Admin: Martin Broek
Wapenhandel
Het geven van meningen en feiten over (Nederlandse) wapenhandel.
Informatie
nog nooit was er zo veel van
Ook al trekt Nederland zich nu terug uit Afghanistan het blijft door een NAVO instituut in Den Haag betrokken bij de oorlog in het land. Onder de kop ‘War Speeds NATO Technolog Procurement’ beschrijft het Amerikaanse militaire weekblad Defense News hoe bij het NC3A in Den Haag wapentechnische oplossingen worden verzorgd voor militaire problemen in Afghanistan. Naast de duizenden soldaten zet de NAVO ook technici en managers in. Het is voor het eerste dat dit op grote schaal gebeurt. Doordat de techneuten ter plaatse zijn kan snel nieuwe technologie geleverd worden die voldoet aan de wensen van de militairen ter plaatse. Die technici kunnen soms binnen enkele minuten reageren, zegt Marty Angeli, een manager van het NC3A in Afghanistan.
Schilderijen doen ons geloven dat Napoleon tijdens zijn veldtochten vaak op een heuvel of vanuit zijn zadel de troepen overzag. Ook in zijn tijd waren er echter al stafkaarten, uitgebreide krijgsplannen en kon je binnen in een tent schematisch de situatie overzien. Wel zo comfortabel. Twee eeuwen later is het beeld van de oorlog sterk veranderd. Oorlog kan net als destijds gevoerd worden op zee en land, maar ook in lucht, onderwater en vanuit de ruimte. Napoleon zou zich geen weg weten tussen de beeldschermen en veelheid aan informatie die verwerkt moet worden. Satellieten en gevechtsvliegtuigen verzamelen actuele informatie. Radars kijken over de horizon en generaals zetten onbemande vliegtuigjes in om inlichtingen te verzamelen en tegenstanders uit te schakelen. De militairen ‘op de grond’ en informanten sturen hun gegevens naar de commandocentrales. Informatie is altijd essentieel geweest voor oorlog, maar nog nooit was er zoveel van.
Een militaire staf kan leiden aan een informatie overflow. Hier komt een belangrijk deel van de taak van het Haagse agentschap om de hoek kijken. Oorlog wordt gevoerd vanuit een netwerk en het is de taak van het NC3-agentschap ervoor te zorgen dat dit netwerk optimaal functioneert. Het agentschap beperkt zich daarbij niet tot de taken commandovoering en controle (besturing) die in haar naam zitten. Het onderzoekt, test en verbetert ook middelen voor het verzamelen van inlichtingen, bewaking en verkenning. En hoe al die informatie efficiënt kan worden gedragen naar mens en wapensysteem. Militairen zelf vatten dit geheel samen met de afkorting C4ISR (Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance). Dat dit de ene keer net-centric warfare wordt genoemd en men de volgende keer volstaat met C2, C3, C3I of nog langere afkortingen is daarbij van ondergeschikt belang. Steeds weer gaat het over het gebruik van informatie. Bij de ene afkorting iets minder complex dan bij de andere.
Bij het NC3A op de Waalsorpervlakte werken 600 mensen. In Brussel bij het NAVO-hoofdkwartier heeft de organisatie nog een vestiging met 200 werknemers. In 2008 besteedde het NC3A 300 miljoen aan materieelverwerving. Het instituut heeft de afgelopen jaren snel drukker gekregen, want ze is actief in alle operatiegebieden van de NAVO: “inclusief de Balkan, Afghanistan en Irak,” schrijft algemeen directeur de Belg Georges D'hollander. De kracht is gelegen in analytische kennis, het gebruik van interne NAVO-informatie en de onderzoekscapaciteiten en pragmatisme. Dit laatste is binnen een militaire verdragsorganisatie waar landen op nationaal niveau beslissen een even groot goed als technische kennis. Er wordt niet gezocht naar de beste oplossing. Er wordt gezocht naar een haalbare oplossing voor militaire problemen, waar alle deelnemers aan een wapensysteem of operatie mee uit de voeten kunnen.
Om bruikbare systemen te ontwikkelen werkt het NC3A samen met de industrie. De lijst met partners is indrukwekkend. Hij loopt van de grote wapengiganten Lockheed Martin, Raytheon en British Aerospace Systems tot gespecialiseerde Nederlandse bedrijven als Castor Networks B.V. en de grootste Nederlandse wapenproducent, Thales.
Als je als bedrijf wordt binnengehaald heb je gelijk meerdere klanten. "Dit programma zal onze basis in Europa vergroten en ons in staat stellen C2 technologie te leveren aan ieder NAVO-land,” aan het woord is Paul Davison, uitvoerend directeur van Northrop Grumman Mission Systems Europe nadat zijn bedrijf is gekozen om commando en informatie systeem te leveren aan alle marine hoofdkwartieren binnen de NAVO. "Met het besluit laat de NAVO zien dat ze nog steeds vertrouwen heeft in ons Europese team," vervolgt Davison tegen spacewar.com.
Dat het NC3A in Nederland is gevestigd betekent dat Nederlandse bedrijven een grote kans hebben om geschakeld te worden. Ze komen dan ook relatief vaak voor in de lijst met Basic Ordering Agreements.
Het NAVO-agentschap is een knooppunt voor toepassingen op het gebied van militaire technologie. Ook met niet-NAVO-landen Zweden en Finland zijn er samenwerkingsprojecten. Zo wordt het gemakkelijker om met deze landen militaire gegevens uit te wisselen gedurende operaties. Zo integreert het NC3A de niet tot de NAVO behorende EU landen in het NAVO-systeem.
Oorlog
De doelstelling van het NC3A is niet om de defensie-industrie aan werk te helpen of via een omweg landen te integreren, al is dat mooi meegenomen. Het gaat erom de gezamenlijke NAVO en nationale wapenprogramma’s te sturen. Daardoor kan de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie of coalitions of the willing, waaraan NAVO-landen deelnementijdens missies optimaal optreden. Informatie wordt op alle militaire niveaus gebruikt van commandocentrale tot troepen in het veld. De NAVO reactiemacht (NRF) heeft bijvoorbeeld over geavanceerde communicatieapparatuur en satelliet communicatie. Als je wereldwijd inzetbaar moet kunnen zijn binnen vijf dagen, dan moet je mobiele communicatie systeem in orde zijn. De aanpassing van de C3-systemen was een prioriteit bij de reorganisatie van de NAVO. Een groot deel van de Haagse NC3A-activiteiten is dan ook gericht op verbeteringen van de communicatie en informatie systemen binnen de NAVO-landen. Het NC3A zorgt ervoor dat NAVO-troepen eerder de informatie hebben om gevechtsklaar te zijn.
Van alle huidige NAVO operaties is die in Afghanistan veruit de grootste en gecompliceerde. Er zijn verschillende multinationale overlappende operaties gaande: de Operation Enduring Freedom (OEF) de oorlog tegen het internationale terrorisme van de Verenigde Staten en bondgenoten en the International Security Assurance Force (ISAF) die door de NAVO wordt geleid. Het ene land is volop betrokken en een ander levert enige tientallen militairen of burgers.
De belangrijkste bijdrage van het NC3A was er voor zorgen dat alle in Afghanistan verzamelde informatie voor iedereen bruikbaar en overzichtelijk in de commandocentrales komt. Dit terwijl elk land wel met zijn eigen apparatuur en technologie kan blijven werken. Het resulterende systeem wordt zowel binnen ISAF als OEF gebruikt. Niet alleen vereenvoudigd het de communicatie, het zorgt ook voor distributie op maat. De ene commandolaag krijgt automatische meer of andere informatie dan een andere. Ook op het niveau van deelnemende landen wordt informatie gezeefd. Niet alle informatie is voor alle landen bestemd. Dat klinkt op misschien vreemd, maar het is wel de dagelijkse praktijk binnen de NAVO, waar het ene land meer gelijk is dan het andere.
In 2002 zorgde het NC3A samen met Thales voor een systeem bedoeld voor het verzamelen van informatie, bewaking, doelaanwijzing en verkenning voor Operation Enduring Freedom van de Fransen en Amerikanen in Afghanistan. Dit bij interventies inzetbare systeem met sensoren voor inlichtingen wordt nu werldwijd in een glossy folder aangeboden aan klanten.
Daarnaast zijn er tal van kleinere initiatieven gaande, zoals voor het gebruik van geografische gegevens. Voor het eerst vechten alle NAVO-troepen met dezelfde kaart. Dat lijkt een fluitje van een cent, maar het agentschap is er trots op en het wordt in verschillende militair publicaties gemeld.
Een ander project moet er toe dienen dat bermbommen minder schade aan kunnen richten. Ook hierbij gaat het vooral om het verzamelen en distribueren van informatie. Die bermbommen zijn een koekje van eigen deeg. Italiaanse mijnen die de VS in de jaren tachtig aan Afghanistan leverden zijn een voornaam onderdeel van dit meest dodelijke Taliban wapen, zo blijkt uit stukken vrijgekomen door een Freedom of Information procedure in de VS en onderzoek van onderzoeksjournalist Gareth Porter. Beter was het geweest dat de Verenigde Staten de landmijnen niet had geleverd waarmee nu een groot deel van de bommen wordt gemaakt.
De vestiging in Nederland betekent dat Nederland met handen en voeten gebonden is aan de NAVO-operaties. Ons leger kan al dan niet deelnemen aan een militaire operatie, maar de onderzoeken op de Waalsdorpervlakte, die er toe moeten leiden dat de strijd effectiever kan worden voortgezet, gaan door. Daar helpt geen Kabinetsbesluit aan en zelfs geen Regeringscrisis. Nu was de afgelopen crisis daar ook niet om begonnen. Die ging over de standvastigheid van de PvdA en om het permanent uitwonen van het Nederlandse leger. Mocht het in de toekomst wel om een principieel meningsverschil over de doelstelling van een missie gaan, ook dan is Nederland in de praktijk onderdeel van de NAVO-operaties en fysiek betrokken. Ook al is ze er zelf niet bij. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om een NAVO-operatie die volgens de Tweede Kamer een volkenrechtelijk mandaat ontbeert. Niet ondenkbaar met Irak en Kosovo in gedachte.
Het NC3A levert ook technologie toegesneden ...
Vervolg morgen
Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.
Clustermunitie is onnauwkeurig en maakt veel burgerslachtoffers, vaak nog jaren na dato. Ruim tachtig landen tekenden het Clustermunitieverdrag, dat gisteren van kracht werd, nog niet. Waaronder de VS, Rusland en Israël, landen die clustermunitie produceren én gebruiken. Wanneer tekenen zij? En hoe werkt Nederland, dat het verdrag wel tekende, met hen samen?
Clustermunitie eist veel burgerslachtoffers
Clustermunitie bevat tientallen kleinere explosieven die in de lucht loslaten en daardoor over een groot gebied verspreid raken. Heel handig als je een landingsbaan wilt bombarderen, dan kun je een mooi tapijt leggen. Maar ook lastig, want je kunt moeilijk onderscheiden wat je wel en niet gaat raken. Clustermunitie is dan ook berucht vanwege haar onnauwkeurigheid.
Veel van die explosieven ontploffen bovendien niet, maar blijven onontploft liggen en vormen daarmee de facto één groot mijnenveld. Kinderen worden aangetrokken tot wat er – mede door de vaak felle kleuren – uitziet als speelgoed.
Zij behoren dan ook tot de grootste groep slachtoffers. Sowieso treffen de projectielen vooral burgers, namelijk in zo’n 98 procent van de gevallen. Zoals de Nederlandse cameraman Stan Storimans, die twee jaar geleden in de Georgische stad Gori de dood vond door een Russische clusterbom. Overigens gebruikte ook Georgië zelf in die strijd clusterbommen.
Langdurige gevolgen
Landen waar in het verleden clustermunitie gebruikt werd, kampen anno nu nog steeds met de gevolgen. In Laos liggen dertig jaar na het Amerikaanse bombardement nog steeds 75 miljoen clusterbommen. In Zuid-Libanon werden in 2006 door het Israëlische leger in minder dan twee maanden tijd 48 miljoen vierkante meter land omgetoverd tot een mijnenveld. Ruim vier miljoen clusterbommen werden er afgevuurd, waarvan ruim veertig procent niet ontplofte. Nu, vier jaar na de oorlog, is slechts de helft van het gebied ontmijnd.
Het spreekt voor zich dat deze mijnenvelden schade aanrichten, land en wegen ontoegankelijk maken en de wederopbouw belemmeren. Dat speelt niet alleen in Laos en Zuid-Libanon, maar ook in Vietnam, Cambodja, Kosovo, Afghanistan en Irak. Vanwege de grote gevolgen voor de burgerbevolking en de langdurige nasleep is het dan ook goed nieuws dat op 1 augustus 2010 het Clustermunitieverdrag in werking treedt.
Het Verdrag inzake Clustermunitie
Het Clustermunitieverdrag verbiedt het gebruik, de productie, opslag en de overdracht van clustermunitie. Verdragspartijen moeten bovendien de achtergebleven bommen ruimen en de slachtoffers ondersteuning bieden. Afgelopen februari was het verdrag door dertig landen geratificeerd, waardoor het nu, zes maanden later, onderdeel gaat uitmaken van het humanitair oorlogsrecht, waar ook de Geneefse Conventies toe behoren. Op dit moment is het verdrag ondertekend door 107 landen, waaronder Nederland, en door 38 landen geratificeerd (zie onderstaande kaart).
De ‘schandpaal’
107 Landen ondertekenden het verdrag. Meer dan tachtig dus nog niet. De verwachting is dat ondertekening bij een aantal landen op flink verzet zal stuiten, net als eerder het verdrag tegen landmijnen. Supporters van het verdrag hopen daarom dat het gebruik van clustermunitie toch zal afnemen, doordat het afbreuk doet aan je goede naam als je – nu het verdrag van kracht wordt – toch nog clustermunitie blijft gebruiken. Ofwel: naming and shaming kan het gebruik verminderen, denkt men.
Op de website van de Cluster Munition Coalition staat een interactieve kaart waarmee je de details van elk land kunt bekijken, ook van de niet-ondertekenaars. Onder deze landen vinden we merkwaardig genoeg ook vier slachtoffers, landen die clustermunitie produceren noch gebruiken doch er wel ooit mee bestookt zijn. Dit zijn Cambodja, Grenada, Tadzjikistan en Vietnam.
Ook vinden we er 34 ‘onschuldige’ landen, landen die geen clustermunitie produceren, er niet over beschikken en het ook nooit gebruikt hebben. Dit zijn: Andorra, Armenië, de Bahama´s, Bangladesh, Barbados, Belize, Bhutan, Brunei, Dominica, Equatoriaal-Guinee, Eritrea, Gabon, Guyana, Kirgizië, Kiribati, Letland, Maldiven, Maleisië, Marshalleilanden, Mauritius, Micronesië, Myanmar, Nepal, Oost-Timor, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Solomonseilanden, Suriname, Swaziland, Tonga, Trinidad en Tobago, Vanuatu en Venezuela.
Dan zijn er ook nog flink wat landen, waaronder veel Arabische en voormalige Sovjet-Unie landen, die weliswaar beschikken over voorraden clustermunitie, maar die voorraden nog nooit hebben aangesproken. Dit betreft de volgende 22 landen: Algerije, Azerbeidzjan (tevens slachtoffer), Bahrein, Cuba, Estland, Finland, Jemen, Jordanië, Kazachstan, Koeweit (tevens slachtoffer), Mongolië, Oekraïne, Oezbekistan, Oman, Qatar, Sri Lanka, Syrië, Thailand, Turkmenistan, Verenigde Arabische Emiraten, Wit-Rusland en Zimbabwe.
Wat we daarna overhouden is een lijst van 26 landen, veel te lang dus, die clustermunitie produceren en/of gebruiken. Soms werden ze zelf eveneens slachtoffer van clustermunitie. Die landen heb ik even in een staatje gezet:
Hoe zit het met Nederland?
Nederland is een van de landen die in het verleden clustermunitie produceerden en gebruikten, bijvoorbeeld in Kosovo en Servië. We zijn bezig onze voorraden af te bouwen, maar dat kan nog acht jaar duren. Nederland heeft het verdrag al wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Het wetsvoorstel daartoe is op 1 juli 2010 door de Tweede Kamer aangenomen. Daarmee zijn we er nog niet, want ook de Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog goedkeuren en dat kan een hele tijd duren. Het staat pas op 14 september op de agenda van de commissie Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. Reden voor het Rode Kruis om de Eerste Kamer tot spoed te manen. Zolang Nederland het verdrag namelijk niet heeft geratificeerd, hebben we aan de onderhandelingstafel ook geen stemrecht bij de verdere uitwerking van het verdrag. En de eerste bijeenkomst van de verdragspartijen vindt al plaats van 8 tot 12 november a.s. in Laos. Verder zijn er een aantal opmerkelijke zaken die spelen in de Nederlandse discussie.
Investeringsverbod
Het verdrag bindt weliswaar staten, maar individuele burgers en instellingen zijn er niet aan gehouden. Daarom nam de Tweede Kamer op 8 december vorig jaar een motie aan om Nederlandse banken en pensioenfondsen te verbieden te investeren in clustermunitie. Een belangrijk verbod, want wereldwijd wordt er door bijna 140 financiële instellingen nog steeds zo’n 20 miljard dollar in clustermunitie geïnvesteerd.
Wouter Bos was als toenmalig minister van Financiën geen voorstander van zo’n verbod. Hij vond dat bedrijven dat zelf maar moesten uitmaken. Ook zijn opvolger, Jan Kees de Jager, zag er weinig brood in. Hij stelde zich samen met Donner van Sociale Zaken op het standpunt (.pdf) dat:
zeer terughoudend wordt omgesprongen met het opleggen van beperkingen aan financiële instellingen ten aanzien van het door hen te voeren beleggingsbeleid.(…) Iedere ondernemer staat immers voor andere uitdagingen en dilemma’s.
Zij zagen er bovendien weinig noodzaak toe, omdat de Nederlandse financiële instellingen al op de goede weg zijn. En tot slot zagen zij een handhavingsprobleem: je kan het wel verbieden, maar dat is moeilijk te controleren. Sterker nog:
Verwacht moet worden dat een verbod zelfs averechtse werking zal hebben. Immers de trend naar toenemende zelfonthouding die wij in het voorgaande geconstateerd hebben, zal abrupt worden afgebroken, gegeven dat men niet kan rapporteren over wat verboden is. Vermoedelijk zullen beleggingsinstellingen die niet uit eigener beweging zich uit deze investeringen terugtrekken, andere wegen vinden voor hun investeringen. Die «andere wegen» zullen zich aan het oog onttrekken en daardoor waarschijnlijk opnieuw gaan groeien.
Ze deelden de Kamer dan ook mee de motie niet uit te zullen voeren. Het is natuurlijk merkwaardig om wel onder ogen te zien hoeveel leed clustermunitie veroorzaakt en het gebruik ervan te willen verbieden, maar tegelijkertijd wordt bedrijven geen strobreed in de weg gelegd om erin te investeren. Kennelijk is het financieel beleid van onze bedrijven belangrijker dan de slachtoffers. En hadden verdragspartijen niet ook de verplichting om anderen af te houden van het produceren en gebruiken van clustermunitie? De ministers noemden het symboolpolitiek, maar ze wijken daarmee wel af van bevriende naties als België, Nieuw-Zeeland, Luxemburg, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, die alle wel een investeringsverbod kennen. Het kabinet is roomser dan de paus. Onlangs riepen zelfs twee pensioenbeleggers de politiek zelfs op tot een investeringsverbod.
Assisteren bij doorvoer
Tijdens het Kamerdebat op 30 juni jl. (.pdf) pleitten onder meer Jasper van Dijk van de SP en Arjan El Fassed van GroenLinks voor een doorvoerverbod van clustermunitie en een verbod op het verlenen van assistentie aan derden. Van Dijk:
Het verbod op assistentie is interessant in verband met de doorvoer van clusterwapens. De doorvoer van clustermunitie valt volgens de regering niet onder het verbod op assistentie. Dat is merkwaardig, want als bijvoorbeeld Amerikaanse clustermunitie via de haven van Rotterdam of door ons luchtruim naar oorlogsgebied wordt vervoerd, assisteren wij bij het gebruik van deze wapens, die we met het verdrag afwijzen. Dat gaat dus tegen de aard van het verdrag in.
Minister Verhagen reageerde als volgt:
Het verdrag bevat geen verbod op doorvoer, maar slechts op overdracht.
″Transit″ is niet verboden, maar ″transfer″ wel. Het over Nederlands grondgebied vervoeren van clustermunitie die eigendom blijft van een bondgenoot valt dus niet onder de verbodsbepaling in het verdrag. Bovendien heb je nog het punt dat vanwege bepalingen ten aanzien van immuniteit voor NAVO-krijgsmachten je überhaupt niet lokaal recht – in dit geval is dit dus Nederlands recht – van toepassing kunt verklaren. Het afdwingen van het Nederlandse wettelijke verbod op het voorhanden hebben van deze wapens kun je dus niet afdwingen aan bondgenoten, op basis ook van de verdragsbepalingen in het kader van het NAVO-verdrag.
Ja, u leest het goed. Het is dus Amerika dat bepaalt welke wapens het over ons grondgebied vervoert, niet wijzelf. En als z’n verbod wel zou worden gerealiseerd, krijgen we dus problemen met de Amerikanen.
Samenwerking met landen die clustermunitie produceren
De belangrijkste producenten van clustermunitie zijn de Verenigde Staten, Rusland, China, Israël, India en Pakistan. Landen waarmee Nederland samenwerkt en die geen van alle het verdrag ondertekend hebben. Het verdrag verbiedt zo’n samenwerking ook niet. Of en hoe je samenwerkt, moet dan van geval tot geval worden vastgelegd in zogenaamde rules of engagement.
We mogen ze dus zelf niet meer gebruiken, maar werken straks mogelijk nog wel samen met landen die het verdrag niet ondertekenden en ze nog wel gebruiken. Hoogstens kunnen we er op aandringen dat ze dat gebruik tijdens de gezamenlijke operaties achterwege laten.
Eerdere blogs van Johanna over dit onderwerp:
Verdrag Clustermunitie treedt in werking
In the attack on the relief boats last
week Israeli special forces (Unit 13 - Shayetet 13) used European
and American military material. The special forces were brought
to the open sea (international waters) by a Sa'ar V corvette
named Lahav.The Sa'ar V is fitted with mostly US and Israeli
weapon systems, but according to Jane's Fighting Ships it has a
Italian OTO Melara 76mm gun, which is interchangeable with a
Swedish Bofors 57 mm canon.
Wendela de Vries
Martin Broek
|
Special Maritime Forces craft |
||||
| Type | Quantity | Length (m.)/displacement (t.) | Notes/armament | Produced |
| • Mulit (RHIB) | + | |||
| • Snunit | + | |||
|
• Zaharon
fast boats (Firefish) |
12 | 12.5 |
|
|
| • Morena (RHIB) | 2 | 13 | Search radar |
U.S.M.I. Louisiana, US (boat) Caterpillar 3126 turbocharged diesel (engines) Furona radar MK 19 grenade launcer
see also:
FAS |
Israeli Special Forces use paintball guns for close range combat training since the mid 1990's.
The two primary paintball guns end users are:
- The Counter Terror School
- The Counter Guerrilla Warfare School
Unofficially, the IDF began using paintball guns in 1995. A civilian commercial paintball venture, the first one to bring the paintball concept to
Israel, went out of business and the IDF Counter Terror School was able to obtain all guns and protective gear in bargain prices.
Apart from paintball guns the IDF Counter Terror School also deploys Siminutions (Simulation Ammunitions), which are special paintball rounds fired via the operator's standard issues weapons, with just the barrel switched temporarily.
The advantage of siminutions over the paintball guns is that it allows the operator to use its own standard issue weapons(including both primacy and secondary weapons) instead of paintball gun, and thus train more realistically, especially on the shifting between the primary weapons (assault rile or Sub Machine Gun) to the secondary weapon (handgun). However, Simunitions pose greater safety issues. The Simunitions impact is quite painful and in very short range it can be even lethal. For these reasons Simunitions are less often used then paintball guns, and usually only by dedicated CT units.
IDF main guns fitted to fire simunitions are CAR15 (Colt) assault rifles and FN High Power handguns (FN, Belgium). Most of the paintball guns in Israel are M16 clones, which are made either by MF2 (?) or by Gun F/X. However, some of the guns, especially the old ones, are in the common civilian paintball guns shape.
More information:
Middle East Military Balance files
Video reveals European, American weapons used in Israeli attack on Gaza Flotilla
Procedure
vergaderingen zijn meestal saai, maar zijn ook zeer belangrijk.
Vorige week was er een waarin besloten moest worden over een
extra Kamerdebat rond de Joint Strike Fighter. Van Middelkoop had
immers gezegd dat hij Kamermoties die door de meerderheid van de
Kamer waren aangenomen niet uit zou voeren en dat kan de Kamer
niet over zich heen laten gaan. Dat spreekt.
Gisteren kwam de JSF weer voorbij. Job Cohen zei dat een besluit over aanschaf nog wel vier jaar uitgesteld kan worden. In de doorrekening van het CPB kom ik tegen dat de PvdA afgerekend wordt op grond van stoppen met het JSF-project. De vraag is alleen of dat betekent dat de sociaal-democraten zich ook zullen uitspreken tegen deelname in het project door de Nederlandse industrie. Doen ze dat niet dan rommelt Nederland zich toch verder het project in en zal uiteindelijk moeilijk anders kunnen dan de JSF aanschaffen.
“Lockheed Martin [de
bouwer van de JSF] houdt de Nederlandse verkiezingen in het oog.
Na de formatie van een nieuwe coalitie regering wordt een
beslissing genomen over het tweede testvliegtuig
(IOT&E),” zegt een woordvoerder van het
bedrijf tegen Jane´s Defence Weekly.*
Ook het militaire weekblad Defense News** besteed aandacht aan de Nederlandse positie: “Het Nederlandse parlement stemde op 20 mei om uit het F-35 Joint Strike Fighter test program te stappen en de eerste aanschaffen te beëindigen, zo bevestigde de Nederlandse ambassade in Washington.”
“Maar de beslissing zal worden herzien door een nieuwe regering (…), zegt de woordvoerder van de ambassade Floris Van Hovell.”
Ook het luchtvaart technologie blad bij uitstek Aviation Week & Space Technology heeft een bijdrage over het parlementaire debat. Die eindigt met: “Als de Nederlandse zich terugtrekken dat kan dit dan de aanmoediging zijn voor andere weifelende deelnemers om de stop er ook uit te trekken?”*** Het is aan de kiezer stelt het blad. Het gaat wel om het grootste militaire programma ooit.
De schrik zit er in nadat vorige week drie moties zijn aangenomen die de voortgang van het project (tijdelijk) stoppen. (Zie jsfnieuws/ voor meer informatie). Maar men hield geen rekening met de lenigheid van denken die minister van Defensie van Middelkoop aan de dag wist te leggen. Wie hem bij dat denken hielp? Geen idee.
Maar creatief is het. Hij stelt dat een demissionair kabinet niet de vrijheid heeft om een onomkeerbare beslissing te nemen die voor een volgend kabinet bindend is. Zo huppelen we gewoon door de aankoop in en zijn de moties onschadelijk gemaakt. Daarvoor wordt wel een loopje genomen met de taakverdeling in onze PARLEMENTAIRE democratie.
Bronnen:
* Jane's Defence Weekly 26 mei 2010.
** Dutch Vote To Quit F-35 Tests,' Defense News, 24 mei 2010
*** AW&STBraafste jongetje?
Onlangs is het Nederlandse wapenexportbeleid doorgelicht door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). Het resultaat is een lijvig rapport, dat een goed overzicht geeft van (recente) ontwikkelingenbinnen het Nederlandse wapenexportbeleid. Onder het kopje aandachtspunten (t.w. in de wet- en regelgeving) worden harde noten gekraakt, zodat men kan zien hoe wankel dit Nederlandse wapenexportbeleid is.
Over de doorvoer stelt het IOB dat deze op gespannen voet kan staan met het Nederlandse beleid, omdat bondgenoten als Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten de Europese gedragscode voor wapenexporten niet onderschrijven. Dit terwijl doorvoer uit en naar die landen ook niet gecontroleerd wordt. Zo wordt afgerekend met het beeld dat Nederland het braafste jongetje van de klas is. De doorvoerregels zijn in landen als België, Denemarken, Engeland, Finland, Frankrijk en Griekenland strikter. Over de uitvoering van het beleid zou ook het een en ander op te merken zijn, maar dat valt buiten het bestek van het rapport.
Het leveren van onderdelen voor wapens (doorgaans aan EU-lidstaten en de VS) kan op gespannen voet staan met de Nederlandse regels als de wapens waarin deze systemen worden gemonteerd naar bestemmingen gaan waaraan Nederland niet zou leveren, maar wel via “een omweg wel in die landen terecht komen,” schrijft het IOB. Het is jammer dat hier niet wordt stilgestaan bij de Declaration of Principles tussen de VS en Nederland, die leveranties tussen beide landen regelt en sowieso een loopje neemt met de Europese Gedragscode.
De landen die de EU-gedragscode hanteren doen dat alle op een eigen manier; soepeler of strenger. Ze “[…] hanteren hun eigen formulieren, definities, soorten vergunningen en regels voor bijvoorbeeld doorvoer en tussen-handel. Dit geldt ook voor sancties. De criteria van de Europese Gedragscode, nu gemeenschappelijk standpunt inzake wapenexport [en daardoor juridisch bindend, maar nog steeds niet juridisch afdwingbaar, MB], laten ruimte voor uiteenlopende interpretatie.” Kortom geen Europees, maar nationaal beleid, waar je je als Nederland dan ook niet achter moet verschuilen.
In het vervolg hoor ik de stem van de wapenindustrie: “Het feit dat andere lidstaten de criteria soepeler toepassen dan Nederland benadeelt Nederlandse bedrijven ten opzichte van hun Europe-se concurrenten.” Ik heb het Cent van Vliet (Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid) en Betina Tammes (Thales) beide letterlijk horen zeggen en ze worden voor dit onderzoek ook geïnterviewd. Je kan op die constatering op twee manieren reageren. Je kan gaan zoeken naar de laagste standaard of naar de beste voorbeelden. Dat Nederland nog niet overal voorop loopt is een schande. Niet dat het op sommige terreinen landen achter zich laat.
Bron: IOB Beleidsdoorlichting Wapenexportbeleid 2004-2008
28 mei in Amsterdam / 28 mei live op internet
De Campagne tegen Wapenhandel werkt samen met groepen uit heel Europa. Kom naar Amsterdam op vrijdagavond 28 mei voor een interactieve campagnepresentatie. Een avondvullend programma met inspirerende acties en toekomstplannen. Lees het programma
Program
in english
Wapens voor Bangkok,Islamabad,Rabat,Riyad,Sanaa......
Zojuist kreeg ik
de emailneiwsbrief van de Campagne tegen Wapenhandel weer
binnen. In nog geen A-4 op de hoogte van
belangrijke ontwikkelingen. Hieronder een stukje uit de
tekst.
Opvallend vind ik dat het doel van de organisatie is
veranderd sinds ik er weg ben. Van een strikte toepassing van
de wapenexportrichtlijnen, is men nu gericht op het zoveel
mogelijk beperken van de wapenhandel.
“Deze maand maakte de overheid het overzicht openbaar van de verstrekte wapenexportvergunningen in 2009. Wederom is een recordwaarde aan vergunningen afgegeven: meer dan 1,5 miljard - tegenover vorig jaar 1,26 miljard euro. Verreweg de grootste vergunning was voor de uitvoer van drie fregatten voor de marine van Marokko: 555 miljoen euro. Verder vallen op: afgestoten F-16's voor Jordanie, patrouilleschepen voor Nigeria, militaire communicatie voor Pakistan, marine apparatuur voor Thailand, landmacht radar voor Saoedi-Arabie en rollend materieel voor het leger van Jemen. Later dit jaar publiceren we op basis van dit overheidsoverzicht onze jaarlijkse kritische wapenexportanalyse.”
Zelf keek ik gisteren naar de leveringen in het laatste halfjaar van 2009 aan Thailand. Dat is een spanningsgebied bij uitstek. Veel leveringen hebben niets met de huidige situatie in Bangkok vandoen. Het zijn leveringen van wapens voor oorlog, zoals:
- Commando, controle en computer (C3) console, ruim 15 miljoen euro (7 juli);
- Delen van luchtafweerradarsystemen, ongeveer 150.000 euro (31 juli);
- Delen F-16 gevechtsvliegtuigen, 185.200 euro (10 augustus);
- Delen voor radar- en C3-systemen, bijna 350.000 euro (3 september);
- Delen elektro optische vuurleidingssystemen, ruim 155.000 euro (16 november); en
- Delen militaire transporthelikopters, 300.000 euro (17 december).
Alleen de laatste levering kan direct verband houden met de spanningen in de hoofdstad. Als soldaten snel per helikopter worden ingezet. De beoordeling of zo'n leverantie al dan niet gewenst is in het kader van het wapenexportbeleid valt bij mij negatief uit.
De Campagne schrijft ook: “De emailnieuwsbrief van de Campagne tegen Wapenhandel verschijnt vier keer per jaar. Aanmelden en afmelden kan via info@stopwapenhandel, ovv ‘nieuwe abo nieuwsbrief’of ‘einde abo nieuwsbrief’. Ken je mensen in je omgeving voor wie deze email nieuwsbrief interessant kan zijn, stuur hem dan door!”
FF doen. Het is maar vier keer per jaar een kort en overzichtelijk mailtje.
heb je deze banner
al op je blog of site?
Bevrijdingsdag 2010. Een mooi moment voor een blog over The Shock Doctrine. De wereld is in de afgelopen 65 jaar veroverd door een kil kapitalisme. Deze documentaire laat op indrukwekkende wijze zien hoe de combinatie van shock en geweld is gebruikt om dit systeem op te leggen.
Volkskrant: "murw geslagen zodat zelf nadenken vervolgens zo goed als onmogelijk is"
Parool: "een van de betere samenzweringstheorieën aan de linkerzijde van het politieke spectrum"
Joop: "een overdonderende film waar iedereen wat van vindt"
Variety: "gepolijst en overredend... vloeiend en meeslepend"
The Shock Doctrine (zie trailer boven), gebaseerd op het boek van Naomi Klein, laat zien hoe een hard kapitalistisch systeem is opgelegd met grof geweld, van de coup in Chili, via Reagan en Thatcher, de val van de Muur, tot de invasie in Irak en de huidige financieel-economische crisis.
Steeds draait het er om de economische invloed van de staat zoveel mogelijk teniet te doen. Het resultaat is telkens hetzelfde: een kleine groep verrijkt zich en een groot deel van de bevolking belandt in armoede.
Je kan hier klikken om de hele film (zonder ondertitels) te downloaden (vul de code rechtsboven in, klik op download file en wacht een minuutje tot de regular download-knop verschijnt).
`Kom naar Amsterdam op
vrijdagavond 28 mei voor een interactieve campagne presentatie
in samenwerking met het Europees Netwerk tegen Wapenhandel.
Een avondvullend programma
met inspirerende acties & toekomstplannen.
28 mei in Amsterdam /
28 mei live op internet
Kun je niet aanwezig zijn?
Chat, praat en volg de films LIVE op 28 mei via www.stopwapenhandel.org
KLIK voor het programma:
woordwolk met dank aan Helena.
Meld je voor emailAlert bij info@stopwapenhandel.org o.v.v. emailAlert
heb je deze banner
al op je blog of site?
en smokeyhebben hem al.
Welke rol speelt de JSF
in de verkiezingsprogramma’s? GroenLinks, D’66, SP,
PvdA en Partij voor de Dieren allen zijn ze tegen de JSF.
Wilders zei in 2009: “Natuurlijk moeten we
‘nee’ zeggen tegen het speeltje van de
supersonische staatssecretaris. (…) Geen testtoestellen
dus. In deze tijden van economische crisis is het ongepast om
te
praten over de aanschaf van peperdure
vliegtuigen.” In het verkiezingsprogramma
koppelt de PVV dit aan meer middelen voor binnelandse
repressie, waarmee dit lichtpuntje uit de PVV visie ook weer
wordt gedoofd (zie informatie aan de rechterzijde). De SGP zal
voor zijn en de Christen Unie uiteindelijk ook.
De peilingen van week 14 laten zien dat er een uitgebreide meerderheid voor is (89 zetels) om af te zien van de aanschaf. Niet geheel duidelijk is of de partijen ook de kostbare deelname aan de productie van de JSF en de aankoop van testtoestellen willen beëindigen. GroenLinks, SP - en mindere mate Partij voor de Dieren - hebben in deze richting gepleit in debatten en moties. Die partijen zullen nodig zijn om de anderen m.n. PVV en PvdA aan hun woorden te houden.
Terwijl de vernietigende rapporten over de kosten, onderzoek en productie elkaar in hoog tempo opvolgen, stopte Economische Zaken onlangs weer 50 miljoen euro in het potje dat industriële medewerking mogelijk maakt. De winstafdracht door de industrie werd gesteld op 3 procent. In 2008 werd duidelijk dat een percentage van 10,1 procent nodig is om de bedrijven de kosten terug te laten betalen. De rechter bepaalde 4,49 procent, maar door gejengel van de industrie werd dat naar beneden bijgesteld. Eijsink van de PvdA stelde dan ook dat: “Nog nooit is commerciële bedrijven zo veel indirecte overheidssubsidie in de schoot geworpen zonder enige harde garantie op reële tegenprestaties.” De PvdA stemde wel tegen een motie die beoogde dit terug te draaien. Nu gaat de overheid voor een fors deel opdraaien en waarschijnlijk nog meer dan het nu schijnt.
Nederland zal minder JSF’s aanschaffen dan oorspronkelijk gepland en daardoor zullen de financiële meevallers als gevolg van de industriële participatie kleiner worden. Ook internationaal lijkt de belangstelling eerder kleiner dan groter te worden. Het percentage is berekend op glazenbol verschijnselen, zoals de dollar koers (een schommeling van 10 euro cent betekent een stijging of daling van de kosten met 20 miljoen euro). Hij staat nu lager dan in mei 2008, maar een voorspelling op lange termijn is nauwelijks te doen.
Ik ben geen voorstander van de vrije markt. Maar dat betekent niet dat ik er mee in kan stemmen dat juist de wapenindustrie overheidssteun krijgt. Het wordt tijd dat Nederland helmaal uit het JSF-project stapt.
Zie voor bronnen en overzicht standpunten verkiezingsprogramma’s de informatie rechts.
Om aan de banner te plakken:
1) http://www.jsfnieuws.nl/?author=1 (Goed geïnformeerde site rond de JSF)
2) http://www.gao.gov/F-35 (General Accounting Office, GAO, VS)
3) Dossier Joint Strike Fighter (JSF) (Rekenkamer, Nederland)
4) http://www.jsf-nee.nl/pages/home.html (Campagne tegen JSF-site)
5) Kies_geen_JSF (Deze pagina. Alles lekker handzaam bijelkaar)
Meer algmene links:
Het JSF dossier van NRC-Handelsblad.
http://www.stopwapenhandel.org
Met eigen artikelen, maar ook een verzameling artikelen die erop wijzen dat mogelijk veel minder JSF’s worden aangeschaft.
http://parlando.sdu.nl/cgi/login/anonymous
Zoeken in Tweedekamer stukken.
Het ministerie van Defensie met eigen visies op de JSF en laatste ontwikkelingen.
Zoek op JSF om twee monitorrapporten te vinden en een geschiedenis van de Rekenkamer m.b.t. de F-16.
http://www.sp.nl/service/dossiers/jsf/
De standpunten van de SP over de JSF van januari 2002 tot eind 2004.
Engelstalig
http://www.fas.org/man/dod-101/sys/ac/jsf.htm
Engelstalige website van de Federation of American Scientist met prettig weergegeven informatie over militaire onderwerpen.
www.globalsecurity.org/military/systems/aircraft/f-35.htm
Engelstalige website met veel informatie over de joint strike fighter. Per onderwerp gerangschikt in onderwerpen zoals productie, deelnemende landen, verschillende typen, plaatjes en links.
Zoek op JSF om een scala aan rapporten te vinden over primair gericht op de JSF of in het wapenaankoop- en productiebeleid van de Verenigde Staten.
De laatste oliebol
Het nieuwe jaar kan beginnen. Maar ik heb geen zin. Het
vuurwerk heeft de overgebleven muizenissen van het vorige niet
uit mijn hoofd weten te knallen en ze zijn ook niet verdronken
in alcohol of top 2000. Ik plak er een week aan om te mijmeren
en mopperen over 2006. Dan kan ik daarna fris het nieuwe jaar
instappen.
2006 had beter gekund.
Tenslotte joeg de regering Balkenende nog een paar kostbare
wapen-besluiten door de Kamer.
Acht dagen voor de verkiezingen zette de regering de
tegenstanders van de aanschaf van Amerikaanse
gevechtsvliegtuigen verder voor het blok. Het JSF-project is nu
al een debacle, maar rommelt toch rustig verder, met dank aan
beslissingen als deze. In 1999 werden de kosten nog geraamd op
10 miljard euro. In 2006 al op 14,6 miljard euro, een toename
met maar liefst 46% en dat voor een kabinet dat zo prat ging op
een lage inflatie. Voor dat geld krijgt Nederland ook nog eens
een kwart minder bommenwerpers, geen 114 maar 85. Voormalig
rijksschatkistbewaarder Zalm was geen fan van deze sprong in
het financiële duister, tenminste als we Bart Tromp mogen
geloven. Gelukkig is het nog steeds mogelijk van de rijdende
trein af te springen, aldus de Rekenkamer. (JSF rap. september
2006, p. 9)
Een maand voor de JSF-beslissing krijgt scheepswerf de Schelde
een vergunning voor een levering van oorlogsschepen aan
Indonesië. De Schelde is sinds enige jaren in handen van Kommer
Damen. (Hij nam de werf voor één euro over van de Zeeuwse en
nationale overheid.) Het gaat om een levering met een waarde
van een miljard euro. Dat hoeft Nederland niet te betalen, maar
daar mogen de Indonesiërs voor opdraaien. Als het goed is
betaalt Jakarta de schepen, maar voor het geval dat dit niet
lukt zijn de financieringsrisico's gedekt door de overheid in
Den Haag. Als de Indonesiërs niet betalen dan zal de
Nederlandse belastingbetaler dat moeten doen. Ondernemen zonder
risico.
Tot op het einde is volgehouden dat de schepen bedoeld zijn
voor nobele kustwachttaken (aanhouden piraten, houtsmokkelaars,
illegale vissers e.d.) en niet voor gevechtshandelingen zoals
kustbombardementen. "Nee daar zijn ze veel te klein
voor", zo verklaarde minister Bot, met de stelligheid van
een admiraal, tijdens het slotdebat over de levering. Kort
daarvoor, in juli 2006, zag Robert Fisk een Israëlisch
patrouilleschip van de Hetz-klasse (de helft kleiner dan de
schepen van Damen) Beiroet vanuit zee bombarderen met exact
hetzelfde type kanon, van Italiaanse makelij, alsdat op de
schepen voor Indonesië komt te staan.
Over die deprimerende oorlog in Libanon heb ik het nog niet
gehad; een groot deel van de bewapening gaat via Nederland naar
Israël, maar daar is weinig aan te doen, Nederland controleert
geen exporten van bondgenoten die Nederlandse (lucht) havens
passeren. Logisch toch?
Geld over de balk gooien, een arm land peperdure oorlogsschepen
verkopen, feiten negeren en dat alles met een houding alsof het
zo hoort. Toch alvast een paar wensen voor het nieuwe
jaar:
- De PvdA houdt woord en gaat tegen de JSF inknallen.
- Landen worden niet meer verleid tot en-nu-nog-voordeliger wapenaankopen die uiteindelijk klauwen vol geld kosten.
- Doorvoer van wapens en munitie naar conflictgebieden en dictaturen wordt gestopt.
Hopelijk moet ik volgend jaar januari een heel ander lijstje
maken.
(2007-01-03)
Graag heb ik mijn columns voor konfrontatie hier allemaal.
Deze was ik vergeten. Het tekent wel mijn gemoed op een
cruciaal moment in mijn leven. Een moment dat ik een verkeerde
keuze maakte.
weet je nog
In 1988 is de zogenaamde Strategic Defense Initiative
Organisation (SDIO) opgericht. SDI het is een afkorting uit
lang vervlogen tijden. Star Wars werd het door de
vredesbeweging genoemd en het was een plan van Ronald Reagan en
de zijnen om een geldverslindend project op te zetten om in de
ruimte oorlog te kunnen voeren.
SDIO bestaat nog steeds. Sterker nog het komt van drie tot zes
september bij elkaar om te confereren over Ballistic Missile
Defence. Want zo heet Star Wars twintig jaar later. De
bijeenkomst zal plaats vinden in Maastricht. Boeing steunt de
organisatoren, met wat is onduidelijk, maar de luchtvaartreus
zal wel voor de kosten opdraaien, want we zijn er op de wereld
voor mekaar, zo helpen wij elkaar. Zo gaat dat tussen
militairen, industrie en politiek. In het verleden noemde we
dat Militair Industrieel Complex, maar dat klinkt zo jaren
zeventig. Het programma is dan wel samengesteld door de
grootste wapenfabrikanten in de wereld, terzijde gestaan door
ambtenaren van de ministeries van Defensie van Australië,
Duitsland, Frankrijk, Israël, Italië, Japan, Nederland en het
Verenigd Koninkrijk en een Nederlandse luchtmacht officier,
maar MIK, met een K is uit de tijd en met een C ook. Het is
gewoon een vakbeurs voor raketschilddeskundigen met
verschillende achtergrondsdiciplines. De Nederlandse
Inschakeling Industriële Defensieopdrachten (de engeltalige
naam bekt net iets gemakkelijker: Netherlands Defence Materiel
Organisation) is gastheer van het evenement.
Als defense met een S wordt geschreven is het Amerikaans en dat
is deze multinational Ballistic Missile Conference in het
Maastrichtse MECC zeker ook. Dat blijkt alleen al uit de opzet
van de veiligheidsmaatregelen. Wel een op het internet vindbare
uitnodigingsbrochure, maar verder moet alles zoveel mogelijk
stiekem. Uit de uitnodiging: “Non-US delegates must
demonstrate national authority/support to gain access to the
conference through the U.S. foreign visit request process
described in this brochure. Persons will not be allowed to
participate in the restricted elements of the conference if
they do NOT have clear national endorsement of their individual
authority to receive U.S. SECRET information or its national
equivalent, including NATO SECRET.” *
Wat mogen deze uit een James Bond film weggelopen bezoekers dan
in Maastricht doen? Ze mogen oorlogje spelen op een simulator.
Je eigen effectieve verdediging opzetten door het gebruik maken
van wapens op zee en land. “Assisted by experienced
wargame engineers, you’ll fight the simulated ballistic
missile battle as either a firing unit commander or as a higher
headquarters commander controlling the units assigned to
you.” Een ‘jongensdroom’ gaat in vervulling.
Koude Oorlogje spelen aan de voet van de Sint Pieter, wow!
Daarnaast heel veel, echt heel veel en zware werkgroepen, over
bijvoorbeeld ‘Rocket Motors Burning Gelled Popellants for
BMD Interceptor Kill Vehicles’.
In de trein waar ik dit conferentieprogramma las nam ik ook het
Nederlandse blad Armex; ‘op de bres voor de KL
[Koninklijke Landmacht]’ door. Ook hier
raketschildberichten. Nederland heeft nog geen kill vehicle,
maar wel de modernste Patriot raketten en zeer goede volgradar
van een Hengeloos bedrijf en die zouden samen als onderdeel van
het raketschild ingezet kunnen worden, aldus dit
Defensieblad.
Iedereen dacht dat de tweederangs cowboyfilmheld helemaal gek
was, maar Reagan koos uiteindelijk voor een vlucht naar
Reykjavik en sprak met Gorbatsjov over kernontwapening. De dooi
in de Koude Oorlog begon eventjes. Hoe we de helden van de
nieuwe Koude Oorlog zover krijgen ik weet het nog niet. Dat het
belangrijk is om deze congsi tussen het MIC uit de VS en Europa
aan te pakken lijkt me evident. Wie de oplossing heeft: wint
een Senseo koffiezetapparaat.
2007-09-02
noot:
* Year 2007, Multinational BMD Conference and Exhibition, AIAA. Kapitalen NIET van auteur maar overgenomen uit brochure.
Past mooi bij mijn ander raketschild stukken. Zie de tags.
Afgelopen week worden vragen van Rita Verdonk over de militaire toestand in het Caribisch gebied door Eimert van Middelkoop beantwoord. De Minister en het Kamerlid zijn beide geen toppers in Haagse politiek. De eerste probeert daar verandering in te brengen met provocatieve vragen. Deze wekken de suggestie dat de Nederlandse marine niet voldoende is uitgerust om de dreigende inval door buurland Venezuela te weerstaan.
“Kunt u mij voorzien van een analyse van de dreiging vanuit het Venezuela van president Hugo Chávez jegens de Nederlandse Antillen? Zo nee, waarom niet?” vraagt Verdonk. Dit is een opstapje naar een pleidooi voor zwaarder bewapende marineschepen in het gebied. Immers als de Venezuelaanse president het in zijn hoofd haalt zou hij zomaar de ABC-eilanden binnen kunnen vallen. De kortgeleden door Nederland verworven marineschepen zijn in zo’n geval niet meer dan aan de grond genagelde eenden; Sitting ducks, in het Nederlands van Verdonk.
Iedereen kan natuurlijk her en der in de wereld bedreigingen bedenken. Je tegen al die imaginaire bedreigingen ook wapenen wordt alle mans gek en bovendien peperduur. Verdonk serveert om haar verhaal te verkopen dan ook een cocktail waarin het gevaar van Venezuela wordt opgeklopt tot toefje op een drankje dat bestaat uit een pleidooi tegen bezuinigingen op Defensie en voor meer wapens. Het hoofd van Chávez doet dienst als cocktailkers.
De Minister van Defensie antwoord nuchter dat: “Er op dit moment geen sprake is van een dreiging hoger in het geweldsspectrum in het Caribisch gebied.” De schepen die Nederland er stationeert zijn ruimschoots voldoende “uitgerust om zichzelf en anderen te verdedigen.” Hij had er nog aan toe kunnen voegen dat de Nederlandse schepen worden beschouwd als een wapensysteem tussen patrouilleschip en oorlogschip voor optreden in het hoogste geweldspectrum in. Maar er is wat te zeggen voor zijn zakelijke en afdoende antwoorden. Olie op het vuur en extra aandacht is nergens voor nodig. Zo lijkt het.
Naast de vragen van Verdonk kan je echter ook nog andere vragen stellen. Bijvoorbeeld of Nederland een rol speelt bij de Amerikaanse omsingeling van Venezuela door de militaire samenwerking met de VS. Je kan daarbij denken aan de deelname aan Amerikaanse militaire oefeningen en het faciliteren van vlootbezoeken aan de haven van Curaçao (32 bezoeken tussen december 2005 en december 2009). Maar ook door de militaire samenwerking die is vastgelegd in het Forward Operation Location-verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten.
Dit verdrag is officieel gericht op het bestrijden van drugs, maar de Boeing RC-135’s die vanaf Curaçao regelmatig opstijgen worden volgens Venezuela ook ingezet bij spionage activiteiten. Harry van Bommel van de SP vroeg er onlangs naar bij minister Maxime Verhagen. Het antwoord omzeilt de kwestie maar ontkent hem niet. Verhagen schrijft: “Op basis van het FOL-verdrag kunnen de Verenigde Staten gebruik maken van Hato International Airport op Curaçao en Reina Beatrix Airport op Aruba, uitsluitend in verband met drugsbestrijdingstaken vanuit de lucht. Deze vluchten worden uitgevoerd met diverse ongewapende vliegtuigtypes, waaronder de RC 135.”
Dat de RC-135 voor spionage kan worden ingezet lees je zelfs op wiki. Dat geldt ook voor de eveneens gesignaleerde E-3B Sentry ’s: “Tijdens Desert Storm (…) assisteerden E-3 bemanningen in 38 van de 40 gevallen waarbij tijdens het conflict vijandelijke toestellen in de lucht werden uitgeschakeld.” Dat klinkt een stuk minder aardig dan “ongewapende vliegtuigtypes”.
Het FOL-verdrag loopt op 1 april af en zal stilzwijgend verlengd worden als er in Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten geen bezwaar tegen bestaat. Het zou de komende week in de Tweede Kamer aan de orde komen, maar het overleg is geannuleerd of verplaatst, aldus de Kameragenda. Je mag hopen dat dit niet betekent dat van uitstel afstel komt en dat een militair verdrag met een duur van maar liefst tien jaar en implicaties voor de veiligheidssituatie in Zuid-Amerika stilzwijgend wordt verlengd. Sterker nog dat er zelfs niet over wordt gerept in de Tweede Kamer. Of pas een jaar na ingang, zoals in 2001.
Hoog tijd om kernwapens uit Nederland te verwijderen
Ondanks massale demonstraties begin jaren tachtig, en
talloze onderzoeken die uitwijzen dat de meerderheid van de
bevolking tegen is, is het een publiek geheim dat er nog altijd
Amerikaanse kernwapens in Nederland opgeslagen liggen. Als
restant van de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog, zijn de
nucleaire wapens inmiddels verouderd. De Amerikanen willen ze nu
echter opknappen.
Een goed moment om eindelijk van die krengen af te komen. Zou je
denken. Het Amerikaanse Ministerie van Energie doet
begrotingsvoorstellen om de verouderde kernwapenvoorraad in
Europa te moderniseren. Ze willen daar 2 miljard dollar voor
uittrekken. In Nederland bevinden we ons in de idiote situatie
dat we - tegen de wil van de bevolking in - die wapens hier wel
hebben, maar de regering dat niet officieel toegeeft.
Anders is het in Duitsland. De centrumrechtse regering aldaar
heeft in het regeerakkoord vastgelegd dat alle kernwapens het land uit
moeten. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, de neoliberale
Guido Westerwelle, toont lef. Eind april vindt een NAVO-top
plaats, alwaar de ministers van Buitenlandse Zaken uit de
NAVO-landen onder meer zullen praten over het verwijderen van 200
nucleaire bommen uit Europa. Als het budgetvoorstel in de V.S.
echter wordt aangenomen, kan dat nog penibel worden. Het Congres
maakt immers het beleid, de Obama-administratie voert het
uit.
Wat houdt die opknapbeurt eigenlijk in? Het antwoord is simpel en
veelbetekenend: die kernwapens worden compatibel gemaakt voor de
Joint Strike Fighter. Ik hoor veel kwartjes vallen. Daar hebben
we de JSF weer. Precies hetzelfde verhaal: de meerderheid van de
Nederlandse bevolking wil het niet, maar machtspolitiek maakte
het toch een issue. Telkens vinden we het CDA hierbij in een
centrale rol. Het was het CDA van Lubbers die de kernwapens er
toch doordrukte, en het CDA van Balkenende die de JSF - koste wat
kost - toch wil.
Tot deelname aan het JSF-project werd destijds besloten met steun
van de LPF in de regering Balkenende-I, na een
verkiezingscampagne waarin de JSF ook een strijdpunt was. Wijlen
Pim Fortuyn was uitgesproken tégen de JSF. Zo bleek uit de
verkiezingsuitslag dat er ook een forse meerderheid in Nederland
tegen is. Matt Herben volgde Fortuyn echter op en, met zijn
carrière binnen Defensie, sloot hij eenvoudig een akkoord met
Balkenende en Zalm. Deelname aan de ontwikkeling was echter (nog)
geen aanschaf.
Nu lijkt de hele zaak weer te verdwijnen naar de achterkamers,
onopvallend door het campagnegeweld dat de komende maanden in de
media zal losbarsten. We zitten met een demissionaire regering
die geen nieuw beleid uitzet. Echter, bestaand beleid voortzetten
kan wel. Nu, laat dat maar aan Maxime Verhagen over. Als niemand
oplet krijgt hij een gespreid bedje van het parlement om ons nog
verder vast te klemmen in de greep van de (Amerikaanse)
wapenindustrie.
Het besluit rondom de proeftoestellen herinneren we ons nog wel;
de PvdA hield, tot ergernis van het CDA, op gewiekste wijze vast
aan de optie om alsnog uit te kunnen stappen. Het moderniseren
van de Amerikaanse kernwapens, die dus ook in Nederland aanwezig
zijn, is Amerikaans beleid, waar Verhagen geen verantwoording
over hoeft af te leggen aan de Tweede Kamer. Bovendien heeft de
Nederlandse regering überhaupt nog nooit verantwoording voor die
wapens genomen.
In september van het vorig jaar riep de Kamerfractie van de PvdA
de minister al op om te zorgen dat de kernwapens uit Nederland zouden verdwijnen.
Sindsdien hebben we er niets meer over vernomen, maar nu de PvdA
niet meer in de coalitie zit kunnen we ervan uitgaan dat Verhagen
alle mogelijke vrijheid zal pakken om het bestaande beleid voort
te zetten. Tenzij de Tweede Kamer nu ingrijpt, en Verhagen aan de
(spreekwoordelijke) ketting legt.
Het opknappen, moderniseren, JSF-compatibel maken - hoe je het
ook noemen wilt - van de kernwapens in Nederland moet aan de
lijst van controversiële onderwerpen worden toegevoegd. Het kan
dan in de campagne, tezamen met de JSF, aan de Nederlandse
kiezers worden voorgelegd. Dan kan er - onder het mom van
bestaand beleid - geen enkele toezegging worden gedaan aan de
Amerikanen.
Straks zitten we met vernieuwde kernwapens - die we nooit gewild hebben - die dan ‘heel handig’ JSF-compatibel zijn gemaakt. De vraag of we de JSF - die we ook nooit gewild hebben - moeten aanschaffen, is dan een achterhoedegevecht. Resultaat: de wapenindustrie wint, en de Nederlandse kiezer verliest. Uiteindelijk verliest de politiek ook, want mensen zullen weer denken: het maakt niet uit, ze doen toch wel daar in Den Haag...
Vandaag was het weer groot nieuws in Zuidoost Azië woedt een wapenwedloop. Het bericht kwam van SIPRI. Ik zag het vanmorgen voor het eerst via twitter, maar het stond ook in de ochtendbladen. In 1994 schreef ik er bij een tuinhuisje een artikel over. Het was mijn eerste lange artikel voor een boek. Ik heb het van internet geplukt en hieronder geplakt. Niet helemaal, maar toch nog wel grotendeels relevant. Nu zou er zeker meer China in komen.
Uit:
STOP Arming Indonesia, (Amsterdam: ENAAT,
1994, vertaald naar het Nederland en Indonesisch),
uitverkocht!
According to François Heisbourg, the build-up of armed forces in ASEAN Asia alone creates a dangerous situation which makes South East Asia look suspiciously like Europe on the eve of World War I. Heisbourg is not a peace activist looking for arguments to oppose the arms trade, but a Senior Vice President of MATRA, one of the largest defence companies in France.
In truth, it is not just the countries of the Association of South East Asian Nations (ASEAN), but the region as a whole which is busy arming itself to the teeth. More and more countries can now afford large-scale military acquisitions.
THE END OF THE COLD WAR
During the Cold War, South East Asia and North East Asia were
the domain of the politics of the superpowers. The biggest wars
were fought, and the greatest defeats suffered, in this part of
the world. The separation of North- and South-Korea took place
against the background of a bloody war under the flag of the
United Nations. France, the former superpower, and the United
States, the new one, were both defeated in Vietnam. The rivalry
between communism and capitalism played an important role in
these conflicts. Theoretical justifications were invented for
the war in Vietnam; the struggle against the Vietnamese
nationalists was fought to contain
the red menace'. The French convinced the US of the
danger that a communist Vietnam might lead to a series of
communist revolts throughout the area. China, the United States
and Great Britain gave military support to the parties in the
Cambodian civil war. In 1991 in Paris a peace treaty was made,
in which the different parties in Cambodia expressed their
willingness to accept a peace programme under the flag of the
United Nations. In February 1994 the United States
finally gave Vietnam access to the world market after a
prolonged embargo. This put an end to most conflicts in the
region. Nevertheless, two legacies of the Cold War remain in
North East Asia: five years after East and West Germany were
reunited, not only North and South Korea, but also Taiwan and
China are still separated.
GEOSTRATEGIC IMPORTANCE
The rivalry between communist and capitalist powers was not
only for economic influence in South East Asia itself. The
region was also of great geostrategic importance. The oilfields
of the Middle East lay behind this region from the perspective
of Japan and of the United States. Any closure of the important
sea routes throughout the Indonesian archipelago would mean oil
tankers sailing around these islands, making a detour of 5000
km. Moreover, few of these channels are deep enough to allow
for a safe passage of submarines. So these straits are vital
to
the passage of warships and merchant vessels from the Indian
ocean to the western Pacific, or vice versa.
The economic boom in most countries in this area enhanced its
strategic importance. The economic expansion made the trade
with this region and consequently the control of the sea lanes
more important. Not surprisingly, Australia, Japan, the United
States, the United Kingdom, Germany and New Zealand protested
vigorously against the closure of two straits (Lombok and
Sunda) by Indonesia in September 1988. Indonesia did not regard
them as international but as Indonesian waters. Reflecting the
geostrategic significance, arms acquisitions in South East Asia
tend to be of a maritime nature. Indonesia regrouped its navy
in the early 1990s, with ships
no longer stationed in particular regions, but grouped in
mobile flotillas, to be despatched where needed. One reason for
this was to cope with the large-scale missions envisaged for
the navy in the 1990s. An example is the patrol of the
strategic straits through which foreign ships enter and leave
the Indian Ocean, particularly the Strait of Malacca. But the
sea is vital to the economies of most countries in the region:
natural resources, transit and seaborne trade are
important
for most of them. This was a second reason for Indonesia to
regroup its navy.
The six countries of ASEAN have a maritime exclusive economic
zone (EEZ) which is 2.7 times greater then the entire land mass
of ASEAN. The South China Sea is, for instance, the door to
Guangdong, the most important economic region in China. This is
one of the reasons the islands in this sea are the principle
source of conflicts in this region. The importance of the sea
lanes emerges even more clearly if one considers that
intra-ASEAN trade has developed slowly compared to the trade
with the European Union (former European Community) and
North-American Free Trade Area (NAFTA). Countries in South East
Asia depend increasingly on the sea for the transport of
products to other regions. As a result, the sea lanes are a
source of
external and internal conflicts in the region.
ECONOMIC POSITION
The centre of world economy is shifting to Eastern Asia. Japan
is the biggest economy in this part of the world, and as a
result, it has great influence in South East Asia. Its economy
is three times bigger than the economy of Germany, four times
bigger then those of France and Great Britain and two thirds
that of the United States, which is the biggest in the world.
Japan is no longer regarded as just a small cluster of islands
in the Far East, but is recognised as a highly skilled nation,
which is the sixth most populous in the world.
It is also positioned in the region of the world with the most
rapid economic growth. In a research report by the World Bank,
it is stated that: From 1965 to 1990 the 23 economies of East
Asia grew faster than all other regions in the world'. To
elucidate further: an increase of 6% in the GNP over 10 years
means that the GNP has doubled in that period. The economic
strength is underlined by a further set of statistics: in 1980
the GNP of East Asia was 59% of those of the EC and the NAFTA
countries combined. By 1990 it was 66% of NAFTA and 73% of the
European Community. Such an increase in GNP does not
necessarily reflect a corresponding increase in the wealth of
the individual people in a country, but it does give an
indication of national economic power.
POSITION OF THE SUPER POWERS
The struggle for influence in this part of the world has not
yet ended. The two main reasons for this are the geostrategic
position of South East Asia and its economic boom, both already
outlined. Russia, which is the main successor to the Soviet
Union, today plays little part in South East Asia. However,
other countries are becoming involved. It is impossible to
predict the outcome as the end of the Cold War has changed the
balance of power in the region drastically. However, we can
look at some recent developments.
India and Japan are among the countries which extend their influence to the area, whereas China makes its presence felt mainly through the improvement of its armed forces, but also by the acquisition of a Burmese harbour as a naval navigation centre in the Gulf of Bengal. This is one of the main concerns of China's neighbours. Japan, for example, has expressed concern to Beijing and to Burma in response to reports that China supplies weapons to Burma and is looking for naval bases in the Andaman Sea. In 1986 Indonesia had a dispute with India over the recent military build-up on the Great Nicobar island in the mouth of the Strait of Malacca.
The United States is still the most influential and strongest
power in the region, and South East Asia is a major concern in
US strategic policy planning. The US is reducing its military
presence worldwide but the larger part of this 25% overall
reduction is in Europe (57%) and the smaller part in Asia
(12%). There is also a change in the nature of the US presence:
foreign bases are being replaced by rapid reaction forces
stationed in a region. Two of the three Marine Expeditionary
Units (MEU's-the most readily available forces) are stationed
in Asia, in the Indian Ocean and the Persian Gulf. The European
unit, which is stationed in the Mediterranean,
can easily move to Asia through the Suez Canal.
At present Japan is the biggest economic power in the region
and the Japanese armed forces, officially called Self Defence
Forces,' are one of the strongest armies of the world. Since
1993 Japan has improved its capability to exert influence
outside its own territory by the purchase of tanker aircraft
and naval transport ships and it is considering the acquisition
of small aircraft carriers. Its powerful position is underlined
by its official acknowledgement that it can produce nuclear
arms within 24 hours. (Zie in de reactieruimte de nuancering
van deze opmerking.) Japan spends a relatively small proportion
of its GNP on defence: just one per cent. In absolute terms,
however, 1990 figures showed Japan to be the thirdbiggest
spender on arms worldwide, after the US and the Soviet Union.
At the same time, it is the only country in the region which
has the technical skills to compete in the production of smart
weapons technology. The biggest problem for Japan is its
relations with the other countries in the region which have not
forgotten the Japanese expansionism of the 1930s and during the
Second World War.
India has a geographical position just outside the region of
South East Asia. Yet it exerts influence by means of its large
army and its ability to use its newly developed ballistic
missiles. It has also built up a blue water navy-a navy which
can protect the sea lanes to the areas vital to its economic
and political interests-including nuclear powered submarines
bought in the Soviet Union. In January 1994 India stated that
it would establish closer ties to ASEAN to strengthen its
position against China. China is the major threat to the
stability of the region. China's position in the dispute about
the Spratly islands (see below) does not reassure its
neighbours. However, its weaponry is of poor quality even
though it has a very large fighting force. Western
countries speculate on the Chinese defence budget. The official
figure of $14 billion seems very low, viewed in the context of
the military's size and compared to the expenditure of other
countries. This figure is often neglected by analysts, who
point to the high growth rate of Chinese expenditure. For if
inflation is taken into account, the absolute figures have not
increased. The funding available to the armed forces from the
defence industry and the industry related to the military is
another source of confusion. In May 1994 US intelligence
sources reported that the funds earned by military companies
are not going to the military but are reinvested, mainly in
civil
companies.
It is however clear that the armed forces are being modernized.
The old strategy, which was called the ant strategy' as Chinese
soldiers would overwelm the adversary by their numbers, belongs
to the past. The military said: "Provided we concentrate our
strength and tackle key problems, it is entirely feasible for
China to catch up with advanced technological levels around the
year 2000." China is transforming its army into a more modern,
integrated organisation, with less manpower and more
technological weapons, in order to protect its interests
outside its own territory. This build-up of armed forces does
not mean that China will be a power which can
compete with other major powers in the near future.
Nevertheless, for its smaller neighbours, it is a power to be
reckoned with. That is why these smaller nations want the
United States to remain involved in the security politics of
the region. The hard line China took in the human rights
discussion with the United States shows it has recovered its
self confidence after the strong criticism following the
violent repression of the student protests on the Tiananmen
Square. Future developments in South East Asia will still
depend on the position of several great powers. The United
States has a key role. Yet others, such as China and Japan,
have a lot of influence in
the region, both military and economically. India exerts its
influence from outside.
ASEAN
ASEAN was formed in 1967-during the Vietnam or Indo-China war.
It includes Brunei, Indonesia, the Philippines, Malaysia,
Singapore and Thailand. It was founded to form a block against
the communist threat in Indo-China, and many experts expect
that it will develop into a more defence-oriented organisation.
ASEAN is one of the most important collective organisations in
the region in terms of security and economic relations. The
heads of government of ASEAN have an agreement to make the
defence policy of each participating country more transparant
to the others. At the same time, the role of ASEAN in building
confidence in the region is often overemphasised by ASEAN
itself, and by independent experts.
An example of the tension between ASEAN nations is the recent
attempt by the Indonesian government to prevent a human rights
conference on East Timor (APCET) taking place in Manila. When
Indonesia pressed the Philippine government to prohibit the
conference, President Ramos initially resisted. He gave way
after Indonesia seized some Philippine vessels fishing in
Indonesian waters and threatened to end its role as mediator in
the peace process between the Islamic opposition in Mindanao
and the government. Subsequently, Indonesia also put pressure
on Malaysia and Thailand to prevent a human rights conference
at which East Timor was a topic. In July 1994, according to the
human rights activist, Jose Ramos Harta, it threatened
Thailand that it would delay the implemention of a joint
development project, if Thailand did not stop the meeting
organized around the ASEAN meeting in Bangkok. The ASEAN
countries have recognised that a stable region is a
precondition for economic prosperity. For Indonesia, however,
the fuelling of criticism on human rights in East Timor has not
stabilised its internal political situation. The government's
policy is still based on the that of the notorious Dutch
Governor General van Heutz at the beginning of the century:
Indonesia must remain one
country.
ASEAN's co-operation in military exercises is much overrated.
Member coutries are working together against minor threats,
such as piracy, migration and smuggling. Whether this
co-operation continues will depend on the presence of the
United States and whether ASEAN survives as an economic bloc in
the future. Meanwhile, the joint military exercises are
relatively unimportant. South East Asian defence co-operation
would be more clearly demonstrated in a common military
acquistion plan, as NATO countries have. Such a programme would
make real cooperation in manoeuvres possible, because if you
have the same weapon systems,
you can-for example-easily exchange ammunition, fuel and
communications. In present-day ASEAN such co-operation does not
exist, except for the coincidental acquisition of F-16 and Hawk
combat planes by most countries. If military cooperation is the
aim, a common military acquisition programme should be a first
step.
ASEAN policy in the longer term focusses on collaboration with the countries in Indo-China. This is contrary to the original purpose of ASEAN to contain the communist policy of these countries. When Vietnam left Cambodia in 1989 (the practical start of the Paris peace agreements two years later), the way was open to a closer cooperation with the ASEAN countries. In addition, Vietnam had adopted a marketoriented economy in 1986, called Doi moi. On July 1992 Laos and Vietnam signed a treaty of amity and co-operation with ASEAN members. Since that time they have held an observer status in ASEAN. Senior Minister Lee Kuan Yew of Singapore, Vietnam's largest trading partner, said it would take more than 15 years for Vietnam to change her system to meet the conditions for joining ASEAN. For this year's annual meeting Burma, Cambodia and Fiji were also invited.
The ASEAN collaboration should not be overstated. In certain
areas members of ASEAN co-operate in cross-border economic
development, as for example in the triangle linking Singapore,
Johor (Malaysia) and Riuh (Indonesia). At the moment three such
triangles of growth exist. It is a close, but regional and
undisputed cooperation. The implemention of one of these
projects was used by Indonesia to put pressure on Thailand, as
mentioned above. At present ASEAN comprises six markets which
are often separated by high tariff barriers. Indonesia, for
example, has 9.200 different tariff categories including a 200%
duty on cars. The ASEAN Free Trade Area (AFTA) intends to bring
down these trade barriers, although an attempt in the
past
year failed. Another sign of the lack of co-operation is the
trade between ASEAN members which amounted to a mere 15 % of
their total commerce, whereas that with the EU totalled 66%. In
other words, ASEAN is first and foremost a platform for
bilateral talks.
GLOBAL RELATIONS
The most important forum seeking to organize the relations
between the Asian and Pacific countries is the Asia-Pacific
Economic Co-operation (APEC). APEC is a forum for all countries
surrounding the Pacific. In November 1993 a meeting was held in
Seattle, which was used by the US to force Europe to be more
co-operative in relation to US economic policy, for example in
the GATT rounds. Calling the US a Pacific power', Clinton
warned Europe that the US might shift its attention even more
strongly to Asia.
Another important issue at the conference was the trade
imbalance between China and Japan and other countries. These
topics are what motivates the smaller South East Asian
countries to join APEC. For them, the US is a counterbalance to
Japanese and Chinese power. APEC is also a forum which can
influence NAFTA and the European Union, the other two principal
economic blocs. At the same time, the smaller countries are
afraid that the US wants to make APEC into an offical body
which can be used to make binding decisions on economic
matters. An Australian diplomat who suggested changing the name
to the Asia-Pacific Economic Community provoked vociferous
opposition. This criticism, together with anger about US
policy,
has led to a more critical attitude of the South East Asian
nations since the APEC meeting. Malaysia never had been in
favour of strong ties with the US but it stood virtually alone.
It initiated the East Asian Economic Caucus inside the APEC to
have stronger influence on, "for example, matters of
protectionism", as the Malaysian Prime Minister commented.
Encouraged by their economic success, South East Asian nations criticized the US for its policy of using human rights as a political bargaining chip. An audience of 800 senior Asian government officials and business people from Asia and the US gathered in May 1994. The policy of the Clinton administration met with sharp criticism at this conference. In March 1994 ASEAN members agreed that the meeting of APEC Ministers of Finance would remain informal.
The proceedings of APEC are a clear index to power politics in the region. It can be concluded that the US is encountering an increasing level of dissent, especially on its insistence on the improvement of the trade imbalances with Japan and Chine and its use of the human rights issue for its own political purposes. Yet, the continuing presence of the US in Asia is also welcomed by the smaller countries, because it provides a counterbalance to Japan, China and, to a lesser extent, India.
In theory ASEAN countries might also opt for the improvement of relations with Japan. The latter has invested twice as much as the US in ASEAN, Taiwan and Korea. In practice, it is more sensible for ASEAN nations to improve their economic relations with both. Japan had already warned ASEAN against any form of trade regionalism (with reference to EAEC) that would reduce the US presence in the region. Japan and the US are working closely together to dominate the region. On the other hand, US policy is aimed-although this is not stated officially-at controlling Japan and any other threat when and as it should arise. If ASEAN-countries maintain good relations with both the US and Japan, they balance each other and China as well.
ARMS RACE
Current arms acquisition programmes in South East Asia coincide
with the end of the rivalry between the Super Powers in the
region and the down-scaling of domestic security concerns
(except for Indonesia, the Philippines, Cambodia and Burma).
Arms spending in the region is rising to a level that is
consipicuously high in comparison to past levels, and in
contrast to the general decline in the rest of the world.
One reason for this procurement be found in the economic situation in the region. Most countries can now afford high technology weapons more easily. The trend in ASEAN countries is to spend a smaller proportion of GNP on Defence, but budgets are still rising because of economic growth. The tigers,' Japan and ASEAN countries, spent in 1980-1981 just 17% of what NATO countries in Europe spent on defence.
Since then, the ratio has risen to 47%. This was clearly
demonstrated by an Indonesian official at the Indonesian Donor
Meeting (CGI) in Paris in June 1994. When a journalist asked
what part of that country's overall budget was devoted to the
army, the official explained that Indonesia's army budget is
1.5% of the GNP, against an average of 2% in the region, and is
still decreasing. He then smiled at the audience. In fact, the
absolute figures rise in a steadily growing economy.
Weapon acquisition programmes aim principally to achieve secure
lines of communication to protect foreign, intra-regional and
global trade. Commodore Sam Bateman of the Australian navy
explains the arms race in this way: "The ASEAN states clearly
perceive that a risk of maritime military threat exists in the
region, and thus they are developing naval forces (...) with a
potentially powerful capability to detect and destroy the
adversary's forces in their maritime approaches." In this way
he interprets the acquisition programmes as merely serving each
country's national defence, and enabling the armed forces to
destroy an enemy near its coast.
These acquisitions could, however, also be used to ban other nations from the sealanes surrounding a country. In this way the defensive weapon becomes offensive and can be used against an enemy who depends on the free use of the sea for his trade.
DEBATE
It is tempting to say on the basis of these alarming figures
that there is an arms race in the region. Researchers and
analysts are, however, still arguing debating whether there is
indeed an arms race, or whether economic growth has simply
provided the resources for new acquisition programmes to
upgrade the armies. An arms race is often described as
procurement caused by threat and motivated by uncertainty.
Those who do see such a situtation occurring in South East Asia cite conflicts in the region as an important factor in arms acquisitions. Others say the disputes between the countries in South East Asia itself will not lead to conflict.
One explanation for the military acquisition programmes stems from the changes that have occurred since the end of the Cold War. Previously, the security situation was clear: on the one side were the US and its allies and on the other side the Soviet Union. This polarity has faded away. The potential for rivalries to arise between individuals among the Great Powers still persists, however, and threatens to destabilise the situation. The threat of such a rivalry between Japan and China is enough to make both upgrade their armies.
Amitav Acharya, a scientist, made a remarkable statement in a 1994 conference on Defence in the Asian Pacific region: "It can be said with little exaggeration that the real arms race in South East Asia is a race among the suppliers, rather than the recipients. Major arms suppliers in the West and in the East face a need to compensate for the loss of markets in their home countries and unload surplus equipment abroad to ensure domestic employment. This has led to the creation of what has been described as the world's largest buyer's market."
Arms industries cannot be expected to be especially co-operative when arms regulations have to be implemented. Nor was the US helping disarmament when it rejected a proposal made by Indonesia and Malaysia to establish a South East Asia Nuclear Free Zone, arguing that regional deterrent strategies are much better than unrealistic disarmament measures. Yet the former First and Second world cannot be held solely responsible for the level of arms procurement, even though both blocs contribute to the build-up of South East Asian armed forces.
One contributor to the Asian Defence Journal wrote: "Japan is showing concern about China's military renaissance and wants to be able to cope with the threat. South Korea is in its turn concerned about Japan's response - That in its turn worries North Korea - which again troubles Japan and China. In this way the spiral continues. All countries in ASEAN fear being caught up in a tit for tat escalation."
In other words the arms race is motivated not by a possible
conflict but by a possible enemy. Recent years have shown that
it is not easy to predict the course of events in the world. In
this respect the discussion between the arms upgrade' and arms
race' schools is somewhat academic. Intentions could change,
conflicts could arise, and when a country has the arms to back
its policies with military force, it could use them even if
they were not acquired for that purpose. It is, for instance,
possible that the United States will lose its grip on South
East Asia and that one of the emerging regional powers will
have hegemonic intentions in the region-or that
changes in regional countries will bring nationalist
governments into power which seek regional domination. It is
impossible to choose between these analyses because disputes
already exist in the region and new disputes could arise.
Politicians from ASEAN countries may say that have not had
armed conflicts with each other for 25 years-since the
Indonesian conflicts with Malaysia and Singapore in 1963 and
1966. Yet, the balance of power is changing and one can only
guess what will happen in the next century. The end of the Cold
War and the great changes within South East Asia make any
prediction highly speculative. What is clear is that arms
export to the region is a risky policy, as it could easily fuel
a conflict in the future.
DOMESTIC ARMS INDUSTRY
The build-up of a domestic arms industry is seen as an
important strategy by several developing countries, in order to
weaken the influence of major powers. The developments in North
Korea, which is working on the production of its own nuclear
weapon, is the most striking example. In general, the
development is limited to conventional weapons.
Currently, compared to other regions of the world, the domestic arms industries of South East Asia are not particularly strong. If the economies in the region continue growing at the present rate, this could easily change. "The economic gap between the leading new industrial countries in East Asia and the old industrial countries is fast closing, and so are the gaps in skills and knowledge," observed the Australian professor of economics Wolfgang Kasper, specifically mentioning progress in metal, electronics and machinery industries. As a result, leading nations in East Asia will be able to produce their own weapons in the longer run.
Among the ASEAN countries, Indonesia and Singapore are the most
conspicuous in having developed their own arms industries. Each
had different reasons, but after twenty years they could
produce most small arms by themselves. In Indonesia a
Parliamentary mandate in 1978 encouraged the development of a
domestic defence industry to diminish Indonesia's dependence on
foreign manufacturers and to reduce the spending of scarce
foreign currency reserves on weaponry. The products being made
in Indonesia include FMS rifles, submachine guns, and
machine guns produced under a licence issued by the Belgian
company FN-Herstall.
Singapore recently launched its first domestically-built
minehunter, produced on the basis of a design by
Kockums/Karlskrona of Sweden. Malaysia is also planning to
upgrade its defence industry. The chief of the Malaysian navy
said the acquisition of the newly built Offshore Patrol Ships
(OPV's) serves in the first place to encourage the local
defence industry to develop such a capability'. Malaysia has
only a small arms industry at present.
The position of domestic arms industries is difficult. The arms produced by Russia, China and South-Korea-to mention only the producers in Asia-are cheap, which makes it hard to compete with them. Even Singapore, with its advanced domestic military industry, had to fire personnel and reorganize its production process in 1993 in order to be competitive. As for the European and US arms industries, Singapore found that in their case, various forms of collaboration provided the answer. The same pattern is followed in South East Asia.
Indonesia has co-operated with Malaysia and Singapore for aircraft and maritime repairs and maintenance since the mid-1980s. New arms producers could rise in South East Asia as a result of the growing technical skills.
COUNTER INSURGENCY
In the past the arms acquired by the governments of South East
Asia were used to quell internal uprisings by socialist and/or
nationalist movements. These revolts were firmly repressed by
the (military) governments in the region, and most were
defeated in the past decade. In Malaysia the Police Field Force
(trained by the British Special Air Service, SAS) has been
deployed for public tasks since the Malayan Communist Party
laid down its arms in December 1989. In Thailand the BPP, which
was trained by the CIA, had its peak in the 1960s and 1970s in
the struggle against the Communist Party of Thailand. At
present the operations against nationalists and communists are
a minor task of these forces. Instead, operations are mainly
directed
against the Patani United Liberation Organisation (PULO), a
muslim separatist movement fighting for an independent state of
Patani near the Malaysian border.
Border control and the arrests of drugs smugglers have also
become more important. So in other words, arms acquisitions are
no longer motivated by the wish to suppress the
population.
Only in Indonesia and in the Philippines are ASEAN governments
confronted with armed conlicts inside their borders. In the
other countries the military is no longer used mainly to
suppress the people, but rather to strengthen the position of
these countries in the regional balance of power. It is vital
to take this trend into account when looking at the security
situation in South East Asia in general. To oppose the arms
race in South East Asia means to oppose the creation of new,
strong armed forces and a new military bloc. If only the human
rights violations in South East Asia are opposed, one of the
most striking developments is neglected. The build-up of strong
national armies could lead in the long run to a third military
(and economic)
bloc, besides those of North America and Western Europe. It is
not in the interest of world peace to let this happen.
PRINCIPAL CONFLICTS
Regional conflicts should not be over-emphasized, but they
excist. Three deserve special mention. These are: the conflict
between North- and South Korea; the conflict between China and
Taiwan; and the dispute over the Spratly's. Each of these
conflicts could have an impact on the region of South East Asia
as a whole. It is possible that the problem of North Korea's
nuclear weapons programme will be solved by peaceful means. The
situation is a complex one, and it is not in the interest of
China and the US to confront each other over this issue. Kim Il
Sung died in July 1994 and we await further developments.
The stand-off between China and Taiwan continues. Yet, strangely, the Taiwanese are investing more heavily in China's most prosperous region than in any other country, in spite of an official ban on direct investments in China. It is a conflict which could last for years, but could equally be solved by greater co-operation in a kind of triangular framework that would see China, Hong Kong and Taiwan emerge as one of the most influential powers in South East Asia.
Conflicts also persist within ASEAN. The Defence Minister of
Malaysia has declared the Asia-Pacific region to be more
peaceful and stable than any other region in the world,
"territorial claims aside." The minister, who cynically
described peace' as a period between wars', made light of the
disputes in the region. However, one local researcher, Dr.
Bilveer Singh of the Singapore Institute of International
Affairs, has taken a pessimistic view about the prospects for
an enduring peace in the region: "Traditionally, the states
that constitute ASEAN were threatened more by each other than
by outsiders, even though the latter were not absent." He
pointed to several factors for this insecurity inside ASEAN:
the geographical complexity and diversity of
the region; the variety of colonial experiences which led to
different organizations of governments and of the armed forces;
assorted ethnic, religious and racial groups; and differing
ideological and political systems which led to conflicting
interests and orientations. Relations with foreign countries
and groups are also a matter of concern for the ASEAN nations.
Malaysia and Indonesia are suspicious of the close relationship
between Singapore and the United States. Thailand was upset by
Malaysia's support of Muslim separatists in southern Thailand.
The Philippines had a similar problem with Malaysia.
Conflicts in the region
- Claims of Russia and Japan on the southern Kuril Islands.
- Dispute between Japan and South-Korea over the Liancourt Rocks (Takeshima or Tak-do) in the southern part of the sea of Japan.
- Dispute between China and Japan over the Senaku (Diaoyutai) Islands in East China Sea.
- Dispute between China and South-Korea over territorial water boundaries.
- Continuing claim of the Philippines to the Malaysian state of Sabah and its adjacent waters.
- Claims on the Paracel Islands by China and Vietnam.
- Border disputes between China and Vietnam.
- Border dispute between Vietnam and Cambodia.
- Border dispute between Vietnam and Malaysia on their offshore demarcation line.
- Border dispute between Malaysia and Brunei over both the unmarked, 274 km land border between Brunei and Sarawak, and the limits of their respective 200-mile EEZ.
- Dispute between Malaysia and Singapore over ownership of the island of
- Pulau Batu Putih (Pedra Branca) in the straits of Johore.
- Border dispute between Malaysia and Thailand.
- Border conflicts between Thailand and Burma.
- Border dispute between China and Burma.
- Hostilities along the Burma-Bangladesh border
- Territorial disputes between China and India.
Source: A New Era in Confidence Building, Desmond Ball; Security Dialog 1994, Vol. 25 (2), page 161.
The territorial disputes in the region are potentially the most worrying. Indonesia, for example, is involved in several: with Malaysia on the islands of Saidipan and Ligitan in the Celebes Sea; and with Vietnam on the continental shelf around the Natuna islands.
It would be unrealistic to characterize South East Asia as a stable and peaceful region. Co-operation in military and economic matters exists, but only on a low level. Desmond Ball from the Australian National University said: "Nevertheless, the high proportion of inter-state issues suggests that inter-state conflict is more likely in the Asia/Pacific region than elsewhere." According to Ball, arms acquisitions take place in an atmosphere of uncertainty and lack of trust.
THE SPRATLYS AND PARACELS
The disputes over control of the archipelagoes of the Paracel
Islands and the Spratlys, both in the South Chinese Sea, are
the most important for ASEAN. The Spratlys are the biggest
single source of conflict throughout the region. Six countries
(China, Vietnam, Brunei, Malaysia, the Philipines and Taiwan)
claim the islands and have stationed troops on them. China and
Vietnam have already had two clashes over the Spratlys (in 1974
and 1988).
The oil resources in the waters surrounding the archipelagoes
are the most important cause of the conflict. In addition, the
islands are of strategic importance in controlling the
surrounding seas.
China is the strongest of the nations which claim the islands.
It is also the country which is increasingly seeking to impose
its control on the islands, and is at the same time less and
less willing to engage in talks with the other parties. China
has even granted an oil concession to the US Crestone Energy
Corp. for the exploration of oil in the Vietnamese EEZ.
Until now, Indonesia has been the principal mediator in the conflict, organizing four informal workshops on the subject. The chairman of the centre for Strategic and International Studies in Indonesia was not very optimistic about the results of the talks, declaring at a Manila conference that "the four workshops have reached a plateau". The Singaporean Bilveer Singh, mentioned above, was even more pessimistic: "There has not been much movement because China is reluctant to participate.- The possiblity of war cannot be ruled out."
Advances in the drilling technology for the extraction of oil and gas fuel the disputes between China and South East Asian countries. China has, for instance, promised to protect the drilling operation in the Vietnamese EEZ with their naval forces. China's overwhelming strength in comparison to the other countries involved in the Spratly dispute means there is unlikely to be any major conflict in the near future. But the exploration of oilfields which are subject to conflicting territorial claims could lead to conflict in the long term.
Three of the parties are not equipped with the naval and air
facilities needed to be a real party in such a war. Brunei
possesses only small ships (FACs) which are almost worthless on
open sea. In the future Brunei wants to buy Hawks and these
could be of value in such a conflict. At the moment the
Sultanate is the only one of the six countries without a
military presence on any of the islands. The Philippinean navy
is based on several FACs. The Vietnamese navy is dated
and
only its military presence on one of the Spratlys causes any
concern to the others. In other words, the poor weaponry of
these countries probably restricts any potential conflict to
Taiwan, China and Malaysia. These three countries have become
armed in the past few years with numerous high-tech weapon
systems from the United States, Europe and Russia. Taiwan also
has the frigates and submarines needed for such an action.
Malaysia has a navy which is fitted for coastal tasks. In the
near future Malaysia will buy F/A-18 fighter aircraft from the
United States, and it has just purchased MIG's from Russia.
Nevertheless, the combined air and naval fleets of
these two countries are no match for China which, together with
Japan, is one of the two most powerful military powers in the
region.
ASEAN as a whole has no policy towards the dispute. The Asian
Defence Journal reported that the ASEAN Regional Forum in July
will steer clear of controversial issues such as claims over
the Spratlys. Vietnam and the Phillipines are considering
co-operation on the Spratly issue, but they are not strong
enough to have any real influence. Only Japan or the United
States could keep China from occupying the islands, if it
continues with its policy of confrontation. But it is unlikely
that either country will become involved in such a crisis. The
warning by Bilveer Singh that a war cannot be ruled out is the
worst scenario possible. Yet, it must be considered as
one of the possibilties. Stirring up the fire by selling arms
seems an ill-adviced policy.
A CALL FOR THE BAN OF WEAPONS
From March 25th till 28th 1993, an Asia Pacific meeting of
non-Governmental Organizations on Human Rights was organized in
Bangkok, in preparation for the 1993 United Nations meeting in
Vienna. 240 participants from 180 human rights and development
organisations discussed several topics related to human rights.
One of these was militarization and war.' The participants in
this workshop noted that militarization was increasing in most
countries of the Asia Pacific region. They were concerned about
the threat militarization poses for dissidents, democracy,
peace development and civil society; about the forced
migration, suppression, genocide and maiming of indigenous and
ethnic minorities; and the dehumanization, serious physical,
mental and spiritual stress and the increase in sexual violence
caused by military violence. 110 NGOs asked the UN "to adopt
measures to bring the production, export and import of
conventional weapons to an immediate end and to dismantle all
weapons of mass destruction." This request to the Human Rights
meeting of the United Nations constitutes an appeal to the
peace movement in the West to campaign for a ban on the export
of weapons to Asia. The situation in Asia is
unstable, human rights are not respected and resources for
military purposes could be better used for more humane
purposes. As the Asian NGOs united in the Bangkok Conference to
condemn their governments and military forces, we should blame
the governments of our countries for condoning the arms trade.
During the past century, Europe caused most of the world's
major wars, but this should not be Asia's future.
Sources
- Antolik, Michael: ASEAN's bridges to Vietnam and Laos, Contempory South East Asia, Vol 15, Number 2, September 1993, pp 195-210.
- Ball, Desmond: A new era in confidence building; The second track process in the Asia/Pacific Region, Security Dialogue, 1994, Vol. 25(2): pp.157-176.
- Kevin P. Clements: Peace and Security in the Asia Pacific region - Post Cold War Problems and Prospects, Bulletin of Peace Proposals, Vol. 23 (2), 1992: pp. 173-184.
- Da Cunha, Derek: Conventional Arms and Security in South East Asia, A paper prepared for the Seminar on the UN and Asia-Pacific Security, Beijing 2-4 November 1993.
- Goad, Pierre, US Policy is Questioned at Conference, Asian Wall Street Journal Weekly, May 23rd, 1994.
- Hsiung, James C. (editor): Asia Pacific in the new World Politics, Lynne Rienner Publishers, London (GB), Boulder (Cal.).
- McKenzie, Kenneth F. Jr., Major US Marine Corps: The Marine Corps of Tomorrow, Naval Institute Proceedings November 1993, pag 28-31.
- Ryan, Stephen L.: The Spratly Dispute - The Military Dimension Synopsis, Asian Defence Journal 4/1994, pp.20-23.
- Richardson, Michael: Oil Rush is Fueling Fears on Spratlys, International Herald Tribune (IHT) 6 June 94.
- Singh, Bilveer: ASEAN's Arms Industries: Potential and Limits, Comparative Strategy Vol 8 (1989), pp.249-264.
- Singh, Bilveer: ASEAN's Arms Procurements: Challenge of the Security Dilemma in the Post Cold War Era, Comparative Strategy Vol 12 (1993), pp.199-223.
- Smith, Hugh and Bergin, Antony (ed.): Naval Power in the Pacific; Toward the year 2000, Lynne Rienner Publishers, London (GB), Boulder (Cal.).
- Tyler, Patric E.: Chinese Army gets Down to Business, IHT 25 May 1994.
- Wortzel, Larry M.: China and Strategy; China pursues traditional Great-Power Status, Orbis, Spring 1994, pp.157-175.
- OUR VOICE; Bangkok NGO Declaration on Human Rights, Reports of the Asia Pacific NGO Conference on Human Rights and NGOs' Statements to the Asia Regional Meeting, Edison Press Products Co, Ltd. Thailand. (US$10).
- The making of the East Asia miracle; World Bank Policy Research Bulletin August-October 1993, Vol. 4 no. 4.
- India and Indonesia in dispute over Malacca Strait base, Jane's Defence Weekly, 4 October 1986.
Behandel anderen zoals je zelf graag behandeld wilt worden
Onder het blog dat ik zondag schreef over het van kracht worden van het Clustermunitieverdrag, vroeg iemand me: ‘Als jouw broer nu in een leger zou dienen van een land wat aangevallen wordt door een vijand, zou je dan niet accepteren dat zijn leger doet wat hij kan om zijn eigen mannen te beschermen ook ten koste van 'leden' van de vijand?’ Dat is een interessante vraag.
De persoon in kwestie was van mening dat oorlog nu eenmaal vreselijk is, maar dat de poging er een menselijke draai aan te geven – te bepalen hoe men elkaar op een beschaafde manier kan doden, hem mesjogge leek en nergens op slaand.
Opmerkelijk vond hij verder dat dit verdrag nu net getekend is, terwijl hij al lang geleden op het blog las dat Israël illegaal handelde toen ze dit wapen gebruikte, nog in de laatste Libanon-oorlog in 2006. Hij vond dan ook dat deze dingen niet allebei kunnen kloppen.
Laten we met het tweede onderwerp beginnen. Het Verdrag inzake Clustermunitie werd in mei 2008 opgesteld, in december 2008 door meer dan 100 landen getekend en is nu door 30 landen geratificeerd. Dat laatste betekent dat het verdrag nu onderdeel van het bindend internationaal recht gaat uitmaken, net als de Geneefse Conventies. Officieel treedt het verdrag op 1 augustus 2010 in werking.
Zo op het eerste gezicht zou je inderdaad kunnen denken dat er sprake is van een tegenspraak: hoe kan iets in 2006 verboden zijn als er nu pas een verdrag in werking treedt? Dat is echter schijn. De bestaande Geneefse Conventies spreken zich immers al overduidelijk uit dat in tijden van oorlog en conflict burgerslachtoffers vermeden dienen te worden.
En precies dat is het probleem van clusterbommen. Doordat ze in de lucht uiteenvallen in tientallen kleinere bommetjes die zich over een groot gebied verspreiden, is het nagenoeg onmogelijk om zelfs als je een militair doel aanvalt het doden van burgers te vermijden. Het gebruik van clustermunitie betekent dus dat je alle burgerslachtoffers die er door vallen simpelweg op de koop toeneemt. Bijkomende schade, ‘collateral damage’ noemen we dat cynisch. Burgers zijn kennelijk minder belangrijk dan militaire installaties.
Daarnaast is het foutpercentage - het aantal bommen dat niet ontploft, maar als blindganger achterblijft - schrikbarend hoog. Het zijn overwegend burgers die het slachtoffer worden van deze – zeer instabiele - achtergebleven blindgangers. Met talloze doden en gewonden tot gevolg, van wie een zeer groot deel kinderen die de bommetjes in hun onwetendheid oppakken.
Tot slot verontreinigen clusterbommen de grond en maken zij ook jaren na beëindiging van een conflict nog vele doden. Getuige onder meer Laos, Vietnam, Kosovo, Afghanistan, Irak en Libanon.
Laten we eens kijken naar de situatie in Zuid-Libanon in 2006. In minder dan twee maanden tijd werden clusterbommen gedropt over meer dan 48 miljoen vierkante meter land. Meer dan 300 burgers vonden de dood of raakten gewond.
Eind augustus 2006 zei de VN bij monde van Jan Egeland, plaatsvervangend secretaris-generaal voor Humanitaire Zaken, het volgende over het gebruik van clusterbommen door Israël in Zuid-Libanon:
What’s shocking and I would say to me, completely immoral, is that 90 per cent of the cluster bomb strikes occurred in the last 72 hours of the conflict when we knew there would be a resolution, when we really knew there would be an end of this.
Cluster bombs…have affected large areas, lots of homes, lots of farmland, lots of commercial businesses and shops and they will be with us for many, many months, possibly for years. Everyday people are maimed, wounded and are killed by these ordnance, it shouldn’t have happened.
They [opruimingsexperts van de VN, jn] identified 359 separate cluster bombed strike locations that are contaminated with as many as 100,000 unexploded bomblets…The people returning home however are facing massive problems, 250,000 of them in our view are not able to move into their homes at all because they are destroyed or because of unexploded ordnance.
Diezelfde week startte het US State Department een onderzoek naar mogelijk misbruik van clusterbommen door Israël tijdens het conflict in Zuid-Libanon. De focus lag daarbij op het gebruik van clusterbommen tegen niet-militaire doelen. Amerika stelde bij de verkoop van deze wapens aan Israël voorwaarden voor het gebruik. Eind januari 2007 verscheen het rapport hierover, dat stelde dat the terms agreed with Israel for the use of US-supplied munitions were "likely" to have been violated.
Dat de focus van het onderzoek primair lag op het gebruik van clusterbommen op niet-militaire doelen is logisch, want dat zou namelijk in strijd zijn met de Vierde Conventie van Genève.
Kortom: we hebben het over twee verschillende dingen, er is sprake van een schijntegenstelling. Op grond van de Vierde Conventie van Genève is het gebruik van clustermunitie al zeer discutabel, omdat het vermijden van burgerdoden gelet op de aard van de munitie en het enorme foutenpercentage nagenoeg onmogelijk is. Het nieuwe Clustermunitieverdrag gaat echter veel verder: het verbiedt de productie, de export en verkoop, en het gebruik van clustermunitie. Het stelt bovendien dat gedragspartijen ook anderen moeten weerhouden van het gebruik. En het verplicht gedragspartijen achtergebleven munitie op te ruimen, de grond te reinigen en burgers schadeloos te stellen.
Eén probleem: landen die niet tekenen, zijn ook niet aan het verdrag gehouden. Israël is, samen met Amerika het land bij uitstek dat vermijdt om dit soort belangrijke internationale verdragen te ondertekenen. Amerika is de allergrootste producent, exporteur en gebruiker van clustermunitie. Het is Israëls grootste militaire donor met een jaarlijkse ondersteuning van zo’n 2 miljard dollar. De hoop is natuurlijk dat naarmate meer landen het verdrag ondertekenen en ratificeren, de schaamteloosheid van voortgaand gebruik van dit soort munitie ook steeds duidelijker wordt, en dat de internationale schande zal leiden tot een stop op het gebruik. Hopelijk komen dan ook Israël en Amerika tot inkeer, evenals de andere landen die dit soort munitie nog steeds gebruiken.
Daarmee zijn we bij de beginstelling aangeland. De Geneefse Conventies ontstonden omdat we, de internationale gemeenschap, het belangrijk vonden dat er ook in tijden van oorlog sprake was van humaniteit. Daarom legden we met zijn allen bijvoorbeeld vast hoe we omgaan met krijgsgevangenen. Ook het vermijden van burgerslachtoffers werd, zeker na WOII steeds belangrijker, toen we tegen elkaar zeiden 'dit mag nooit meer gebeuren'. Dat ging niet alleen over de schrikbarende aantallen joden die in de concentratiekampen de dood vonden, maar ook over de 54 miljoen andere slachtoffers die WOII eiste, mede als gevolg van grootscheepse bombardementen op steden.
De beginvraag was: 'Als jouw broer nu in een leger zou dienen van een land wat aangevallen wordt door een vijand, zou je dan niet accepteren dat zijn leger doet wat hij kan om zijn eigen mannen te beschermen ook ten koste van 'leden' van de vijand?'
Dat is een schijndilemma. De werkelijke vraag is of we onze afspraken die we destijds maakten - en waar schrikbarende aanleidingen voor waren - nog steeds belangrijk genoeg vinden en bereid zijn om ze na te leven. Dé les die we hebben geleerd uit alle oorlogen in de negentiende en twintigste eeuw is nu juist dat we níet alles accepteren, dat er grenzen zijn die we niet meer over willen gaan en dat we humaniteit leidend laten zijn als basis voor ons leven, ook in tijden van oorlog.
Dat sluit nauw aan bij de Gulden Regel: behandel anderen zoals je zelf graag behandeld wilt worden.
Ik kan geen reden bedenken waarom mijn leven, mijn geluk en mijn lijden meer mee zou tellen dan dat van willekeurig ieder ander op onze planeet.
Het Verdrag inzake Clustermunitie werd deze week geratificeerd door Burkina Faso en Moldavië, waarmee het benodigde aantal van 30 landen werd bereikt dat nodig is om het verdrag onderdeel te laten uitmaken van het bindend internationaal recht. Daardoor treedt het verdrag officieel in werking en wel per 1 augustus 2010.
Clustermunitie
Clustermunitie werd voor het eerst gebruikt in de Tweede Wereldoorlog. Clustermunitie bevat tientallen kleinere explosieven die in de lucht loslaten, waardoor ze over een groot gebied verspreid raken. Daardoor is het lastig om onderscheid te maken tussen wat wel en wat niet wordt geraakt. Clustermunitie is dan ook berucht vanwege haar inaccuraatheid.
De kleine bommetjes behoren te exploderen zodra ze de grond raken, maar te vaak doen ze dat niet en blijven ze liggen zonder te exploderen. De facto ontstaan daarmee grote mijnenvelden, want die achtergebleven zogeheten submunitie is erg instabiel en bij de geringste aanraking kan ze alsnog ontploffen.
Het feit dat zoveel submunitie niet ontploft, leidt ertoe dat deze wapens vooral erg gevaarlijk zijn voor burgers. Achtergebleven clustermunitie eist elk jaar veel doden en mensen die voor het leven verminkt raken, zelfs als de oorlog al lang voorbij is, zoals in Laos en Kosovo. Zo’n 98 procent van de slachtoffers zijn burgers. Clusterbommen zijn verantwoordelijk voor meer dan tienduizend burgerdoden. In zo’n veertig procent van de gevallen zijn kinderen het slachtoffer, omdat ze de kleine, en soms kleurrijke submunitie aanzien voor speelgoed.
Akkers, boomgaarden en wegen worden onbegaanbaar en onbereikbaar voor boeren en hulpverleners. Tot overmaat van ramp vervuild de clustermunitie vruchtbaar land, leidt het tot de dood van vee en vernietigt het onderkomens. Het is duidelijk dat economisch herstel en ontwikkeling na een conflict aanzienlijk wordt gehinderd door achtergebleven submunitie. Zo liggen er in Laos meer dan dertig jaar na de Amerikaanse bombardementen nog steeds 75 miljoen niet ontplofte clusterbommetjes verspreid door het land. In Zuid-Libanon werden in juli en augustus 2006 clusterbommen gedropt over meer dan 48 miljoen vierkante meter land, meer dan 300 burgers raakten gewond of vonden de dood. Andere landen die in de zestig jaar dat clustermunitie in gebruik is ernstig vervuild werden, zijn onder meer Vietnam, Cambodja, Kosovo, Afghanistan en Irak.
Het Verdrag inzake Clustermunitie
Het verdrag bevat een verbod op het gebruik, de productie, opslag en de overdracht van deze wapens. Daarnaast eist het van de partijen bij het verdrag dat zij de achtergebleven bommen ruimen, en dat zij zorg en bijstand verlenen aan de slachtoffers van clustermunitie.
Nu het verdrag door 30 landen geratificeerd is, vormt het per 1 augustus 2010 onderdeel van het humanitair oorlogsrecht, dat zich tot doel stelt om de humanitaire gevolgen van oorlogsvoering te beperken.
Het Verdrag inzake Clustermunitie werd op 30 mei 2008 tijdens een conferentie in Dublin aangenomen. Op 3 december 2008 waren in Oslo vertegenwoordigers van circa 100 landen bij elkaar, die allen het verdrag ondertekenden. Sindsdien hebben 30 landen het verdrag geratificeerd.
Onder de dertig ratificerende landen bevinden zich degenen die het ‘Oslo proces’ om het verdrag in werking te stellen, trokken: Noorwegen, Oostenrijk, het Vaticaan, Ierland, Mexico en Nieuw-Zeeland. Ook zijn er een aantal landen bij waar clustermunitie werd gebruikt: Albanië, Kroatië, Laos, Sierra Leone en Zambia. Daarnaast een aantal landen die beschikken over voorraden clustermunitie: België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Japan, Moldavië, Montenegro en Slovenië. Ook Spanje tekende het verdrag, en was het eerste ratificerende land dat de hele voorraad clustermunitie heeft vernietigd. Daarnaast tekenden: Burkina Faso, Burundi, Luxemburg, Macedonië, Malawi, Malta, Nicaragua, Niger, San Marino en Uruguay.
Bron: Cluster Munition Coalition
Dat was dus het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de Verenigde Staten, Rusland, China, Israël en nagenoeg alle Arabische landen het verdrag niet ondertekenden en ratificeerden. Nederland en Groot-Brittannië hebben het verdrag wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Opvallend is dat zowel Libanon als Irak en Afghanistan, drie landen waar in de laatste jaren clustermunitie werd gebruikt, wel ondertekenden. Een overzicht van alle landen die het verdrag ondertekenden, is hier te vinden.
Hoe gaat het nu verder?
Eind dit jaar vindt een eerste bijeenkomst van de landen die het verdrag geratificeerd hebben, de zogenaamde States Parties. Die bijeenkomst vindt – hoe kan het anders – plaats in Laos, het land dat door de Amerikaanse bombardementen van meer dan dertig jaar geleden het zwaarst met clustermunitie vervuilde land is.
Phong, een overlevende van clusterbombardementen in Laos en lid van een van de organisaties die de Cluster Munition Coalition oprichtten, zei daarover: ‘My country joined the ban treaty because our people have suffered the impact of these deadly ‘bombies’ for decades. We’re looking forward to welcoming government representatives and campaigners to Vientiane later this year to show the world the immense and shocking legacy of cluster bomb use here.’
Een aantal landen is vooruitlopend op de inwerkingtreding van het verdrag al tot actie overgegaan. Zo kondigde Spanje vorig jaar aan al haar voorraden vernietigd te hebben en zijn meer dan tien andere landen met vernietiging begonnen. Albanië meldde afgelopen december dat zij als eerste ondertekenende land haar hele grondgebied opgeruimd heeft.
De verwachting is wel dat de conventie bij een aantal landen –de Verenigde Staten, China, Rusland en Israël – op verzet zal stuiten, net zoals dat het geval was bij het verdrag tegen landmijnen. Conor Fortune van de Cluster Munition Coalition sprak de hoop uit dat het gebruik van clustermunitie zal afnemen vanwege de slechte naam die je er door krijgt: ‘The use of the weapon has become so stigmatized states fear using it, because the levels of international condemnation are so high.’ Naming and shaming dus. IKV Pax Christi is daar vast mee begonnen, waarover hieronder meer.
Er zijn wel een aantal lichtpuntjes aan de horizon. De Verenigde Staten stopte het afgelopen jaar met de export van clustermunitie. De laatste keer dat clustermunitie werd gebruikt is voor zover bekend de oorlog in Zuid-Ossetië. Als gevolg van de internationale opschudding waar dat toe leidde, zag Georgië zich nog gedurende de oorlog genoodzaakt om te stoppen met het gebruik van clustermunitie. Groot-Brittannië, dat clustermunitie produceert en gebruikt, heeft het verdrag ondertekend en is bezig met de ratificatie. De hoop is dat dit soort landen invloed op hun militaire bondgenoten kunnen uitoefenen.
Een belangrijke test voor het verdrag zal zijn of staten bereid zijn hulp te verlenen aan slachtoffers en gemeenschappen die de schade van clustermunitie ondervinden. Bij het verdrag tegen landmijnen, dat afgelopen december in het Colombiaanse Cartagena werd geëvalueerd, blijkt dat nu juist de zwakste schakel te zijn.
Stand van zaken in Nederland
Tijdens de Dublin-conferentie in mei 2008 kondigde minister van Defensie Eimert van Middelkoop aan dat de clusterbom uit het Nederlandse wapenarsenaal zal worden gehaald. Nederland had al eerder besloten om de zware clusterbommen voor F16-straaljagers in de baan te doen, maar wilde eerder een lichtere variant voor de Apache-gevechtshelikopters handhaven. Maar ook die zou dus volgens Van Middelkoop worden afgeschaft: ‘Er komt een verbod op clustermunitie, en Nederland zal dat met volle overtuiging tekenen.’ Nederland heeft het verdrag inderdaad ondertekend, maar nog niet geratificeerd. De ratificatie stond gepland voor begin dit jaar, maar de vraag is of dat door kan gaan nu het kabinet gevallen is.
Op 8 december 2009 nam de Tweede Kamer de motie-Van Velzen aan, die vraagt om een verbod voor Nederlandse financiële instellingen – zoals banken en pensioenfondsen – om te investeren in clustermunitie. Wouter Bos was niet enthousiast over dit verbod, omdat volgens hem bedrijven dat zelf moeten uitmaken. Voor de motie werd gestemd door de SP, PvdA, GroenLinks, D66, PvdD en de ChristenUnie. Dan kunt u daar straks bij de nieuwe verkiezingen ook rekening mee houden.
De motie-Van Velzen is een belangrijke motie. Uit het eind oktober verschenen rapport Worldwide investments in Cluster Munitions, a shared responsibility van IKV Pax Christi en het Belgische Netwerk Vlaanderen blijkt namelijk dat internationaal gezien nog steeds 138 financiële instellingen bij elkaar voor meer dan 20 miljard Amerikaanse dollars investeren in producenten van clustermunitie. 93 van deze financiële instellingen zijn afkomstig uit landen die het internationaal verdrag ondertekend hebben. Dit getuigt van een dubbele moraal: aan de ene kant committeert een land zich om het gebruik en de productie van clustermunitie een halt toe te roepen, terwijl ze aan de andere kant investeringen toestaat. In Nederland zijn instellingen al op de goede weg, zoals Fortis Nederland, ING en Rabobank. De pensioenfondsen ABP en PGGM sluiten zulke investeringen nu volledig uit.
Bronnen:
Verdrag Clustermunitie treedt in werking (Rode Kruis)
Cluster bombs banned (IRIN, 17 februari 2010)
Cluster bomb ban treaty reaches 30th ratification milestone (Cluster Munition Coalition)
UN agency welcomes entry into force of cluster munitions convention (UNDP)
Kamer: verbod op investeringen clustermunitie (de Volkskrant, 8 december 2009)
Dozens of nations sign up to UN-backed treaty banning use of cluster bombs (VN)
Ban 'delighted' at adoption of new cluster bomb convention (VN)
Nederland haalt clusterbom uit arsenaal (de Volkskrant, 29 mei 2008)
Eind 2009 schreef ik een artikel over een ophanden zijnde levering van oorlogschepen aan Rusland. Damen was een van de partijen die genoemd werd als mogelijke leverancier: "Ja, we praten erover (...) ook met Nederland” aldus hoofd van de Russische marine Vladimir Vysotsky.
--
“Op het moment dat schepen met een systeem voor Ballistische raketverdediging (BMD) operationeel inzetbaar worden in 2008 vragen gevechtscommandanten ernaar dat ze ingezet worden om in hun gebieden te patrouilleren.”
Met die zin begint een artikel in Defense News van begin januari dit jaar. Het gaat hierbij om de grote regionale commandando’s die de operaties leiden in de Perzische Golfregio, Middellandse Zee, Afghanistan en rond Korea.
Het raketschild is niet langer een verhaal van de toekomst, maar een realiteit waaraan veel geld wordt en nog zal worden verdient. Vorig jaar besloot President Obama een ander raketschild op te zetten dan zijn voorganger de nadruk zou komen te liggen op kleine systemen. Persbureau Bloomberg stelt op grond van een begroting die het in handen kreeg dat de uitgaven ervoor in de periode 2011-2015 toe nemen met € 3,2 miljard. Dit komt boven op de jaarlijkse budgetten. Het betekent extra raketten, zoals de Thaad en SM-3 en grondradarsystemen. Voor 2010 is € 5,4 uitgetrokken. Dit was minder dan onder Bush, maar met de extra gelden zit Obama al weer bijna op hetzelfde niveau.
Er wordt door militairen in de VS geklaagd dat de raketten goed zijn, maar dat de radarsystemen ze niet bij kunnen houden.1 Niet voor niets wordt vaak naar Thales (Nedeland) gekeken dat een eigen systeem heeft (Smart-L en APAR) dat Europeeswijd kan worden ingezet en samen met de Amerikaanse systemen een belangrijk onderdeel van het gelaagde NAVO-raketschild kan worden.2
“European assets include the Dutch Navy’s SMART-L radar, which is undergoing an upgrade to a Mark 2 version, and possibly SMART-L/LRR radars on other European warships such as the French and Italian Horizon frigates and the British Type 45 Daringclass destroyer.
These seaborne sensors, mixed with ground-based sensors such as GS1000 radars and U.S. AN/TPY-2 radars, could feed a common operational picture if they were con nected into the same commandand-control system, as part of NATO’s ALTBMD system.”
Als bij een volgende oorlog een Nederlands fregat wordt uitgezonden dan verdedigd dit alleen een vliegdekschip – zoals tijdens de Irak oorlog van 2003 - maar een hele regio tegen vijandelijke raketten. Nederland maakt daarmee het oorlogvoeren veiliger voor de NAVO of welke coalitie waaraan ons land deelneemt dan ook.
Bronnen: 1) Broader Role for Thales Radar Could Help NATO Build Common BMD Picture, Defense News 4 januari 2010; 2) U.S. Navy Juggles Ships To Fill BMD Demands, Defense News 4 januari 2010; Lockheed, Raytheon Gain in Gates’s Europe Missile-Defense Plan, Bloomberg.com, 14 januari 2010.
Eerder schreef ik over het raketschild:
* Nederland bereidt de weg voor in Europa,
3 februari 2009
* SDI weet je nog?
2 september 2007
* Star Wars, maart
2007 (even geduld, duurt lang)
* Raketschild verder ontwikkeld, april
2006 (even geduld, duurt lang)
* ‘Overheidssteun voor Nederlandse wapenexporten’
p. 33 in Explosieve Materie, november
2003.
* 'Theatre Missile Defense' en de oplopende spanningen,
7
februari 2001
* Theatre Missile Defence in Europe:. Process by Stealth.
(Martin Broek and Frank Slijper)
maart 2001 (summarised in
Melting the Iceberg Ending the Cold War in the Korean
Peninsula & The Search for Global Peace, Transnational
Institute with Focus on the Global South, Amsterdam, August
2001 and translated into Korean)
* Theatre Missile Defence januari
2001
Davids
Laat ik nu altijd gedacht hebben dat er geheime verdragen bestaan die een soepele afhandelingen van Amerikaanse militaire verplaatsingen over Nederlands grondgebied naar een oorlog of conflict regelen, de zogenaamde (Wartime) Host Nation Support. Ik weet dat de VS in de Rotterdamse haven een openbare vrijbrief hebben voor de afhandeling van vracht: “The Transportation Battalion has a license provided by Dutch Customs to custom clear all military cargo arriving into the Netherlands.”
Maar die afspraken bedoel ik niet. Nee, ik bedoel de verdragen die werkelijk alles voor een logistieke operatie regelen van begin tot eind. Want een goed transport begint met goede verdragen, die werkelijk alles regelen. Dat staat in elke manual van het Amerikaanse leger voor transportorganisaties.
Ook de Minister van Defensie Kamp was van het bestaan overtuigd. Hij schrijft op 18 februari 2003 dat er een bilaterale overeenkomst bestaat “over het transport van troepen en militair materieel. Zowel deze overeenkomst als de bijbehorende regelingen en nadere overeenkomsten zijn geheim. Volgens artikel 7, onder d., van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen worden dergelijke documenten niet ter goedkeuring aan het parlement voorgelegd.”
In het boek van de Commissie Davids lees ik echter dat onderzoek naar een dergelijk verdrag geen relevant gegeven heeft opgeleverd. Daarmee wuift de Commissie mijn vermoeden weg, maar ook - en dat doet er meer toe - de opmerking van de Minister. En niet alléén van de Nederlandse Minister van Defensie, maar ook van PvdA-leider Wouter Bos die er naar verwees, toen hij stelde dat de transporten niet gestopt konden worden. Belangrijker is misschien dat de Commissie Davids en passant de Belgische premier Guy Verhofstadt declasseert. Ook die stelde immers dat geheime Host Nation Verdragen aan de basis staan van de toestemming tot doorvoer van Amerikaanse wapens. Niet waar, aldus Davids.
Wel heeft de Commissie een memo gevonden gedateerd op dezelfde dag dat Kamp zijn antwoorden naar de Kamer stuurt. In dit memo schrijft een ambtenaar dat er geen formeel juridische verplichting is voor het geven van transport- of overvliegvergunningen op grond van een NAVO of bilateraal verdrag. De NAVO moet eerst een Simple Alert of hogere alarmeringsfase uitvaardigen voordat hier sprake van kan zijn.
De NAVO heeft een speciaal HNS-document: 'allied joint host nation support doctrine & procedures,' daarin staat dat host nation support plaats vindt op basis van overeenkomsten tussen het ontvangende en zendende land. Dat betekent dat in een van die overeenkomsten tussen Nederland en de NAVO of de VS moet staan dat Nederland alleen medewerking geeft als de NAVO een Simple Alert uitvaardigt (idem België). Die overeenkomst zelf heeft de Commissie Davids niet gezien. Ze rapporteert dus uit tweede hand.
Daarmee hebben we gelijk een probleem van de Commissie Davids te pakken. Ze neemt ontkenningen voor waar aan. Ook als dat strijdig is met de geschreven tekst van een Nederlandse Minister van Defensie en de woorden van de Belgische Premier. Dit soort goedgelovigheid maakt een onderzoek wel overzichtelijk, maar doet daarmee ook weinig recht aan de al een halve eeuw durende pogingen teksten over (wartime) host nation support boven water te krijgen.
Misschien zit ik er helemaal naast en is er niets geheim. Is de Commissie alleen maar vergeten er naar te vragen, maar dan is het een koudkunstje het rapport, verdrag, overeenkomst of MoU waarin e.e.a. geregeld is openbaar te maken. Daarop is nu het wachten.
(Column geschreven voor www.konfrontatie.nl)
Grote hoeveelheden wapens via Nederland naar Irak
--
Nederland is een onmisbare logistieke schakel in elke Amerikaanse oorlogsvoorbereiding. Ook tijdens de Irak-oorlog. Daarover informeerde de regering het parlement niet juist, concludeert de commissie-Davids. In het Irak-onderzoek vergat men echter de geheime verdragen.
MARTIN BROEK reageer op dit artikel
Hard aan het werk tijdens persconferentie (5.25)
Militaire transporten en geheime akkoorden, Prof. dr. Jan Wouters, Prof. dr. Godelieve Craenen
Dries Van Eeckhoutte (de auteurs zijn resp. hoogleraren en wetenschappelijk medewerker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, K.U.Leuven), 5 februari 2003.
Jan Rozing was in de jaren ‘90 VN-inspecteur in Irak. Hij ging terug in 2003 als teamleider en onderzocht honderden locaties waar Saddams verboden wapens hadden moeten liggen.
De aanleiding voor de Irak-oorlog in 2003 noemt Rozing een farce, want de VN-wapeninspecteurs waren er voor 99,9% zeker van dat ze Saddams wapenprogramma in kaart hadden. Toch kwam er oorlog. Rozing is gehoord door de Commissie Davids die aanstaande dinsdag met haar rapport komt over de Nederlandse rol tijdens de Irak-oorlog.
Dit boek is afgerond in
het voorjaar van 2003, met de oorlog tegen Irak nog
vers in het geheugen. Een oorlog die de komende jaren
centraal zal staan in
het debat rond vraagstukken over oorlog en vrede. Deze oorlog
was een
mediaspektakel van de eerste orde. Een regen van bommen en
kruisraketten,
de opmars van militaire voertuigen, gecombineerde lucht- en
landoperaties,
en troepen opzoek naar geheime wapenvoorraden vullen de
beeldschermen.
Wapens spelen een grote rol in de berichtgeving, maar
wapenhandel
duidelijk minder, in tegenstelling tot alle andere oorlogen
die na de
Koude Oorlog hebben plaatsgevonden. Dat is opvallend.
Allereerst omdat de Iraakse bewapening lange tijd als de
belangrijkste reden
wordt genoemd voor interventie. Alle aanwijzingen dat Irak
over massaver-
nietingswapens beschikt, halen de internationale media, maar
worden
later steevast weer herroepen. Elk gevonden gasmasker
passeert de redacties
van CNN, Fox News en BBC World. Zelden berichten de zenders
waar de
wapens vandaan komen.
Irak bouwde gedurende de jaren zeventig en tachtig zijn
arsenaal conventionele
en niet-conventionele wapens op met steun uit alle delen van
de
wereld. Ook Nederlandse wapens, inclusief ingrediënten voor
chemische
wapens, gaan in de jaren tachtig naar Irak. Zelfs nadat is
gebleken dat Irak
strijdgassen inzet tegen de Iraanse troepen. De huidige
minister van Defensie
van de Verenigde Staten, Donald Rumsfeld, bezoekt Irak in
1983 om afspraken
te maken over de versterking van het Iraakse leger. Het
brute
Baath-regime is dan al een bedreiging voor het eigen volk en
voor de stabiliteit
in de regio. Irak begint in 1980, vlak na de islamitische
revolutie in Iran,
de oorlog met het buurland. In het begin met groot militair
succes waarbij
grote delen van Iran worden veroverd. In 1983 is Iran
inmiddels aan de winnende
hand. De visie in Washington is dat het Iran van de
ayatollahs moet
verdwijnen. Vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten zijn
daaraan ondergeschikt.
Daarom gaan grote hoeveelheden wapens naar Irak. De steun
aan
de slager van Bagdad en zijn regime geven aan dat humanitaire
en vredelievende
overwegingen gemakkelijk geofferd worden in de
internationale
machtspolitiek.
Aan de wapenleveranties aan Irak komt in april 1990 een
abrupt einde,
vlak nadat meningsverschillen tussen Israël en Irak hoog
oplopen, waarbij dreigingen met de inzet van
massavernietingswapens over en weer plaatsvinden.
Irak is in 1990 zijn voorkeurpositie in het Westen weliswaar
kwijt,
maar de wapens zijn dan al geleverd. Kort daarna valt Irak
Koeweit binnen
en stomen Amerikaanse oorlogsschepen op naar de Golf. De
Amerikanen
en hun bondgenoten – waaronder Nederland – vallen
hun oude bondgenoot
Saddam Hoessein aan. De Golfoorlog (1990-1991) is een feit.
De verbazing in de publieke opinie over de Iraakse
wapenarsenalen en de
leveranciers daarvan leidt indertijd tot grote aandacht voor
wapenexporten.
Ook komt er een wapenembargo tegen Irak. De Verenigde Naties
zetten als
reactie een wapenhandelregister op, dat meer duidelijkheid
moet geven over
het internationale wapenverkeer. De verontrusting over de
wapenleveranties
aan het Midden-Oosten ebt al snel weer weg. Landen rondom
Irak bewapenen
zich vervolgens tot de tanden. Het wapenembargo tegen Irak
blijft
wel van kracht en hierdoor krijgt het land nauwelijks nog
wapens. Veel illegale
leveringen worden in een vroegtijdig stadium opgespoord, en
het leger
van Irak moet het steeds meer doen met verouderde wapens uit
de jaren zeventig
en tachtig. De luchtmacht van Irak kan tijdens de oorlog van
2003 de
lucht niet eens meer in. In de jaren tachtig geleverde
scheepsraketten worden
in de woestijn gevonden en slechts een enkel exemplaar wordt
vanaf
land afgevuurd.
Beweringen over de aanwezigheid van een grootscheeps en
actief programma
voor massavernietigingswapens zijn de belangrijkste
rechtvaardiging
voor militair optreden tegen Irak. In alle redelijkheid kan
niet beweerd
worden dat na 1991 veel wapens in Irak aankomen, of het nou
om massavernietigingswapens gaat of om conventionele wapens.
Het blijkt mogelijk de
bewapening van een land vergaand aan banden te leggen. De
ontwapening
van Irak is kracht bijgezet met jarenlange bombardementen op
militaire
stellingen. De wapeninspecteurs van de Verenigde Naties zijn
tevreden over
de mogelijkheden in Irak: ‘In 1998 is de infrastructuur
voor chemische wapens
compleet ontmanteld of vernietigd door UNSCOM of door Irak,
overeenkomstig
ons mandaat. Het programma voor biologische wapens is
verdwenen
en alle belangrijke installaties vernietigd. Het nucleaire
wapenprogramma
is compleet vernietigd. Het programma voor ballistische
langeafstandsraketten
was compleet vernietigd. Als ik de omvang van de
Iraakse
dreiging zou moeten beoordelen, dan zou ik zeggen: die is
nul’, zegt Scott
Ritter, een van de inspecteurs in 2001.10 Door een aanpak met de
botte bijl
door met name de VS zijn de mogelijkheden voor diplomatieke
oplossingen
van bewapeningsproblemen in de wereld flink verzwakt.
Tijdens de oorlog tegen Irak stelt president Bush al voor om het wapen-embargo
tegen Irak op te heffen en de controle op nieuwe exporten uit
handen
van het Congres te verschuiven naar het Pentagon. Irak wordt
niet alleen
een proeftuin voor het opzetten van een liberale economische
structuur.
Het moet eveneens weer klant worden van de wapenindustrie van
de
Verenigde Staten.11
De Verenigde Staten vuren op 20 maart 2003 hun eerste
projectielen af op
een woning waar Saddam Hoessein naar verluidt op dat moment
dineert.
Op hetzelfde moment vindt een paar honderd kilometer
zuidelijker in de
Verenigde Arabische Emiraten de grootste wapenbeurs van het
Midden-
Oosten plaats, IDEX genaamd. De website van IDEX vermeldt dat
drie afdelingen
van Nederlandse ministeries en een tiental Nederlandse
bedrijven op
de beurs acte de présence geven. (Zie
ook dit blog.) Er is geen enkele aandacht voor in
de
Nederlandse media. Een duidelijk signaal dat de verontrusting
na de Golfoorlog
over grootschalige bewapeningsprogramma’s verdwenen is.
Nog
steeds wordt het Midden-Oosten verder bewapend, met militaire
technologie
en infrastructuur. Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte behoren
nog altijd
tot de tien grootste wapenimporterende landen.12 Evenmin is er begin
2003
aandacht voor de verkoop (door de RDM) van mobiel geschut aan
de Jordaanse
speciale troepen. De eerste contacten hiervoor werden gelegd
tijdens
de Jordaanse wapenbeurs Sofex in 2002. De levering vindt
plaats ondanks de
oplopende spanningen vanwege Irak en ondanks hardhandig
ingrijpen van
de Jordaanse speciale troepen tegen fundamentalistische
moslims eind 2002.
Tijdens de oorlog tegen Irak worden veelvuldig wapens ingezet
waar
Nederland onderdelen voor produceert, zoals Patriotraketten
(die tijdens
deze oorlog vooral bevriende vliegtuigen neerhalen),
Apache-gevechtshelikopters
en F-16-jachtvliegtuigen. De Verenigde Staten zijn niet voor
niets al
jaren de belangrijkste klant van de Nederlandse
wapenindustrie. Deze wapens
zijn dit jaar ingezet door de hypermacht – die de
mening van de
wereldgemeenschap naast zich neerlegt. Niettemin krijgen deze
leveringen
in het geheel geen aandacht. Geen trotse berichten over de
inzet van hoogwaardige
Nederlandse technologie en ook geen kritisch debat of de
samenwerking
van de defensie-industrie met Washington nog wel gepast is.
Wel
bewondering voor de Amerikaanse wapens en de opmerking dat
Europa
achterblijft, maar geen discussie over het al dan niet
aanschaffen van een
nieuw Amerikaans jachtvliegtuig, nadat is gebleken dat de
Verenigde Staten
hun eigen koers varen en het ‘oude Europa’
passeren.
Wapenleveranties van nu leiden tot de problemen van morgen. Voor de onderbouwing
hiervan bestaat geen beter voorbeeld dan Irak. De
Nederlandse
overheid en defensie-industrie zijn nog steeds betrokken bij
de bewapening
van het Midden-Oosten. Voor andere spanningshaarden
geldt
hetzelfde. Helaas krijgt deze handel en de controle erop niet
de aandacht die
ze verdient. Voor een duurzame vrede is een veel
restrictiever wapenexportbeleid
belangrijker dan het volgen wat van dag tot dag in een oorlog
gebeurt.
Noten:
10 Op.cit. John Pilger, The New Rulers of the World, Verso, Washington/Londen 2002, p. 56.
11 Amy
Svitak, ‘White House Seeks Exports to Iraq’,
Defense News 31-03-2003.
12 Björn Hagelin e.a., ‘The volume of
transfers of major conventional weapons: by reci-
pients and suppliers, 1997-2001’, SIPRI Yearbook 2002,
p. 403.
Het verhaal blijft opduiken; al maanden lang. De Nederlandse scheepsbouwer Damen zou in de race zijn om een helikoptervliegdekschip voor Rusland te bouwen. "Ja, we praten erover, en niet alleen met de Fransen, maar ook met Nederland en Spanje [de werven de Schelde en Bazan hebben in de jaren negentig samen grote marineschepen ontwikkelt, MB], over de aanschaf van schepen van deze klasse,” aldus hoofd van de Russische marine Vladimir Vysotsky.
Rusland de militaire grootmacht uit Oost-Europa koopt een groot wapensysteem bij een Nederlands bedrijf. Het zou de eerste keer zijn dat Rusland iets dergelijks in het buitenland koopt en Vlissingen is in de race. Het bericht blijft me bevreemden, ook al realiseer ik me dat de Franse concurrent sterker is. Waarschijnlijik wordt het de 650 voet lange Mistral die is gebouwd door de Franse werven Arsenal de Brest en Chantiers de Saint-Nazaire. Kommer Damen en zijn bedrijf worden dan slechts gebruikt om de prijs te drukken.
De Mistral is bewapend met raketten en machiengeweren. Ze beschikt over een ziekenhuis met 69 bedden. Het kan vier landingschepen herbergen. Bij de levering is sprake van een geschatte waarde van € 520 miljoen (750 miljoen US$).
Sandra Roelofs, de vrouw van de Georgische president is geboren in Terneuzen en is door de tunnel in een zucht en een scheet op de Vlissingse scheepswerf. Georgië staat op gespannen voet met de grote buur en wordt daarbij vanuit het Westen gesteund. Mevrouw Roelofs is de aangewezen persoon voor een lobby tegen de levering, mocht het toch zover komen. Dat Damen erover praat met de Russen kan je al een stap te ver vinden. Het moet niet al te moeilijk zijn om op grond van de wapenexportrichtlijnen te beargumenteren dat Damen/Schelde zijn pogingen beter kan staken.
Binnenkort zullen we weten hoe het afloopt. Volgens de bevelhebber van de Russische krijgsmacht, Nikolai Makarov, volgt een beslissing voor het einde van het jaar. Hij mag wel opschieten.
Weer een rapport voegt onderzoeker Richard Grimmett toe aan zijn lange lijst publicaties over wapenhandel bij de Congressional Research Service (CRS). Het rapport U.S. Arms Sales onderstreept dat Nederland tot de trouwste bondgenoten van de VS behoort. Er zullen mensen zeggen geen nieuws onder de zon, maar ik vind het prettig visies zo nu en dan met cjfers te onderbouwen. Hele hele rapport vind je door een klik.
|
Table 5. Leading Purchasers of U.S.
Defense Articles and Services, Total Values of |
|||||
|
Europe Agreements |
Europe Agreements |
Europe Agreements |
|||
|
1 Poland |
$4.0 billion |
1 U.K. |
$1.8 billion |
1 U.K. |
$740 million |
|
2 U.K. |
$1.9 billion |
2 Norway |
$1.0 billion |
2 Finland |
$440 million |
|
3 Greece |
$1.4 billion |
3 Netherlands |
$1.0 billion |
3 Turkey |
$420 million |
|
4 Italy |
$1.2 billion |
4 Germany |
$920 million |
4 Switzerland |
$320 million |
|
5 Turkey |
$970 million |
5 Spain |
$870 million |
5 Netherlands |
$250 million |
|
Table 11. Leading Purchasers of U.S. Defense Articles and Services, Total Values of Europe Deliveries Concluded
(in current U.S. dollars, rounded to nearest 10
million or 10th of a billion) |
|||||
|
Europe Agreements |
Europe Agreements |
Europe Agreements |
|||
|
1 Greece |
$3.3 billion |
1 Poland |
$2.6 billion |
1 Poland |
$760 million |
|
2 U.K. |
$1.6 billion |
2 U.K. |
$1.6 billion |
2 U.K. |
$430 million |
|
3 Netherlands |
$1.2 billion |
3. Turkey |
$1.1 billion |
3 Turkey |
$360 million |
|
4 Spain |
$1.1 billion |
4 Greece |
$990 million |
4 Netherlands |
$180 million |
|
5 Turkey |
$1.1 billion |
5 Netherlands |
$970 million |
5 Germany |
$160 million |
|
Table 12. Table 12. Leading Purchasers of U.S. Defense Articles and Services, Total Values of Worldwide Deliveries Concluded (in current U.S. dollars, rounded to nearest 10 million or 10th of a billion) |
|||||
|
Europe Agreements |
Europe Agreements |
Europe Agreements |
|||
|
1 Egypt |
$5.0 billion |
1 Israel |
$5.6 billion |
1 Saudi Arabia |
$1.2 billion |
|
2 Saudi Arabia |
$4.3 billion |
2 Egypt |
$4.8 billion |
2 Israel |
$1.2 billion |
|
3 Taiwan |
$3.7 billion |
3 Saudi Arabia |
$4.4 billion |
3 Egypt |
$1.0 billion |
|
4 Israel |
$3.4 billion |
4 Taiwan |
$3.9 billion |
4 Australia |
$900 million |
|
5 Greece |
$3.3 billion |
5 South Korea |
$2.7 billion |
5 South Korea |
$800 million |
|
6 South Korea |
$2.1 billion |
6 Poland |
$2.6 billion |
6 Iraq |
$800 million |
|
7 U.K. |
$1.6 billion |
7 Japan |
$2.4 billion |
7 Poland |
$760 million |
|
8 Japan |
$1.5 billion |
8 Australia |
$2.4 billion |
8 Taiwan |
$600 million |
|
9 Netherlands |
$1.2 billion |
9 U.K. |
$1.6 billion |
9 U.K. |
$430 million |
|
10 Spain |
$1.1 billion |
10 Turkey |
$1.1 billion |
10 Japan |
$400 million |
U.S.
Arms Sales: Agreements with and
Deliveries to Major Clients, 2001-2008
Richard F. Grimmett
Specialist in International Security
December 2, 2009
* De bekendste publicatie van Grimmett is het rapport onder de titel World Military Expenditures and Arms Transfers, waarvan de laatste versie verscheen in 2005.
De civiele procedure van de Iraanse en Iraakse Koerden dient vandaag bij de rechtbank in Den Haag. Dat zegt hun advocaat Liesbeth Zegveld vanavond in NOVA.
Oorlogsmisdrijven
Frans van Anraat werd in juni van dit jaar door de Hoge Raad nog veroordeeld tot zestien en een half jaar cel voor medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven. Hij leverde aan Irak grote hoeveelheden thiodiglycol, ook wel TDG, de grondstof voor mosterdgas. De slachtoffers van de gifgasaanvallen vroegen ook in die strafzaak al om een schadevergoeding. De rechtbank wees die eis toe, maar het gerechtshof achtte de vordering later te ingewikkeld. De Hoge Raad hield dat vonnis uiteindelijk in stand.
Letsel
In de civiele procedure vragen de zestien slachtoffers nu in eerste instantie ieder 25.000 euro voor de geleden immateriële schade. Het gaat daarbij volgens hen om “een aantasting van de persoonlijkheidsrechten en fundamentele mensenrechten,” zo is in de dagvaarding te lezen. Maar advocaat Zegveld zegt dat het daar niet bij zal blijven. Zegveld: “Daarna gaan we kijken wat dit letsel voor gevolgen heeft gehad in hun leven. Dat moet allemaal worden onderzocht.”
Mosterdgas
Rebas Kadir is één van de slachtoffers. Hij vertelt in NOVA over de gevolgen die de gifgasaanval op de stad Halabja in het zuiden van Koerdistan voor hem heeft gehad. Kadir: “Mijn oom, mijn tante, mijn vader, mijn moeder, mijn broer en mijn zus hebben het allemaal niet overleefd. Ik zelf ben in aanraking gekomen met mosterdgas. Wat het doet, je ademt het in en het verbrand je longen van binnenuit. Het gas kristalliseert zich en laat je eigenlijk letterlijk stikken. Ik heb nog maar 33% van mijn longen over, de rest is niet meer functioneel.”
Van Anraat heeft de dagvaarding in zijn cel in Schevingen ontvangen. Tegen hem loopt nog een zogeheten ontnemingsprocedure van het Openbaar Ministerie. Justitie claimt 1,1 miljoen euro.
Meer over dit onderwerp
- OM eist 15 jaar tegen Frans van Anraat
- 'Van Anraat wist van gifgasproductie'
- AIVD liet Frans van Anraat vallen
- Fred Teeven op onderzoek naar genocide in Iran
- Leverden Nederlandse bedrijven gifgassen aan Irak?
- Van Anraat zat in safehouse AIVD
- Nederland maakte gifgas
Netwerk
- zoekresultaten Anraat
Overig
- Antwoorden op kamervragen over mogelijke verkoop van gifgassen aan Irak door Frans van Anraat - AIVD
een observatie
Op de site van het Transnational Institute in Amsterdam lees ik het verslag van een bezoek van twee medewerkers aan Kaboel in Afghanistan. Ze zijn daar om onderzoek te doen naar de ontwikkelingen op de opium markt.
Het artikel Security in Afghanistan - Business as usual?’ gaat vooral in op de vele veiligheidsvoorzieningen in de stad. Overal staan jonge mannen aan de poort en overal worden auto’s aangehouden. Hun harten en geesten worden er niet mee gewonnen. De chauffeur van de onderzoekers grapt: “Een ding dat een goed exportproduct voor ons land zou zijn, is beton voor roadblocks. Afghaanse bedrijven zijn experts in de maken ervan.”
Het deed mij denken aan een overzichtje uit de Engelse Times dat ik elders las, waarin vooral ingegaan wordt op de buitenlandse ondernemingen die hun voordeel doen met de situatie in Afghanistan.
90 is het minimale aantal civiele veiligheids bedrijven (private security contractors,
PSC’s) werkzaam in Afghanistan.
28.000 veiligheidsmedewerkers werken bij de PSC’s in Afghanistan.
43.750 handvuurwapens, geweren, automatische gewereren en raket aangedreven granaatwerpers
hebben die in hun bezit dat is
3,5 wapen per persoon.
56% van de PSC’s zijn in buitenlandse handen, zoals die van de Australië, Canada, Duitsland,
Engeland, India Nederland, Nepal, Pakistan, Turkije en VS.
6.000 waren in dienst van elk van de twee grootste Amerikaanse bedrijven, Blackwater and
DynCorp.
€ 336 gemiddelde dagelijkse loon voor de internationale medewerkers van de PSC’s.
€ 11.444 maandloon voor top van de internationale medewerkers.
57 internationale PSC’s werkzaam in Afghanistan;
21 daarvan komen uit de VS,
17 komen uit Engeland.
Bron: Swisspeace
In: Jeremy Page, ‘Security companies fall foul of gun controls,’ The Times, 11 februari 2008.
Al eerder schreef ik over de verkoop van oorlog en veiligheid aan de markt:
*Op zoek naar een baantje? Bel 040-80 80 007
Chinees voor beginners
Soms denk ik wel eens dat ik mijn kinderen moet stimuleren om
Chinees te leren. Geen land maakt zo’n tomeloze
ontwikkeling door als deze Aziatische gigant. Na de val van de
muur dacht ik ook al dat Duits belangrijker zou worden,
omdat met een groter Europees achterland de reden om in het
Duits te spreken en schrijven zou toenemen. Niets is minder
waar. Duits is met het internet en email uit mijn blikveld
verdwenen. Alleen al die umlauts doen het de das om.
Bij het Chinees zijn er nog meer struikelblokken en ook hier
zal het Engels wel winnen.
‘De VS heeft China hard nodig in de
wereld,’ zo lees ik op de site van het
NOS Journaal in een artikel dat het bezoek van Obama aan
het Rijk van Midden moet illustreren. Opvallend genoeg vergeet
het journaal de meest na aan het Amerikaanse hart liggende
reden te noemen. Chinees kapitaal zorgt ervoor dat de
Amerikaanse economie kan blijven draaien, ondanks een enorme
staatsschuld. Niet voor niets waarschuwde
Beijing de Verenigde Staten herhaaldelijk dat het zich wat
zorgvuldiger op moet gaan stellen bij het runnen van de
economie. De handelsbalans tussen beide landen is nauwelijks
nog een balans te noemen. Protectie is daarom niet
verwonderlijk eveneens een hoofdonderwerp tijdens het bezoek
van Obama. Beide landen zijn tegen bescherming van nationale
economieën, zo dragen ze uit, desondanks staat het onderwerp
hoog op de agenda.
De New York Times heeft het maandag over de
vragen-en-antwoorden-sessie van de president met Chinese
studenten in Shanghai. Het staat ergens in het midden van de
hoofdpagina van de krant. Mensenrechten en de economische
banden, met de nadruk op Samenwerking, zijn de
hoofdonderwerpen. De in het Chinees vertaalde live
stream van de bijeenkomst maakt het gemakkelijk voor
iedereen die Engels of Chinees verstaat dit op te pikken. Je
ziet het nieuws dan ook overal terug.
De People’s Daily
Online pakt het groot aan. De hoofdbanner op de site luidt
‘Obama makes debut visit to
China.’ Daar waar de Westerse pers over de
mensenrechten situatie in China schrijft, noteert de Peoples
Daily: “Op het moment dat hij de Verenigde Staten
verliet voor zijn huidige trip naar Azië, zei president Obama,
zoals door de pers werd gerapporteerd, dat het wil dat China
zich gaat gedragen als ‘verantwoordelijke’
grootmacht. In feite wil China heel graag dat de Verenigde
Staten een ‘verantwoordelijke’ supermacht
is.” Ook dit artikel wordt na een lading kritiek
afgesloten met woorden die hoop voor de toekomst uitstralen.
Zeer gedragen
woorden zelfs over gewoon en welbegrepen eigenbelang:
Het is echter nog maar twee weken gelden dat president Hu de
gemoederen van een luchtmacht generaal Xu Qiliang moest
temperen. Er zal een Chinese Muur van Staal in de blauwe lucht
komen,
zo
stelde die. Hiermee nam de generaal afstand van de
officiële Chinese
lijn dat de ruimte gevrijwaard moet worden van wapens.
Enige twijfel aan de hardheid van die lijn is nu zeker wel
gerechtvaardigd.
In de Verenigde Staten zegt een Amerikaanse generaal begin november er vrijwel zeker van te zijn dat China snel bewapende satellieten in de ruimte zal plaatsen.* De reorganisatie van de Amerikaanse krijgsmacht, waardoor deze beter samen kan werken, is “niet gericht tegen China,” zo staat in het redactioneel van Defense News (9 november 2009) “maar tegen opkomende dreigingen, dat gezegd hebbende is China wel een goed voorbeeld om aan te geven waar de afschrikwekkende voordelen van grotere samenwerking zich bewijzen.”** China wordt een steeds belangrijker argument voor een torenhoge Pentagon begroting.
Zo tuimelen de Amerikaanse en Chinese generaals om elkaar heen naar boven. Achter de lachende gezichten van Hu en Obama gaat ook een ruimtewapenwedloop schuil. Een beetje beheersing van het Engels is voldoende om daarover een boel informatie te vinden. De termen ‘Weaponization of Space’ en ‘China’ gezocht in Google levert een hele lading rapporten, artikelen en zelfs films op over de grimmige kant van de Chinees-Amerikaanse relaties. Enkele voorbeelden:
- Punching the U.S. Military’s “Soft Ribs”: China’s Antisatellite Weapon Test in Strategic Perspective – Ashley J. Tellis Carnegie Endowment for International Peace
- Space Weaponization And Space Security: A Chinese Perspective Zhang Hui
- Pax Americana and the Weaponization of Space, Denis Delestrac, Canada, France, 2009, color, HD, 85 min
Noten:
* 'SBIRS Delay, ISR Needs Dominate Omaha Space Symposium,' John T. Bennett, Defense News (web), 9 november 2009, p. 8.
** 'Editorial, U.S., military Jointness; time for air-sea battle concept,' DefenseNews 9 november 2009, p. 28.
Geschreven voor www.konfrontatie.nl
Hieronder een persbericht van de Campagne tegen Wapenhandel:
(Vorig jaar leidde dit jaarlijkse rapport - nadat het de Volkskrant haalde - tot vier verschillende blogs. Eens kijken of dat dit jaar weer zo is.)
Groningen, 11 november 2009 – In 2008 bereikte de Nederlandse wapenexport een recordhoogte van ruim 1,25 miljard euro, zo blijkt uit de vandaag verschenen “Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2008” van de Campagne tegen Wapenhandel. Een aantal uitvoervergunningen botst duidelijk met de Europese wapenexportcriteria waaraan Nederland zich heeft verbonden.
Zo werd toestemming gegeven voor wapenzendingen naar Pakistan, Saoedi-Arabië en Jemen, ondanks gewapende conflicten en mensenrechtenschendingen in die landen. Indonesië, waarmee Nederland een langlopende ontwikkelingsrelatie heeft, steekt zich met 316 miljoen euro voor de aanschaf van twee korvetten en bijbehorende radarvuurleiding nog dieper in de schulden.
Nederland laat wapentransporten via Schiphol en Rotterdam ongehinderd passeren als de vracht afkomstig is van bondgenoten. Zodoende liet men twee Tsjechische wapentransporten met ondermeer 20.000 geweren door op weg naar Sri Lanka. Ook werd niet opgetreden tegen een massale vracht Amerikaanse munitie voor Georgië, die eind juli – vlak voor de oorlog tegen Rusland - op Schiphol werd aangemeld.
Daarnaast vallen een groot aantal exporten van nachtzichtapparatuur op voor de krijgsmachten van India, Marokko, Thailand en China. Tegen China loopt nota bene een (beperkt) Europees wapenembargo. Het Libische leger is voor het eerst in decennia weer een acceptabele bestemming; aan dictator Khadaffi werd een radar verkocht.
“Nederland houdt een dubieuze reputatie hoog als grote wapenexporteur” vindt onderzoeker Frank Slijper van de Campagne tegen Wapenhandel. “Economische en bondgenootschappelijke argumenten wegen vaak zwaarder dan mensenrechten, vrede en veiligheid”.
De “Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2008” is te vinden op www.stopwapenhandel.org
Campagne tegen Wapenhandel vanavond ook op TV bij VPRO Thema “Wapens”, Ned. 3 om 20.25 uur.
<b>Kreeg ik ook nog binnen:</b>
De emailnieuwsbrief van de Campagne tegen Wapenhandel verschijnt vier keer per jaar. Aanmelden en afmelden kan via info@stopwapenhandel, ovv ‘nieuwe abo nieuwsbrief’of ‘einde abo nieuwsbrief’. Ken je mensen in je omgeving voor wie deze email nieuwsbrief interessant kan zijn, stuur hem dan door!
Het Nederlandse bedrijf Thermon Europe B.V. is onlangs een schikking aangegaan met de Amerikaanse Exportcontroledienst (BIS) in verband met de overtreding van de Amerikaanse exportwetgeving. Het bedrijf moet een kleine dertigduizend euro betalen en als het dat niet doet krijgt het een jaar lang geen exportvergunningen meer. De schikking betreft in totaal negen overtredingen. In alle gevallen gaat het om hitte zoekende apperatuur. Om welke apparatuur het precies gaat is niet duidelijk. Vier andere dochters van Thermon trof hetzelfde lot. In totaal gaat het om een schikking van 118 duizend euro voor de Thermon dochters in Engeland, India, Japan, Nederland en Zuid-Korea bij elkaar opgeteld.
In de periode oktober 2003 tot april 2004 werd door de Nederlandse vestiging zes keer een vrachtje naar Libië geëxporteerd. (zie tabel) In augustus 2005 gingen vervolgens twee zendingen naar Syrië. Daarna leverde Thermon nog een zending aan Iran. In een aantal gevallen verliep de export via Nederland. Zowel voor leveringen aan Iran als Sysrië was het bedrijf door de Amerikaanse moeder van Thermon gewaarschuwd. De export controle organisatie schrijft in de schikking: “Thermon Europe handelde met voorkennis, omdat op 25 februari 2005 Thermon US een email stuurde naar zijn dochters, inclusief Thermon Europe waarin stond: “producten gemaakt door Thermon US mogen niet worden verkocht naar de tien landen die op de sanctielijst van de VS staan.” De email noemde Syrië [en Iran zo wordt elders geciteerd, MB] als een van die 10 landen waaraan geen Thermon producten mochten worden verkocht.”
Met een snelle zoektocht op het internet kon ik geen enkele Nederlandse publicatie over deze zaak vinden. Ook geen antwoord op de vraag of Thermon met de leveringen de Nederlandse exportwetgeving heeft overtreden. Het is in ieder geval wel een duidelijk voorbeeld van de actieve inzet van de lange machtige armen van de Amerikaanse overheid als het er om gaat de sancties tegen landen te handhaven, ook als het gaat om buitenlandse bedrijven. De controle op de export van strategische goederen is in de VS beter geregeld dan in Nederland. Nederland weigert de handel en wandel van bedrijven die onder jurisdictie van bondgenoten staan te controleren. Dat bleek ook weer tijdens het laatste wapenexportdebat in de Tweede Kamer van dinsdag 7 oktober.
Je moet daarbij wel beseffen dat deze controle in dienst van het Amerikaanse buitenlandse beleid staat. Automatisch meegaan met de Amerikaanse veroordeling van dit bedrijf kan zijn doel wel eens voorbijschieten. Veel van de goederen die de VS onderwerpt aan een embargo zijn noodzakelijk voor civiele toepassingen. De onderstaande overtredingen vallen allemaal onder de classificatie EAR99, een verzamel begrip voor exporten die naar vrijwel alle landen zijn toegestaan en op vrijwel alle geëxporteerde goederen van toepassing. Door het zeer strikt handhaven van de sancties is het voor landen vrijwel onmogelijk die technologie in te kopen. De strafmaatregelen treffen daarmee de hele economie en de opbouw daarvan. Dat betekent dat uiteindelijk ook de mensen in die landen de dupe zijn. Echter de Amerikaanse sanctiepolitiek betreft ook gevaarlijke strategische goederen. Je kan daarom ook niet in absolute termen tegen de sancties zijn, maar moet ze stuk voor stuk in hun eigen context beoordelen.
|
Overtredingen |
Datum Vervoer |
Bestemming |
Classificering |
Inkooporder Nr./type |
Verkoop
waarde in
US$ |
|
1 |
28 okt. 2003 |
Libië |
EAR99 |
TFE3085 |
29.537,60 |
|
2 |
28 okt. 2003 |
Libië |
EAR99 |
TU18330/EX050018 |
29.434,08 |
|
3 |
5 dec. 2003 |
Libië |
EAR99 |
TFE3121 |
2.538,52 |
|
4 |
3 feb. 2004 |
Libië |
EAR99 |
TFE3182 |
4.751,91 |
|
5 |
27 feb. 2004 |
Libië |
EAR99 |
TU18330/EX050018 |
7.915,08 |
|
6 |
19 april 2004 |
Libië |
EAR99 |
TU18330/EX050018 |
28.543,98 |
|
7 |
10 aug. 2005 |
Syrië |
EAR99 |
UK 051977(1) |
25.112,46 |
|
8 |
25 aug. 2005 |
Syrië |
EAR99 |
UK 051977(2) |
Onbekend |
|
9 |
4 jan. 2006 |
Iran |
EAR99 |
100025962 |
47.665,80 |









