. Dat is niet wat je zou verwachten. Nee inderdaad.
Wat Borger niet vermeld is dat de zaken niet zo simpel zijn als hij ze voorstelt. In 1 organisme zit namelijk niet 1 type cytochroom c gen en eiwit, maar 2. Mitochondrieen hebben hun eigen cytochroom c gen. Dit vervuilt de analyse en dat is 1 van de problemen die Zhang en Chinnappa uitgebreid bespreken. Een andere mogelijkheid bij deze planten is dat er een gist/schimmel gen in het genoom is ingebouwd via laterale gen overdracht, zoals ook via virussen wel eens gebeurt.
Blijkbaar wil Borger hier niets van weten, want hij vermeldt deze mogelijkheden niet. Aan het eind van het hoofdstuk zal blijken dat Borger ondanks bewijzen van het tegendeel niet geloofd dat laterale gen overdracht kan plaatsvinden.
Gezien deze data, kan de stamboom van cytochroom c nooit en te nimmer Darwins gemeenschappelijke afstamming op moleculair niveau weerspiegelen.
Borger overdrijft hier schromelijk. Ik heb hier nog een extra link van iemand die dus gewoon met de data die voorhanden zijn aan de slag is gegaan en laat zien dat er wel degelijk een afstammingsboom in de data zit, zoals je mag verwachten op basis van de evolutietheorie, en hij legt tevens uit dat deze methode (net als iedere andere methode) zijn beperkingen heeft, o.a. omdat het stuk gen voor cytochroom c in principe vrij klein is.
Borger suggereert aan de hand van een citaat dat het cytochroom c van de ratelslang ook vanwege een afwijkende sequentie opzettelijk buiten de analyse wordt gelaten. Dat dit onzin is blijkt wel uit dit volgende oefenblad waar iedereen lekker zelf een afstammingsboom kan opzetten op basis van cytochroom c sequenties. De ratelslang staat er gewoon tussen.
Het hoofdstuk eindigt met een sectie getiteld Praatjes vullen de gaatjes en dit gaat vooral over alle verklaringen die de ‘Darwinisten’ bedenken om de anomalieen weg te verklaren, maar ze begint eerst toch weer met data. En wel uit dit artikel uit Plos Biology waaruit Borger figuur 2A over heeft genomen in dit hoofdstuk.
Het stuk dat Borger heeft gekozen is de genetische analyse van de afstamming van de mens, de gorilla en de chimpansee met de vraag wie er het dichtst bij de mens staat, de gorilla of de chimpansee. Dit soort analyses is niet gemakkelijk. Vanuit fossielen is bekend dat de afsplitsing nog maar kort geleden is geweest. Het is ook bekend dat de drie soorten genetisch heel dicht bij elkaar staan. Overigens, twee bevindingen die onafhankelijk van elkaar het bestaan van een recente gemeenschappelijke voorouder ondersteunen.
Het vinden van werkbare genetische verschillen is in zo’n situatie niet eenvoudig. Het is zeer waarschijnlijk dat de hoeveelheid ruis door o.a. mutaties het afstammingsignaal ondersneeuwt. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat er hier geanalyseerd wordt op de rand van het waarneembare. Iets wat Borger er voor het gemak maar even niet bij vermeld (anders heeft hij geen argument).
De analyses laten netjes zien dat wat als de meest waarschijnlijke afstamming wordt gezien (de mens en de chimpansee zijn na aan elkaar verwant, de gorilla staat iets verder van de mens) door alle drie wordt bevestigd. Er zijn echter genen die hier niet aan mee doen. Dit is een fenomeen dat door de auteurs homoplasie wordt genoemd.
Homoplasy: Shared characters found in different branches of a phylogenetic tree not directly inherited from a common ancestor; these may arise by chance [random mutaties] or selection.
Hier gaat Borger weer over de schreef.
Homoplasie is evolutionair jargon voor het voorkomen van precies dezelfde genen of genetische kenmerken in verschillende organismen, die men op basis van gemeenschappelijke afstamming niet zou verwachten.
Dat is op zich juist, maar dan zegt Borger
Dat is inderdaad wat we waarnemen voor een groot deel van de genen van de mens en de gorilla [niet waar! 20% van 100 genen]. En de verklaring is homoplasie. De theoretici zeggen hiermee dus eigenlijk dat vele genen van de mens meer op die van de gorilla lijken dan op die van de chimpansee, omdat de genen van de mens en de gorilla dezelfde genetische kenmerken hebben.
En:
Homoplasie is gewoon een moeilijk woord. Gebruikt om een observatie te obscureren [sic].
Niet dus. Borger suggereert hier een cirkelredenering die er niet is. Het fenomeen heet homoplasie (en is al veel langer bekend in de evolutietheorie), de verklaring hiervoor is random mutaties, of selectie in de richting van dezelfde functie voor dat gen of lichaamsdeel.
Aan het eind haalt Borger nog uit naar het begrip horizontale genoverdracht (1 van de mogelijke verklaringen van de anomalieën van het cytochroom c resultaat). Bij bacteriën komt dit veelvuldig voor, maar bij ‘hogere’ planten en dieren veel minder. Aan de hand van een artikel over mitochondriaal DNA van een struikje uit Nieuw Caledonie. Een recent voorbeeld vinden we in Amborella trichopada [sic].
Amborella trichopoda had 20 van 31 mitochondriale genen waarschijnlijk verkregen via horizontale genoverdracht.
In de moderne evolutiebiologie vliegen de mitochondriën gewoon van de ene naar de andere plant. Om Darwins gemeenschappelijke afstamming overeind te houden, moet men ook nog eens ad hoc postuleren dat deze kleine afgebakende celorganellen met elkaar kunnen recombineren.
Een beetje over the top geformuleerd, maar had Borger het artikel ook daadwerkelijk gelezen dan had hij kunnen zien dat er diverse referenties zijn die laten zien dat dit inderdaad kan.
Met andere woorden: In dit lange hoofdstuk komt Borger uiteindelijk na wat dwaalwegen (via de Tsarevitsj en Weismann) op een aantal anomalieën die hoogstens hier en daar, vanwege vreemde soortspecifieke eigenschappen een paar onduidelijke vlekjes op de genetische stamboom veroorzaken. Hij concentreert zich daarnaast op een rafelrandje van de stamboom (mens, chimp, gorilla) waar sowieso het oplossend vermogen laag is. Het grote bouwwerk komt hij echter niet aan. De afwijkingen die hij noemt zijn niet het einde van de theorie. Het zijn hoogstens zaken waarmee rekening moet worden gehouden wanneer er stambomen worden gemaakt.
Vorige week hebben wij in politiek Nederland en misschien ook daarbuiten een klein aardschokje beleefd. Ik heb het in mijn achtereenvolgende blogs nauwlettend geregistreerd; een aardverplaatsing misschien, niet door een enkele gebeurtenis maar door twee opeenvolgende. Ik kan er niet omheen dat zij mij iets doen. Opvallend is dat ik wel heel vaak de term beschaving bezig en dat komt omdat mij onze beschaving zeer aan het hart gaat - zoals ook de mensen mij aan het hart gaan die hieraan positief bijdragen en degenen die haar - in mijn ogen - ondermijnen.
Dat zijn natuurlijk heel persoonlijke gewaarwordingen. Wij verwerken de grote en kleine gebeurtenissen allemaal op onze eigen manier en wij leggen allemaal onze eigen verbanden en zien ook ieder verschillende breukvlakken.
Maar de vragen die wij ons mogen stellen liggen wel op dit vlak. Beschaving loopt dwars door de culturen. Ik heb het niet over vormelijke deftigheid of aristocratie. Mij gaat het ook niet om de vraag of wij onze klassieken wel kennen of niet. Al die dingen zijn voornamelijk "cultuur".
Onze Nederlandse beschaving is verankerd in de grondwet: dat wil zeggen, alles wat wij daadwerkelijk essentieel vinden in de onderlinge omgang, zoals non-discriminatie, stemrecht, openbaarheid van bestuur, ministeriele verantwoordingsplicht, goed onderwijs, onze strafbaarheid bij misdrijven enzovoorts. Dat zijn directe uitingen van beschaving. Onze grondwet zou niet denkbaar zijn zonder enkele meer impliciete fundamenten: we spreken dezelfde taal, we laten elkaar uitpraten, we storen elkaar niet onnodig en wij nemen onze verantwoordelijkheden serieus.
Wie ondanks dit alles
dan nog gaat zeggen van een ander, dat deze zich wel of
niet op een bepaalde mag kleden, of niet - zonder angst - een
bepaalde godsdienst mag bedrijven, wie godsdienst met angst en
terreur vereenzelvigt, als een kenmerk zonder meer van iedereen
die haar aanhangt, ja - die doorbreekt in mijn ogen onze
impliciete en expliciete
beschavingsvoorwaarden.
Natuurlijk is het wederkerig. Wij hoeven ons
evenmin te laten schofferen door degenen die met wapens in hun
hand onze vrijheid van humor bestrijden, zoals in de kwestie van
de "Mohammed cartoons". En wat ik zeg geldt voor iedereen. Ook ik
maak mij er zorgen over dat niet iedere Nederlander, jong of oud,
allochtoon en autochtoon. jongen of meisje, van die voorwaarden
doordrongen is. Maar gebrek aan beschaving beantwoorden met een
bijkans nog groter gebrek daaraan, dat is niet
aanvaardbaar. Wie uit
cultuurangst handelt, verbergt een ernstig gebrek aan vertrouwen
in de eigen beschaving.
De dood van Hans van Mierloo, de komst van Job Cohen, de campagnes die nu komen, zij hebben allemaal dit vraagstuk gemeen. Het zijn de kleine aardverplaatsingen in ons kikkerlandje die het er misschien toe doen.
Wie mensen hun thee
ontzegt, zoals Wilders doet in zijn reactie op de komst naar Den
Haag van Job Cohen, spreekt in bedekte termen een
oorlogsverklaring uit. Niet lang geleden ben ik als een vorst
ontvangen door de Amsterdams-Marokkaanse gemeenschap in
Slotervaart, en wij dronken Marokkaanse thee als gebaar van
vriendschap.
Wat is daar nou knuffelig aan? Het ging over serieuze dingen, met name over de toekomst van hun kinderen, hun onderwijs en begeleiding. Dat zijn onderwerpen waarover je toch gewoon normaal met elkaar spreekt. Multi-culti? Kom op, in hun gemeenschap zijn net als in andere gemeenschappen tal van kinderen met uitstekende talenten maar die – vanwege het ijzeren gordijn tussen Slotervaart en de top scholen voorbij de Vondelparkbelt - niet aan het goede onderwijs toekomen dat zij verdienen. En ik heb al eens eerder gezegd hoezeer deze ontmoeting in Slotervaart vervuld was van beschaving en openheid. Dat is wat je natuurlijk graag ontmoet bij alle Nederlanders.
Wilders schiet in zijn multi-culti en knuffel afkeer volstrekt voorbij aan zijn doel. Hij schoffeert met zijn woorden precies de mensen die hem en zijn kiezers de zorgen kunnen verlichten over islamisering en al die andere kleine en grote angsten. Iedereen heeft zijn geloof, en dat gaat ons niets aan. Gelukkig was dit ook meteen de hoofdstelling van Job Cohen.
Wilders mag ook niet onderschatten uit welke diepte de overtuiging komt van Job Cohen, zoon en kleinzoon van mensen die al generaties lang hebben kunnen nadenken over de ellende waarmee zij, zonder blaam, geconfronteerd zijn geweest in de hele vorige eeuw – en lang daarvoor natuurlijk. Als er iemand is die Wilders kan uitleggen waarmee hij bezig is dan is dat dus Job Cohen.
Ondertussen zet ik mijn eigen kopje Engelse thee, met een wolkje hoop.
Dit is een hoofdstuk vol met
mensen en dieren die ergens een gen missen. Het begint met
angiogenine, een woord dat in het Nederlands vrijwel niet
bestaat, maar het Engelse angiogenin
is een stofje dat voor groei van bloedvaten zorgt bij de groei
van een tumor. Zoals Borger terecht opmerkt maakt dit het stofje
interessant voor oncologen, omdat zonder bloedvaten een tumor
niet kan groeien en het beïnvloeden van angiogenine kan de groei
van tumoren dus ook beïnvloeden. Het zou voor oncologen dus
interessant kunnen zijn om te zien wat er gebeurt wanneer je een
angiogenin knockout muis kunt maken. In een muis zitten volgens
Borger echter drie kopieen van het angiogenin-gen [in
tegenstelling tot de mens, die heeft er maar 1]. Ze vormen
een natuurlijk back-upsysteem. [waarom heeft de mens die
niet?] En om een informatieve knock-outmuis te verkrijgen,
zouden alle drie kopieen tegelijkertijd moeten worden
uitgeschakeld. En dat is een hele klus. Daar zou een biologisch
researchteam jaren mee bezig zijn. Of dat laatste zo is waag
ik te betwijfelen. Commerciële laboratoria kunnen nu binnen een
half jaar een knock-out muis naar keuze voor je maken. Je laat ze
de drie knockouts maken en met een paar slimme kruisingen heb je
al gauw een muis waar alle drie de genen ontbreken (als hij
overleeft natuurlijk).
Maar goed. In de natuur is echter een natuurlijke knock-out van agiogenin aanwezig. Het is de roodscheendoek. In dit dier is het angiogenine gen gemuteerd en werkt niet meer. Toch overleven deze dieren in het wild en dus is het volgens Borger een redundant gen, omdat andere systemen deze taak kunnen overnemen. We weten echter niet hoe goed dit systeem dat doet. Bovendien blijkt uit de literatuur dat angiogenine wel degelijk een functie vervult in gezonde cellen en dat bovendien ALS patiënten mutaties hebben in hun angiogenine gen en wel degelijk een fenotype hebben. Waarom hierover niets te lezen valt in het hoofdstuk van Borger is onduidelijk.
In ieder geval ging Borger op basis van voorgaande ontdekking in de roodscheendoek op zoek naar genen waarvan men weet dat ze door een inactiverende mutatie niet meer tot expressie kunnen komen in een deel van de menselijke populatie. Er blijken er vele van te bestaan.
De eerste is alfa-actinine. Hiervan zijn twee versies ACTN2 en ACTN3 die voor eiwitten coderen met corresponderende nummers (2 en 3). Nummer 2 komt in alle skeletspieren voor, nummer 3 in de snelle spieren die we gebruiken voor sprinten. Dit onderzoek vond zijn oorsprong in Australie waar gekeken werd naar mensen met spierziekten, maar al gauw bleek dat er onder de normale gezonde bevolking ook veel ‘mutanten’ leefden. Een relatief grote groep mist nummertje 3 zonder opvallende klachten. Conclusie van Borger: Bij de mens kan het alfa-actinine 3 gen dus zonder meer worden gemist. Ik zou daaraan willen toevoegen dat dit geld voor de moderne westerse mens. Waarom ik dat wil toevoegen komt verderop aan de orde.
Uit ander onderzoek blijkt dat snelle sprinters vaker twee kopieen hebben van nummer 3. Omgekeerd hebben duursporters twee kopieen van nummer 2 en geen nummer 3. Het beeld dat Borger schetst is dat voor duursport nummer 2 voordeel biedt en voor sprinten nummer 3. Bovendien zijn er goede duurlopers die natuurlijke knockouts zijn voor nummer 3. Uit deze gegevens concludeert Borger dat nummer 3 niet essentieel is en dat dit gen dus niet via natuurlijke selectie kan blijven bestaan omdat er geen permanente selectiedruk op staat. We hebben het hier echter over extreme specialisten (duurlopers danwel sprinters), terwijl het in het dagelijks leven in de wildernis waarschijnlijk beter is om een beetje evenwichtiger te zijn en zowel te kunnen sprinten en een duurloop te kunnen doen.
Volgens Borger kan nummer 3 geen essentieel gen zijn, want op essentiële genen staat een permanente selectiedruk. En dat laatste is volgens Borger dus niet het geval:
Om het bestaan van het ACTN3-gen te verklaren zou er op de sprintprestaties een permanente selectiedruk moet [sic] hebben gestaan dat werd beloond met meer nakomelingen. Hoewel Darwinisten altijd aannemen dat onze voorouders steeds slimmer werden en hun natuurlijke vijanden wisten te ontlopen, moeten we nu aannemen dat ze de dagen doorbrachten met sprinten. Wellicht om hun natuurlijke vijanden voor te blijven. Hoe anders werd het ACTN3-gen geselecteerd.
Hier blijkt weer een gebrek in Borgers idee over de werking van natuurlijke selectie. Borger doorziet niet, dat het eigenlijk zo is dat 1 keer niet snel genoeg sprinten een onmiddellijke dood (of handicap) tot gevolg had. Het is dus niet, zoals Borger suggereert, dat onze voorouders dag-in-dag-uit aan het sprinten zouden moeten zijn om dit gen te selecteren. Nee, af en toe (of zelfs maar 1 keer in een jong mensenleven) een sprintje op leven en dood is genoeg om het gen te blijven selecteren.
Op dit gebrekkige inzicht blijft Borger jammer genoeg nog 2 pagina’s doorkauwen.
Dan volgt het verhaal van de Fin Eero Maentyranta. Een zeer getalenteerde langlaufer die vanwege een genetisch defect, als het ware, aan natuurlijke EPO doping deed. Zonder verdere referenties, of vermelding van het aantal kinderen van Maentyranta en zijn familie weet Borger te vermelden dat deze mutatie geen effect heeft op de fitness van het individu. Of dat waar is wordt verder niet onderbouwd. Wikipedia weet te melden dat Maentyranta een conditie heeft die Polycythemia vera heet en dat dit niet zonder gevolgen is voor de patient (trombose, hartaanvallen, beroertes etc…). Borger verkoopt hier dus hele dikke plakken kletskoek.
Het laatste gedeelte gaat over AIDS resistentie in verband met een mutatie op het CCR5 gen, een onderwerp dat op Borgers blog in een vrij lugubere discussie ook al aan de orde kwam. Borger beweert in dit hoofdstuk opnieuw dat het CCR5 gen redundant is, hoewel we daar in de discussie al hebben gezien dat het ontbreken of muteren van CCR5 mensen gevoeliger maakt voor een ziekte zoals bijvoorbeeld westnijl, een virus dat veel besmettelijker is dan HIV. Zo’n gen redundant noemen kan dus alleen in een situatie waarin de drager niet besmet kan worden met westnijl.
Met andere woorden: Of een gen redundant is hangt dus volledig af van de situatie waarin een organisme zich bevindt.
En zo zijn we weer terug bij af. Borger laat mensen en dieren graag in een redelijk beschermde omgeving opgroeien (lab, westerse samenleving en, toegegeven, vindt 1 obscure uitzondering in het wild), en wil niet weten waarom bepaalde genen aanwezig zijn, is zeer snel tevreden en roept zo snel mogelijk Redundant! omdat alleen dan hij gelijk krijgt.
Zodra er een functie voor het gen wordt gevonden is het argument van tafel. Borger wil dus wel graag dat er knockouts worden gevonden of geproduceerd, maar vervolgens nieuwsgierig zijn naar de functies van genen past niet in de filosofie van Borger, want iedere functie die gevonden wordt bewijst dat hij niet gelijk heeft.
Doe gewoon en blijf liefst zo saai mogelijk
Steeds meer krijg ik een dertiger jaren gevoel bij de tijd die wij nu beleven. Dat kan alleen van horen zeggen natuurlijk want zo oud ben ik niet. Maar toch. Er is al eerder in de geschiedenis een ruk van swing naar saai geweest, en dat was in die tijd. Als het economisch allemaal flink lastig zit, moet je ook niet meer te jolig doen, niet glossy dus.
Zeker weten dat in onze “roaring nineties” zo’n actie als nu van Landbouwminister Verburg onopgemerkt zou zijn voorbijgegaan. Want ja kijk toch, er zitten nu de meest preutse Christenen aan de touwtjes van het hele kabinet. Stemmige donkergrijze pakken, serieuze gezichten en vingertje omhoog. En nu gaat nog zo’n droge protestant zijn neus steken in de schande van de katholieke kerk. Het zijn opmerkelijke tijden. Voor wij het weten is Nederland weer helemaal streng en deftig en gaat prinses Amalia voor de radio toespraken houden over de goede werken van het Rode Kruis, net als toen haar overgrootmoeder.
Ondertussen rammelt een eigentijdse schreeuwlelijk aan de poorten van het Catshuis. Men voorspelt een grote overwinning. Geen ‘Hou Zee’, maar verder is het wel lawaaiig. Geen kopvoddentaks? Dan geen kabinet. Ik hoor het hem al zeggen, straks na de verkiezingen in juni.
Ondertussen weet ik niet meer of ik te redelijk ben, te beschaafd voor deze tijd zolang ik de balans wil blijven preken. Ja natuurlijk, die witgeboste man uit Limburg – dat ligt aan onszelf en niet aan hem. Bijna voel ik mij een Neville Chamberlain in een hedendaagse Hollandse burgerjas. Moet ik dan maar mee gaan doen met het tegen schreeuwen, en alvast een tribunaal voorbereiden voor het uitzetten van al die witgeboste lawaaiwakers naar Nederlands-Indië?
Tijd gaat maar één kant op, gelukkig. Het is vast ook allemaal anders. Want stel je voor dat mensen toch op tijd bij zinnen komen en gewoon weer glossy lekker meebouwen aan die mooie toekomst.
DE GRENZEN VAN ONZE POLITIEKE CORRECTHEID
© Fritz Behrendt (1925-2008)
No compromise, no compromise
Weer is een cartoonist bedreigd met “Moslim represaille”, dit maal een Zweed die in 2007 drie tekeningen gemaakt waarop de islamitische profeet Mohammed werd afgebeeld met het lichaam van een hond. Hij wilde naar eigen zeggen de grenzen van de politieke correctheid opzoeken. In de islamitische wereld werd woedend gereageerd op de spotprenten. Zweedse vlaggen werden verbrand en een regionale tak van Al-Qaeda zette een bedrag op zijn hoofd (Trouw, 9 maart).
De grenzen van correcte journalistiek en dus ook van het werk van cartoonisten kunnen wat mij betreft niet wijd genoeg zijn. Voor cartoonisten is er een vanzelfsprekende “cordon sanitaire” namelijk ons gevoel voor humor. Wij leven ervan, zeker in onze beleving van vrijheid en vrije meningsuiting. Waarheid verpakt in humor, die ons de spiegel voorhoudt van onze taboes en vooringenomenheden zijn het voedsel van ons begrip voor de bizarre realiteit van ons leven. Wie dit aantast, uit angst of preutsheid, ondermijnt een fundamenteel principe van onze beschaving als ook van ons gebrek daaraan. Dat is onze vrijheid.
Diezelfde vrijheid hebben wij, onze wereld, ook als het gaat om de taboes en absolutismen van diegenen die zich met onze beschaving inlaten: Of zij nu vliegtuigen storten in onze gebouwen dan wel – terecht of onterecht – bezwaar maken tegen onze uitingen of onze wereldpolitiek. Salman Rushdie’s boeken zijn net zo vrij als de tekeningen van de cartoonist. Daarmee kan, vind ik, geen tussenweg worden gevolgd.
Politieke correctheid is een onbepaald begrip en gelukkig niet verankerd in de wet of in internationale verdragen. Dat moet zo blijven. Als wijzelf als burger iets onfatsoenlijk vinden, dan kopen we die krant niet of we schrijven ons eigen commentaar. Maar zodra ook maar iemand daartegen een pistool richt, mag zich wat mij betreft op die persoon of die groep het hele gewicht van onze beschaving storten.
Het laatste decennium van de
vorige eeuw bracht ik grotendeels door in het
laboratorium.
Zo begint onze monnik van de wetenschap dit hoofdstuk. Hij heeft bijna anderhalve bladzijde nodig om te komen tot het punt waar hij ons hebben wil, namelijk dat hij in die periode merkte dat in sommige biologische systemen, o.a. de systemen waar hij naar keek (cytokines), een interessante overlap in functies zit.
Ik leerde dat twee of meer verschillende cytokines exact dezelfde of een gelijksoortige functie hebben en elkaar kunnen compenseren als de expressie van 1 ervan verloren gaat. Het bleek dat verschillende cytokines eigenlijk precies hetzelfde deden.
Hier wordt door Borger niet precies geformuleerd. Of het is precies hetzelfde of het is een gelijksoortige functie. Borger maakt die keuze (bewust?) niet, maar wanneer het om redundantie gaat is dit heel belangrijk. Je kunt alleen van redundantie spreken wanneer eiwitten niet dezelfde aminozuurvolgorde hebben (dus twee verschillende eiwitten zijn), maar daarbij wel precies, maar dan ook precies, dezelfde functie hebben. Zodra het gaat om een situatie waarbij het ene eiwit het andere gedeeltelijk kan vervangen omdat het een gelijksoortige functie vervult (maar niet precies dezelfde) is er niet sprake van redundantie. Dan kun je nog wel spreken van een nuttige eigenschap die het systeem robuust maakt tegen uitval, maar redundant (=overbodig) is het dan zeker niet omdat ieder eiwit op zijn eigen plaats zijn eigen unieke functie vervult. Precies definiëren en precies een functie omschrijven is hier dus zeer belangrijk en juist dat ontbreekt in dit hoofdstuk.
Genetische redundantie was een van de ontdekkingen van de nieuwe biologie. Omdat het alleen onder heel extreme omstandigheden aan het licht komt [maar hij vertelt niet wat die omstandigheden zijn], was het voorheen onopgemerkt gebleven. Genetische redundantie blijkt echter een algemene eigenschap van levende systemen te zijn. Het betekent, zoals ik in twee hoofdstukken [dit hoofdstuk en het volgende] zal beargumenteren, zonder meer het einde van Darwins selectieprincipe ter verklaring van de biologie.
Vervolgens vertelt Borger hoe je een gen verwijdert uit een muis en zo een knock-out muis maakt, zodat je door de uitval van eigenschappen bij de knock-out muis kunt onderzoeken wat de functie van het verwijderde gen is. En... dit stukje klopt, voor zover ik kan zien.
En hoewel ze in vele opzichten enorm hebben bijgedragen aan onze biologische kennis, was er ook een onverwachte verrassing: de knock-out zonder fenotype. Als alle genen een meetbare fitnessfunctie en een selecteerbare waarde zouden hebben, dan zouden alle knock-outs een meetbaar, aantoonbaar fenotype moeten hebben. Maar dat is niet zo! De meeste knock-outs doen het gewoon prima.
Hierover is al uitgebreid op het blog van Borger gediscussieerd. Mijn standpunt is dat je wel echt naar de muis moet kijken en meten (voorbij groei en ontwikkeling in de fokafdeling van het proefdierlaboratorium) voordat je kunt beweren dat er echt sprake is van afwezigheid van een fenotype. Daar zijn tegenwoordig speciale laboratoria voor. De sprong naar het meten van fitness is dan nog een stukje verder omdat je dan zult moeten laten zien dat een groep knock-out muis in staat is zich te handhaven in een omgeving waarin ook de controle wildtype (genetisch gelijk aan de knock-out muis maar met een intact gen) muizen leven. Moeilijke experimenten, die bij dit soort vragen toch gedaan moeten worden.
Vervolgens komen er voorbeelden
van zogenaamde knock-outs zonder fenotype langs. Dit zou
interessant kunnen zijn als Borger de moeite had genomen
referenties naar de originele artikelen te geven, maar dat doet
hij niet en dus is dit stuk niet te controleren. We moeten hem
vertrouwen op zijn woord en zijn mooie blauwe ogen.
Het eerste voorbeeld gaat over
interleukine 3, interleukine 5 en GM-CSF, maar bevat geen enkele
referentie naar de originele literatuur. Er is 1 verwijzing naar
een artikel uit 1987 (nog meer state of the art biology,
weet u wel), waar ik weinig mee opschoot. Zoeken in de literatuur
is een naald in een hooiberg. Er zijn letterlijk 10 duizenden
artikelen over geschreven.
Het tweede geval gaat over calmoduline (ook 10 duizenden artikelen) en er wordt verteld dat ze werden uitgeschakeld in celculturen. In tegenstelling tot deze verwachting [dat er effecten van de uitschakeling zouden worden gevonden] werden er vrijwel geen verschillen waargenomen met betrekking tot groei en levensvatbaarheid… Vrijwel geen verschil betekent niet hetzelfde als geen verschil. Ook hier weer een vage formulering en geen referentie waar we het kunnen controleren, maar ik neem aan dat 'vrijwel' hier betekent dat er wel verschillen waren, maar dat die door Borger niet geacht worden belangrijk te zijn.
De volgende groep is de SRC genen (hier en hier kwam dit in zijn blog aan bod en we hebben er nog een derde keer over gediscussieerd, maar dat blog is blijkbaar vanwege ‘censuur’ verdwenen). Op zijn blog zegt Borger nog dat 4 van de leden van de SRC familie redundant is. In het boek is het al terug gebracht tot 3 (wat in principe onderschrijft wat ik hierboven heb gezegd, meten is weten en je vindt waarschijnlijk wel een fenotype), maar Borger vertelt er niet bij welke dit zijn, dus controleren kun je ook dit niet (over src zijn meer dan 7000 artikelen geschreven).
De 2R hypothese (zie vorige hoofdstuk) komt hier weer langs, omdat acht genen van de SRC-familie ook niet in overeenstemming zijn met de 2R-hypothese. Weet u nog wel, de stroman uit hoofdstuk 6? Borger gebruikt dan een halve pagina voor een citaat van Andrew Martin uit Molecular Biology and Evolution over SRC genen waarin Martin aangeeft dat er een aantal zaken zijn die wat betreft de afstamming van SRC genen nog niet begrepen worden, maar dat ze wellicht wel begrepen kunnen worden wanneer translocatie en selectie mee worden genomen in de analyse.
Borger echter heeft genoeg aan het feit dat de SRC genen niet binnen de 2R-hypothese passen (maar wat zoals ik in het vorige hoofdstuk aangaf nou niet echt als bewijs tegen evolutie kan worden gezien), en schrijft Alle naturalistische hypotheses, hoe mooi ze ook mogen ogen, kunnen we weerleggen door de waarnemingen die we doen in het genoom. Als we naar de biologische feiten kijken, is het duidelijk dat Darwins selectie geen rol van betekenis kan hebben gespeeld bij het ontstaan van de SRC-familie. Het vreemde is dat het citaat van Martin in de vorige alinea juist eindigt met het idee dat selectie de verklaring is. Waarom Borger het niet eens is met Martin wordt door Borger niet verder uitgelegd en is voor zover ik kan nagaan nergens op gebaseerd.
Vervolgens gaan we naar koeien zonder prion eiwit die geen BSE (gekke koeien ziekte) kunnen krijgen. Een onderwerp waar ik zelf over geblogged heb. Ook het prion gen is volgens Broger redundant want koeien zonder dat gen zijn heel normale koeien [die] zich niet onderscheiden van koeien die het prioneiwit wel gewoon tot expressie brengen. Een uitgebreide analyse van het fenotype bracht geen in het oog springende afwijkingen aan het licht. De koeien planten zich eveneens prima voort zonder het prioneiwit. Een knock-out zonder fenotype dus.
In dit stuk staat een onwaarheid.
Er is namelijk geen uitgebreide analyse van het fenotype
gedaan, tenminste niet in het stuk dat hij citeert (en ik volg
deze literatuur dus wel omdat ik zelf op dit gebied heb
gepubliceerd en ik heb het beest nog niet weer voorbij zien
komen). Ten tweede besluit Borger hier om het over de koe zonder
prion-gen te schrijven terwijl er 10-15 jaar eerder al een prion
knockout in de muis bestond. Ik weet echter wel waarom hij die
niet als onderwerp heeft gekozen. Die muis heeft namelijk wel
degelijk een fenotype (o.a. slaap en biologische ritmen zijn
anders), en dan kun je natuurlijk niet meer schrijven dat het
prion gen redundant is. Dus neemt Borger een koe waarbij precies
hetzelfde gen is verwijderd, maar die nog geen twee jaar geleden
is gepubliceerd en waar nog niet zo goed naar is
gekeken.
Het zelfde verhaal krijgen we nog een keer over histon genen en uiteindelijk komen we bij de zeeraket (arabidopsis) en de publicatie van Bouche en Bouchez waar hier op het blog van Borger al flink over is gediscussieerd.
Wat ik concludeer is dat Borger (vrijwel alleen) literatuur accepteert waarbij een knock-out organisme voor het eerst wordt gepubliceerd en waarin is geconcludeerd dat het verwijderen van het gen geen zichtbare of ernstige gevolgen heeft. Dieren waar al wat langer mee wordt gewerkt en waar dan wel wat wordt gevonden loopt hij met een grote boog omheen. Daarnaast blijft hij negeren dat alleen groei en ontwikkeling niet zo heel veel zeggen over de functie van een gen en dat er experimenten moeten worden ontwikkeld waarbij het gemuteerde organisme echt onder druk komt te staan, desnoods in concurrentie met het intacte organisme. Het artikel van Bouche en Bouchez waaruit hij citeert over de genen van de zeeraket vermeldt dit ook, maar juist dit stuk negeert Borger volledig en zijn lezers komen dit dus niet te weten.
Blijkbaar heeft Borger liever dat er niet goed naar een genetisch gemanipuleerd organisme wordt gekeken en er snel wordt geconcludeerd dat een gen redundant is dan dat er beter en langer onderzoek wordt gedaan om uit te vinden wat de functie van een gen nu precies is. Een nogal anti-wetenschappelijke houding.
Wat me nu ook begint op te vallen is dat sinds hoofdstuk 5 er niet meer echt een afrondende boodschap is. De hoofdstukken zijn een opsomming van voorbeelden maar eindigen zeer abrupt met een laatste voorbeeld, waarna er niet meer een concluderende statement staat waaruit duidelijk wordt wat Borger er nu eigenlijk zelf van vindt en waar hij naar toe wil. Dat laatste maakt dat het geheel toch een beetje als los zand aan elkaar hangt.
Een andere eigenaardigheid is dat ook in dit hoofdstuk het woord zooggewervelde wordt gebruikt. Dit is dus geen incident en het is gek dat dit niet opviel bij het proeflezen.
P.S.
Er staat een
interview met Peter Borger op pagina 22 van het
'wetenschappelijke magazine' Weet
(=creationisten blaadje met de
allure van KIJK of Quest) met de titel Darwins broodje aap.
Online onleesbaar, maar een gratis exemplaar kan worden
aangevraagd.
Voor wie nieuwsgierig is naar de doelstellingen van het tijdschrift, kijk hier, dit stukje spreekt boekdelen:
Feiten zijn feiten. Die blijven staan zoals ze zijn. Maar daar waar het de uitleg van de feiten betreft, daar maakt Weet.magazine het verschil. Want door welke bril kijk je naar de feiten? Zie je de Neandertaler als een slimme aap, zoals evolutionisten doen? Of was het gewoon een mens? Is het heelal door een grote knal ontstaan of was er Iemand Die het vormde?
Door de wonderen van de
techniek zaten meneer en mevrouw Agricola afgelopen weekend naar
Expelled te kijken dat een aantal weken geleden was
uitgezonden dooor de EO.
Mevrouw Agricola gaf al snel op. Een vervelende man [Ben Stein] en een vervelende suggestieve manier van filmen, was het verwijt.
Hoewel ik al na 10 minuten moest constateren dat de eerste leugen (over 1 van de personen die zgn. expelled was) langs kwam heb ik toch de hele film uitgezeten.
Ik had mij voorbereid op een confrontatie met beelden uit concentratiekampen en gaskamers uit de tweede wereldoorlog, maar kwam die op de 1 of andere manier niet tegen. Ja, er was in het begin van de film een shot van geüniformeerde mannen waarvan ik het idee had dat dit Duitsers uit de Tweede Wereldoorlog zouden kunnen zijn, maar in het vervolg was het toch vooral de Berlijnse muur, communistische vrolijkheid, en Stalin die opvielen.
Had ik iets gemist? De verwijzingen naar Hitler Duitsland waren zo sterk dat ze voor sommige joden aanleiding waren geweest om boze brieven naar ‘darwinistische atheïsten’ te schrijven, maar mij was niet veel opgevallen. Ok, het was al wat later op de avond, maar zo moe kan ik toch niet geweest zijn?
Uiteindelijk dan maar de lengte
van de uitzending vergeleken met de lengte van het origineel
zoals vermeld op wikipedia (in dit artikel staan ook de
nadrukkelijke verwijzingen naar nazi Duitsland vermeld). Het
origineel is 97 minuten lang. De uitzending van de EO duurde,
inclusief reclame, 70 minuten. Er zijn dus minstens 27 minuten
verdwenen! Zou daarin dan gezegd worden dat Darwin
verantwoordelijk is voor de Holocaust? In zijn review schrijft
Dawkins over een bezoek van Stein aan Dachau, wat ik zeker
niet heb gezien. Is de claim dat Darwin en de evolutietheorie
rechtstreeks naar de Holocaust leiden verwijderd door de EO en
heeft de EO zo de wat al te scherpe kanten van de documentaire
afgeknipt?
Ik weet het niet zeker. Voordat ik mijn conclusies trek is mijn vraag nu: Heeft iemand het origineel en de uitzending van de EO gezien?
LIEVER DE APOCALYPS DAN EEN AVONTUUR IN DE RUIMTE
Hurt Locker snaait de prijzen weg van Avatar
Het was natuurlijk te voorzien, al hebben beide films een vergelijkbaar verhaal als basis: vreemdelingen (Amerikanen) roeren in het land van een ander (Irak, of buitenaardse beschaving). Met de herinnering voor ogen aan de grote stroom Vietnam films in de jaren zestig en zeventig kan men zich voorstellen dat de Oscar jury liever de “reality fiction” beloonde van Irak dan de “science fiction” van Avatar. De vrouwelijke regisseur van Hurt Locker was ook een mooie inkopper natuurlijk voor de hoofdprijs.
Hurt Locker heb ik nog niet gezien, hij staat nu te downloaden. Dus dat wordt laat vanavond. Ergens ga ik er met tegenzin tegenaan, maar als zo’n film een reeks prijzen in de wacht sleept, moet het wel iets zijn. Mijn vermoeden is dat dit eentje is een nog lange rij. Over enkele jaren komt een eindfilm, zoals dertig jaar geleden de film waarin Marlon Brando zijn onvergetelijke interpretatie neerzette van de extremist geworden Colonel Walter E.. Kurtz .- met zijn “unsound methods” maar anderzijds met zijn zeer hippie-achtige poging om verschrikking te verbinden met een hoopvolle toekomst voor de lokale bevolking.
Vast zullen ook in Irak vergelijkbare Amerikanen opduiken: dolgedraaid door de tegenstrijdigheden en losgezongen van stringente Amerikaanse discipline. Uit deze gekte komen de mooiste films, ook.straks ongetwijfeld.
Oorlog is het voedsel van de geschiedenis. Meer cynisch kan ik het niet zeggen. Dat staat nu heel ver weg van ons pacifistisch volkje, nu al meer dan 55 jaar levend van vrede en voorspoed. Ik zou niet anders willen, begrijp me goed, maar wat niet buigen wil moet soms barsten. Filmmakers laten ons ten minste zien, keer op keer, waartoe dat kan leiden. Steeds opnieuw diezelfde dubbelzinnige les.
De wereld draait om
Als het niet zo ernstig was zou je bijna moeten lachen. Al voordat goed en wel de tegels zijn gelicht van een geschiedenis van pastoraal misbruik van minderjarigen, heeft de verzekeringsmaatschappij van de katholieke kerk in Nederland één miljoen euro gereserveerd voor eventuele schadeclaims.
Onmiddellijk springen mijn gedachten een slordige vijfhonderd jaar terug, naar het jaar 1517, toen Rome voor de bouw van de nieuwe St. Pieter het wisselgeld los ronselde uit de handen van het onbevangen Europese volk, als afbetaling voor een schuld die zij niet hadden. De monnik Marten Luther was toen wijzer dan sommige mensen in onze tijd. Hij had natuurlijk herrie kunnen schoppen op zondag tijdens de heilige mis. Maar beter leek het hem zijn aanklacht op papier te zetten en deze vast te nagelen aan de deur van de kerk in Wittenberg, voor iedereen te lezen.
Men zal mijn gedachtesprong wel vergeven, neem ik aan. Het is echt moeilijk om dit beeld te onderdrukken. Natuurlijk, je moet praktisch zijn. Vooruit. Het is vooral het beeld – zwart op wit – van de kale geldswaarde van een nog volstrekt onbepaald verdriet of stoornis, na zoveel jaren, in het leven een steeds langer geworden rij van – nu – volwassen mensen. Inderdaad, hoe begroot je dat? Nou ja, met één miljoen dus.
De geldwaarde van de ellende waartegen Marten Luther destijds te hoop liep zal, in reële termen, wel veel groter zijn geweest. Toen ging het niet alleen om allerlei geestelijk en fysiek misbruik maar ook om massale inquisitie en brandstapels. En wat te denken van al die volksmassa’s in onze tijd, overal ter wereld, die in vertwijfeling worden achtergelaten met zoiets verschrikkelijk onschuldigs als een simpele condoom.
Jeetje, denk je dan. Dan is één miljoen nog maar een begin.
Dit hoofdstuk wordt begonnen
met de bewering dat ieder leven begint met 1 cel dat vol zit met
informatie de bepaalt hoe het organisme er uit moet gaan zien.
Als voorbeeld wordt een groeiend zaadje genomen waarin alle
informatie al aanwezig is om een plant te maken. Informatie
die alle karakteristieke eigenschappen van de plant bepaalt.
Grootte en kleur van blad en bloem. Of ze droogtebestendig is of
juist waterminnend….
Deze voorstelling van zaken is de zoveelste versimpeling van de feiten in het boek van Borger. Dit keer vergeet Borger voor het gemak dat ook de omgeving mee bepaalt hoe een plant er uiteindelijk uit zal zien. De grootte hangt bijvoorbeeld heel erg af van de omgevingstemperatuur en de aanwezige voedingsstoffen en de kleur van de bladeren is zeer sterk afhankelijk van de hoeveelheid (zon)licht dat er op valt.
Er volgt een heel stuk voor over ‘junk’-DNA dat zich in de donkere regio’s van het genoom zou bevinden. Tot voor zeer kort werden zulke onbegrepen donkere regio’s van het genoom als junk-DNA af gedaan [sic]. En Sommige vooraanstaande wetenschappers noemden het egoïstisch DNA. Met als enig ‘doel’ te worden gekopieerd. Dit hele stuk echter zonder referentie, dus we kunnen er alleen maar naar raden waar Borger dit vandaan heeft.
Dan worden er wat opmerkelijke feiten gepresenteerd, zoals dat de kikker Xenpus leavis 20000 identieke ribosomale RNA-genen heeft die (vrijwel) identiek zijn. Of ze werkelijk totaal identiek zijn blijft op de vlakte en mag de lezer zelf uitzoeken. Maar in ieder geval is het zo dat je zou verwachten dat ze (voor een deel) zouden moeten verschillen en dus is er sprake van de paradox van de multigene familie (met referentie naar een tekstboek uit 1987, net als het vorige hoofdstuk dus nogmaals een staaltje state of the art biology). Vervolgens lost Borger deze paradox zelf weer op door een paar mechanismes te noemen die dit kunnen veroorzaken. Het is mij niet helemaal duidelijk wat dit stukje hier doet, behalve dat Borger zonder verdere onderbouwing beweert dat een dergelijke oplossing niet via naturalistisch weg (evolutie) kan zijn ontstaan.
Daarna gaat het over het X (en Y)-chromosoom gebonden ziekten die vaker de kop opsteken bij de man omdat deze chromosomen bij de man geen kopie van zichzelf hebben in het diploide genoom. Hij citeert hierbij een stukje uit Science, waarbij hij de indruk wekt dat de reguliere wetenschap er een beetje met de handen in het haar bij zit:
De helft van het Y-chromosoom is een mengelmoesje, mogelijk nutteloos en vrijwel onmogelijk te ontrafelen. Deze ‘junk’ wekt de suggestie dat het Y als chromosoom geleidelijk gaat verdwijnen.
Borger vervolgt dan zelf met Het verdwijnen van het Y-chromosoom zal zo’n vaart niet lopen. Integendeel, de biologische informatie aanwezig op het Y-chromosoom is meervoudig aanwezig.
Dit is weer een vreemd geval van selectief citeren. Het volledige bericht (en let weer op de lengte, jawel er wordt hier met selectief citeren uit een drieregelig nieuwsbericht een hele tak van wetenschap over de kling gehaald) is als volgt (alleen het middenstuk was goed genoeg om te citeren):
A sequencing tour de force revealed the genetic code of the Y chromosome this year and in the process earned new respectability for the stubby piece of DNA that makes a man a man. Half of the 59 million bases in this chromosome are jumbled, possibly useless, and virtually impossible to decipher. This "junk" suggested that the Y is slowly fading as a chromosome. But the new sequence of the other half of Y's DNA, which contains the genes, shows that it has evolved an unusual, but effective, way to take care of itself.
Zo kan ik ook een ‘voorspelling’ doen. Dat het niet zo’n vaart zal lopen staat gewoon in hetzelfde bericht en in het wetenschappelijke artikel dat er bij hoort, maar Borger doet net alsof hij hier zelf iets bedenkt en bovendien iets zegt dat ingaat tegen wat het grote tijdschrift Science beweert. Ik ben lekker controversieel bezig! (niet dus).
Wat daarna volgt is een stukje over de 2R hypothese onder het kopje 2R of niet? De 2R hypothese wordt uitgelegd, maar er zitten geen referenties in dat stukje. De hypothese zou verklaren waarom er van bepaalde genen meerdere (4) kopieën in het genoom aanwezig zijn. Wat Borger bijvoorbeeld niet vertelt is dat deze hypothese lang niet algemeen geaccepteerd is (zie het wiki bericht). Nee, Borger wil ons laten denken dat het in de literatuur over evolutie wordt behandeld als een biologisch feit:
De 2R-hypothese heeft in de evolutionistische literatuur uitgebreide aandacht gekregen. En de term tetralogie is bedacht om de vermeende een-naar-vier regel te benadrukken. Daarmee lijkt de 2R-hypothese een biologisch feit.
En dan volgt natuurlijk de vraag: Maar is het dat ook? En vervolgens brandt Borger in een stuk waar ook weer de meeste referenties ontbreken deze stroman af die hij zojuist heeft opgezet (overigens, ook in het volgende hoofdstuk komt deze 2R-hypothese nog eens terug).
Als Borger serieus denkt dat de 2R-hypothese in de moderne evolutie theorie wordt gezien als een biologisch feit, dan betekent dat (alweer) dat Borger eigenlijk niet weet waarover hij schrijft en welke ideeen werkelijk zinvol zijn om aan te vallen als je er opuit bent om de evolutietheorie te weerleggen. Ik begin echter het donkerbruine vermoeden te krijgen dat Borger liever een stroman aanvalt dan dat hij werkelijk de evolutietheorie probeert onderuit te halen.
Bij elkaar een rommelig en niet erg precies geschreven hoofdstuk, wat maakt dat vele dingen je al lezende weer ontglippen, maar twee keer wordt er een verkeerde voorstelling van zaken gegeven over hoe ‘de evolutionisten’ over bepaalde zaken denken. Verkeerde voorstellingen die daarna door Borger natuurlijk vrij simpel te weerleggen zijn.
Een extra eigenaardigheidje in dit hoofdstuk is dat eiwitten en andere moleculen worden aangeduid met nanomachientjes of moleculaire machientjes, alsof dit hoofdstuk gedeeltelijk is geïnspireerd door Cees Dekker.
Aangezien we vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen zitten wil ik de PVV toch nog een keer een advies geven.
Met haar voorstel van een verbod op het dragen van hoofddoekjes in gemeentelijke instellingen instelling die subsidie krijgt van de gemeente (denk hierbij ook even aan sportverenigingen etc..) beperkt zij zelf haar mogelijkheden. Ik denk dat het veel verder en beter kan.
Ook het dragen van keppeltjes en kruisjes moet aan banden worden gelegd. Geen geld meer naar bijzonder onderwijs. Geen geld meer naar katholieke, protestants-christelijke of islamitische sportverenigingen. En wanneer eens speler het waagt om voor de wedstrijd een kruisje te slaan moet er een waarschuwende brief naar de vereniging gaan. Bij de betrokken sportvereniging moet, bij herhaalde overtreding subiet de subsidiekraan worden dichtgedraaid.
Daarnaast is het bij gesprekken in het openbaar niet meer toegestaan om af te kloppen op ongeverfd hout en is het verboden om zwarte katten en ladders uit de weg te gaan.
Bovendien las ik dit weekend in de Volkskrant dat gereformeerde vrouwen een rok dragen tot over de knie omdat God onderscheid wil tussen man en vrouw. Hiermee is de rok-tot-over-de-knie het symbool van vrouwenonderdrukking in de gereformeerde gemeenschap en deze rokken moeten daarom ook verboden worden.

Ziehier het verschil.
Het lijkt mij duidelijk. Met dit
voorstel kan de PVV een klinkende verkiezingswinst niet meer
ontgaan. 
Struinend over het internet kwam ik deze afbeelding tegen op een blog met de naam Dead Wild Roses.

Hij is gemaakt door iemand die probeert om de gelovige(n) te begrijpen. Ik vind de afbeelding heel treffend op een klein puntje na en dat is het Cherisdhed death symbol. Dit is ergens aan de overkant van de Atlantische plas gemaakt (nee, niet de US, maar Canada) en daar zijn vooral de Christenfundamentalisten actief. Die heb je hier ook wel, maar wij hebben ook nog andere smaken die van zich doen spreken..
Voor mij hadden daar dus ook nog wat andere afbeeldingen mogen staan, maar verder is het helemaal in de roos.
Dit is een lang hoofdstuk vol
met losse feitjes en draadjes en ik zal niet in staat zijn om
alles te behandelen.
Dit hoofdstuk begint met een Gedankenexperiment van Borger en dit experiment is wel belangrijk omdat het 1 van de grote misvattingen van Borger illustreert. Borger plaatst een (=1) bacterie in een fles met bouillon, bestemd voor het kweken van bacteriën. De bouillon bevat alles voor de bacterie om te groeien, behalve glucose. Glucose is een essentiële energiebron en bouwstof, dus de bacterie zal niet groeien en zich niet delen. Er zijn dus ook geen nakomelingen.
Dan schrijft Borger: Er valt op dit moment dan ook niets te selecteren en natuurlijke selectie bestaat niet.
Uit deze opmerking blijkt dat Borger een totaal verkeerd beeld heeft van natuurlijke selectie. Er vindt namelijk wel degelijk selectie plaats. Er is 1 levend organisme in die bouillon en dat kan zich niet delen en geen nakomelingen voortbrengen vanwege ongunstige omgevingsomstandigheden. Er is dus sprake van selectie tegen dit organisme. Wie hier beweert dat er geen sprake van selectie is heeft de klok wel ergens horen luiden, maar dek klepel nog niet gevonden.
Houd dit in het achterhoofd bij wat u verder leest van Borger: Hij begrijpt maar half wat natuurlijke selectie is.
Verder met het Gedankenexperiment.
Vervolgens doet Borger glucose bij de bouillon en de cel zal zich gaan delen. Uiteindelijk komt Borger in zijn experiment tot de conclusie dat in een celcultuur de snelst reproducerende bacteriën uiteindelijk de overhand zullen krijgen in een cultuur. Er is sprake van selectievoordeel voor de snelst reproducerende. Voila, differentiële reproductie! En dat is ook iets wat je (volgens Borger, ik heb niet de tijd gehad het allemaal na te trekken) in bacterieculturen terugziet. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat een cultuur groeit in een bouillon waarin alles voorhanden is en die cellen die alle genetische ballast overboord gooien het snelst kunnen delen. Onder natuurlijke (wisselende) omstandigheden ligt het waarschijnlijk anders, maar daar hoor je Borger niet over.
Dan is er een intermezzo over het fokken van honden en hoe sommige hondenrassen niet ontstaan door puntmutaties, maar door het verliezen of juist kopiëren van tandem repeats in het DNA. Dit mechanisme zorgt voor extra variatie in het functioneren van eiwitten. De biologen van tegenwoordig zeggen, so what?, maar Borger lijkt te suggereren dat hier meer achter zit. Hij zegt alleen nog niet wat.
Er komen nog wat eigenaardige eencelligen langs (1 die resistent is tegen straling en 1 die is gaan wonen in een amoebe en een symbiose is aangegaan). Vervolgens probeert Borger het idee van differentiële reproductie boven de eencelligen uit te tillen.
Hij vertelt over het onderzoek naar kinderen met achondroplasie en hoe is gebleken dat vooral oudere vaders een verhoogde kans hebben op kinderen met die aandoening. Het blijkt dat de genetische mutatie die er voor zorgt dat de kinderen de aandoening krijgen (een soort dwerggroei) er bij de vader juist voor zorgt dat de gemuteerde stamcellen die de verantwoordelijke zaadcellen produceren vaker en meer cellen produceren, zodat, wanneer de mutatie eenmaal is opgetreden uiteindelijk de overgrote meerderheid van de zaadcellen de mutatie zullen dragen. De stamcel heef volgens Borger een reproductief voordeel. Er is sprake van positieve selectie. (n.b. of dit allemaal klopt weet ik niet, maar is bijzaak voor de rest van het verhaal).
Selectie is dus eigenlijk gewoon een verschil in reproductiesnelheid. Met andere woorden: selectie is differentiële reproductie.
Wat Borger hierbij vergeet is dat we nog steeds spreken over cellen. Wat voor de cellen een verhoging is in ‘fitness’ betekent voor die ouders een verlaging van hun fitness. Die ouders moeten voor het aangedane kind zorgen en daar extra energie in steken en het kind zelf zal later minder makkelijk reproduceren. Op cellulair niveau mag hier sprake zijn van een voordeel voor deze mutatie, op organismaal niveau is het een nadeel, wat betekent dat het eerdere ‘positieve’ effect totaal teniet wordt gedaan. Het idee dat selectie gelijk is aan differentiële reproductie gaat hier dus niet op.
Dat weerhoudt Borger er niet van om als uiteindelijke boodschap van het hoofdstuk toch te beweren dat fitness evenredig is met reproductie. Dat het iets genuanceerder ligt laat alleen al deze site zien. Voor bacteriën zou dit kunnen kloppen, maar wanneer je naar ingewikkelder organismen kijkt, vooral diegenen die aan seks en broedzorg doen, dan ligt het allemaal wat gecompliceerder.
Vooral bij vogels is hier zeer veel werk aan gedaan. Borger heeft zelf in Groningen gestudeerd en juist daar was (is?) een groep ecologen en gedragsbiologen (zoeken op Serge Daan en/of Joost Tinbergen levert zeker een paar hits op) zeer actief bezig geweest om een fitness landschap te maken waarin de optimalisatie van broedgrootte, voedselbehoefte en gebruik, rui etc… in elkaar werden gepast. Uit dit onderzoek bleek bij verschillende vogelsoorten dat de ouders wel degelijk grotere broedsels aankonden dan het aantal eieren dat ze nu leggen. Op die manier zouden ze op korte termijn voordeel konden halen ten opzichte van de concurrentie. Wanneer echer wat langer gekeken wordt blijkt dat deze extra inspanning in het volgende jaar, en/of de volgende generatie zijn weerslag had op het broedsucces. De snelste reproduceerder is op dat complexere niveau een kortetermijndenker, en het is uiteindelijk de lange arm van natuurlijke selectie die de broedselgroottes van deze vogels in toom houdt.
Aan het eind van het hoofdstuk wordt de zin Nothing in biology makes sense except in the light of evolution van Dobzhansky verbasterd naar Niets in de biologie heeft zin, behalve in het licht van evolutie. Waarop Borger antwoord: Niet evolutie, maar reproductie is het enige wat telt in de biologie! De zin van Dobzhansky is slecht vertaald en het antwoord slaat dus nergens op.
Een betere vertaling voor Dobzhansky’s zou zijn: Niets in de biologie heeft betekenis, tenzij het wordt gezien in het licht van de evolutie.
Zonder evolutie eindig je met een hoofdstuk vol losse feitjes die, wanneer je wat beter kijkt, weinig met elkaar te maken hebben wanneer je alleen maar in termen van reproductiesnelheid denkt. Bovendien hebben wij vandaag geleerd dat Borger niet precies weet wat natuurlijke selectie eigenlijk is.
Dit hoofdstuk heeft als titel
een woord dat de Borgerdiscussanten maar al te goed van hem
kennen en het hoofdstuk begint met uitleggen wat de flogiston
theorie was en hoe mis de wetenschappers het in dat verre
verleden hadden.
Maar gelukkig zijn we dan snel weer bij Darwin. Hoe Darwin niet alleen las over geologie en biologie, maar ook werken van Malthus en Smith over economie en bevolkingsgroei (en Wells en Blyth die we een hoofdstuk eerder ook al tegen kwamen).
Hieruit zou blijken dat het leven een strijd is om het bestaan en dat alleen de sterksten en succesvolsten overleefden en de meeste kinderen kregen. Maar men constateerde dat de Victoriaanse maatschappij anders in elkaar zat. Borger beweert dat in die tijd de arme sloebers de meeste kinderen kregen terwijl de rijken juist minder kinderen kregen. Dit overigens zonder referentie, en zonder ons te vertellen hoe het met al die kinderen afloopt. Als de kindersterfte ook hoger was bij de arme sloebers, dan pakte het toch niet zo goed uit voor de arme sloebers met veel kinderen. Maar dat terzijde.
Wat we in dit hoofdstuk vooral zien zijn discussies die 100 jaar geleden zijn gevoerd, maar niet meer relevant zijn voor de huidige evolutietheorie. We weten inmiddels dat de rijkeren over het algemeen er bewust voor kiezen om minder kinderen te nemen en dat was in die tijd niet anders.
Daarna gooit Borger het over een andere boeg. In 1871 (!) publiceerde Mivart een boek waarin hij zei dat natuurlijke selectie niet kan werken op organen die er niet zijn en dat natuurlijke selectie niet verantwoordelijk kon zijn voor het ontstaan van nieuwe, complexe structuren.
Om dit argument kracht bij te zetten citeert Borger Stephan J. Gould, en dat laatste is niet handig van Borger (of juist wel, het hangt er vanaf hoe je het bekijkt). Gould heeft in 1991 een goede, korte, en in begrijpelijk Engels geschreven samenvatting gegeven van het standpunt van Mivart, en dat is wat Borger citeert. Door het gebruik van dit citaat wekt Borger echter de indruk dat de grote paleontoloog/evolutiebioloog Gould het eens is met Mivart, terwijl als hij het citaat 1 alinea had doorgetrokken het duidelijk zou zijn dat hij het argument van Mivart überhaupt geen probleem vindt omdat dat inmiddels in een recentere tijden is opgelost.
Al met al niet zo netjes. Borger verbergt informatie voor zijn lezers die hem niet te pas komt, maar misbruikt tegenstanders in een quote mine wanneer het hem wel uitkomt. Borger had hier veel beter zelf een samenvatting kunnen schrijven en Gould er buiten laten (de samenvatting van Gould moest potdorie ook nog eerst uit het Engels worden vertaald) in plaats van Gould voor zijn karretje te spannen.
Als voorbeeld van een kenmerk waarop niet geselecteerd kan worden komt Borger met het gewei van een hert. Geen gewei = geen selectie op een gewei. Ook dit stuk bevat geen enkele referentie dus men heeft geen idee of dit waar is en of er literatuur over bestaat. Dit weerhoudt Borger er niet van om uit deze ‘illustratie’ de conclusie van Mivart te onderschrijven. En in de loop van het hoofdstuk worden er nog een paar oude wetenschappers opgeduikeld met dezelfde kritiek op Darwin.
Borger schrijft: Het was heftige wetenschappelijke kritiek. Kritiek die nog steeds geldigheid heeft, omdat ze nooit ergens in de literatuur is weerlegd.
En laat nou juist Gould aan het eind van deze zin in een voetnootje weer aan bod komen vanwege de oplossing van het probleem van Mivart, maar dit wordt afgedaan met de opmerking dat hij niet verder [kwam] dan het beschrijven van de variatie in de reeds aanwezige vleugelbouwprogramma’s van insecten Overigens hier geen referentie, dus controleren kan men die opmerking niet, of alleen met veel moeite, maar ik vermoed dat hier het antwoord staat. Een tegenvoorbeeld, met berekeningen (!) die laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om een volledig nieuw orgaan te ontwikkelen (overigens, hier staat ook de alinea in die Borger van Gould heeft geleend, netjes refereren naa de oplossing van Gould was dus geen probleem geweest).
Aan het eind schrijft Borger: Ik vermoed echter dat natuurlijke selectie uit hetzelfde hout gesneden werd als het flogiston van de achtiende eeuwse [sic] experimentators. Zo langzaamaan heeft het elke wetenschappelijke pretentie verloren. En vervolgt met de belofte dat hij dit met wetenschappelijke gegevens in de volgende hoofdstukken zal onderbouwen.
Ook dit hoofdstuk brengt dus nog steeds niet wat het boek aan het begin beloofde. Wel krijgen we een hoop oude wetenschap, een quote mine en het verbergen van informatie die Borger niet past. Het flogiston gehalte is inderdaad zeer hoog, maar tot nu toe leidt dat alleen tot zelfontbranding.
Dit is een hoofdstukje over
wetenschap in het algemeen. Niet opmerkelijk, wel is er zo hier
en daar flink wat op aan te merken.
Het is een kort hoofdstukje over wetenschapsfilosofie en uiteraard gaat een groot deel over Karl Popper. Hoe Popper meer op had met Einstein dan met Freud omdat Einstein riskante theorieën bedacht en Freud niet. En hiermee bedoelde Popper dat de theorieën van Einstein testbaar en verwerpbaar waren en die van Freud niet. En dat het niet zo zinvol is om op zoek te gaan naar bewijs voor je theorie, maar beter is om bewijs te zoeken tegen je theorie. Oh ja, en dat bewijs voor je theorie alleen waarde heeft als het het resultaat is van een riskante (en dus onverwachte of tegenintuitieve) voorspelling.
Waar het hoofdstuk uiteindelijk naar toe gaat is dat er volgens Borger niets wordt geschreven over weerlegging van Darwins hypotheses, natuurlijke selectie en gemeenschappelijke afstamming
Even tussendoor. U leest het goed. Het gaat hier dus niet om de weerlegging van de moderne evolutietheorie, maar om de theorie zoals hij 150 jaar geleden door Darwin werd opgesteld, wat volgens Borger dan ook nog eens beperkt wordt tot gemeenschappelijke afstamming en selectie. En dat in een hoofdstuk met de titel Wat wetenschap is. Volgens Borger is dat dus het aanvallen van een oude stroman.
En dan komt er een eigenaardige zin:
Er zouden veel riskantere weerleggingen moeten worden aangedragen dan bijvoorbeeld fossielen op de verkeerde plek in het fossielenverslag, zoals zooggewervelden [sic] in een precambrische aardlaag of een dinosaurus in het Pleistoceen.
Borger doet voor zijn lezers hier alsof de hele evolutietheorie alleen maar is gebaseerd en getest op fossielen! Alsof er verder niets wordt gedaan door evolutiebiologen dan dag in dag uit fossielen classificeren. Niets over voorspellingen die weerlegd kunnen worden in takken van de biologie zoals vergelijkende anatomie, fysiologie, embryologie, genetica, populatiegenetica, ecologie, etc.. etc.. Nee, alleen maar voortdurend blijven graven en kijken of we fossielen vinden in verkeerde aardlagen.
Vervolgens wordt Ernst Mayer geciteerd die in een interview in Scientific American in 2004 aangeeft dat alle veranderingen en ontdekkingen in de biologie (en dan vooral na de ontdekking van de DNA structuur), ondanks dat men dat wel verwachtte, het hart van de evolutietheorie van Darwin niet hebben aangetast. (wat toch weer zou betekenen dat er meer werk is gedaan dan alleen maar graven naar fossielen).
And in the end, it has always been showed that Darwinism was and is correct.
Volgens Borger heeft Mayer
ongelijk, maar wat Borger in de volgende alinea opnoemt zijn niet
bepaald sterke argumenten. De onherleidbare complexiteit van
biologische structuren van Michael Behe
worden genoemd (ja echt waar!). De Cambrische
‘explosie’ wordt genoemd, maar zo’n
langzame explosie (hij duurde minstens 50 miljoen jaar!) heb ik
nog nooit gezien (toegegeven, achteraf was het niet handig om dit
een explosie te noemen, de term wordt vervolgens door
creationisten misbruikt). Beide argumenten zijn, en dat is
algemeen bekend, geen probleem voor de
evolutietheorie.
Vervolgens komt Borger met de
bewering dat de evolutietheorie niet te falsificeren is omdat
alles past in de evolutietheorie. Borger komt met de stroman dat
de evolutietheorie kan worden samengevat als gemeenschappelijke
afstamming met modificatie, waarbij overeenkomsten altijd
gebaseerd zijn op gemeenschappelijke afstamming en verschillen op
modificatie. Spijtig dat een bioloog de evolutietheorie terug
brengt tot deze karikatuur. Borger doet geen poging om een
eerlijke voorstelling van zaken te geven over hoe deze
klassificatie nou echt werkt. Dat er bijvoorbeeld sprake moet
zijn van een geneste hiërarchie van vele verschillende
eigenschappen etc…(voor een uitgebreide uitleg zie
hier).
En het wordt nog erger. Om dit argument kracht bij te zetten, komt Borber met het vogelbekdier. Borger beweert dat de eendenbek van het vogelbekdier een falsificatie is van de evolutietheorie omdat het een vogelkenmerk is dat wordt aangetroffen in een zooggewervelde [sic]. Wie echter 2 minuutjes zoekt op het internet kan daar al ervaren dat er geen sprake is van een snavel zoals bij vogels, maar een structuur die gewoon uit een zoogdierkaak groeit, en waarbij (als interessant detail) in het jonge vogelbekdier er zelfs nog tanden in groeien. Niet echt een vogeleigenschap en zeker geen vogelsnavel. Alleen aan de buitenkant ziet het er, voor de oppervlakkige waarnemer, uit als eens snavel, maar wie beter kijkt ziet al snel dat het geen snavel is. Onzin dus. Overigens, wanneer er werkelijk een dergelijke eigenaardige afwijking wordt gevonden (een echte chimeer tussen een vogel en een zoogdier) dan kan die wel degelijk de evolutietheorie falsificeren.
Aan het einde van het hoofdstuk komt dan de aankondiging dat de nieuwe biologie beschreven in dit boek uiteindelijk de evolutietheorie de das om zal doen. Ik ben nog steeds zeer benieuwd, want met de ‘argumenten’ die tot nu toe worden aangehaald gaat het hem niet lukken.
Dit is een slecht hoofdstuk met
een aantal storende fouten en een paar gevallen waar de lezer
misleid wordt.
Daarnaast heeft ook dit hoofdstuk een aantal eigenaardigheden.
De eerste is het gebruik van het woord zooggewervelde. Een niet bestaand woord in de biologie. Uit de context begrijp ik dat er waarschijnlijk zoogdier bedoelt wordt. Aan het begin van het boek dankt Borger zijn vader die in enkele maanden het grootste deel van het oorspronkelijk Engelstalige manuscript vertaalde… Vader Henk heeft hier blijkbaar een vreemde vertaalslag gemaakt, wat daarna door niemand meer is opgemerkt.
Het andere is een voetnootje over informatie. Volgens Borger denken de materialisten/naturalisten dat er naast materie en energie niets bestaat. Borger beweert dat er naast materie en energie ook nog informatie bestaat. En in de voetnoot staat dat informatie niet materieel is.
Een brief bevat informatie omdat het er werd ingelegd door een intelligente zender en de informatie kan worden gelezen en begrepen door een intelligente ontvanger. Informatie impliceert intelligentie.
Het is duidelijk waar dit naartoe gaat. Volgens Borger kan informatie niet vanzelf ontstaan. Het DNA bevat ook informatie. Hiermee suggereert Borger (maar hij spreekt het niet uit) dat het DNA is ontsproten aan een intelligente ontwerper.
Naar mijn idee is dit een woordspelletje gebaseerd op, op zijn minst, een misverstand. Het DNA is een set gegevens (of data). Alleen voor ons mensen is het informatie (zie ook hier). Het klopt dus inderdaad dat de herkenning dat hier sprake is van informatie intelligentie impliceert, maar tot nu toe is dat alleen maar onze eigen intelligentie. Het betekent niet dat de gegevens in het DNA ook een intelligente oorsprong hebben.
Over de oorsprong van carnaval doen veel verhalen de ronde. Hoewel carnaval tegenwoordig vooral wordt gevierd in Rooms-Katholieke streken is de oorsprong van het feest veel ouder.
Zoals zoveel heidense feesten werd ook de viering van het nieuwe jaar gekerstend. Oorspronkelijk viel nieuwjaar aan het begin van de lente. De namen van onze maanden getuigen nog van het feit dat maart de eerste maand van het jaar was. De maandnamen zijn afgeleid uit het Latijn, waarbij bijvoorbeeld september, nu de negende maand van het jaar, het nummer zeven (sept) kreeg.
Waar de betekenis van het woord carnaval vandaan komt is niet zeker. Een veel gehoorde verklaring is dat het is afgeleid van het Latijnse ‘carne levare’ of ‘carne vale’, wat zoiets betekent als het vlees opruimen of verlaten. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de vastenperiode die na afloop van carnaval begint, als voorbereiding op Pasen. Ook ‘Mardi Gras’, vette dinsdag, verwijst naar een grote opruiming vlak voor de vastentijd. Een andere verklaring luidt dat het woord afkomstig is van ‘carrus navalis’, naar de scheepswagens die in veel optochten voorkwamen. Deze optochten waren een mengeling van Romeinse lentefeesten en de offerfeesten uit Griekse, Keltische en Germaanse riten.
In veel oude beschavingen werd de komst van de lente gevierd met offers aan de moedergodin. Als de dagen langer werden werd de wedergeboorte van de zon gevierd. De koning werd vaak gezien als de vertegenwoordiger van de zon op aarde en om wedergeboren te kunnen worden moest hij eerst sterven. Vandaar dat het koningsoffer en wijdverbreid ritueel was. Niet alleen bij de Germaanse en Keltische stammen; uit de Griekse en Egyptische mythologie en uit het rijk van de Inca’s en Azteken zijn verhalen over het koningsoffer overgeleverd.
Ook is bekend dat rond 2600 v.C. in het land van de Eufraat en de Tigris (het huidige Irak) een nieuw gebruik werd ingevoerd. Misschien raakten de koningen op, waarschijnlijk was er een slimme koning die liever niet zelf geofferd wilde worden. Hoe het ook zij, in die streken hoefden tijdens het lentefeest de slaven niet te werken. Sterker nog, ter ere van het Zagmoekfeest waren de slaven voor korte tijd heer en meester en moesten hun bazen hen bedienen in een groot feest van de omkering. Op de derde dag van het feest werd een versierd pronkschip op wielen in processie meegevoerd naar de tempel van Mardoek, de eerste koning van de Babyloniërs, die was geboren uit twee goden. In deze kar werd iemand meegevoerd die voor enkele dagen de rol van koning op zich had genomen maar eigenlijk een ter dood veroordeelde misdadiger was. Aan het einde van het feest werd hij ritueel vermoord.
In onze streken vierden de Germanen in de lente het feest van Moeder Aarde. Ook tijdens dit feest werd een schip op wielen in een luidruchtige stoet meegereden. Het lentefeest was een vruchtbaarheidsfeest. Op het schip werd een plaatsvervanger van de god Freyr meegevoerd en door een stoet mensen in diervermomming en mannen in vrouwenkleding zingend en dansend vergezeld. Aan boord van het schip werd het huwelijk van Freyr en een priesteres gevierd. Na afloop van dit feest moest de ‘god’ sterven om weer opnieuw geboren te kunnen worden.
Het laatst bekende koningsoffer heeft lang geleden plaatsgevonden en staat aan de wieg van het christelijk geloof. Ook Pasen is afkomstig van de oude lentefeesten. Het is niet voor niets dat met de viering van Pasen wordt herdacht dat de ‘koning der joden’ aan het kruis werd genageld, om drie dagen later weer te kunnen opstaan. Juist die wedergeboorte vormt een van de pijlers van het Rooms-Katholieke geloof. Evenals de mythische verbintenis van een maagd met een God die daaraan vooraf is gegaan. Goed beschouwd vieren wij christenen onbewust nog veel feesten die hun wortels in de dageraad van de mensheid hebben.
Inclusief de bijbehorende schranspartijen en drinkgelagen, zoals met carnaval.
Alaaf!!!!
In dit hoofdstuk probeert
Borger ons te overtuigen dat het idee van Darwin, evolutie door
variatie en natuurlijke selectie helemaal niet zo nieuw was als
wij eigenlijk geloven. Borger geeft een kort overzicht van de
geschiedenis van de evolutietheorie van voor Darwins tijd en
merkt terecht op dat men al eerder ideeën had dat soorten konden
veranderen over de tijd.
De meeste van die ideeën werden echter niet algemeen geaccepteerd omdat ze de tijdgeest tegen hadden en omdat een overtuigend mechanisme en met data onderbouwd betoog ontbrak. Iets wat Borger voor het gemak maar even vergeet.
Uiteindelijk beweert Borger dat het genie van Darwin vooral wordt toegeschreven aan het feit dat hij het mechanisme ontdekte dat het evolutionaire proces stuurt en het leven vorm geeft: natuurlijke selectie. Hij haalt hiervoor Francisco Ayala aan die zou hebben gezegd dat Darwin liet zien dat je natuurlijke selectie kunt begrijpen als een richtinggevend principe. Daarnaast wordt Ernst Mayer er nog bij gehaald omdat hij naar Darwins On the origin of species verwees als de grootste intellectuele revolutie in de menselijke geschiedenis.
Prompt wordt dan de vraag gesteld of Darwin wat dat betreft wel echt origineel was. En verdomd. Nee, dat is niet zo, dat weten we ook wel. Dat wist Mayer ook, en Ayala waarschijnlijk ook.
Natuurlijke selectie was al eerder
gepostuleerd door Wells en
Darwin verwees, toen hij dit in de literatuur ontdekte, dan ook
terecht naar Wells. Een andere tijdgenoot van Darwin, Blyth,
postuleerde dat de natuur er voor zorgde dat soorten constant
bleven of terugkeerden naar hun oervorm. Alles wat afweek van de
norm zou door de natuur benadeeld worden en alleen die individuen
die aan de norm voldeden zouden zich goed kunnen voortplanten en
nakomelingen krijgen.
De omgeving die er voor zorgt dat de soorten blijven zoals ze zijn. Dus niet, zoals Darwin uiteindelijk dacht, een kracht die ook soorten kan veranderen, afhankelijke van de omstandigheden.
Het probleem hiermee is dat Blyth er in zijn gedachtewereld duidelijk vanuit ging dat de wereld statisch en onveranderlijk was. Darwin had inmiddels ingezien dat dit niet altijd het geval was. En in een wereld waar de omgeving verandert (door migratie van het individu, of verandering van het klimaat etc…) zal, door natuurlijke selectie, de soort mee veranderen (of uitsterven).
In tegenstelling tot wat Borger beweert is het dus helemaal niet zo verbazingwekkend dat Darwin natuurlijke selectie gebruikte als kracht om zijn evolutietheorie te laten werken.
Aan het eind van het hoofdstuk betoogt Borger dat fokkers aan kunstmatige selectie doen merken dat iedere soort zijn begrenzingen heeft wat betreft hoe ver men een eigenaardige variatie kan doorfokken. En dat het niet mogelijk is om over die grenzen heen te gaan. Daar zit iets in, tenzij…er een mutatie optreedt die de variatie verder oprekt en die opgepikt wordt door de fokkers. Dan kan er vrij snel toch weer iets veranderen. En laat Borger daarvan een prachtig voorbeeld hebben klaar staan op zijn eigen blog in de vorm van een nog krommere snuit bij de Bull Terrier.
Samenvattend: Door te focusen op 1 klein aspektje ontkent Borger in dit hoofdstuk dat de combinatie van gegevens en gedachtes die Darwin de wereld aanbood een nieuwe kijk was. En daarmee maakt hij het zichzelf wel erg gemakkelijk.
En dan nog iets. Blyth gebruikte, voor zover bekend, niet de term natural selection. Borger verwijst in dit hoofstuk naar een artikel van Blyth, waarin in de vertaling wel het woord selectie er tussen wordt gemoffeld, hoewel het in het Engels niet in de tekst voorkomt.
Dezelfde wet [van selectie],
die door de Goddelijke Voorzienigheid werd
opgesteld....
is in het Engelse
origineel:
The same law, therefore, which was intended by Providence to keep up...
En Borger laat Wells het volgende
schrijven:
Selectie lijkt op dezelfde manier te werken in de natuur, hoewel langzamer
In het Engelse origineel (pagina 435) staat er echter:
But what is here done by art seems to be done with equal efficacy, though more slowly, by nature,
Waarin by art betekent door de mens.
Het woord (natural) selection komt in beide citaten (en in het bewuste boek van Wells, en in het hele oeuvre van Blyth) niet voor. Een slechte manier van vertalen en/of op een oneerlijke manier je gelijk halen wat betreft de originaliteit van Darwin. Voor een tipje van de sluier: kijk ook nog even op het blog waar selection nog is toegevoegd in het citaat van Wells. In het boek staat het er alsof Wells het zelf daar geschreven had.
Een deel van hoofsdstuk 1 is te vinden op Borgers blog. Opvallend is dat in dit hoofdstuk dezelfde fout wordt gemaakt met de naam van Alfred Russel Wallace als op het blog. De voornamen zijn verwisseld en plotseling heet de andere opsteller van de evolutietheorie Russel Alfred Wallace. Voor iemand die vervolgens zegt (zich erover beklaagt?) dat Wallace in dit verband minder vaak genoemd wordt als Darwin een wel erg storende fout. Schrijf dan in ieder geval zelf zijn naam op de juiste manier.
Overigens ook de eigenaardige opmerking over de verkoopsaantallen van The Origin…, genoemd door Rene Fransen in zijn recensie, staat in dit hoofdstuk.
…een echte negentiende eeuwse [sic] bestseller. Al op de eerste dag werden alle vijfhonderd exemplaren verkocht!
Zeer vreemd als je weet dat de eerst druk bestond uit 1250 exemplaren en dat het aantal exemplaren dat beschikbaar was voor de verkoop bestond uit 1170 stuks (kijk bijvoorbeeld hier). Hoe Borger bij de 500 komt (en het woord ‘alle’ voor ‘500’ moeten we hier niet vergeten) is dus niet duidelijk. Op zijn weblog heeft hij al toegegeven dat het een gokje was.
Zoals ook dit hele hoofdstuk een gokje is.
Zoals de meesten die dit blog
bezoeken weten heeft ons aller Dr. Peter
Borger PhD een boek uitgegeven met de titel Terug naar de
oorsprong of hoe de nieuwe biologie het tijdperk van Darwin
beëindigt. Door een gulle gift van 1 van onze bloggenoten is
het boek in mijn bezit gekomen en ik zal, zoals ik Borger heb
beloofd, er op mijn blog aandacht aan besteden.
Het boek werd op 24 november 2009
gepresenteerd, precies 150 jaar na het uitbrengen van de eerste
druk van On the Origin of Species by Means of Natural
Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle
for Life van Charles Darwin. Zowel publicatie tijdstip als
de titel zijn dus waarschijnlijk niet toevallig
gekozen.
Voordat ik in vervolgblogjes in ga op de verschillende hoofdstukken hier eerst maar eens een inleiding over de buitenkant. Het boek is opgedragen aan Liça de echtgenoot van Borger (die overigens niet onaardig schildert). In het dankwoord op de binnenkaft bedankt Borger zijn vader die blijkbaar het grootste deel van het boek voor Borger uit het Engels heeft (terug?)vertaald, zijn zus die het boek heeft geredigeerd, en de stichting ‘De oude wereld’ die de uitgave heeft mogelijk gemaakt.
Dat het bij deze stichting is uitgegeven is opvallend. Het doel van deze stichting is tweeledig 1. het bestuderen en uitdragen van de openbaring van God in de Bijbel, in het bijzonder met betrekking tot de "Oude Wereld", 2 Petrus 3:6 en in de natuur (Gods werken en Gods handelen). 2. Al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. ‘De grondslag van de stichting vormt de Bijbel, die wordt beleden als het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God.
Voor de wetenschappelijke pretenties van het boek spreekt dit eigenlijk al boekdelen. Deze stichting geeft duidelijk niet zomaar ieder willekeurig boek uit, tenzij het in overeenstemming is met wat zij denken dat de christelijke god en de bijbel bedoelt te zeggen.
Het boek bestaat uit twee delen. Deel 1 heet Het verloren paradigma en bestaat uit 11 hoofdstukken. Het tweede deel Terug naar de Oorsprong (met hoofdletter!) en bestaat uit 7 delen. Daarnaast zijn er nog een voorwoord, figuren, een verklarende woordenlijst en literatuurverwijzingen.
Het voorwoord zegt verder niet zoveel, behalve dat de schrijver zich afvraagt of het ..darwinisme werkelijk zo goed ondersteund [wordt] als men beweert? Het boek gaat hier een antwoord op geven. Het laatste gedeelte is wel interessant. De schrijver kondigt aan dat hij de biologie gaat verklaren met GUToB: Generale & Universele Theorie over Biologische Variatie.
GUToB gaat er vanuit dat de oorsprong van het leven niet kan worden beschreven in wetenschappelijke termen [zie ook zijn blog rechtermarge]. Dit omdat het leven niet een naturalistisch begin heeft.
De verklarende woordenlijst is ook illustratief voor de richting die dit boek inslaat. Naast normale biologie termen vind je bijvoorbeeld ook
Creatie: De handeling van de Schepper waarbij het universum onstond [sic] en de materie op zo’n manier werd gerangschikt dat het levende systemen werden.
Geloof: De overtuiging of veronderstelling dat iets waar of niet waar is. [heeft volgens Borger dus niets te maken met religie]
Ook Schepping en Schepper staan in de lijst. Bij Schepping wordt verwezen naar Creatie. Bij Schepper staat: De veroorzaker van het universum en de informatie die erin aanwezig is.
Alles wijst erop dat dit een
creationistisch boek is, wat waarschijnlijk betekent dat het
wetenschappelijk gehalte niet hoog zal zijn. Het Creationisme is
namelijk niet in overeenstemming met de huidige wetenschappelijke
kennis.
Tot slot nog een paar eigenaardigheden en foutjes:
In de woordenlijst wordt gebruik gemaakt van het woord species. Wie in de lijst kijkt bij species wordt verwezen naar het woord soort. Waarom in de lijst toch species staat zal wellicht bij lezing van de rest van het boek duidelijk worden.
Bij nucleotiden wordt vermeld dat
RNA net als DNA bestaat uit A (adenine), C (cytosine), G
(guanine), maar dat de guanine (uit het DNA) is vervangen door
uracil (U). Een typo die eigenlijk niet voor mag
komen.
Bertrand Russell heeft een, vind ik, aardig voorbeeld gegeven hoe religieus gelovigen zoal kunnen omgaan met het begrip "bewijslast". In zijn essay "An Outline of Intellectual Rubbish" (te vinden in Unpopular Essays [London: Routledge, 2009]) schrijft Russell het volgende:
I admire especially a certain prophetess who lived beside a lake in Northern New York State about the year 1820. She announced to her numerous followers that she possessed the power of walking on water, and that she proposed to do so at 11 o'clock on a certain moment. At the stated time, the faithful assembled in their thousands beside the lake. She spoke to them saying: 'Are you all entirely persuaded that I can walk on water?' With one voice they replied: 'We are.' 'In that case', she announced, 'there is no need for me to do so.' And they all went home much edified.
Je mag zwart zijn als je je maar wit gedraagt
Waarom is het recht op non-discriminatie niet absoluut?
Scholen mogen leraren niet ontslaan op grond van “het enkele feit” van hun geaardheid. Zo staat het in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). Deze inmiddels beruchte “enkele feit constructie” heeft veel vragen en onzekerheden opgeroepen. Als het niet het “enkele feit” is, wat dan wel? Een uitdrukkelijke homoseksuele levenswijze die haaks staat op Bijbelse teksten en interpretaties? Christelijke scholen trekken rond de “enkele feit” constructie een grote mist op met verwijzing naar de godsdienstvrijheid. Vandaag bespreekt de Tweede Kamer schrapping van de “enkele feit” clausule. Maar de mist lijkt daardoor niet echt op te trekken.
De Kamerstukken spreken in navolging van de Raad van State omzichtig over “de juiste balans moet worden gevonden tussen verschillende vrijheden of grondrechten”. In concreto gaat het om een drietal: vrijwaring van discriminatie, vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs.
Het feit dat over die balans wordt gesproken veronderstelt reeds een potentiële botsing tussen die rechten en vrijheden. Wie de noodzaak van een balans stelt, erkent dat er een overgangsgebied is, een schimmig gebied dus, waar met vrijheden kan worden gejongleerd. Op de vraag waar de botsing tussen die vrijheden en rechten nu daadwerkelijk plaatsvindt, bieden de Kamerstukken geen duidelijk antwoord. Zo bezien is het argument dat vrijheden en grondrechten kunnen botsen een drogreden. Men zou eerder vermoeden dat ook anno 2010 in ons land godsdienst een absoluut argument is dat geen onderbouwing behoeft en dat alle andere vrijheden en rechten daaraan ondergeschikt blijven. Dat is het luchtje.
Mijn lezers en medebloggers zullen het mij niet kwalijk nemen dat ik, al was het maar voor even, al die lelijkheid en ik wil bijna zeggen: die intrinsieke walging die ik ervaar bij de discussies over godsdienst, haat zaaierij en discriminatie, van mij af wil schudden. Misschien, heel misschien is er de bevrediging van een zuivere uitkomst die mijn rechtsgevoel streelt, maar is dat dan ook mooi en werkelijk een verademing?
Ik wil de discussies niet de modder in trappen. Dat kan ik ook niet, want het raakt mij net als vele anderen ten diepste hoe intens lelijk, ja weerzinwekkend bepaalde menselijke preoccupaties kunnen zijn. En meer dan dat. Dus ik keer mijn hoofd er niet van af in machteloze berusting. Want van de geschiedenis ben ik al te zeer doordrongen.
Zal de wereld beter worden wanneer religieuze overtuigingen van onze aardbodem zijn verdwenen? God mag weten wanneer dat ooit gebeurt. Het is niettemin een serieuze vraag. Welke claim legt alleen al de herinnering aan godsdienst niet op ons besef van de verhoudingen in onze wereld, laat staan de realiteit ervan?
Maar weg ermee. Even niet. Even iets anders. En in mijn speurtocht naar innerlijke verademing kom ik iets prachtigs tegen dat ik graag met u wil delen. Een discours over schoonheid en de keuze die wij als mensen hebben om belangeloos van die schoonheid te genieten zonder daarvan bezit te willen nemen. Ja inderdaad! Hoeveel schoonheid wordt niet door ons verloederd omdat wij het willen vastgrijpen voor ons zelf.
Ik vind de videoclip in zes delen waarvan ik hier de link geef naar eerste aflevering inderdaad een prachtig voorbeeld van een wandeling door een realiteit die ons dichtbij het ideaal brengt, niet door wat wij zeggen of vinden, maar door wat wij zien en ervaren, alleen – of met elkaar.
Ik ben overtuigd dat Plato gelijk had. Hij herinnert ons eraan dat wij de dingen het best kunnen ondergaan zoals zij zich aandienen, zonder dogma, zonder vooropgesteld idee of verlangen – en zonder belang. Het ideaal van onze platonische liefde, niet alleen voor personen die ons raken door hun schoonheid maar voor de hele wereld die ons omringt. Wie wil dan praten over haat en discriminatie. Afschuwelijk. Ik liever niet, in elk geval.
Ja, dit vind ik een verademing. Ook de navolgende vijf delen zijn op Youtube te vinden.
Peter Borger is een zelfverklaarde creationist die in op de Volkskrantsite een weblog heeft over een theorie die de evolutietheorie, 151 jaar geleden geformuleerd door Charles Darwin, zou wegvagen. Door zijn eigen gedrag is hij van verschillende weblogs verbannen, mag daar graag over klagen, en voert het aan als "bewijs" dat het wetenschappelijke establishment doof en blind is voor nieuwe theorieën.
Nu is Peter Borger er zelf toe over gegaan om verschillende personen die een inhoudelijke discussie met hem proberen aan te gaan - hetgeen een "heidens" karwei is gegeven zijn fundamentalistisch religieuze gedrag - van zijn weblog te verbannen. Dit is even een verzamelplaats voor diegenen die verbannen zijn.
DE ISLAM MOET HET NEDERLANDSE RECHT ONVERSCHILLIG BLIJVEN
Wilders voert een intrinsiek verkeerde strijd
Het is bijna aandoenlijk om te moeten aanschouwen. De eenzame kruisridder uit Limburg wil in Amsterdam rechtens aantonen dat een bepaalde godsdienst “intrinsiek kwaadaardig” is. Ik heb net – via internet - enkele debatten gevolgd in Engeland waarin serieuze mensen met succes – voor een groot publiek – een vergelijkbare stelling verdedigde over de het rooms-katholicisme. Ik heb geen enkele politieman of lid van een Openbaar Ministerie zien binnenlopen om de discussie daarover te stoppen. (*)
De intrinsieke goedheid of kwaadaardigheid van een bepaald geloof is niet vatbaar voor enigerlei uitspraak van een Nederlandse rechter. Ik neem aan dat Wilders’ advocaat Moszkowicz dat toch ook begrijpt. Maar wat ik vervolgens niet begrijp is dat hij zijn cliënt niet van deze onbegaanbare weg afbrengt. Wat in mijn ogen vatbaar is voor een uitspraak van de Nederlandse rechter is de vraag of welke publieke stelling dan ook over enig geloof überhaupt vatbaar is voor de werking van het strafrecht. De Islamdeskundigen die Wilders wil oproepen als getuige doen dus helemaal niet terzake.
Of dit ook de overwegingen zijn van de rechtbank die de getuigen van Wilders vrijwel allemaal heeft afgewezen, kan ik niet beoordelen. Maar ik hoop dat ook de rechters van oordeel zijn dat hier uitsluitend een juridische vraag aan de orde is: welke vrijheid hebben wij om in het openbaar onze opvattingen te uiten over bepaalde geloofsrichtingen, welke zin of onzin wij daarover ook debiteren. Als ik het eerder vermelde Engelse voorbeeld neem, zou ik zeggen: een onbeperkte vrijheid.
Ook voor het overige maken Wilders en zijn advocaat het onnodig ingewikkeld. Als het OM vindt dat hij de wet heeft overtreden: laat dat dan maar zien. Was hij bezig met haat zaaien en discrimineren of niet? Dat is de enige vraag die telt.
(*)
Het debat ging over de stelling: “De Katholieke kerk is een positieve kracht in onze tijd”. Met een zeer ruime meerderheid van de uitgebrachte stemmen werd deze stelling verworpen.
http://www.secularism.org.uk/intelligence-squared-debate.html
Sinds 2008 is iedere gemeente verplicht om een “archeologische waardenkaart” samen te stellen, zodat daar o.a. rekening mee kan worden gehouden bij toekomstige bouwplannen.
In Staphorst nu heeft dat tot een kleine controverse geleid. In het concept-rapport dat de gemeente heeft laten opstellen, wordt gesproken over vondsten die mogelijk tienduizenden jaren oud zijn. En dat kan natuurlijk helemaal niet, althans volgens “een groot deel van de inwoners van die gemeente”. Die geloven immers dat de aarde hooguit zesduizend jaar oud is en tja.. hun stem telt natuurlijk ook.
Volgens de fracties van de SGP en de CU zou “in een rapport dat door die gemeente wordt betaald” dan ook op zijn minst “een passage over de schepping moeten staan”.
De verantwoordelijke wethouder ziet er geen been in en belooft dat er aandacht aan zal worden besteed. “Het wetenschappelijke bureau voegt nu een paragraaf aan het rapport toe, waarin wordt uitgelegd dat geloof en wetenschap soms duizenden jaren uit elkaar kunnen staan”.
En ach, hij heeft ook wel een punt. Ik vind eigenlijk ook dat we dit soort afwijkende meningen moeten aanmoedigen. Ik stel dan ook voor dat we vanaf nu aan alle wetenschappelijke rapporten de bijbelse visie toevoegen, want dat bevordert de dialoog en misschien zelfs de discussie en dat kan alleen maar tot waarheidsvinding leiden.
Maar... voor wat hoort wat.
Als we wetenschap en geloof dan op een lijn stellen, dan moeten er ook maar eens een paar paragrafen worden toegevoegd aan religieuze geschriften. Of weet je wat? Maak er eigenlijk maar meteen een hele vernieuwde versie van Genesis van. Waarin dan ook wordt uitgelegd dat geloof en wetenschap "soms nogal ver uit elkaar kunnen staan”. En dat er bijvoorbeeld zoiets is als koolstofdatering, een methode waarmee de leeftijd van allerlei materialen tamelijk nauwkeurig kan worden vastgesteld, in elk geval tot zestigduizend jaar terug.
En dat middels astronomische berekeningen met behulp van o.a. de snelheid van het licht kan worden aangetoond dat het universum hoogstwaarschijnlijk nog ietsjes ouder is dan dat.
Tenslotte zijn er ook miljoenen mensen die - om een of andere onverklaarbare reden - net even wat meer vertrouwen op de wetenschap dan op het scheppingsverhaal. En tja.. hun stem telt natuurlijk ook.
Dus wat dacht u ervan.. dames en heren van de SGP en de CU?
Gelijk oversteken?
Of kerk en staat bij nader inzien toch maar liever gescheiden houden?
…misschien zelfs wel een leugenaar…
Hoe dom denkt die man dat we zijn?
Of zou hij het werkelijk menen?
Vooraanstaand Moslimtheoloog is trots op overeenkomst met Nazi's !
Het is helemaal cultureel bepaald wat iemand nu eigenlijk als haatzaaiend of beledigend ziet.
In Nederland wordt het Wilders als 'haatzaaien' zeer aangerekend
:
De Islam heeft hij "fascistisch" genoemd en op een lijn gesteld
met het Nazisme uit de Tweede Wereldoorlog.
De vooraanstaande en invloedrijke moslimtheoloog Al Qaradawi, een van zijn bewonderaars is de PvdA-politicus Marcouch uit Amsterdam,
- duidde Hitler aan als iemand die de wil van God uitvoerde en
- spreekt in de hierna volgende video de hoop uit dat de volgende keer dat de Joden hun plaats moet worden gewezen, de aanhangers van zijn geloof dat weer mogen doen.
Al Qaradawi lijkt er eerder trots op te zijn dat we een overeenkomst tussen zijn streven en dat van Hitler zien.
En dan zouden de juristen een dergelijke vergelijking aan Wilders gaan aanrekenen als strafbaar feit ..?
Daar lijkt toch een logische fout gemaakt te worden.
http://www.youtube.com/v/HStliOnVl6Q
http://www.liveleak.com/view?i=7ce_1233505656
Allah Imposed Hitler Upon The Jews To Punish Them : Al-Qaradhawi
Dochter Rozanne van bijna vijf
jaar oud kent Rome niet. Ze heeft er zelfs nooit van gehoord. Het
begrip Italië komt haar wel bekend voor door een vakantie
toen ze drie was. Wat ze wel kent zijn Barcelona en de Canarische
eilanden, Oostenrijk en Portugal.
Het is er eind januari te koud voor strand, terrassen en speeltuinen. Het is dus zaak wat spanning op te bouwen. Nu is ze dol op spaghetti en op kerken. Om de reis naar Rome ook voor haar qua voorpret aardig te maken appelleren we dus aan die haar aansprekende zaken.
“In Rome is de allergrootste kerk van de wereld“ , vertellen we haar. Als ze hoort dat die kerk wel 100 keer zo groot is als het zaaltje bij het winkelcentrum dat als RK kerk dient, begint ze te stralen. Verder vertellen we haar dat de Paus daar in die grote kerk woont en dat hij de baas is van alle kerken.
30 jaar geleden zou ik niet hebben kunnen denken dat ik dit soort dingen zou uitspreken. Als hervormd opgevoede jongen vond ik alles wat katholiek was raar, ongerijmd en nep. Nu dertig jaar later snap ik dat het leven dermate ongerijmd is dat een katholiek geloof dit niet erger of minder erg maakt. Bovendien is het RK volk vaak het beroerdste niet. En de leerlingen van de Zeister RK school De Griffel vormen bovendien een mooie doorsnee van de bevolking, een goede biotoop voor haar opgroeien.
Vragen, veel vragen stelt ze nu. `Mama, die Paus lijkt wel een soort Sinterklaas met een gouden hoed, maar hij geeft zeker geen kado‘s. En `Papa, zijn er meer mensen daar en ook hulpjes voor die Paus?`. Ze kijkt verheugd wanneer ik haar vertel dat de pizza in Italië is uitgevonden en dat er in Rome heel veel spaghetti is. Haar vraag of de papagaaien daar ook uitgevonden zijn moet ik helaas ontkennend beantwoorden.
Meanwhile leer ik alle goede en betaalbare restaurants in Trastevere en omliggende gebieden uit het hoofd aan de hand van sites en boekjes en weet ik nu al dat we in ieder geval Campana en Pommidori en waarschijnlijk ook Isole di Sicilia bezoeken (ons appartement is daarboven). Mijn vrouw verheugt zich op het aanwezige Adsl en de dvd met divx, de gezellige omgeving en de bezienswaardigheden (de vorige keer heb ik haar het Pantheon nog door de neus geboord).
Wat we met al die bezienswaardigheden moeten? Kweenie. De meeste heb ik al eens of vaker gezien. De Sixtijnse Kapel is mooi. Maar dan van een soort ongemakkelijke mooiheid of indrukwekkendheid die hetzelfde is bij een uitzichtspunt van de Grand Canyon. Je kunt vijf minuten staan kijken en zeggen `wat mooi`. Je kunt dat 10 minuten doen. Maar op enig moment krijg je het gevoel dat langer kijken niets toevoegt maar dat weggaan ook weer not done is, na 10 minuten al.
Gisteren liepen we door het winkelcentrum in Zeist en er brandde licht in de kerkzaal. Rozanne was erdoor geobsedeerd. “Weet je wat” zei ik. “Je mag er wel even naar binnen en dan kun je vertellen dat je naar Rome gaat waar de baas van alle kerken woont, ook van deze kerk!”. Zonder enige gene liep ze er gedecideerd naartoe en probeerde de deur open te krijgen om vol trots haar reis naar Rome te melden. Ik geneerde me wat. Zou ik haar op deze manier niet wat al te gek aan het maken zijn? De deur bleek gelukkig toch gesloten.
