Admin: edu

Onderwijs

Ervaringen, gedachten en meningen uitwisselen over het onderwijs. En wel alle vormen van onderwijs.

Genieten

dinsdag 16 maart 2010 20:27 door ramirezi

Genieten - Enjoy

 

"Dus dan loop ik lekker helemaal alleen over het strand. Het is er doodstil en het is een beetje mistig. Het zonnetje staat nog laag. Met wat geluk zwemt er een zeehondje met me mee. Nou, dan ben ik echt aan het genieten".

 

Het is mijn brugklasje duidelijk, het nieuwe hoofdstuk gaat over "genieten". Na deze start over hun docent mogen ze er zelf over nadenken. Iedereen krijgt een blaadje, met de opdracht om er in stilte vijf dingen op te zetten waar ze van genieten.

 

Het plan is om daarna uit te wisselen in de groepjes, om te eindigen met de klassikale vraag wie er dingen hebben ingevuld die in het hoofdstuk worden behandeld; alcohol, roken en drugs. Dat is meestal niemand, zodat ik de conclusie kan trekken dat het ook zonder al die middeltjes héél goed mogelijk is om ergens van te genieten.

 

Maar zo ver zijn we nog niet - de kids hebben net hun lijstje af met geniet-momentjes. Nieuwsgierig als altijd loop ik al een beetje door de klas heen om polshoogte te nemen. Hendrik ziet me komen; "meneer, wilt u weten wat ik heb ingevuld?"

"Vertel het maar kerel, waar geniet jij verschrikkelijk van?"

 

"Poepen meneer!"

 

Hij trekt er een gezicht bij alsof hij zich zojuist naar volle tevredenheid heeft ontlast.

een schrijver op school

maandag 15 maart 2010 16:22 door pas_ivy

 

 Onverwacht bezoek vanmiddag, voor de leerlingen van 5Ha. In plaats van een gewone Nederlandse les kwam er opeens een echte schrijver de klas binnen: Abdelkader Benali was een dagje in Nijmegen om opnamen te maken voor een nieuw TV-programma. De Volkskrant wilde daar wel aandacht aan besteden en het leek hen een leuk idee de schrijver voor een klas te zetten. Aangezien dat niet in het programma zat, kwamen ze bij ons terecht (hoe bestaat het .....) met het verzoek een fotoshoot te maken. En dat mocht. En omdat wij meteen dachten aan een PR-slaatje, bleef ik erbij om foto's te maken voor onze website.

 

 

Abdelkader las voor uit een door hem samengestelde verhalenbundel. Daarna kregen de leerlingen de opdracht om een 'tweet' te schrijven over de inhoud van het verhaal, waarbij hij in een deuk lag om de opmerking van één van de meisjes: 'meneer, wat is een twiet?' 

 

 

Later ontspon zich een discussie over het leven in de stad versus een dorp, over het conformeren aan regels, over de rol van fantasie en literatuur in het leven van een puber. En vertelde de schrijver tussendoor anecdotes over zijn opgroeien in Rotterdam, op een school die bekend stond als een 'achterstandschool'.

 

 

Het was een leuke leerzame les voor de leerlingen, maar voor de school waren de opmerkingen achteraf  eigenlijk nog leuker: 'wat een leuke leerlingen hebben jullie! Wat een rustige klas. Wat een fijn gebouw.'

 

En toen we langs de kantine liepen op weg naar de aula voor een laatste foto viel zijn blik op de kroketten in de vitrine, en kon hij evenlater volmondig aan zijn rijtje toevoegen: 'wat een lekkere kroketten.'

 

Wat een leuke schrijver, Abdelkader Benali!!

 

De officiële foto's komen morgen (16 maart) in de Volkskrant. Hier alvast een voorproefje, een soort 'making of'.

 

 

 

 

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN

maandag 15 maart 2010 09:19 door meneer_mevrouw

 

Er staat binnenkort een generatie leerkrachten voor de klas die niet kan spellen. Het klinkt heel hard, maar het is wel zo. En je kunt het ze niet eens kwalijk nemen, want ze krijgen er gewoon te weinig les in. En dat is te danken aan het onderwijssysteem. Zo simpel is het. De meeste aandacht op een lerarenopleiding gaat uit naar competenties en niet naar vakinhouden.

 

Het evenwicht is volledig zoek.

 

Van 3e en 4e jaars studenten krijg ik regelmatig het verzoek om nog eens een extra les spellingdidactiek te geven, omdat ze zelf ook vinden dat ze zo niet voor de klas kunnen. Als ik teksten lees van studenten die bijna klaar zijn met hun opleiding dan slaat de moedeloosheid toe.

 

En ik ben echt geen doemdenker.

 

Behalve dat de werkwoordspelling nog steeds een enorm struikelblok is – terwijl je het algoritme ervoor in een half uur goed uitgelegd hebt, vormen de onveranderlijke woorden ook een groot probleem: waarom is het ‘cafés’ met een /s/ eraan vast en foto’s  met apostrofe /s/ en  ‘onmiddellijk’ met twee d’s en twee ellen, daar zijn regels voor. Daarnaast wordt het verschil tussen een persoonlijk voornaamwoord  en een bezittelijk voornaamwoord niet meer herkend waardoor veel studenten ‘jou/u boek’ schrijven en ‘het boek is van jouw/uw’.

 

En dat gaat eigenlijk nergens meer over.

 

Nu zijn dit grammaticale fouten die niet tot het domein van de spelling behoren, maar ik kan me niet voorstellen dat hoogleraar taalkunde Helen de Hoop die laatst bij DWDD met Plasterk heftig discussieerde over de vraag wel of geen acceptatie van ‘hun hebben’, deze fouten ook klakkeloos toe zou laten, omdat die ‘passen’ binnen taalverandering en taalontwikkeling.  

 

http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/Video-detail.628.0.html?&no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=14990&tx_ttnews%5BbackPid%5D=626&tx_ttnews%5Bcat%5D=148

 

Hoe het ook zij, binnen een opleiding tot leraar basisonderwijs moet het spellingonderricht een grotere plaats gaan krijgen. En dan gaat het erom dat het spellingsysteem aangeleerd wordt, dat het duidelijk wordt waarom woorden gespeld worden zoals ze gespeld worden.

 

Uitgaande van het fonologische principe van onze taal – je schrijft een woord zoals je het hoort:  ‘ik, maan, roos, vis’, woorden die je luisterwoorden noemt, leer je vervolgens regels aan volgens het morfologische principe: - ‘hond’ schrijf je met een /d/ omdat je ‘honden zegt (de verlengingsregel) en het syllabische principe – na een lange klank één medeklinker, na een korte klank twee (‘laten’ en ‘latten’). En dat soort woorden noem je dan weer regelwoorden.  

 

Om tot slot bij het etymologische principe uit te komen: woorden uit een andere taal of met een onduidelijke herkomst moet je uit je hoofd leren – cadeau, burgemeester, interview, etc.  Weetwoorden heten dat soort woorden.

 

Als je de pijlers van de taal niet kent, kun je ook geen taalonderricht geven. En de studenten zelf zijn de eersten die dat zullen erkennen. En nu de grote jongens nog.

 

Wie dat dan ook zijn moge.

Stel: m'n dochter moet naar een vmbo in Amsterdam

maandag 15 maart 2010 07:30 door iris kijkt

Als m'n dochter een vmbo-advies in Amsterdam had gehad toendertijd, was m'n eerste reactie geweest : oh, dan komt ze dus tussen de allochtonen en die moeten haar niet en haar vrijheid al helemaal niet.

 

Dus zou ik een vmbo gezocht hebben, waar die allochtonenkwestie minder zou spelen. Dat is overigens nooit aan de hand geweest, maar ik zie dat nog steeds om me heen een grote rol spelen, ook op hoger schoolniveau.

 

De zoon van mijn zus gaat na de zomervakantie naar de middelbare school. Havo/vwo advies. De inschrijvingen voor middelbare scholen in het centrum, het brede centrum, lopen storm, er zijn veel te veel inschrijvingen, en er moet dus geloot worden.

 

De kans dat hij uitgeloot wordt is reeel en je mag je maar op 1 school inschrijven en wordt je daar uitgeloot dan vallen alle scholen uit het centrum weg. Zij zegt : Ik wil niet dat hij op zo'n school komt ergens in West. Wat duidelijk is voor degenen die weten wat 'ergens in west' betekent.

 

Ik wijs haar op Amstelveen en op de mooie fietsroute naar die school, helemaal zonder auto's. Een half uur fietsen. Hij zou gewoon naar Amstelveen kunnen in het geval dat hij wordt uitgeloot. En daar zijn zeker geen problemen te verwachten met z'n hele blonde krullen en z'n ongelofelijk meisjesachtige voorkomen.

 

Zo zijn er ook allochtone ouders inmiddels die naar scholen zoeken waar niet zoveel allochtonen zijn.

 

Had je een goed spreidingsbeleid, was dit allemaal geen punt, maar de vraag is of dat nog kan en of het werkt.

 

Het hangt nu steeds, en al lang, van de ouders af om in te schatten waar ze hun kind willen hebben. Ouders die daar actiever over denken kiezen voor scholen waar een minderheid allochtoon is. Ouders die daar minder over nadenken, of niet eens over kunnen denken, sturen hun kinderen naar de dichtstbijzijnde school. Zitten ook autochtone kinderen op, even gedachtenloos gestuurd. Ja, kan, is ook wel lekker dichtbij en wie zegt dat dat zo erg is, met wie je zit.

 

Is dat erg ? Ik weet het niet, maar je schuldig voelen omdat je je kind niet naar een school met teveel allochtonen wilt sturen, ook niet, volgens mij.

 

Nu zou m'n dochter trouwens wel naar een vmbo kunnen gaan in Amsterdam, maar dan als de journaliste die ze inmiddels is, om op te merken wat er goed gaat en wat veel minder. Ze zal er over schrijven en ze zal ongetwijfeld van al die leuke kinderen houden en graag hun verhaal optekenen. Maar ze zal er niet rouwig om zijn dat ze ooit zelf niet op die school zat.

 

 

VERBIEDEN? MAAK JUIST GEBRUIK VAN AL DIE LAPTOPS

dinsdag 9 maart 2010 15:55 door Theo E. Korthals Altes

 

 

In de serie zinloos nieuws was er vandaag de melding dat een hoogleraar van een Amerikaanse universiteit studenten verbiedt hun laptop mee te nemen in de collegezaal. Ik heb juist als docent die laptop altijd goed gevonden – toegejuicht zelfs. Waar zit het verschil: is het alleen een onderscheid in liberaliteit, of moeten we er onderwijskundig serieus bij stilstaan?

 

De hoogleraar in Amerika vereenzelvigt laptops met een hele winkelgalerij van tijdschriften, spelletjes, TV shows, shopping malls, en zo meer, dus: met een overmaat aan afleiding. Laat studenten hun aantekeningen maar gewoon maken met pen en papier, zegt hij.

 

Ik heb de laptop altijd goed gevonden omdat het veel studenten gedurende een (werk-)college ook aanleiding gaf om een bepaald onderwerp dat aan de orde was, even snel te “googlen” en vervolgens hierover opmerkingen te maken en vragen te stellen. Zonder het te willen idealiseren is het dus ook een hulpmiddel in de interactiviteit van het college, en ik juich dat toe.

 

Meer in het algemeen ben ik geen voorstander van aandacht trekken door afleiding te verbieden. Dan ligt dat toch in de eerste plaats aan mij als docent dan aan de student, is mijn opvatting. En je kan er niet omheen dat wanneer je een laptop verbant, er morgen een zaal vol mobieltjes is die net zo goed internetafleiding bieden. Studenten zijn in dit opzicht tamelijk onstuitbaar.

 

Daar maak ik liever gebruik van. Bijvoorbeeld door de hele zaal achter hun laptop aan het werk te zetten: zoek eens wat op. Kijken wat je vindt. Kennisoverdracht is steeds meer: leren omgaan met kennismanagement. Wat jij vertelt als docent is per saldo maar zelden zoveel interessanter dan wat je studenten leert zelf op te zoeken. En als ik dat zo overdenk, zou ik toch hopen dat de hoogleraar in Amerika deel is van een uitstervend ras.

 

dyslexie + docenten + doorzetten = diploma

donderdag 4 maart 2010 17:22 door Verbaas

Docenten kunnen je maken of breken. Ik vraag me af of ze zelf doorhebben hoe belangrijk ze zijn in de ontwikkeling van kinderen en pubers. 

 

Ik heb zelf niet zoveel last (meer) van mijn dyslexie. Weet dat bepaalde dingen me veel tijd kosten en heb mijn frustratiedrempel weten op te rekken. Ik heb meer last gehad van de docenten. Mijn eerste docent van de middelbare school gaf aan dat hij het normaal vond dat je uitgelachen werd tijdens het voorlezen en het maken van spelfouten op het boord. Hij had door dat hij met mij belachelijk maken goed scoorde bij de rest van de klas. Toch was hij mijn held en wist dat te blijven door na de les altijd heel begripvol te zijn. Ook na het in bezopen toestand onder kotsen van zijn tent op kamp, bleef hij in mijn tienerhoofd op een voetstuk staan. Van de andere docenten hoorde ik dat ik beter mijn best moest doen, of voor de verandering eens moest gaan leren. Wisten zij veel dat ik me suf leerde. Ik werd heen en weer geslingerd tussen geloven wat de docenten zeggen en docenten zijn domme machtbeluste wezens die hun jeugd willen herleven en mij daarvoor gebruiken. Op mijn diploma uitreiking zei een docent dat ik het diploma niet verdiend had. Dat was de druppel en het was oorlog! Deze houding hielp me niet echt en ben dan ook weggestuurd van de universiteit en kreeg problemen op het HBO. (Docent in kwestie is op het matje geroepen en ik werd in het gelijk gesteld.) Na een paar jaar werken ontdekte ik dat ik zelf aan het kortste einde had getrokken en ben de schoolbanken weer in gegaan. Ik ben nu bezig met mijn scriptie maar verwacht toch nog elk moment dat ik door de mand zal vallen. Dat ze zullen ontdekken dat ik hier niet hoor. Dat de eerder behaalde cijfers een kwestie waren van goed kunnen gokken en dat ik de docenten van mijn middelbare school gelijk moet geven. Hoewel ik docenten niet meer zie als vijanden kon ik er niets aan doen dat er van de week tijdens mijn scriptiegesprek rebellie opborrelde. Mijn ratio en mijn gevoel zeggen dat het leuk is een scriptie te schrijven en dat mijn docent aardig en begripvol is, toch blijkt mijn gedrag nog wat jaren achter te lopen. Oude gedragspatronen kwamen boven en ik hoorde mezelf nodeloos brutaal doen…

 

Ik ben in mijn schoolcarrière ook een aantal echte helden tegen gekomen. Mensen die in mij geloofde terwijl ik dat zelf niet deed, zoals mijn stagebegeleider. Het meest dankbare ben ik een juf van de lagere school die me elke dag een half uur extra leesles gaf. Door haar heb ik plezier gekregen in het lezen, de beste medicijn tegen dyslexie.

prentje en de kijkavond

dinsdag 2 maart 2010 19:02 door prentje

Maandagavond. 'Mama, vanavond is het kijkavond op school!'.
O nee hè. Net thuis van een dag hard werken.
'Weet je het zeker schat, ik heb er niets over gehoord', probeer ik nog voorzichtig. Schat weet het zeker. Want hij heeft vandaag omcirkeld wat hij leuk vindt (de smileys) en wat hij niet leuk vindt (de verdrietige gezichtjes). En hij vond alles leuk. En smileys omcirkelen, dat betekent kijkavond.
We hebben nog een kwartier voor het afgelopen is, dus er is geen tijd meer om te twijfelen.
Met z'n drieën lopen we een donkere school binnen. Een eenzame schoonmaker maakt de volgeplaste wc's schoon.
En stug vol blijven houden hè. 'Ik denk dat ze nog niet begonnen zijn, mama.' Op de schoolagenda (had ik natuurlijk meteen op moeten kijken!!!) zie ik dat de kijkavond op dinsdagavond zal plaatsvinden.

Dinsdagavond. Vanavond branden de lichten op school. Trots laat Zoon ons zijn portfolio zien. Met zijn mooiste werkjes. De juf vertelt dat hij samen met nog een klasgenootje twee keer in de week naar een andere groep gaat om te leren lezen en schrijven. Mijn kleuter. Ik slik een brok weg en kijk naar een tekening in de portfolio van Sinterklaas in bad.
Nog even en hij wil een brommer.

Misbruik door Brother Basil

dinsdag 2 maart 2010 00:10 door Klaverblad

Mijn broer en ik (7 en 8 jaar) gingen dagelijks in alle vroegte met de bus vanuit de voorstad Observatory naar het centrum van Kaapstad. In mijn herinnering is het altijd lente. We waren gekleed in een blauw-grijs schoolkostuum en hadden in een kartonnen koffertje onze schoolspullen. Vanaf het busstation liepen we door brede straten met hoge gebouwen , langs bloemenmarkt en deels door de Botanical Gardens omhoog naar het schoolgebouw aan de voet van de Tafelberg. Het volgende schooljaar zouden we ons zusje (5) eerst bij haar meisjesschool St.Bridget afzetten.

 

embleem Moeder en kinderen op het schoolplein

 

Het schoolcomplex St.Joseph College was van de Marist Brothers, een katholieke onderwijscongregatie, dat een reputatie op onderwijsgebied had; een internaat met bijgebouwen, broederhuis en schoolgebouw bezat. De scene was troosteloos. Een groot rechthoekig vervallen gebouw, wel met een groot schoolplein. Het ergste waren de urinoirs die buiten waren en afgrijselijk stonken.

 

Mijn broer en ik kregen les in één leslokaal, waar twee klassen waren ondergebracht. Ik begon in de 2e en zou de school halverwege de 4e verlaten, omdat we terugkeerden naar Nederland. Er heerste in het lokaal een engelse discipline. We moesten staan bij elk antwoord of overhoorbeurt. Er werd door de brothers Michael en Basil met een rieten stokje (cane) op de vingers of broek geslagen als zij daar reden toe zagen. Lijfstraf werd algemeen aanvaard. Ik was er doodsbang voor. Ik kende tot die leeftijd geen enkele vorm van fysiek geweld. Ook de bokslessen als onderdeel van gymnastiek stonden me tegen. Het leukste waren nog de pauzes. Dan werd er gevoetbald tussen de teams Blue en Gold en de score werd groot op een bord bijgehouden. In de middagpauze bleven we over, moesten in de rij staan om bruin brood met ingedroogde pindakaas of appelstroop en wat zurige melk in ontvangst te nemen.

 

Brother Basil kon niet van ons afblijven. Iedereen wist het. Er werd besmuikt over gesproken. Hij riep je bij je aan zijn brede bureau, maakte je gulp los en betastte je tot hij bevredigd was. Toen hij mij een keer wilde meenemen naar zijn kamer zette ik het op een huilen en werd gespaard voor ergere handelingen, die hij wel met klasgenoten verrichtte. Thuis sprak je er natuurlijk met geen woord over. Het leek te behoren tot de geheimen van de jongenswereld.

 

In de 3e klas kreeg ik les van miss Boothes, die ook in onze woonwijk woonde en ons vaak met haar kleine groene Morris meenam. Zij verbeterde voortdurend ons spreekengels. In zuidafrikaans, dat duidelijk de tweede taal van de school was, was ik uitblinker. Op de wekelijkse uitreiking van oorkondes werd ik menigmaal onderscheiden. Zij was ook de regiseuse van een pastoraal toneelstuk dat we opvoerden. Als lid van het jongenskoor deden we mee aan wedstrijden in de Concert Hall. Greensleeves en The Holy City waren onze succesnummers.

 

Voor de 4e klas stond een leraar Simpson, die ik gelukkig maar een paar maanden meemaakte, want hij was alcoholist, dronk whisky in de middagpauze, en sloeg er 's middags lustig en sadistisch op los. Ik durfde helemaal niets meer, niet te bewegen, niets te zeggen en deed voor het eerst in mijn schoolleven mijn uiterste best. Uit pure angst. Ik was thuis kennelijk zo druk en nerveus, dat ik op voorspraak van mijn oom en tante, naar het internaat werd gestuurd. Het werd een klein drama...

 

ROUVOET HEEFT GELIJK: EERST DE PRIORITEITEN

donderdag 25 februari 2010 12:19 door Theo E. Korthals Altes

 

 

De “sneer” die Rouvoet gisteren gaf in de richting van zijn voorganger Plasterk, kan ik wel volgen. Niet de feesten en partijen of leuk doen met een hoed, maar jeugd en onderwijs zijn de prioriteit van deze interim-minister van OCW. Veel doen kan hij niet, maar elk beetje dat hij doet maakt al verschil.

 

Er is kritiek op hem omdat hij het troetelkind van Plasterk, de homo-emancipatie, op het bord heeft geschoven van de staatssecretaris. Ik had hem dit ook afgeraden, als ik de kans had gehad, maar met een ander motief, denk ik, dan waarmee de critici hem belagen. Juist Rouvoet had de kans kunnen aangrijpen om de heren te wijzen op de tegenstrijdigheid van een subcultuur die wil emanciperen maar die alles vastgrijpt om vooral te blijven baden in apartheid. Ik heb daarover al eens eerder geschreven. Ministers die – als bewindsman – naïef mee feesten op een Gay Pride geven de verkeerde boodschap af.

 

Maar goed, waarom zou je die boot onnodig schudden. Rouvoet heeft kwesties van groter direct belang onder zijn hoede. De kans natuurlijk nu is om in de strijd tegen schooluitval het  jeugdbeleid en het onderwijs een stapje verder in elkaar’s verlengde te brengen. Dat daarvoor een langere adem en meer mandaat nodig is dan hij in dit demissionaire kabinet krijgt, begrijp ik natuurlijk ook. Maar hij kan het minstens aanjagen en de ambtenaren van beide departementen eens een dag op de hei bij elkaar zetten.

 

Het ministerie van OCW krijgt – tijdelijk – weer een serieus gezicht. Ik vind dat geen achteruitgang.


3) Eerste oplossing: 'Geef docent vrijheid en weg is de stress'

woensdag 24 februari 2010 11:48 door deOnderwijsagenda

Gerard Reijn

 

Werkdruk is niet hetzelfde als uren maken, zegt Ilona Hogenkamp, een jonge lerares Nederlands aan het College voor Beroepsonderwijs in Purmerend. ‘Ik maak evenveel uren als bij mijn vorige baan, bij een school in Amsterdam. Maar hier voel ik helemaal geen druk, en in Amsterdam wel.’

Het grote verschil: in Amsterdam moest ze van alles, kreeg ze opdrachten van de schoolleiding. ‘Ik moest het schoolkamp organiseren. Daar bleek ik vrijwel alleen voor te staan.’

Zo gaat dat op de doorsnee school. Leerkrachten moeten taken verrichten en uiteindelijk is het de schoolleiding die de lakens en de taken uitdeelt. Zo niet in het CvB, een vmbo in Purmerend. Daar bepalen de leerkrachten zelf wat ze doen. Sinds een paar jaar werken ze er in ‘resultaatverantwoordelijke teams’, en ziedaar: het grote probleem in het voortgezet onderwijs, de werkdruk, verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Frits van der Zee, docent voertuigtechniek: ‘Er is veel meer betrokkenheid tussen de docenten onderling. Je kijkt nu naar elkaars sterke punten. De een is gek op cijfers, de ander heeft daar juist een hekel aan. Daar hou je rekening mee.’ Said Alladien, leraar Nederlands: ‘Je hebt nu veel meer succesbelevingen per dag. Omdat je dingen doet waarin je goed bent, en omdat collega’s je dat laten weten. We hebben nu veel waardering voor elkaar, en dat gaat zelfs tot vriendschappen.’ Tom Koer (Engels): ‘Het heeft iets intiems.’ In de lerarenkamer wordt nu minder over voetbal gepraat, en meer over onderwijs en leerlingen.

Deze idylle in Purmerend ziet er knap zakelijk uit. Een gewone school voor beroepsonderwijs, zo te zien, al kunnen de sportvelden er in de lente wel aantrekkelijker uitzien dan nu met de laatste sneeuw er nog op. Schoolleider Peter van Gijzel meldt dat op zijn school 440 leerlingen zitten in de groepen 3 en 4 van het vmbo.

Toen hij schoolleider werd, in 2006, wist hij dat er iets ingrijpends moest gebeuren. ‘Ik hield met alle docenten functioneringsgesprekken. Veel docenten zeiden dat ze dreigden vast te lopen in de klas, dat ze het niet meer aan konden: elke keer weer alleen tegenover die klas. We hebben hier ook leerlingen met PDD-NOS, ADHD, noem maar op, best heftig.’

De oplossing die hij bedacht: ga werken in kleine teams, en laat die zo veel mogelijk zelf besluiten wat ze doen. Het eerste jaar vonden een paar teams die vrijheid te eng, maar na één jaar experimenteren werkt iedereen op die manier.

In feite zette Van Gijzel daarmee twee stappen tegelijk. Hij verkleinde de schaal van de school door zes teams, eigenlijk deelschooltjes, te creëren: twee bij techniek, twee bij zorg en welzijn en twee bij economie. Elk team heeft zijn eigen leerlingen, klaslokalen, lerarenkamer. De tweede stap is dat de teams zelf de meeste beslissingen nemen. De leraren bepalen onderling het rooster: wie het schoolfeest organiseert, wie surveilleert, wie mentor is en wie de cijfers in een lijst zet.

Sindsdien is de tevredenheid met sprongen gestegen. De docenten hebben een veel nauwere band met elkaar omdat ze dicht bij elkaar zijn en elkaar vele malen per dag spreken. Over werkdruk klaagt niemand meer.

Tom Koer (Engels): ‘We hebben een heel laag ziekteverzuim, en als iemand ziek is, hoor je nooit dat het was omdat hij het even niet meer zag zitten.’ Alladien (Nederlands): ‘Vóór de verandering vertrokken er wel dertig leraren. Maar nu ken ik niemand die weg wil. Wel een paar mensen die zijn vertrokken en weer terugwillen.’ En als ze 10 procent méér zouden kunnen verdienen bij een andere school? Monique de Lange, CKV: ‘Dat zou ik niet doen. Het gaat me niet om het geld. Het gaat erom dat je leuk werk hebt.’ Dat ze een bonus kunnen krijgen tot 700 euro als ze hun doelen halen, dat is iets anders. ‘Dat is een blijk van waardering’, zeggen de docenten in koor.

Maar lijdt het onderwijs er niet onder? Frits van der Zee: ‘Vorig jaar hadden we bij techniek 100 procent geslaagden.’ Dat schommelde vroeger rond 80, 85 procent. ‘Als ik nu een klas zie die zonder docent zit, dan neem ik die meteen over. En ik weet ook wat ik moet doen, want ik ken die klas. Dat was vroeger niet zo. Voordat je dan vervanging had geregeld, was het lesuur alweer voorbij. En ik verzeker je: een klas op de gang, dat vind ik een drama.’

2) Verslag Debat 16 februari: 'Gooi protocollen overboord en ga naar ouders toe'

maandag 22 februari 2010 16:02 door deOnderwijsagenda

Ianthe Sahadat

 

Hoog opgeleide witte ouders en analfabete allochtone ouders hebben meer gemeen dan ze denken. Beide groepen zijn onvoldoende betrokken bij het onderwijs van hun kinderen. ‘Na de lagere school raak je het spoor bijster: waar gaat mijn kind elke dag naar toe?’, vraagt een vader zich af, dinsdagavond tijdens het tweede publieke debat over de Onderwijsagenda van de Volkskrant in Rotterdam.

Stelling van de avond: ouders en school zijn onvoldoende partner in onderwijs en opvoeding. Opmerkelijk genoeg vinden zowel ouders als docenten dat. Docenten vinden dat ouders te veel opvoedkundige taken op school afschuiven. Ouders denken dat hun bemoeienis ongewenst is of weten niet hoe ze kunnen bijdragen.

‘Hoog opgeleide ouders zijn heus niet zo betrokken hoor’, zegt Willeke Vester. ‘Die denken: ik zet mijn kind op een goede witte school, dan komt alles goed. Verder hebben ze het druk met hun werk. En achteraf natuurlijk wel klagen, als het niet goed gaat.’ Zijzelf voelt zich pas echt betrokken sinds ze geregeld over haar beroep – ze is architect – op de school van haar dochter komt vertellen.

‘De ouders die ik spreek, willen het beste voor hun kind’, zegt Fatima el Jaoui, schoolcontactpersoon voor Marokkaanse ouders in Rotterdam, ‘maar omdat ze zelf nooit op school hebben gezeten, weten ze niet hoe ze kunnen bijdragen.’

Scholen moeten de eerste stap zetten, vindt zij. Bijvoorbeeld door de ouders persoonlijk aan te spreken in een simpele taal die ze verstaan. De resultaten zijn ernaar: minder verzuim, hogere slagingspercentages en drukbezochte ouderavonden.

Vrij Nederland-redacteur Margalith Kleijwegt, die het boek Onzichtbare Ouders, de buurt van Mohammed B. schreef, sluit zich daarbij aan. ‘Gooi de protocollen overboord en ga naar de ouders toe. Geen overlegjes op school óver het probleemkind. Maar thuis aanbellen, dat is het enige dat werkt.’

Dat is precies wat leerplichtassistent Hanneke Simons elke dag doet. ‘Ouders zijn bijna altijd blij als ik voor de deur sta. Eindelijk aandacht of hulp, denken ze.’ Volgens Simons hebben veel ouders het gevoel dat scholen te weinig doen. Om dat beeld te doorbreken moet je langsgaan.

Dat juicht een vader in de zaal toe. ‘Laat ze maar komen, perfect. Want hoe moet ik een vertrouwensrelatie opbouwen met de mentor van mijn zoon als ik met 82 ouders in de aula op een tienminutengesprekje zit te wachten?’

Dat huisbezoeken tot spectaculaire resultaten kunnen leiden, bewezen de leerplichtambtenaren in Amsterdam. ‘Een groep van ruim dertig Roma-kinderen kwam nooit naar school’, vertelt Simons. ‘Wij hebben elke dag aangebeld, waar is uw kind. Nu komen ze allemaal.’

Andere oplossingen die de revue passeren: het gebruik van digitale middelen, hogere lerarensalarissen zodat ouders meer tegen hen opkijken. ‘En word luizenmoeder’, roept een schooldirecteur, ‘dat vergroot de sociale gemeenschap’.

Kabinet gevallen! Nieuwe kansen!?

zondag 21 februari 2010 12:10 door Burro-Holanda

Nu Plasterk en zijn harempje even een poosje van het politieke toneel zijn verdwenen, zou ik toch graag dit blog willen gebruiken om alvast eens even mijn wensen uit te dragen naar de toekomstige coalitie toe. Er liggen voor het onderwijs nu toch misschien wel weer ongekende kansen open. Wellicht, dat de politieke partijen de ideeën  en wensen van deze hoopvol balkende ezel even nog snel kunnen opnemen in hun politieke programma’s ?

1. Het zou  leuk zijn als we met gezwinde spoed het Carver bestuursmodel zouden verbieden voor de besturen in het onderwijs. Dit is te veel afgestemd op het bedrijfsleven en is totaal niet toepasbaar in het onderwijs.

 

2. Het zou  geweldig zijn als de lumpsumfinanciering  snel zou worden gewijzigd in een echte financieringsvorm gebaseerd op stimulans van het onderwijs en niet op bezuiniging.

 

3. Het zou mooi zijn als de personele lasten binnen die lumpsumfinanciering ook werden afgestemd op het daadwerkelijk “zittende” personeel.  Nu komt een school  structureel te kort en moet voortdurend mensen ontslaan. En dan ook vaak nog de verkeerde mensen!

 

4. Het zou zeer tevredenstellend zijn als de bezuiniging van 90 miljoen euro op ‘bestuur en management’ onmiddellijk werd teruggedraaid. Al die dure directiekantoren met de nog veel duurdere personele kosten  komen dan in mindere mate ten laste van het geven van onderwijs.  Het is toch belachelijk, dat je  een leraar moet ontslaan omdat je een secretaresse gaat aanstellen!

 

5. Ik zou het een aangename ontwikkeling vinden als de gemeenten gedwongen werden om hun inkomsten  t.b.v. huisvesting van scholen ook daadwerkelijk  hieraan uit te geven en niet te laten verdwijnen in de pot algemene middelen.  Dubbele beglazing in mijn scholen zou een enorme besparing opleveren aan energiekosten. En zo weet ik er nog wel honderd!

 

6. Het zou fijn zijn als men ervoor zou kiezen om onderwijsgevenden niet door te laten werken tot hun zevenenzestigste jaar. Ik ben van mening, dat het aan het misdadige grenst om ( uitzonderingen daargelaten!) bejaarden les te laten geven aan 4 en 5 jarigen . Nou ja.. Een beetje chargeren mag wel, toch?

 

7.  Het zou  mij verblijden als het toelatingsniveau voor de PABO’s  ook daadwerkelijk werd opgeschroefd tot  minimaal HAVO+ niveau. En dat ook met een toelatingsexamen handhaven, natuurlijk.

 

8. Het zou mij tot euforie brengen als de komende regering artikel 23 zou schrappen en een evenredige instroom van allochtone en autochtone (lees zwarte en witte ) leerlingen verplicht zou stellen. De concurrentie tussen het openbaar en het bijzonder onderwijs is een beschamende en  valse energie verslindende misstand in ons land.

 

9.   Het zou  mij verleiden tot een voorzichtig vreugdedansje  indien…..

Nee. Ik stop hier maar. Ik heb nog wel veel meer wensen, maar je moet je hand niet overvragen, zo is mij ooit geleerd.

 

 De partij, die echter bovenstaande wensen realiseert kan volgens mij rekenen op minimaal zo’n 250.000 extra stemmen.

 

Buitenkansje!!

Het verboden "Z - woord" !

dinsdag 16 februari 2010 19:44 door Burro-Holanda

Ik heb vanaf deze week het woord  ‘ziek’ bij mij op school verboden.

Niemand mag het nog uitspreken. Niemand mag aan een ander vragen of hij of zij zich niet lekker voelt. Zodra er namelijk een collega aan een ander vraagt hoe het gaat, dan komen de klachten los.

 

“Ik voel me al een poos niet lekker! Ik lig hele nachten wakker. Ik moet steeds maar overgeven en kom bijna niet van de wc af. Ik moet zo hoesten  en mijn neus loopt aan een stuk door, ik heb griep!”  Er is er niet eentje, die roept, dat hij zich kiplekker voelt.

 

 En mijn vrees wordt dan ook veelvuldig bewaarheid. De één na de ander meldt zich ziek. Vorige week waren er  4 collega’s  in de lappenmand en deze week weer drie.  Ik blijf aan het regelen. En geloof maar niet , dat er veel vervangers beschikbaar zijn. Volgens mij ligt half onderwijsgevend Nederland ‘aan het infuus’. 

 

Toch heb ik nog steeds geen groep naar huis hoeven sturen. Mijn collega’s staan voortdurend klaar om voor elkaar ‘in te vallen ‘ . Afspraken worden afgezegd, de tandarts mag even wachten. Ze nemen groepen over,  waar ze normaal alleen in hun nachtmerries voor zouden staan. En het lukt! De trein blijft op de rails. Wat een toppers werken er toch bij mij op school!!

 

Ik heb ze vandaag maar weer eens op gebak getrakteerd.  Cheers!!

Mailtje

dinsdag 16 februari 2010 15:04 door C. 't Hart

Ze is een studente aan de HBO-opleiding waar ik lesgeef. Ze is ook vluchtelinge. Af en toe schreef ze me mailtjes. Over wanneer ze tentamen moest doen bij voorbeeld, of over hoe dat in zijn werk zou gaan. De mailtjes waren prachtig geschreven, maar dan zoals trieste liedjes prachtig zijn. Ik had haar niets gevraagd, maar ze schreef dat ze veel had gezien. Ze wenste dat we de beelden in ons netvlies konden wissen.


Op een dag kreeg ik weer een mailtje. Het was anders dan de eerdere. De collega’s om me heen, de kleuren van de dag, ze waren even verstild. “Ik lees een afscheidsbrief” besefte ik met een schok.

We belden de politie. Ze zouden haar zoeken. In de avond werd ze gevonden.
Ze leeft nog, dat wel. Maar laten we zeggen, dat ze iets had gedaan waardoor ze dood had kunnen gaan, waardoor het niet veel scheelde of ze was gestorven.

De hele dag was ik aan het peinzen. Waarom doet iemand zoiets? Ze zeggen dat de mensen die een poging doen, meestal niet echt dood willen. De pogers verlangen dat er een einde komt aan de wanhoop, niet perse aan het leven. Hadden wij als docenten iets kunnen doen? Had ik iets kunnen zeggen? Of groeit zo'n besluit onafhankelijk van de buitenwereld? 

De een ligt in met gebalde vuisten op zijn sterfbed omdat ‘ie de aarde niet wil verlaten. Hoe kan zo’n jonge meid al willen sterven?

Ik kan er niet bij.

 

 

2) Vijfde oplossing: 'De spijbelbus is echt niet cool'

dinsdag 16 februari 2010 14:23 door deOnderwijsagenda

Ianthe Sahadat

 

Leerplichtassistent Boyke Dhonre (44) maakt het regelmatig mee. Belt hij ’s morgens aan bij een leerling thuis in Amsterdam Zuidoost. Doet de moeder open. ‘Waar is uw zoon?’ Zegt de moeder: ‘Geen idee. Even kijken.’ Loopt ze weg. Even later: ‘Hij ligt in bed, hij slaapt.’

In het begin begreep Dhonre er niets van: hoe kun je als moeder nou niet weten dat je kind nog ligt te slapen? Maar inmiddels weet hij dat die moeders heel andere dingen aan hun hoofd hebben. ‘Het is niet dat het ze niet interesseert, er zijn gewoon grotere problemen in hun leven: schulden, huisuitzettingen, relatieproblemen – en soms hebben ze zelf ook niet de beste opvoeding gehad.’

Om het contact met ouders te intensiveren legt Bureau Leerplicht Plus in Amsterdam sinds kort meer huisbezoeken af in de hele stad. Dhonre en zijn collega Gregory Inge (28) doen dat in stadsdeel Zuidoost. Sinds een maand of vier begint dat elke ochtend met het posten bij de deur van een middelbare school: het Altra College voor speciaal onderwijs vlakbij metrostation Kraaiennest. De leerlingen die na de bel nog binnenwandelen, worden door hen opgevangen en erop aangesproken dat ze te laat zijn.

In de loop van de ochtend verlaten Dhonre en Inge de school met een lijst namen van afwezige leerlingen. Die bezoeken ze thuis, met de ‘spijbelbus’. Zo slaan ze twee vliegen in een klap: én de leerling wordt opgepikt én er is even ruimte om met de ouders te spreken.

Onze leerlingen zijn al op allerlei plaatsen weggetrapt, zegt Wilfred Macintosh (59), teamleider van het Altra College. ‘Die houd je niet in het gareel door continu lik-op-stuk-beleid te voeren als ze zich niet aan de regels houden. Wat wel werkt? Een veilige plek creëren én beter oudercontact.’

Het is een van de thema’s van de Onderwijsagenda van de Volkskrant. Naarmate de leerling ouder wordt, verslechtert het contact tussen ouders en school. En dat terwijl een sterke band en een goede samenwerking tussen ouders en school belangrijk is, zeker voor de minder kansrijke kinderen. Daarom is Macintosh blij met de intensieve benadering van Bureau Leerplicht Plus.

Al jaren probeert Macintosh de ouders meer bij de scholing van hun kinderen te betrekken. Soms met succes, maar vaak ook niet. ‘Een kennismaking met de leerplichtambtenaar of assistent maakt indruk’, zegt hij. ‘Oh, wij worden gecontroleerd, denken de ouders.’ Ook huisbezoeken door de oudercontactpersonen van school werpen vruchten af. ‘Vroeger namen ouders niet eens de moeite om te bellen als hun kind ziek was. Nu wel, dat is een kentering.’

De school van meester Wilfred, zoals leerlingen én leerplichtambtenaren Macintosh liefkozend noemen, telt zo’n zeventig leerlingen. Dhonre kent ze inmiddels allemaal bij naam.

Een fors meisje in groezelige kleren wordt door Dhonre tegengehouden bij de deur. Ze kijkt boos. Met luide stem: ‘Waarom hou je me hier tegen? Nu kan ik niet naar de les door jou, wil je zo graag met me praten?’

Een lange dunne jongen met dreads, hagelwitte sneakers en diamantjes in zijn oor kijkt naar de grond wanneer de leerplichtassistent hem aanspreekt: ‘Waarom ik te laat ben? Mijn wekker staat niet goed.’

Ondertussen heeft Dhonre al meer dan tien namen in zijn opschrijfboekje genoteerd. Een jongen met een grote witte capuchon haalt zijn schouders op als Dhonre hem vraagt waarom hij te laat is. Van een afstandje roept Macintosh tegen hem: zo kunnen we geen examen doen, hè Ramon?

Tegen half tien bekijkt Dhonre de lijst met absente leerlingen, het zijn er ‘maar twee’. Hij gaat bellen. Een meisje blijkt ziek, een jongen is al onderweg.

Dhonre: ‘Dit is uitzonderlijk.’ Vandaag zijn er geen kinderen voor de spijbelbus. Normaal zijn het er zo’n 3 à 4. Dhonre en Inge bellen dan aan. Als het kind thuis is, is de mededeling eenvoudig: je hebt vijftien minuten om je aan te kleden, dan met de bus mee.

‘Het heeft wel een afschrikkende werking’, zegt Dhonre, ‘het is niet echt cool om met de Leerplichtplusbus naar school te worden gebracht.’

Teamleider Macintosh, met zijn armen over elkaar: ‘De tactiek werkt vooral op spijbelgebied. Eerst waren regelmatig 12 van de 70 leerlingen afwezig, nu gemiddeld nog maar 3 of 4.’ Maar te laat blijven ze komen. Elke dag bijna een kwart van alle leerlingen, variërend tussen de vijf minuten en anderhalf uur.

Die kinderen gaan vaak pas tegen tweeën naar bed, zegt Dhonre. ‘Geen wonder dat ze ’s morgens niet kunnen opstaan.’ Stuur uw kind om tien uur naar bed, adviseert hij ouders. Maar soms zeggen moeders dan: dat doe ik ook, maar hij blijft achter de computer zitten, dan kan ik er verder ook niks aan doen. Dhonre: ‘Er is veel pedagogische onmacht bij deze ouders. Het ontbreekt deze kinderen daardoor aan voldoende regelmaat en structuur.’

Een kleine jongen van een jaar of 12 met lang haar komt binnen en kijkt verschrikt naar de drie volwassen mannen bij de deur. ‘Dit is het welkomstcomité’, zegt Ramon die nog steeds met Dhonre in gesprek is. Ramon komt elke dag, maar wel elke dag te laat, heeft Dhonre gemerkt. Eigenlijk moet de school dat melden. Maar Dhonre snapt wel dat Macintosh dat niet altijd doet: want is een proces verbaal of een Haltstraf wel de oplossing bij zo’n jongen?

Ramon heeft een psychiatrisch verleden, zegt de directeur later. ‘Hij is lang depressief geweest.’ Macintosh is allang blij dat de jongen nu op z’n minst aanspreekbaar is. ‘Hij gaat op tijd van huis, maar onderweg is hij zo afgeleid, dan kijkt hij naar bloemetjes of stopt hij ergens en vergeet hij waar hij ook alweer heen ging. Hij moet gestaag leren. Voor zulke jongens werkt een straf niet, die hebben al genoeg sores.’

De sfeer is verbeterd zegt Macintosh, sinds er meer oudercontact is, minder lik-op-stuk-beleid en de leerplichtassistenten aan de deur komen bij ouders. De kinderen zijn minder agressief, ze voelen zich veiliger op school. Dat afblaffen bij deze kinderen averechts werkt, weet ook Dhonre. Tegen een geïrriteerde jongen aan de deur zegt hij zonder spoor van ironie: ‘Je komt elke dag te laat, gisteren, vorige week, vandaag weer. Maar ik ben wel blij dat je er bent.’

 

De naam Ramon is om privacyredenen gefingeerd.

2) Vierde oplossing: 'Beta-ouders gewild op Schiedamse school'

zaterdag 13 februari 2010 12:55 door deOnderwijsagenda

Robin Gerrits

 

Soms is er niet eens een probleem nodig voor een goede oplossing. Op scholengemeenschap Spieringshoek  (havo-vwo) in Schiedam was de betrokkenheid van ouders 'niet slechter of beter dan elders', zegt rector Rob van Oevelen. Maar sinds de invoering van het Oudernetwerk, is het enthousiasme van vaders en moeders van leerlingen spectaculair gegroeid.

Het Oudernetwerk heeft een vaste kern van zo'n dertig, veertig ouders die elkaar op een vriendelijke manier de loef afsteken met manieren om hun bètawerkkring aan de school te koppelen, en de leerlingen bij hen op de werkvloer te krijgen. Zo konden leerlingen van Spieringshoek via een ouder, die cardioloog is, van dichtbij een hartoperatie meemaken. Ook de bereiding van pindakaas heeft voor hen geen geheimen meer.

Het netwerk ontstond een jaar of vijf geleden. '˜We wilden met meer leerlingen op excursies bij Unilever dan ze daar konden hebben', zegt biologielerares Thera Kokx, die de contacten met het bètawerkveld onderhoudt.'˜Ook bij bedrijven als Shell was geen ruimte. Toen heb ik alle ouders in een brief verzocht om, als ze in de bètarichting werken, na te denken of ze iets konden betekenen.'

Het gaat erom leerlingen vóór hun profielkeuze in de derde klas te interesseren voor exacte en technische studies. 'Er heersten nog vooroordelen: saai, vieze handen, witte jassen en veiligheidsbrillen', zegt Kokx.

Een grote groep ouders reageerde op de oproep. Al snel was het idee van een jaarlijkse Bètamarkt geboren: alle derdeklassers schuifelen dan in de aula langs tientallen kraampjes van bedrijven en instellingen waar Spieringshoek-ouders in een bètafunctie werken.

In het vervolg daarop, Chillen met ouders, is er meer gelegenheid de diepte in te gaan. Hieruit komen ook afspraken voort voor bedrijfsbezoek. ˜Een soort speeddaten met ouders', zegt Kokx.

Maar daarmee is het nog lang niet klaar. Ouders geven gastlessen of begeleiden leerlingen in hun profielwerkstukken. Het effect van dit alles mocht er wezen: zat het aantal leerlingen dat koos voor een exact profiel voordien nog onder het landelijk gemiddelde, na een paar jaar was dit met 35 procent gestegen, tot ver boven het gemiddelde. Inmiddels probeert de school vooral die leerlingen te interesseren die de exacte vakken ook echt aankunnen.

Los van de bètabelangstelling heeft het de betrokkenheid van de ouders bij de school enorm gestimuleerd.

˜Normaal word ik op school alleen aangesproken over mijn kind', zegt Armand Vincentie, adviseur informatietechnologie bij Defensie, vader van Maaike (havo-5). ˜Maar nu ook over mijn vak. Daar word ik enthousiast van.'

Er zijn meer voordelen voor ouders. Zo wordt er naar hartelust genetwerkt. '˜En ons bedrijf is voor zijn eigen toekomst ook gebaat bij leerlingen die voor techniek kiezen', zegt Karel Walinga, accountmanager van procesautomatiseerder ABB en vader van Renée (havo-5) en Alex (vwo-4).

Wat de deelnemende ouders ook leuk vinden: ze komen veel meer te weten dan in een enkel rapportgesprekje. '˜We krijgen een kijkje in de keuken van de school', zegt Karel Walinga. 'Zo merk ik dat de betrokkenheid van de leraren bij de kinderen heel groot is'', zegt Willeke Vester van architectenkantoor Royal Haskoning Nederland, moeder van Evelyne (4-gymnasium) en Sander (2-gym).

Het oudernetwerk biedt de school een reusachtig netwerk in het bedrijfsleven; leraren worden via de ouders automatisch op de hoogte gehouden van de actuele stand van zaken op tal van terreinen. '˜Bovendien krijg je veel respect voor de leraren', zegt Walinga van ABB, 'als je bij gastlessen zelf elke 50 minuten voor weer een nieuwe groep leerlingen staat.'

Het aantal leerlingen dat een exact profiel kiest, is met 35 procent gestegen.

'WIJ WILLEN LES: MBO'ERS ZIJN OOK MAAR MENSEN!'

donderdag 11 februari 2010 09:08 door RED_

 

Vanmiddag heb ik weer een groep doorstromers uit het mbo die een hbo opleiding willen gaan volgen. Het zijn er zo’n 20. Dat is dus heel wat. En het is het crème de la crème  van het mbo zou je kunnen zeggen. Ik geef ze taalbeheersing zoals dat heet.

 

Spelling, grammatica en formuleren.

 

Spelling: dat je weet wanneer je een werkwoord met d of dt schrijft en dat je cafés met de s eraan vast moet schrijven, omdat het woord op een é eindigt en dat alle woorden die op a,i,o,u,ij,y eindigen ’s in het meervoud krijgen.

 

Zo basaal, ja.  

 

Grammatica: dat je weet wat dat ‘en, maar, want, omdat’, enz. voegwoorden zijn en hoe je een lijdend voorwerp in een zin kunt vinden, of een voorzetsel voorwerp. Want die dingen moet je gewoon weten,  om ook goed te kunnen formuleren bijvoorbeeld.

 

Formuleren dus: dat je bijvoorbeeld niet mag zeggen ‘hij is groter als mij’  of ‘hun lopen’ en waarom dat dan zo is. Waar je dan weer grammatica voor nodig hebt. Want alles hangt met elkaar samen in taal.

 

Van dat soort dingen dus.  

 

En al die dingen moet je kunnen als je een hbo opleiding gaat doen. En zeker als je het onderwijs in wil. Want een juf of een meester voor de klas die z’n taal niet beheerst,  dat kan natuurlijk niet.

 

Is het niveau eigenlijk wel zo slecht als ze zeggen? Ja, het is zo slecht als ze zeggen. En kunnen we daar met z’n allen wat aan doen? Ja, daar kunnen we met z’n allen wat aan doen. want die kinderen willen wil. En laten we ze vooral kinderen blijven noemen en geen studenten, want dat zijn ze nog helemaal niet. Daar moet je naartoe groeien. Als je vroeger naar de pedagogische academie ging of een andere hbo opleiding dan heette je ook gewoon leerling. En daar is niets mis mee. Wel met die zogenaamde opwaardering die het onderwijs zo’n slechte naam heeft gegeven. Een leraar die plotseling coach is geworden en een studiehuis waar de leerling het bos ingestuurd wordt.  

 

Een leerling is iemand die nog wat moet leren, maar vooral ook wil leren. Samen met een leraar die hem dingen kan uitleggen. En daar is ook niets mis mee. En dat merk ik aan die mbo leerlingen bij ons aan de hbo instelling. Eén dag per week draaien ze mee met vakken als Nederlands, rekenen aardrijkskunde en geschiedenis. Om bijgespijkerd te worden. En dat willen ze allemaal hartstikke graag. Ik raak gewoon ontroerd, vertederd zelfs als ik de gretigheid zie waarmee deze kinderen kennis opslurpen. En hun verbazing als ze merken dat ze gewoon les krijgen en dat ze niet meteen het internet opgestuurd worden om het zelf allemaal maar uit te zoeken.

 

‘Leg ons wat uit, “meester”, vertel ons iets wat we graag willen weten., waar we iets aan hebben. Op het mbo kregen we nooit les en als we les kregen dan wist de leraar vaak niet eens waar hij het over had. Of hij was er niet.’

 

Nog erger dus.

 

De politiek, alle verantwoordelijken voor de misstanden bij het mbo moeten hun ogen uit hun kop schamen dat het zo ver moest komen dat mbo leerlingen de straat opgaan om onderwijs te eisen.

 

Dit verzin je gewoon niet. Maar dan ook helemaal niet.

 

Ik heb er lol in als ik merk dat ik die kinderen wat heb kunnen leren. Ook al lijkt het zo af en toe wel op ontwikkelingswerk. En als ik merk dat ze het ook snappen en dat er vaak niets mis is met hun intelligentie. Want bij het mbo zitten heel veel kinderen die gewoon de boot gemist hebben en dat is heel erg. Met hun leervermogen is vaak niets aan de hand. In het 3e en het 4e jaar van de lerarenopleiding kom ik mbo’ertjes tegen aan wie die ik drie jaar geleden deetje en teetjes heb staan uitleggen. En die doen het ondertussen hartstikke goed voor de klas. Natuurlijk beheersen ze nog heel veel niet.

 

Maar ze willen wel leren. Dat heb ik zelf gezien.

In de klas en als ik ze op hun stageschool ga bezoeken.

 

We mogen ze niet in de kou laten staan, daarbuiten, die mbo’ertjes. Dat is gewoon kindermishandeling. We moeten ze een eerlijke kans geven. En dat begint bij een goeie les, met een goeie leraar die die kinderen ook echt iets wil leren.

 

Omdat hij er talent in ziet.

 

 

HET MBO VERDIENT BETER

woensdag 10 februari 2010 21:18 door Theo E. Korthals Altes

 

 

De kans is groot dat de druk die nu op het MBO wordt uitgeoefend om te verbeteren, de zwakheden voornamelijk zal versterken  De scholen zijn niet onwillig de kritiek serieus te nemen, maar veel ruimte binnen de bestaande parameters hebben zij niet.

 

De MBO scholen worden bezocht door een zeer gemengde populatie van leerlingen: in kwaliteiten en motivatie als ook in sociale achtergrond en persoonlijke omstandigheden. Scholen richten zich volgens de traditionele scheidslijnen alleen op het ene – de kwaliteiten - en niet op het andere, de sociaal-psychologische condities waaronder zij aan de opleiding deelnemen. Het werkelijke MBO vraagstuk is in mijn ogen hoe het ene en het andere effectief te verbinden tot een integrale inspanning in alle dimensies van het leven van de leerlingen. Dat kunnen de scholen niet op eigen houtje bolwerken.

 

Er is veel kritiek op de kwaliteit van de docenten. Het MBO kampt meer nog dan het HBO met een grote discrepantie tussen voorwaarden voor het aantrekken van gekwalificeerde docenten die tevens met beide benen in de praktijk staan en hun daadwerkelijke beschikbaarheid. Het is niet in de eerste plaats een kwestie van hun formele kwalificaties als docent, zoals velen lijken te menen. 

 

Met wisselwerking tussen praktijk en onderwijs, op het juiste niveau, en een aanzienlijke intensivering van de sociale en sociaal-pedagogische functie van het MBO, samen met gemeentelijke instanties, lijken mij dringend geboden.

 

Dat vraagt alles bij elkaar een stevig “omdenken” in onderwijsland en misschien meer nog in de politiek.Alleen maar brullen dat het “beter” moet heeft volstrekt geen zin. De toekomst van het overgrote deel van de Nederlandse bevolking wordt door het MBO bepaald. Dat mogen we dus serieus nemen.

 

 

2) Extra informatie: Deskresearch

woensdag 10 februari 2010 17:45 door deOnderwijsagenda

Hieronder vindt u achtergrondinformatie over het tweede thema: Ouders en school zijn onvoldoende partners in onderwijs en opvoeding. De extra informatie bestaat uit cijfers en links naar interessante publicaties.

Over het thema ‘ouders en school’ is enorm veel onderzocht en gepubliceerd. Dit document omvat een selectie uit deze informatie waarin getracht is om een aantal belangrijke onderzoeken eruit te halen. Er lijkt geen discussie te zijn over het belang van de relatie tussen ouders en school. In de literatuur wordt gesproken over ouderbetrokkenheid in de school, ouderbetrokkenheid thuis en het belang van partnerschap tussen school en thuis. De ouderbetrokkenheid thuis lijkt het meeste (bewezen) effect te hebben op de schoolprestaties van leerlingen.

Hieronder vindt u links naar verschillende publicaties, opgedeeld in de hierboven beschreven onderdelen van ouderbetrokkenheid. Er zijn een aantal literatuuronderzoeken in opgenomen (welke een objectieve verzameling van alle bekende publicaties presenteren). Ook is er een gedeelte apart genomen om het thema vanuit het internationale perspectief te belichten. Veel leesplezier!

 

                Ouders thuis

 

 

Figuur 1. Samenvatting kenmerken en voorwaarden ouderbetrokkenheid thuis (Bron H.Dries, zoals uitgewerkt in brochure ouderbetrokkenheid; Spectrum (2007). Zie voor uitwerking de onderstaande link.

 

http://www.bredeschool.nl/fileadmin/PDF/2007-05-09__brochure_ouderbetrokkenheid.pdf

Ouderbetrokkenheid thuis: sleutel voor schoolsucces, een uitgave van Spectrum (2007). In deze brochure worden de begrippen ouderbeleid, ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid thuis verhelderd. Waarom is ouderbetrokkenheid thuis zo belangrijk, welke factoren zijn daarop van invloed en wat zijn de voorwaarden? Een samenvatting wordt gegeven in het bovenstaande schema (figuur 1). De brochure beschrijft daarnaast nog verschillende praktijkvoorbeelden, methodieken, ideeën en de quickscan ‘Ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid’.

 

http://www.didaktief.nl/dezemaand/PDF/maart_2007/ouderbetrokkenheid.pdf

Artikel uit Didaktief (2007) van Kees Broekhof waarin kritisch gekeken wordt naar de bekende gegevens rondom ‘ouderbetrokkenheid’. Ouders de school in halen heeft nog niet tot (bewezen) hogere schoolresultaten geleid, het gaat om de betrokkenheid voor school die ouders thuis hebben.

 

 

http://www.hanze.nl/NR/rdonlyres/62DD26FD-3A45-4F8E-848F-089D7B66F85E/0/Ouderbetrokkenheidindebredeschool.pdf

Literatuuronderzoek naar effectieve manieren om het ontwikkelingsondersteunend gedrag van ouders te stimuleren (van der Schaaf & van den Berg, 2009). Relevantie van het onderwerp ouderbetrokkenheid heeft de vraag opgeroepen ‘wat is er bekend over ouderbetrokkenheid en hoe kunnen we hier meer en beter werk van maken?’. Vanwege de hoeveelheid definities richt het rapport zich op opvoedingsondersteuning en onderwijsondersteunend gedrag, oftewel ontwikkelingsondersteunend gedrag (hetgeen gunstige effecten heeft op de ontwikkeling van kinderen). Voor het stimuleren van dit gedrag noemt dit rapport o.a. het formuleren van visie op ouderbetrokkenheid, aandacht voor de geplande gesprekken, huisbezoeken, naast de noodzakelijke schriftelijke informatievoorziening het persoonlijk benaderen van ouders en individueel contact, bundelen van informatie vanuit de brede school om zo informatie overload te voorkomen.

 

Ouders in de school

 

http://www.jso.nl/web/show/file/id=66606/filename=Draaiboek_Ouderkamer.pdf/page=47496

Uitgave van JSO Expertisecentrum (2006) waarin een draaiboek voor de ouderkamer wordt gepresenteerd en hoe deze als activiteit ingezet kan worden. De ouderkamer wordt gezien als een goede mogelijkheid om contact te leggen, vertrouwen te winnen, en ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie langzaam uit te bouwen.

 

http://www.oudersbijdeles.nl/download/publication/bestuurlijkebetrokkenheid1.pdf

De bestuurlijke betrokkenheid van ouders in het onderwijs van de werkgroep ouderbetrokkenheid (2007). Hoe ouders kunnen participeren in de vormgeving van het onderwijs wordt aan de orde gesteld. De brochure is gericht op de schoolleiders of manager die deze ouderbetrokkenheid wil optimaliseren. Voorbeelden op de afstand tussen ouders en bestuur te verkleinen zijn o.a. frequent in contact zijn met een delegatie ouders, jaarlijkse bezoeken aan elke school en in gesprek gaan met de ouders, een omgekeerde trechterstructuur, verankering van ouderbetrokkenheid in strategisch beleidsplan en informatie over de highlights (geld, onderwijs, organisatie, ontwikkeling)).

 

http://www.jeugdinterventies.nl/publicaties/OudersBetrKindercentra.pdf

Publicatie van Ligtermoet en Zwetsloot (2000) over het belang van, de knelpunten en ideeën voor ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid in de context van kinderopvangcentra. Ouderbetrokkenheid wordt in vier categorieën ingedeeld (samen leven, samen doen, samen denken en samen denken en doen).

 

http://home.tiscali.nl/actiesdp/Achtergrondinformatie/3296_Ouderbetrokkenheid.pdf

Bevordering van ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie op basisscholen (2002), in de context van scholen in Zuid-Holland. Hoe meer allochtone leerlingen een school heeft, hoe meer behoefte er is aan ondersteuning voor de bevordering van ouderbetrokkenheid. Het rapport geeft een aantal opgegeven redenen voor de moeilijker te bereiken allochtone ouders (o.a. taalproblemen, culturele oorzaken (de school heeft de opvoedingstaak), onbekendheid met het schoolsysteem) en een aantal suggesties voor een aanpak (waarbij een duidelijk, strategisch plan en het helder in kaart brengen van de verwachtingen van alle betrokken partijen een belangrijk onderdeel van is).

 

 

Partners in onderwijs en opvoeding

 

http://www.kpcgroep.nl/nl-NL/Speciaal%20onderwijs/School%20en%20omgeving/~/media/Files/DocumentenSO/Samen_kun_je_meer_dan_alleen_Educatief_partnerschap.ashx

Samen kun je meer dan alleen, educatief partnerschap met ouders in het primair en voortgezet onderwijs, brochure KPC groep (2007). Omschrijft het belang van wederzijds partnerschap. De brochure werkt het onderstaande figuur van vormen van wederzijdse betrokkenheid uit (figuur 2) en benadrukt de term partnerschap, daar ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie maar een kant van de medaille laat zien.

 

 

Figuur 2. Vormen van wederzijdse betrokkenheid (Bron KPC groep).

 

http://www.kpcgroep.nl/nl-NL/Speciaal%20onderwijs/School%20en%20omgeving/~/media/Files/DocumentenSO/Partnerschap_met_ouders_%20het_kan.ashx

Samenvatting van bovenstaande brochure in een artikel van C. de Wit (2009). Ondersteunt de eerste oplossing op Wittering.nl.

 

http://www.kpcgroep.nl/nl-NL/Speciaal%20onderwijs/School%20en%20omgeving/Ouders.aspx

Link naar de omgeving ‘Ouders als partner’, op de website van KPC Groep. Verwijzingen naar de bovenstaande rapporten, maar ook naar brochures en instrumenten gericht op partnerschap tussen school en ouders.

 

http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/266/documenten/partners_in_onderwijsopbrengst_copy1.pdf

Publicatie van de onderwijsraad (2008) over het belang van partners in onderwijsopbrengst in een opbrengstgerichte cultuur. Het rapport richt zich op alle betrokkenen -leerling, school, bestuur- maar ook ouders worden als belangrijke partner benadrukt, waarbij het gaat om het goed geïnformeerd zijn/worden over opbrengsten en actieve tijdsinvestering.

 

http://www.sco-kohnstamminstituut.uva.nl/samenvattingen/sco828samenvatting.pdf

Samenvatting van een publicatie over huisbezoeken van SCO Kohnstamm instituut (2009). Het voornaamste doel van de huisbezoeken, het versterken van de relaties tussen school, ouders en leerlingen, is naar tevredenheid behaald. Zowel de ouders als de leraren blijken de huisbezoeken te waarderen en nuttig te vinden. Subsidies en beleid zijn nodig om via huisbezoeken het contact tussen ouders en school te versterken.

 

http://www.oudersbijdeles.nl/

http://www.expertisecentrumouders.nl/

Websites vol informatie, voorbeelden, artikelen en ideeën, allemaal over de relatie tussen ouders en school.

 

http://www.sco-kohnstamminstituut.uva.nl/pdf/sco786.pdf

In dit onderzoek van het SCO Kohnstamm instituur (2007) gaat het om de relatie tussen school en ouders van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. De behoefte aan uitwisseling en overleg tussen deze ouders en school is meestal groter dan bij andere kinderen.

De resultaten laten onder meer zien dat een uitnodigende houding van de school belangrijk is voor de ouderbetrokkenheid. Scholen mogen en moeten ouders vragen zich voor het onderwijs aan hun kind in te zetten. Verder is van belang dat ouders zichzelf een actieve rol toekennen bij het onderwijs aan hun kind en dat ze het vertrouwen hebben dat ze dat ook aankunnen. Meer dan bij autochtone ouders heerst er bij allochtone ouders ontevredenheid over de school. Die ontevredenheid is wederzijds: scholen geven aan dat allochtone ouders minder intensief betrokken zijn. Maar ook tussen autochtone ouders en de scholen treden soms problemen aan het licht. Een probleem dat zich bijvoorbeeld voordoet, is een verschillende kijk op de mogelijkheden van het kind. En ook het handelingsplan zorgt soms voor problemen.

 

Internationaal

 

http://www.allianceforbetterschools.org/pdfs/Good_to_Great.pdf

Artikel van Dr. Jonelle Adams waarin de belangrijkste onderzoeken en publicaties rondom ouderparticipatie verzameld zijn en omgezet worden in vijf strategieën voor goed leiderschap bij het verbeteren van partnerschap tussen thuis en school. Resultaten laten zien dat de betrokkenheid en partnerschap tussen school, thuis en de gemeenschap (onderwijs en opvoeding als verantwoordelijkheid van de gehele gemeenschap) zorgt voor o.a. betere schoolresultaten, gewenst gedrag en een hogere kwaliteit van het onderwijs. Ook hier blijkt het belang van de ouderbetrokkenheid thuis een grote rol te spelen.

 

http://www.oudersbijdeles.nl/download/publication/literatuurstudie_ouderbetrokkenheid_internationaal1.pdf

ITS Radboud Universiteit Nijmegen: Literatuurstudie ouderbetrokkenheid in internationaal perspectief (Smit, Sluiter & Driessen, 2006). De centrale onderzoeksvraag in deze publicatie luidde: ‘In hoeverre biedt internationale kennis op het gebied van ouderbetrokkenheid verdieping, verklaringen en aanbevelingen in de Nederlandse context?’. Er worden condities voor succesvolle ouderbetrokkenheid genoemd (o.a. open communicatie en dialoog, strategieën waar schoolteams aan zouden moeten voldoen om met de uiteenlopende groepen ouders om te gaan, nascholing en ondersteuning van leerkrachten) en er worden succesvolle activiteiten gepresenteerd (o.a. visie op ouderbetrokkenheid en drijfkrachten – onderwijs als verantwoordelijkheid van de gehele gemeenschap).

 

http://www.familiesmatter.org.au/dfesrr433.pdf

Onderzoek (Desforges, 2003) in opdracht van het Engelse ministerie van onderwijs, naar wat er op dat moment bekend was over het effect van ouderbetrokkenheid op leerresultaten. Er bestaat veel onderzoek naar de betrokkenheid van ouders. De grootste invloed op de schoolprestaties het succes van leerling is de ouderbetrokkenheid thuis. Voor de effecten van ouderbetrokkenheid op school op de resultaten van leerlingen is nog geen bewezen resultaat, hetgeen overigens niet wil zeggen dat het een negatief effect heeft.

 

http://www.hfrp.org/var/hfrp/storage/fckeditor/File/aera_hoover-dempsey_handout.pdf

Research and Evaluation of Family Involvement in Education: What Lies Ahead? Een overzichtelijke hand-out van Weiss, Chair, Epstein, Henderson, Hoover-Dempsey & Jeynes (2005) waarin onderzoek op het gebied van ouderbetrokkenheid wordt samengevat. Waarom raken ouders betrokken, hoe beïnvloedt dit de leerlingprestaties en hoe scholen en leerkrachten hierbij ondersteund kunnen worden zijn een aantal van de besproken onderdelen.

2) Debat 16 februari 2010: Hoe kunnen ouders en scholen beter samenwerken?

woensdag 10 februari 2010 12:23 door deOnderwijsagenda

U bent allen van harte uitgenodigd om dit debat bij te wonen

en uw stem te laten horen tijdens de discussie.

 

 

Het debat zal worden ingeleid door Margalith Kleijwegt. Zij is journalist bij Vrij Nederland en de auteur van 'Onzichtbare ouders- De buurt van Mohammed B.' Verder zullen aan het debat deelnemen:

 

Fatima El Jaoui, school–oudercontactpersoon van de Melanchtonscholen in Rotterdam

 

Hanneke Simons, leerplichtassistent van de gemeente Amsterdam

 

Willeke Vester, lid Oudernetwerk scholengemeenschap Spieringshoek in Schiedam

 

De gespreksleiding is wederom in handen van Farid Tabarki.

Een routebeschrijving vindt u aan de rechterkant van deze pagina.

2) Derde oplossing: 'School lokt moeder met koffieochtend'

woensdag 10 februari 2010 12:14 door deOnderwijsagenda

Ianthe Sahadat

 

Turkan (46) gaat elke donderdag naar de koffieochtend op de brede school De Kinkerbuurt in Amsterdam. Ze vindt het ‘heel gezellig’.

Turkan heeft een dochter van 7 jaar op de school; haar oudere, volwassen kinderen wonen in Noorwegen. Haar verdere familie woont nog in Irak, het land waaruit ze veertien jaar geleden vluchtte. Op de school van haar oudere dochters sprak ze nooit met juffen en meesters. Nu wel. Ze volgde Nederlandse taallessen via de school en is nu zelfs overblijfmoeder.

Hoe betrek je de ‘minder communicabele’ ouders bij de school? Het is de vraag van veel schoolleiders en onderwijzers, vertelt Tineke Smit, schoolleider van de Kinkerbuurtschool. ‘We zien de school als gemeenschap en proberen ons open naar ouders op te stellen.’ Uiteraard met het doel dat ouders zich meer betrokken voelen bij het onderwijs van hun kinderen.

Want niet iedere ouder biedt zich aan als overblijfhulp, uitjesassistent of toneelbegeleider. Smit: ‘Het begint met een open opstelling. Ouders mogen bij ons uitgebreid afscheid nemen van kinderen. Verder vieren we feesten voor alle culturen met hulp van ouders.’ En sinds een jaar of drie is er elke week een koffieochtend voor ouders.

Aanvankelijk organiseerde een docente de ochtenden, maar sinds een half jaar is die taak overgenomen door Wilma van Wijnen (47), moeder van twee kinderen op de school. ‘Vooral moeders die de taal niet goed spreken, zijn lastig te bereiken. Het gaat om betrokkenheid, maar zo’n koffieochtend is ook een manier om informatie aan de ouders te verstrekken. Je kunt ze meer over het onderwijs vertellen en suggereren dat ze meer kunnen helpen bij activiteiten.’

Soms moet Van Wijnen moeders over de streep trekken. ‘Nee, ik kan niet: werken, opleiding, kinderen, geen tijd – zeggen ze dan. Maar vaak is het meer een kwestie van verlegenheid of schaamte overwinnen. Het is leuk om te zien dat ze zich uiteindelijk vermaken.’

Op tafel liggen bordjes met stukjes komkommer, mandarijnen, Turks brood, smeerkaas en koekjes. Een tiental vrouwen drinkt thee, koffie of chocolademelk. ‘Dames, even de aandacht’, begint Van Wijnen. Het geklets dimt pas als Turkan heel hard ‘stilte!’ roept. Van Wijnen: ‘Zo, dan is meteen duidelijk wie de echte baas is hier.’

Om de ochtenden niet ‘te vrijblijvend’ te laten zijn, voorziet Van Wijnen ze in samenwerking met het ouderkindcentrum van thema’s als: ‘beter peuterinzicht’, ‘opvoeden in je eentje’, ‘positief opvoeden’.

Turkan: ‘Ik wil wel weten: wat doe je als je kind ruzie maakt? Als het cake krijgt en zegt: ik wil meer, wat dan?’ De vrouw van het ouderkindcentrum, die ook even op bezoek is, knikt: ‘Grenzen stellen, bedoel je. Nee is nee.’

In de loop van de ochtend druppelen steeds meer moeders binnen – sommige met nog een klein kind. De Turkse Hanim (37) vindt het leuk dat ze nu vrouwen van alle nationaliteiten kent: Irakees, Marokkaans, Thais, Nederlands, Turks, Engels. ‘Normaal gesproken groet je de andere ouders op het plein en ga je snel weer weg naar je eigen leven’, zegt Ina (43), moeder van vier. Op deze ochtenden heb je veel menselijk contact, dat is fijn.’ Ze gaat al drie jaar. ‘Ik kan me nog een uitje herinneren waarop Turkse en Marokkaanse moeders voor het eerst de zee zagen in Nederland. Zoiets simpels, dat is toch mooi?’

Toen de Marokkaanse Saliha (39) van de koffieochtend hoorde, werd ze nieuwsgierig. ‘Nu vragen mijn buurvrouwen: waar moet jij toch elke donderdag heen? Dan zeg ik: op donderdagen is mijn eigen koffie op, dan moet ik koffiedrinken.’

Van Wijnen: ‘Het is gezellig, maar tegelijkertijd ontstaat er meer interesse in de school en elkaar zodra ze beter kunnen communiceren. Moeders vragen dan ineens: hoe moet ik ze helpen bij lezen?’ En de vaders? Van Wijnen zucht. ‘Op dat gebied valt er nog wel wat te winnen.’

2) Tweede oplossing: 'Fijn, uit de klas gestuurd'

woensdag 10 februari 2010 12:12 door deOnderwijsagenda

Ianthe Sahadat


Wat doe je met leerlingen die er een potje van maken? Straffen helpt vaak niet. Dan maar belonen voor wat ze wél goed doen? Met beide methoden kan succes worden geboekt, betogen betrokkenen.

Er wordt te weinig gestraft of met te zware straffen, vindt orthopedagoge Astrid Boon (57). Recentelijk pleitte Boon in een ingezonden stuk in de Volkskrant voor de herinvoering van ouderwetse strafregels: ‘Een goede straf moet vele uren zwoegen en vreselijk balen inhouden.’ Het bracht een stroom reacties teweeg. Ouders die de onzinnige straffen weghoonden en docenten die daar weer tegen in het geweer kwamen.

Op verzoek van de Volkskrant gaat Boon aan de hand van drie praktijkvoorbeelden in debat met Joost van Caam (39) van het Altra College in Amsterdam voor speciaal onderwijs. Van Caam gelooft niet in straffen, maar in het belonen van goed gedrag. ‘Pubers zijn niet in staat zichzelf te begrenzen, ze zijn alleen maar uit op beloningen. De lachers op je hand in de klas bijvoorbeeld, dat is een beloning. Maar succes op school of aandacht ook.’


Casus 1: Structureel te laat komen en spijbelen

Leon (15) gaat naar de Havo. Vanaf de tweede begint hij te laat te komen en te spijbelen. Zijn schoolprestaties gaan er onder lijden, hij zakt af naar het vmbo. Ook daar gaat het mis. Door zijn schoolprestaties en spijbelgedrag moet hij van school en komt hij op het Altra College.

Leon woont met zijn halfzusje bij zijn moeder, die een baan heeft op Schiphol en elke ochtend om 7 uur de deur uitgaat. Leon brengt zijn zusje naar school, daarom komt hij iedere dag te laat.

Als sanctie voor zijn gedrag moest Leon op vorige scholen nablijven, het schoolplein vegen, vuil prikken of de kantine opruimen. Op het Altra College praat Leon met zijn mentor en moeder. Voortaan gaat zijn zusje naar de voorschoolse opvang. Leon moet ongeacht het tijdstip iedere dag op school komen. Met zijn mentor maakt hij afspraken over het inhalen van de lesstof.

Van Caam: ‘Geen enkele leerling of ouder wil naar het speciaal onderwijs. Ouders zijn vaak boos: het ligt aan de scholen, mijn kind is hier te goed voor. Dat gevoel moeten wij eerst wegnemen.’

Boon: ‘Hij had geen gedragsproblemen op zijn oude scholen?’

Van Caam: ‘Nee, alleen dat verzuim. We hebben hem gevraagd: wat wil jij? Vaak zijn leerlingen met een spijbelverleden onvoldoende uitgedaagd. Hij zei: ik wil het liefst zo kort mogelijk bij jullie zijn, m’n diploma halen. Dat is gelukt, maar zijn verzuimgedrag is nooit helemaal weggegaan. Het is een gevaarlijke uitspraak, maar je bent blij als het van structureel naar incidenteel gaat.’

Boon: ‘Dat snap ik wel, je beloont de gedragsverbetering. ’

Van Caam: ‘Deze jongen hoorde eigenlijk niet bij ons thuis.’

Boon: ‘Hij had in het regulier onderwijs goed aangepakt moeten worden. Hij begon met te laat komen vanaf de tweede klas. Dan moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. In de derde gaan ze uurtjes pikken en in de vierde zijn ze structureel dagen afwezig. Spijbelgedrag van kinderen kan voorkomen worden door adequater op te treden.

‘Nu is het op scholen zo: de eerste twee keer te laat is gratis. In wezen zeg je: het is een regel, maar je hoeft je er twee keer niet aan te houden. Schaf die regel af en bedenk een andere sanctie. Leerlingen die te laat komen, moeten de volgende keer twintig minuten eerder komen. Dat maakt weinig indruk. En telkens krijgen de ouders een brief. Die wordt steeds dreigender van toon. Scholen jagen ouders de stuipen op het lijf, maar het kind maakt weinig spectaculairs mee.

‘Laat ze strafregels schrijven. Over het te laat komen. Dat kost ze vrije tijd en de ouders moeten tekenen. Zo blijven alleen degenen met echte gedragsproblemen over – die hebben hulpverlening nodig. Leerlingen blij, scholen blij, ouders blij.’


Casus 2: Massaal boeken vergeten in de 4de klas havo

Leerlingen komen massaal zonder boeken of schrift naar de les. Docenten spreken hen erop aan, leerlingen worden verwijderd, moeten nablijven, er volgt een donderpreek van de afdelingsleider: niets helpt.

Uiteindelijk gaat het docententeam (op aanraden van Boon) in alle klassen de strafregelstrategie toepassen. Als leerlingen hun boek vergeten, kost het hun minstens een uur schrijven in de eigen vrije tijd; schrijven over waarom het onverstandig is om je boeken steeds niet bij je te hebben, wat de gevolgen zijn en wat de voordelen zijn om ze wel bij je te hebben. Ouders moeten het geschrevene ondertekenen. Het werkt.

Van Caam: ‘Zijn er nooit leerlingen die weigeren strafwerk te maken?’

Boon: ‘Ze kunnen het niet ontduiken. De school moet docenten wel rugdekking bieden als het niet wordt gemaakt. Een uur schrijven wordt twee uur en als je het dan nog niet doet, praten we met je ouders.’

Van Caam: ‘Mijn kinderen zouden het naar je hoofd gooien of wegblijven.’

Boon: ‘Mijn ervaring is dat kinderen het een redelijke straf vinden. Ze snappen het wel.’

Van Caam: ‘Wat ik ook niet snap: waarom steeds dat eruit sturen? Daarmee geeft een docent de regie uit handen.’

Boon: ‘Het is een noodgreep van de docent. Maar de leerling denkt: ha lesvrij. Je krijgt inflatie van de maatregel. Zo gaat dat ook met schorsen. Daarom moet je anders straffen.’

Van Caam: ‘Toch blijf ik fervent voorstander van belonen.’

Boon: ‘Maar je kan geen elfhonderd kinderen belonen omdat ze op tijd komen of een boek bij zich hebben.’

Van Caam: ‘ Wij werken met het volgende. Een kind begint de dag met 100 punten, bij elke overtreding haal je een aantal punten weg. Doel is dat de leerling op het einde van de dag nog minstens 50 punten over heeft. Daarvoor krijgt-ie een beloning. Computertijd, op school of thuis, zakgeld – in overleg met ouders.’

Boon: ‘Maar op school is belonen lastiger. Op lagere scholen zeg je: hier, je mag het bord vegen. Op de middelbare school is het enige wat ze echt willen: lesvrij.’


Casus 3: Dino scheldt meisjes uit

Dino 15 jaar (3 havo) zegt steeds grove dingen tegen meisjes als hij boos is over iets. ‘Steek die paal in je reet’, bijvoorbeeld. Dino wordt aangesproken door de mentor, door de afdelingsleider: helpt niet. Hij moet nablijven, zijn ouders komen op school: helpt niet. Twee keer schorsen, nog een oudergesprek: helpt niet. Een derde schorsing betekent verwijdering van school. Daarom praat Boon met Dino: Wat kan jou helpen ermee te stoppen? Hij weet het niet. Hij vertelt bang te zijn dat het weer zijn mond uitfloept. Als je thuis moet stoppen, wat doen je ouders dan? Als ik een klap krijg van mijn vader weet ik dat ik moet stoppen. Boon legt uit dat ze hem geen klap kan geven. Ze stelt voor dat hij strafregels moet schrijven over zijn kwetsende gedrag. Dat moet hij dan thuis laten tekenen. De aankondiging bleek voldoende, Dino ging niet meer de fout in.

Van Caam: ‘Ik heb moeite met die onderliggende dreiging van de mep van die vader.’

Boon: ‘Het was echt een pedagogische tik, geen mep.’

Van Caam: ‘Wat me opvalt: er is zoveel geïnvesteerd, hoe kan het dat niets effect had?

Boon: ‘Omdat standaardstraffen zoals verwijdering en schorsing dat niet hebben. Gesprekken ook niet.’

Van Caam: ‘Ik dacht wel direct, je moet uitzoeken waar die opmerkingen van Dino vandaan komen. Is er thuis meer aan de hand?

Boon: ‘Je moet eens weten hoeveel kinderen zomaar iets doen. En trouwens, wat de oorzaak ook is, je kunt hem toch sowieso strafwerk geven omdat hij dat geroepen heeft.’

Van Caam: ‘Ik ben het met je eens dat er in Nederland teveel gepsychologiseerd wordt.’

Boon: ‘Het begint bij te laat komen. Dan zijn ze al aan het afglijden, dat moet je tegengaan. Ze hebben niet eens door dat ik er niet ben, denkt het kind. Straffen is ook een vorm van attentie. Ouders raken soms ook gefrustreerd, omdat ze voortdurend naar school moeten komen. Zij kunnen hun kind niet op afstand besturen.’

Van Caam: ‘Door ouders een brief te sturen als kinderen spijbelen beschuldig je ze bijna van pedagogische onmacht. 90 procent van de ouders wil graag meewerken. Maar soms is de vraag hoe? En de kerngedachte moet zijn dat je het als school oplost. Die ouders zitten niet te wachten op je telefoontje dat je het niet kan oplossen. Ik blijf erbij: de intrinsieke motivatie bij kinderen om hun gedrag te veranderen is altijd aanwezig. Dat zo’n jongen denkt: als ik 16 ben wil ik een scooter, als ik 18 ben een auto. Dat is ook een motivatie.’

 

Toelichting: 'Leerling moet straf als straf ervaren'

Astrid Boon is orthopedagoog en auteur van het boek Straf/Regels (2009). Ze begeleidt leerlingen met problemen op Amsterdamse scholen. Joost van Caam is oud-docent en adjunct-directeur op het Amsterdamse Altra College voor speciaal onderwijs, waar leerlingen komen als ze vanwege gedragsproblemen uitvallen in het reguliere voortgezet onderwijs.

Boon schreef in een ingezonden stuk in de Volkskrant dat alleen met een goede straf (uren zwoegen in de eigen tijd, vreselijk balen en een ondertekening van de ouders) normoverschrijdend gedrag een halt kan worden toegeroepen.

In reactie op Boon schreef een boze moeder: ‘Helaas zijn er steeds meer scholen die de denktrant van Boon volgen. Mijn eigen dochter kwam laatst thuis met strafwerk. Ruim zeventig keer moest zij een zin overschrijven waarin de woorden respect en leerkracht opvallend vaak voorkwamen. Of de ouders dit werkje voor gezien wilden tekenen.’ Smakelijk had de moeder met haar dochter gelachen om de onzinnige straf.

Zolang ouders en school niet samen achter een bepaalde correctie staan, gaat het niet lukken, reageerde een docent. Een ander: ‘Dat er verschil is tussen zinvolle en minder zinvolle opdrachten als straf is evident. Dit zegt echter nog niets over de effectiviteit van de straf.’ Allemaal zijn ze het eens over het volgende: ‘Een straf is pas effectief, als de leerling het als straf ervaart, de ouder de leraar vertrouwt en respecteert en niet zijn straf ter discussie stelt, maar het gedrag van zijn of haar kind.’

VRIJHEID MET EEN LUCHTJE

maandag 8 februari 2010 12:55 door Theo E. Korthals Altes

Je mag zwart zijn als je je maar wit gedraagt

 

 

Waarom is het recht op non-discriminatie niet absoluut?

 

Scholen mogen leraren niet ontslaan op grond van “het enkele feit” van hun geaardheid. Zo staat het in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). Deze inmiddels beruchte “enkele feit constructie” heeft veel vragen en onzekerheden opgeroepen. Als het niet het “enkele feit” is, wat dan wel? Een uitdrukkelijke homoseksuele levenswijze die haaks staat op Bijbelse teksten en interpretaties? Christelijke scholen trekken rond de “enkele feit” constructie een grote mist op met verwijzing naar de godsdienstvrijheid. Vandaag bespreekt de Tweede Kamer schrapping van de “enkele feit” clausule. Maar de mist lijkt daardoor niet echt op te trekken.

 

De Kamerstukken spreken in navolging van de Raad van State omzichtig over “de juiste balans moet worden gevonden tussen verschillende vrijheden of grondrechten”. In concreto gaat het om een drietal: vrijwaring van discriminatie, vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs.

 

Het feit dat over die balans wordt gesproken veronderstelt reeds een potentiële botsing tussen die rechten en vrijheden. Wie de noodzaak van een balans stelt, erkent dat er een overgangsgebied is, een schimmig gebied dus, waar met vrijheden kan worden gejongleerd. Op de vraag waar de botsing tussen die vrijheden en rechten nu daadwerkelijk plaatsvindt, bieden de Kamerstukken geen duidelijk antwoord. Zo bezien is het argument dat vrijheden en grondrechten kunnen botsen een drogreden. Men zou eerder vermoeden dat ook anno 2010 in ons land godsdienst een absoluut argument is dat geen onderbouwing behoeft en dat alle andere vrijheden en rechten daaraan ondergeschikt blijven. Dat is het luchtje.

 


(Dijk-) Omgevingsonderwijs

zondag 7 februari 2010 16:09 door saitbeheerder

 

De Hogeschool Ipabo organiseerde in haar Alkmaarse vestiging een “onderwijsmarkt” waarop bestuursvertegenwoordigers en leerkrachten uit het werkveld van basisscholen in contact konden komen met PABOdocenten. Doel was ook om tot een uitwisseling te komen van thema’s waarop vierdejaarsstudenten hun actieonderzoek kunnen richten. Ik was er als docent beeldende vorming met mijn collega’s voor de zaakvakken en die van ICT met een kraampje tussengekropen, om een lans te breken voor het omgevingsonderwijs. We waren een interessante combine, dat vonden mensen ook wel, en we hadden best een mooi verhaal ( met die Omringdijk enzo ), maar de insteek waarmee deze leerkrachten uit het veld naar de pabo waren gekomen bleek toch een andere. Zij onderzochten liever de vraag hoe ze met HUN ideeën gehoor konden vinden bij ons, de pabodocenten. Een legitieme vraag, maar die zat het succes voor ons idee voor dijkonderwijs op dit moment dus een beetje in de weg.

 

We blijven proberen.

 

Citotoets is wassen neus!

vrijdag 5 februari 2010 14:03 door Roland Danckaert

Volgens de Citotoets moest ik toch echt naar het LBO. Ik had van die hele toets niks gebakken.

 

Mijn vader en de directeur van mijn toenmalige lagere school hebben met man en macht getracht mij op een Mavo onder te brengen, hetgeen op het nippertje lukte. Er was één school die me een kans gunde. 

 

Die lage uitslag van de Citotoets is voor mij een motivatie geweest om het tegendeel te bewijzen: ik ben wél slim!

 

Ik was op die school dan ook een van de beste Mavo-studenten en ik deed het vervolgens op de Havo dermate goed dat de leraren me adviseerden het atheneum er achteraan te plakken. Ik koos evenwel voor de HBO-opleiding journalistiek waar ik vier jaar lang van docenten geen enkele wanklank heb gehoord en nimmer een onvoldoende haalde.

Tussen twee haakjes: dat de eindexamencommmissie van de School voor de Journalistiek in Utrecht mij na vier glansjaren liet zakken - voor mijn gevoel lieten ze me letterlijk en figuurlijk zakken - begrijp ik nog steeds niet. Reeds gepubliceerde artikelen werden afgekeurd. De examinatoren struikelden over woordjes als weldra, edoch en welnu, maar ik hou nou eenmaal van zulke oud-Hollandse taal.

 

Terug naar de essentie. Een toenmalige vriend van mij klom via de Mavo, Havo en het VWO zelfs op naar de universiteit. Een neef van mij idem dito. Dus wat zegt nou zo'n Citotoets als ik in mijn eigen omgeving drie levende voorbeelden heb van door de Citotoets veel te laag ingeschaalde studenten?! Ik zal niet de enige zijn met dergelijke ervaringen.

 

Een Citotoets - nogal gefixeerd op de exacte wetenschap overigens - kan nooit de ambitie, de werklust, de discipline, het aanpassingsvermogen, de verborgen talenten, de emotionele intelligentie en de leerpotentie van een leerling in kaart brengen. Nooit.

 

Bovendien is het zo dat jongeren die op de lagere school matig presteerden in het vervolgonderwijs opeens de geest kunnen krijgen en zich willen bewijzen. Is me hoogst persoonlijk overkomen. Maar ik ken ook leerlingen die van het gymnasium terugvielen naar de Havo, omdat ze faalangst hadden, niet serieus waren of onvoldoende zelfdiscipline hadden. Mede een kwestie van te weinig schoolbegeleiding en falende ouderbegeleiding.

 

Ik heb het niet zo op toetsen. Het is niet alleen de Citotoets die ik niet helemaal serieus neem. Ik heb via het toenmalige Arbeidsbureau eens een beroepskeuzetest gedaan en blijkbaar had ik die dag mijn dag niet, want uit de test kwam naar voren dat ik vrij matig was met de Nederlandse taal. Inmiddels werk ik reeds 25 jaar onafgebroken in de journalistiek. Ik heb onder andere gewerkt voor Voetbal International, Story, Lifestyle Magazine (reisverhalen en grote interviews), Dagblad De Limburger en Party. Me dunkt. Vier landelijke bladen en een provinciale krant. Tel ik mijn lezerscolumns voor De Pers en Het Vrije Volk nog niet eens mee. Geen kattenpis.

Dat het hier en daar in mijn loopbaan mis is gegaan, heeft vrijwel altijd gelegen aan onrechtvaardigheid, conflicten met de baas of aan het feit dat ik het liefst onafhankelijk en zelfstandig werk (dalende motivatie).

 

Die toetsen... Neem nou die nationale IQ-test van BNN. Een lachertje. Slechts negen van de 57 vragen zijn taalvragen. Om de rest van de test goed te maken, dien je te beschikken over rekenvaardigheid, ruimtelijk inzicht en met name een goed geheugen!! Nu vind ik het buitengewoon discutabel of het geheugen iets met het IQ heeft te maken (je kunt Alzheimer hebben/vergeetachtig zijn en toch heel slim zijn), maar zo'n testje zegt natuurlijk sowieso heel weinig over je intelligentie. Ik scoorde een IQ van 128, maar ik heb ook wel eens een test op internet gedaan waaruit bleek dat mijn IQ niet veel hoger is dan dat van Bonnie St. Claire... (en ik had geen druppel alcohol gedronken).

 

Mensen met een talenknobbel, mensen met filosofische aanleg, met psycho-analytisch inzicht, mensen met mensenkennis, mensen met handelsinstinct, mensen die veel parate kennis hebben over bijvoorbeeld landen, geschiedenis, natuurkunde en biologie worden door die IQ-test helemaal niet bediend. Het is vooral een bekrompen beta-testje.

 

En dat was de Citotoets ook toen ik hem als kind van twaalf jaar maakte. Al die rekenvragen en dat gedoe met ruimtelijk inzicht, dat was Arabisch voor me. Met wiskunde had ik inderdaad een beetje moeite op de Mavo, maar voor bijna alle andere vakken haalde ik een acht of hoger, zelfs voor handelskennis, scheikunde en natuurkunde. Ik had op het rapport zelfs eens twee tienen, voor geschiedenis en Engels. Hoezo LBO?! En ik weet dus dat ik geen uitzondering was en ben.

 

Aan de Citotoets moet dan ook niet teveel waarde worden gehecht. Mijn inziens kunnen de leraar van groep 8 en zijn/haar collega's het allerbeste beoordelen welk niveau een scholier aankan en wat een student wil, want ook dat laatste is van belang. Ik wilde bewijzen dat ik meer waard was dan het LBO. Ik wilde niet onderdoen voor mijn beide zussen die minstens Havo-waardig waren.

 

Ik zou wel eens willen weten of er zonder die Citotoets drastisch meer of minder kinderen slagen in het vervolgonderwijs. Het zal niet veel verschillen, denk ik. Leuk zo'n testje, maar niet te serieus nemen. Jammer voor de mensen van de Citotoets, maar ach, die moeten maar een toontje lager zingen...

 

Ze zouden die Citotoets eens moetsen toetsen aan de praktijk!

 

Mijn laatste statement: de test is overbodig: volgens een bevriende leraar bevestigt de Citoets in 99 procent van de gevallen de bevindingen van de onderwijzers, hetgeen we bij onze dochter inderdaad hebben ondervonden. Het advies van de docent en de cijfers die gedurende het hele jaar zijn behaald, zouden voldoende moeten zijn. Of vertrouwen het ministerie en het vervolgonderwijs het advies van de leerkrachten van groep 8 gewoonweg niet?! Is die Citotoets dus gewoon gebaseerd op dom wantrouwen?!!!!

Donderdag

donderdag 4 februari 2010 22:27 door Grutte Pier

'Stoornissen' in de klas

 

Een goede vriend van mij, geeft sinds kort les in het volwassenonderwijs in Denemarken. Het is een verkort programma, om mensen binnen een half jaar op niveau te brengen voor een vervolgopleiding.

 

Vaak ontbreekt het aan één vak, waardoor de vervolgopleiding niet gevolgd kan worden. Of mensen volgen een soort van geheel inhaaltraject. Hij geeft biologie op VWO/Gymnasium niveau.

 

Al met al zijn de eerste weken hem zwaar gevallen. Los van het feit dat hij geen native speaker is, hij gepromoveerd is en van huis uit geen docent is (aanpassing van twee kanten qua taal, tempo en niveau), werd hij ook geconfronteerd met andere zaken.

 

Hij ziet er goed uit, dus dat er wat geflirt werd door de dames in de klas voor een wit voetje danwel betere cijfers, dat is nog te verwachten. En dat een leerling dyslexie had, werd ook door hem snel herkend; wellicht ook een reden voor eerdere uitval.

 

Maar gisteren kwam hij erachter dat een leerling synesthesie heeft. Nu zijn hier dus heel veel verschillende vormen in. Maar in dit specifieke geval 'ziet' de leerling alle letters in een kleur. Zowel de letter A als a zijn voor hem 'geel', en hij kan dus geen onderscheid zien. (Hij begreep de uitleg van een formule niet.)

 

Ik weet niet of in kleur schrijven in deze helpt, danwel andere hoofdletters en kleine letters hetzelfde effect hebben. Ik was bekend met dit, 'muziek proeven, ed', maar het kan dus een effect hebben in de 'klas'. En hoe wijd verbreidt, in welke (milde) vorm dan ook, lijkt me ook moeilijk te bepalen. 'Men is het zelf gewend'.


Een Luisterend Blauw Oog Penseelt De Groene Klank In De Hoge Verwijzende Grijze Woordentoren.

 

 

 

 

Fatima el Jaoui (41) wil de kamer van de directeur openen. Op slot. Met knipoog: ‘Even een Marokkaanse leerling roepen, dan is-ie zo open.’ El Jaoui, zelf Marokkaanse, is de schoolcontactpersoon voor ouders van Marokkaanse leerlingen op vestigingen van het SG Melanchthon in Rotterdam. Vandaag heeft ze een oudergesprek op de Kralingse vmbo-vestiging, met zo’n driehonderd leerlingen, van wie bijna tweederde van Marokkaanse afkomst.

In de Onderwijsagenda van de Volkskrant scoorde de stelling ‘Ouders en school zijn onvoldoende partners in onderwijs en opvoeding’ een tweede plek. Hoe meer de twee samen optrekken, hoe beter de resultaten. Maar hoe bereik je dat? Met name allochtone ouders zijn moeilijk te betrekken bij het onderwijs van hun kinderen. Ze spreken de taal slecht, voelen zich niet capabel om mee te denken en vinden bovendien: onderwijs, daar is de school toch voor?

Gerard van Hooff (62), oud-directeur van een Melanchthon-vestiging in Rotterdam, bedacht in 2001 een oplossing. ‘In gesprekken tussen autochtonen en allochtonen zag ik zo veel misverstanden. Waarom geen Turkse vragen om met Turkse ouders te praten?’ En zo geschiedde.

‘Turkse en Marokkaanse ouders hebben andere ideeën over opvoeding’, zegt Sengul Atabay (43), schoolcontactpersoon voor de Turkse ouders. ‘Zij geloven in hiërarchie, autoriteit. Nederlanders juist in individuele ontplooiing en assertiviteit.’ Omdat zij en El Jaoui ‘in dezelfde cultuur zijn opgegroeid’ kunnen ze volgens haar goed optreden als intermediair.

Het concept van Van Hooff kreeg navolging. In scholen in Rotterdam werkt nu een twintigtal contactpersonen van allerlei komaf.

De resultaten zijn ernaar. Toen El Jaoui begon met dit werk wisten de meeste ouders niet eens op welke school hun kind zat. ‘Die bij het zwembad’, zeiden ze dan. Kwamen allochtone ouders tevoren amper op ouderavonden, nu is de opkomst bijna 99 procent. Atabay: ‘De school stuurt een brief, maar die snappen ze niet of kunnen ze niet lezen.’ Daarom bellen El Jaoui en Atabay een dag van tevoren. El Jaoui: ‘Ik zeg dan: u bent er donderdag ook, we verwachten u. Ik vraag niet: wilt u alstublieft komen. Dat is heel Hollands, om te denken: je moet mensen de keuze laten. Nee, je moet ze zeggen wat ze moeten doen.’

Atabay geeft verder ook cursussen ‘praten met je puber’ aan Turkse moeders, vrouwen die zelf op hun 16de al getrouwd waren en altijd braaf deden wat hun ouders zeiden. ‘Ze denken dat hun kind abnormaal is, zo brutaal. Ik leg uit dat dat niet zo is. Die cursussen openen hun de ogen.’

El Jaoui: ‘Ouders denken ook vaak dat ze hun kinderen niet kunnen helpen met school, omdat ze zelf laagopgeleid zijn.’ Zij legt hen uit dat ze ook kunnen bijdragen door te vragen wat kinderen geleerd hebben, wat ze voor huiswerk moeten doen. En als hun kind niks vertelt, moeten ze de mentor bellen.

El Jaoui en Atabay zorgen dat ouders, mentoren en docenten elkaar leren kennen. Bij gesprekken zijn ze aanwezig. Soms als tolk, maar vooral als ‘cultuurbemiddelaar’. ‘De Nederlandse mentoren hier op school snappen nu beter dat ze een Marokkaan niet moeten opbellen en direct moeten zeggen: het gaat niet goed met je kind. Die zal dat vervolgens ontkennen. Praat eerst over iets anders, de vakantie naar Marokko bijvoorbeeld.’

Ouders van lastige leerlingen zijn ineens aanspreekbaar. El Jaoui: ‘Ze willen namelijk helemaal geen lastige kinderen. Maar als iemand met wie ze geen band hebben hen aanspreekt, zijn ze geneigd defensief te reageren: mijn kind doet dat niet. Wij bemiddelen.’

Als de ouders van Hassan (15) even later met hun zoon de directiekamer binnenkomen, begint de directeur uitvoerig over zijn reis naar Marokko te vertellen. ‘Waar komt u vandaan? Nador, ach daar zijn we niet geweest.’ Daarna gaat het gaat pas over de slechte cijfers van Hassan.

Dit was echt een saaie les!

dinsdag 2 februari 2010 22:46 door vodje

Het blijft leuk, werken met pubers. Hoewel er veel mensen zijn die niet begrijpen wat er leuk is aan het werken met middelbare scholieren, geniet ik ervan. Niet altijd natuurlijk, elk werk heeft leuke en minder leuke kanten, maar vol overtuiging kan ik zeggen: werken met pubers is leuk.

 

Wat is er dan zo leuk aan die ongemotiveerde, dwarse, luie tieners? Je kan ontzettend met en om ze lachen! Ze zijn spontaan, eerlijk, vaak ad rem en een tikkeltje cynisch. Vanmiddag het laatste uur bijvoorbeeld gaf ik les aan een 4 vwo klas. Ze waren gaar omdat ze al de hele dag op een stoel hadden moeten zitten. Ik was nog fris omdat ik alleen 's middags werk op dinsdag. Een jongen die helemaal vooraan zat, verzuchtte na afloop, met een grote grijns op zijn gezicht:

 

Jongen: "dit was echt een saaie les!"

Vod: "Dat is wel brutaal dat je dat recht in mijn gezicht zegt, dat hoor je te zeggen als je het lokaal uit bent."

Jongen: "Ik ben tenminste eerlijk"

 

De glimlach maakte alles goed, er zat vast een kern van waarheid in zijn boodschap, maar door het enthousiasme waarmee hij met alle opdrachten had meegedaan, moest ik vooral lachen om deze opmerking.

 

Een dag eerder probeerde ik in een andere klas vrijwilligers te regelen voor een debat-wedstrijd.

 

Vod: "Ik ga zelf niet mee want ik werk niet op woensdag"

Leerling: "Dan ga ik ook niet mee!"

Vod: "Ja, ja, dus als ik ga, dan ga je wel mee?"

Leerling: "Ja!"

 

Hoewel misschien een smoesje om onder de wedstrijd uit te komen, is het ook de waardering die volgens velen vaak ontbreekt in het middelbaar onderwijs.

 

Leuk is het ook als je kinderen al een tijdje kent. In de 5 havo-groep waaraan ik les geef zitten een aantal kinderen die ik al ken vanaf de 2e klas. Ze hebben me als groentje meegemaakt, zwanger en als hun mentor. Ik heb hun zien opgroeien van net-geen-brugger meer tot bijna naar het hbo. Deze leerlingen weten precies wat ze aan me hebben en ik wat ik aan hen heb.

 

Vrijdagmiddag, het laatste uur van de week zitten ze bij mij in de klas. Het moeilijkste uur van de week om mensen fanatiek aan het werk te krijgen, maar zonder twijfel een van de gezeligste uurtjes van de week. Vorige week kwam mijn collega tijdens deze les het lokaal binnen en dat zorgde voor nog meer afleiding.

 

Vod: "Ga eens weg, ik word zenuwachtig als je me op de vingers kijkt."

 

Collega praat even met Vod en met een aantal leerlingen die hij ook kent. Vervolgens verlaat hij het lokaal.

 

Leerling A: "Voelt u zich aangetrokken tot meneer Collega?

Vod: "Het is niet bepaald mijn type."

Leerling B: "Wie is dan uw type?"

Vod: "Dat doet er niet toe, bovendien ga ik al met iemand trouwen."

 

Dat had ik niet moeten zeggen, het floepte er per ongeluk uit.

 

Leerlingen: "Gaat u echt trouwen, wat leuk. Wanneer bent u gevraagd, hoe. Heeft u een ring gekregen. Ging hij door zijn kieën? Hoe heet hij? Mogen wij ook komen?"

Vod: "Het is pas in december, dan zijn jullie al van school."

Leerling C: "Nou en, ik heb drie jaar les van u gehad!".........................

 

Leuk dus.

 

 

‘AFSCHAFFEN BASISBEURS’ IS EEN CYNISCHE REKENEXERCITIE

maandag 1 februari 2010 18:12 door Theo E. Korthals Altes

 

 

 

Het lijkt alsof ik op mijn wenken wordt bediend. Vorige week schreef ik in mijn blog (“Senaat wil geen studenten pottenkijkers”) dat studenten zich beter kunnen onttrekken aan medezeggenschap in het onderwijs en dat zij op eigen kracht hun aandeel moeten leveren in de strijd om beter onderwijs. En zowaar is er vandaag een ouderwetse studentenactie met bezetting en al.

 

Ik steun de studenten in het schot voor de boeg dat zij geven tegen de bedenkelijke maatregel die nu wordt overwogen in de burelen van het ministerie van OCW. Voor de financiering van hun studie brengen de meeste studenten al de nodige offers. Het huidige stelsel gaat daarvan al uit. Weghalen van de basisbeurs betekent dat wij de gedachte dat ook de maatschappij belang heeft bij zo groot mogelijke deelname aan het hoger onderwijs, plomp terzijde schuiven. Dat is wel erg makkelijk.

 

En wat een verademing om de voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond hierover vanmiddag op de radio goed gearticuleerd en gepassioneerd te horen spreken. Dat deed hij in standpunt.nl dat kort ervoor een CPB econoom aan het woord liet over de prijselasticiteit van studeren en over de verdere rekensommen die moeten aantonen dat het allemaal zo dramatisch niet is. Mij lijkt echter dat een verhoging van de gemiddelde studieschuld met bijna 50% substantieel genoeg is om hierover niet alleen rekenmeesters aan het woord te laten.

 

Teleurstellend is vooral dat geen enkele politicus van formaat zich over het onderwerp uitspreekt, ook al is de maatregel nog geen feit of zelfs een daadwerkelijk voorstel. Het gaat ook om de – politieke - uitgangspunten.

 

Steeds opnieuw betaalt het hoger onderwijs en betalen studenten het gelag van een maatschappij die gedachteloos de lasten doorschuift naar de toekomst. Wie gaat hiertegen, afgezien van de studenten zelf, op de bres?

 

De zeer zwakke basisscholen in Nederland (5)

zondag 31 januari 2010 16:22 door edu

Per 1 januari 2010 is er weer een nieuwe lijst met zeer zwakke basisscholen door de Inspectie van het Onderwijs vastgesteld. Veel van deze scholen staan al langer (soms al vele maanden tot ruim twee jaar) op deze zwarte lijst. Die scholen zitten dus zwaar in de problemen. Er staan ditmaal 83 basisscholen op de lijst, net als per 1 juli 2009. Dit is een verbetering t.o.v. enkele maanden geleden toen er nog 102 scholen op de lijst stonden.

 

De afgelopen tien jaar zijn er natuurlijk ook weer tig Nederlanders bijgekomen, maar het aantal scholen is niet echt gegroeid. Dat aantal is redelijks tabiel op ruim 8.000 basisscholen. Opvallend is dat het aantal zeer zwakke scholen in die tien jaar is gegroeid van gemiddeld tachtig naar gemiddeld honderd scholen. Al lijkt het op dit moment weer teruggezakt naar het oude gemiddelde. 

 

 

De onderwijsinspectie beschrijft een zeer zwakke school als volgt: Een zeer zwakke school is een school die onvoldoende onderwijsresultaten (eindopbrengsten) realiseert en die daarnaast op cruciale onderdelen van het onderwijsleerproces onvoldoende kwaliteit laat zien. Een school wordt aan dit overzicht toegevoegd wanneer de inspectie de school als zeer zwak heeft beoordeeld, het inspectierapport van het kwaliteitsonderzoek vastgesteld is en het op internet geplaatst is.

Verder schrijft de inspectie: In de regel krijgt een school maximaal 2 jaar de tijd de kwaliteit weer op een aanvaardbaar niveau te brengen. Dit betekent dat scholen op de lijst waarvan het rapport al geruime tijd geleden is vastgesteld, al verder gevorderd zijn in het verbeteringsproces. In deze verbeterfase voert de inspectie geïntensiveerd toezicht uit. Na dit traject van geïntensiveerd toezicht beoordeelt de inspectie de resultaten van de kwaliteitsverbetering bij het afsluitende Onderzoek naar de Kwaliteitsverbetering (OKV). Een school wordt weer van de lijst verwijderd wanneer de inspectie bij het OKV heeft vastgesteld dat de school zich voldoende heeft verbeterd, het rapport van dit onderzoek is vastgesteld en op internet is geplaatst.

 

 

Naam school

Plaats

Datum vaststelling
rapport

Obs De Dreske

Roswinkel

6 juni 2007

Bs Zuiderlicht

Tilburg

10 december 2007

Obs Oetkomst

Kolham

10 december 2007

Chr. Jenaplanschool De Finne

Rottevalle

21 januari 2008

Obs Altena

Peize

29 januari 2008

Obs De Regenboog

Assen

4 februari 2008

cbs Zandpol

Zandpol

12 maart 2008

Prismaschool

Vlaardingen

9 april 2008

‘t Mozaiek

Roermond

14 april 2008

Bs. Jan Ligthart

Veldhoven

16 april 2008

De Ster

Amsterdam

18 april 2008

Obs Oud Oost. Loc. Tjerk Hiddes

Leeuwarden

3 juni 2008

De Groene Palm

Rotterdam

4 juni 2008

Juliana van Stolbergschool

Poederoijen

13 juni 2008

De Sterrenkring

Arnhem

16 juni 2008

St. Gregoriusschool

Dronten

25 juni 2008

Het Festijn

Rotterdam

25 juni 2008

Het Spectrum

Den Haag

25 juni 2008

a.t.b. De Springplank

Leidschendam

1 juli 2008

De Sterrenwacht

Hellevoetsluis

1 juli 2008

De Dillenburg

Ede

10 juli 2008

De Cocon

Klundert

18 augustus 2008

De Blinkerd

Oss

3 september 2008

Jan Ligthart

Beilen

4 september 2008

Daltonschool in Balans

Oss

4 september 2008

Fons Olterdissen

Maastricht

9 september 2008

Al- Ihsaan

Lelystad

18 september 2008

De Wielen, loc. Kingmastate

Leeuwarden

24 september 2008

Obs De Tjalk

Lelystad

29 september 2008

It Iepen Stee

Makkum

3 oktober 2008

Don Bosco

Steenwijkerwold

6 oktober 2008

Het Kompas

Montfoort

7 oktober 2008

Islamitische Basisschool Al Islaah

Harderwijk

10 oktober 2008

An Nasr

Alkmaar

10 oktober 2008

De Meander

Lelystad

13 oktober 2008

De Spoorwijzer

Heerenveen

16 oktober 2008

De Beemd

Almelo

17 oktober 2008

Het Palet

Opheusden

20 oktober 2008

Groen van Prinsterer

Ede

21 oktober 2008

Sionsheuvel

Groesbeek

27 oktober 2008

Obs de Klimop

Ter Apelkanaal

3 november 2008

De Zuiderpoort

Ede

10 november 2008

De Kameleon

Almere-stad

3 juli 2006
13 november 2008

De Molenvliet

Klundert

10 december 2008

Obs De Tandem

Zuidbroek

10 december 2008

St. Jan Baptist

Veldhoven

19 december 2008

Openbare Montessorischool

Emmen

5 januari 2009

Ichthus

Lelystad

13 januari 2009

Basisschool Johannes

Tiel

21 januari 2009

De Evenaar

Amsterdam

21 januari 2009

Cbs De Reinbôge

Tjerkwerd

27 januari 2009

Groen van Prinstererschool

Scherpenisse

27 januari 2009

Obs Mr. Vegterschool

Emmen

28 januari 2009

Obs De Fûgelflecht

Franeker

28 januari 2009

De Bron

Hellevoetsluis

30 januari 2009

De Wiekslag

Rilland

16 februari 2009

't Fort

Bergen op Zoom

17 februari 2009

Obs Ripperdaborg

Farmsum

23 januari 2007
26 februari 2009

De Goede Herder

Almere

12 mei 2009

De Tweemaster

Nieuw Leusen

27 mei 2009

Willem Alexander

Erica

8 juni 2009

De Regenboog

Melissant

9 juni 2009

Deventer Circuitschool, locatie Enkdwarsstraat

Deventer

18 april 2007
9 juni 2009

De Meulenrakkers

Ossendrecht

17 juni 2009

RKBS Bonifatius

Ter Apel

2 juli 2009

De Torteltuin

Almere

2 juli 2009

De Fonkelsteen

Zaltbommel

16 juli 2009

IBS De Dialoog loc. Duyststraat

Rotterdam

9 november 2007
1 september 2009

IBS De Dialoog loc. Overijselsestraat

Rotterdam

9 november 2007
1 september 2009

IBS De Dialoog loc. Kogelvangerstraat

Rotterdam

9 november 2007
1 september 2009

IBS De Dialoog loc. Hildegardisstraat

Rotterdam

9 november 2007
1 september 2009

De Johannes Calvijnschool

Genemuiden

3 september 2009

Obs Wilhelmina

Coevorden

14 september 2009

De Meenthe

Bovensmilde

15 september 2009

Obs De Coepel

Nuis

26 september 2007
15 september 2009

Rkbs Jenaplan De Wiekslag

Drachten

16 april 2007
24 september 2009

Obs De Kruiplank

Drouwenermond

30 mei 2007
30 september 2009

Basisschool Geert Groote 2

Amsterdam

6 september 2007
8 oktober 2009

Montessorischool

Tiel

15 oktober 2009

De Bonkelaar

Amsterdam

16 oktober 2009

AZC Pinocchio

Ter Apel

10 november 2009

De Sterappel

Lienden

11 november 2009

Gbs.Dr. K. Schilderschool

Bedum

20 november 2009

 

Basisscholen die bij het afsluitende Onderzoek naar de Kwaliteitsverbetering (OKV) hun kwaliteit voldoende verbeterd hebben per 1 januari 2010:

 

Naam school

Plaats 

Datum OKV 

De Keizel

Zaandam 

14 september 2009 

Geref. Bs. Prof. B. Holwerda

Middelstum

1 oktober 2009

De Hernhutter

Almere

12 oktober 2009

Jenaplanschool De Ynlaet

Heerenveen

15 oktober 2009

Obs Leeuwarder Montessorischool

Leeuwarden

20 augustus 2008

Ds J. Schinkelshoekschool

Kampen

1 november 2007

Elisabeth

Rotterdam

14 juli 2008

Obs De Piramide

Erm

19 december 2007

Immanuel

Amsterdam

8 oktober 2008

Islamitische Basisschool De Roos

Zaandam

8 november 2007

Pcbs De Zaaier

Vlagtwedde

26 november 2007

Basisschool De Schakel

Rotterdam

23 juni 2008

Pastoor Middelkoop

Klazienaveen

29 januari 2009

 

Eerdere overzichten:

De zeer zwakke basisscholen in Nederland

De zeer zwakke basisscholen in Nederland (2)

De zeer zwakke basisscholen in Nederland (3)

De zeer zwakke basisscholen in Nederland (4)

 

 

 

 

Archief van deze groep

Alle 347 artikelen in deze groep

Abonnement op deze groep:

rss google netvibes

Alle groepen

Hyperlinks

Groepsagenda